Global Change ~ Examenvragen Fie Thijs
1) Wat drijft de zeespiegelstijging? Hoeveel is deze gestegen en zou deze in 2100 stijgen?
Wat vertellen de voorspellingen?
De wereldgemiddelde zeespiegelstijging (GMSL) wordt voornamelijk gedreven door een combinatie van
factoren. De grootste bijdrage komt van de opwarming van de oceaan (thermische expansie), die water doet
uitzetten. Andere belangrijke drijfveren zijn het smelten van gletsjers, het smelten van de Groenlandse
ijskap en het smelten van de Antarctische ijskap. Daarnaast draagt ook de verandering in
landwateropslag, zoals het leegpompen van grondwaterreservoirs, bij aan de toename van water in de
hydrosfeer.
Huidige stijging:
• Sinds 1901 is de GMSL met ongeveer 0,20 meter gestegen.
• De snelheid van de stijging neemt toe en bedraagt momenteel ongeveer 3,7 mm per jaar.
• De wereldgemiddelde zeespiegel is sinds 1900 sneller gestegen dan in elke voorgaande eeuw in ten
minste de laatste 3000 jaar.
• Tussen 2006 en 2018 waren de belangrijkste bijdragen: oceaanopwarming (39%), landwateropslag
(17%), gletsjers (17%), Groenlandse ijskap (17%) en Antarctische ijskap (10%). Het totale aandeel
van smeltend ijs (Groenland, Antarctica en gletsjers) is ongeveer 44%.
• Het wereldwijd terugtrekken van berggletsjers is al sinds het einde van de 19e eeuw aan de gang.
Gletsjers verliezen ongeveer 300 miljard ton ijs per jaar, wat overeenkomt met het vullen van drie
Olympische zwembaden per seconde.
Voorspellingen voor 2100:
• De zeespiegel zal de 21e eeuw blijven stijgen, met een waarschijnlijke stijging van 0,38 tot 0,77
meter ten opzichte van de periode 1995-2014.
• Afhankelijk van de temperatuurscenario's (Shared Socio-economic Pathways - SSP's) wordt
verwacht dat de wereldwijd gletsjermassaverlies zal leiden tot een gemiddelde zeespiegelstijging
van 90 mm tot 154 mm tegen 2100.
• Gletsjers (exclusief Groenland en Antarctica) droegen tussen 2000 en 2019 ongeveer 0,74 ± 0,04 mm
per jaar bij aan de zeespiegelstijging, en projecties suggereren dat dit kan oplopen tot 2,5 mm per
jaar tegen 2100.
2 Ba Biology 2024-2025 1
,Global Change ~ Examenvragen Fie Thijs
Lange termijn voorspellingen:
• Na 2100 zal de GMSL nog eeuwenlang blijven stijgen, en 1000den jaren verhoogd blijven, als gevolg
van de voortdurende warmteopname door de diepe oceaan en het massaverlies van de Groenlandse
en Antarctische ijskappen. Hoe hoger de wereldwijde temperatuurstijging, hoe sneller en hoger de
zeespiegel zal stijgen.
• Bij een aanhoudende opwarming van 4°C kan de zeespiegel met wel 25 meter stijgen.
• Zelfs als de CO2-uitstoot stopt, zullen de effecten op de zeespiegelstijging onomkeerbaar zijn voor
meer dan 1000 jaar, omdat de oceaantemperatuur zeer langzaam daalt. Voorbij een CO2-
concentratie van 600 ppmv kan dit leiden tot een onomkeerbare zeespiegelstijging van minimaal 0,4-
1,0 meter, en 0,6-1,9 meter als de piek-CO2-concentratie 1000 ppmv overschrijdt. Het effect van
gletsjers en ijskappen op de zeespiegelstijging is onzeker, maar kan over het volgende millennium of
langer enkele meters bedragen of zelfs overschrijden.
• Op langere termijn, tegen 2300, kunnen de projecties variëren van 0,5 tot 3,2 meter in een
duurzaamheidsscenario (SSP1-2.6) tot 1,8 tot 6,9 meter in een intensief fossiele brandstoffen
scenario (SSP5-8.5). Een zeespiegelstijging van meer dan 15 meter kan niet worden uitgesloten bij
hoge emissies.
2 Ba Biology 2024-2025 2
, Global Change ~ Examenvragen Fie Thijs
2) Hoe zal de neerslag in het Victoriameer veranderen als gevolg van toenemende opwarming?
De neerslagpatronen rond het Victoriameer, dat zich bevindt in de tropische Grote Merenregio van Afrika,
zullen significant beïnvloed worden door toenemende opwarming.
Huidige interactie met meren:
Tropische meren, zoals het Victoriameer, hebben een duidelijke invloed op het voorkomen van
onweersbuien. Overdag is er minder neerslag over het meer door verminderde atmosferische convergentie,
terwijl 's nachts de aanwezigheid van het meer juist leidt tot een toename van onweersbuien. Dit komt door
de unieke land-meer interacties: het meer blijft 's nachts warmer dan het omliggende land, wat lokale
atmosferische circulatie en stormvorming stimuleert.
Gevolgen van opwarming voor neerslag:
• Toegenomen atmosferische waterdamp: Een warmer klimaat betekent dat de atmosfeer meer
vocht kan bevatten, wat de kans op zware neerslaggebeurtenissen vergroot.
• Veranderingen in atmosferische convergentie: Hoewel er in een warmer klimaat meer
atmosferische waterdamp is, kan de gemiddelde atmosferische convergentie boven het
Victoriameer afnemen. Dit kan leiden tot veranderingen in de verdeling en intensiteit van de
neerslag.
