Semester 2
Therapie kleuter: Spraakklanken en fonologie
Taalcomponenten binnen therapie
Therapie bij kleuters met spraak- en taalproblemen vertrekt vanuit verschillende
taaldomeinen. Afhankelijk van het probleem verschuift de focus.
Pragmatiek (taalgebruik)
Functioneel taalgebruik in de sociale context.
Beurtname, topicbehoud, communicatieve intenties.
Minder rechtstreeks gericht op spraakklanktherapie, maar belangrijk voor
algemene communicatie.
Semantiek (taalinhoud)
Woordenschatontwikkeling
Begrip en productie van woorden
Lexiconopbouw
Bij TOS vaak mee betrokken. Bij zuivere fonologische stoornis minder primair doel
Syntaxis en morfologie (taalvorm)
Zinsbouw
Woordvormen en grammaticale morfemen
Belangrijk bij TOS, kan secundair beïnvloed worden door fonologische problemen.
Fonologie (taalvorm)
Klanksysteem van taal
Regels en patronen
Verschil tussen fonologische stoornis en articulatiestoornis.
Articulatie/ spraakklankproductie
Motorische realisatie van afzonderlijke klanken
Correcte plaats, wijze en stemgeving
Uitvoering, geen regelsysteem
Metalinguïstisch bewustzijn
Bewust nadenken over taal.
Fonologisch bewustzijn
Ondersteunt generalisatie en latere leesontwikkeling.
Spraakklankstoornissen bij kleuter
1. SKS, spraakklankstoornis
, Problemen met fonologische organisatie
Problemen met articulatorische uitvoering
2. TOS, taalontwikkelingsstoornis
Problemen met morfosyntaxis
Problemen met semantiek
Problemen met fonologie
Problemen met pragmatiek
Bij TOS is spraakklankproblematiek vaak onderdeel van een breder taalprobleem.
Therapie bij spraakklankproblemen
Differentiatie in therapie
Therapie wordt afgestemd op:
Aard van de stoornis
Leeftijd
Ernst
Aanwezigheid van TOS
Therapie gericht op fonologie
Kenmerken
Gericht op het onderliggende klanksysteem
Werken met klankcontrasten
Doel: herstructurering van het fonologisch systeem
Focus op betekenisonderscheid
Wanneer
Bij systematische foutpatronen
Bij meerdere klanken die volgens een regel fout gaan
Voorbeeldmethodes
Minimal pairs
Multiple oppisitions
Cycles approach
Therapie gericht op articulatie/ spraakklankproductie
Kenmerken
Gericht op motorische productie van één specifieke klank.
Stapsgewijze opbouw: Klankisolatie, lettergreep, woord, zin en spontane spraak
,Wanneer
Bij geïsoleerde klankfouten.
Geen systematisch patroon.
Vaak motorisch van aard.
Gecombineerde benaderingen
Fonologische aanpak + articulatorische ondersteuning
Zeker bij complexe problematiek of TOS
Generalisatie en carry-over
Generalisatie
Overdracht naar niet geoefende woorden
Overdracht naar andere contexten
Carry-over
Toepassing in spontane spraak
Gebruik thuis, op school, in vrije situaties, …
Zonder generalisatie is therapie niet effectief.
Oefenfrequentie
Ouders betrekken
Functionele communicatiesituaties
Motivatie van het kind
Indirecte therapie
Naast directe therapie bestaat er ook indirecte ondersteuning
Advies aan ouders/leerkrachten
Taalstimulerende omgeving
Modelleren
Responsieve interactiestijl
Vooral relevant bij
TOS
Jonge kleuters
Brede taalproblematiek
Diagnostiek als basis voor therapie
Goede therapie start met correcte diagnostiek.
Analyse van foutpatronen
Differentiaaldiagnose:
o Fonologische stoornis
o Articulatiestoornis
, o Spraakontwikkelingsdyspraxie
o TOS
Inschatting van ernst en impact
Diagnostische instrumenten
SKO (SpraakKlankOnderzoek)
Klinische observatie
Spontane taalanalyse
Auditief-perceptuele basisvaardigheden
Voorwaarden voor fonologische therapie
1. Voldoende articulatorische mogelijkheden
2. Voldoende auditieve waarneming
Componenten auditieve perceptie
Luisterhouding
Aandacht richten
Beurt afwachten
Niet onderbreken
Werken in prikkelarme omgeving
Visuele ondersteuning
Auditieve waarneming
Lokalisatie
Identificatie
Discriminatie
Opbouw van eenvoudig → moeilijk:
Alledaags → niet-alledaags
Luid → stil
Sterk verschillend → sterk gelijkend (bv. minimale paren)
Fonologisch en fonemisch bewustzijn
Volgens Ellen Gerrits:
Auditieve analyse (klanken herkennen)
Auditieve synthese (klanken samenvoegen)
Rijm
Klankmanipulatie
Identificatie en discriminatie
Altijd:
In betekenisvolle context
Auditief + visueel
Eventueel gekoppeld aan letters (voorbereiding lezen/spellen)
Auditief sequentiëren
Volgorde van klanken en woorden
Visuele ondersteuning (k-a-t vs. t-a-k)
Zinsniveau (woordvolgorde)