• Extremer: Zware neerslaggebeurtenissen zullen in veel modellen toenemen, wat ook geldt voor de
regio rond het Victoriameer. Dit kan resulteren in meer intense regenval, wat kan leiden tot
overstromingen.
Indirecte effecten op het meer zelf:
De toename van de temperatuur in het Victoriameer leidt tot een sterkere thermische stratificatie, wat de
menging van de waterkolom vermindert. Dit resulteert in minder voedsel (fytoplankton) voor vissen, wat een
trofische cascade kan veroorzaken en de visproductie doet dalen. Deze veranderingen in de waterkolom,
zoals een verminderde verticale menging, kunnen ook de neerslagpatronen beïnvloeden, aangezien de
uitwisseling van water en energie tussen het meer en de atmosfeer verandert.
2 Ba Biology 2024-2025 3
1) Wat drijft de zeespiegelstijging? Hoeveel is deze gestegen en zou deze in 2100 stijgen?
Wat vertellen de voorspellingen?
De wereldgemiddelde zeespiegelstijging (GMSL) wordt voornamelijk gedreven door een combinatie van
factoren. De grootste bijdrage komt van de opwarming van de oceaan (thermische expansie), die water doet
uitzetten. Andere belangrijke drijfveren zijn het smelten van gletsjers, het smelten van de Groenlandse
ijskap en het smelten van de Antarctische ijskap. Daarnaast draagt ook de verandering in
landwateropslag, zoals het leegpompen van grondwaterreservoirs, bij aan de toename van water in de
hydrosfeer.
Huidige stijging:
• Sinds 1901 is de GMSL met ongeveer 0,20 meter gestegen.
• De snelheid van de stijging neemt toe en bedraagt momenteel ongeveer 3,7 mm per jaar.
• De wereldgemiddelde zeespiegel is sinds 1900 sneller gestegen dan in elke voorgaande eeuw in ten
minste de laatste 3000 jaar.
• Tussen 2006 en 2018 waren de belangrijkste bijdragen: oceaanopwarming (39%), landwateropslag
(17%), gletsjers (17%), Groenlandse ijskap (17%) en Antarctische ijskap (10%). Het totale aandeel
van smeltend ijs (Groenland, Antarctica en gletsjers) is ongeveer 44%.
• Het wereldwijd terugtrekken van berggletsjers is al sinds het einde van de 19e eeuw aan de gang.
Gletsjers verliezen ongeveer 300 miljard ton ijs per jaar, wat overeenkomt met het vullen van drie
Olympische zwembaden per seconde.
Voorspellingen voor 2100:
• De zeespiegel zal de 21e eeuw blijven stijgen, met een waarschijnlijke stijging van 0,38 tot 0,77
meter ten opzichte van de periode 1995-2014.
• Afhankelijk van de temperatuurscenario's (Shared Socio-economic Pathways - SSP's) wordt
verwacht dat de wereldwijd gletsjermassaverlies zal leiden tot een gemiddelde zeespiegelstijging
van 90 mm tot 154 mm tegen 2100.
• Gletsjers (exclusief Groenland en Antarctica) droegen tussen 2000 en 2019 ongeveer 0,74 ± 0,04 mm
per jaar bij aan de zeespiegelstijging, en projecties suggereren dat dit kan oplopen tot 2,5 mm per
jaar tegen 2100.
2 Ba Biology 2024-2025 1
,Global Change ~ Examenvragen Fie Thijs
Lange termijn voorspellingen:
• Na 2100 zal de GMSL nog eeuwenlang blijven stijgen, en 1000den jaren verhoogd blijven, als gevolg
van de voortdurende warmteopname door de diepe oceaan en het massaverlies van de Groenlandse
en Antarctische ijskappen. Hoe hoger de wereldwijde temperatuurstijging, hoe sneller en hoger de
zeespiegel zal stijgen.
• Bij een aanhoudende opwarming van 4°C kan de zeespiegel met wel 25 meter stijgen.
• Zelfs als de CO2-uitstoot stopt, zullen de effecten op de zeespiegelstijging onomkeerbaar zijn voor
meer dan 1000 jaar, omdat de oceaantemperatuur zeer langzaam daalt. Voorbij een CO2-
concentratie van 600 ppmv kan dit leiden tot een onomkeerbare zeespiegelstijging van minimaal 0,4-
1,0 meter, en 0,6-1,9 meter als de piek-CO2-concentratie 1000 ppmv overschrijdt. Het effect van
gletsjers en ijskappen op de zeespiegelstijging is onzeker, maar kan over het volgende millennium of
langer enkele meters bedragen of zelfs overschrijden.
• Op langere termijn, tegen 2300, kunnen de projecties variëren van 0,5 tot 3,2 meter in een
duurzaamheidsscenario (SSP1-2.6) tot 1,8 tot 6,9 meter in een intensief fossiele brandstoffen
scenario (SSP5-8.5). Een zeespiegelstijging van meer dan 15 meter kan niet worden uitgesloten bij
hoge emissies.
2 Ba Biology 2024-2025 2
, Global Change ~ Examenvragen Fie Thijs
2) Hoe zal de neerslag in het Victoriameer veranderen als gevolg van toenemende opwarming?
De neerslagpatronen rond het Victoriameer, dat zich bevindt in de tropische Grote Merenregio van Afrika,
zullen significant beïnvloed worden door toenemende opwarming.
Huidige interactie met meren:
Tropische meren, zoals het Victoriameer, hebben een duidelijke invloed op het voorkomen van
onweersbuien. Overdag is er minder neerslag over het meer door verminderde atmosferische convergentie,
terwijl 's nachts de aanwezigheid van het meer juist leidt tot een toename van onweersbuien. Dit komt door
de unieke land-meer interacties: het meer blijft 's nachts warmer dan het omliggende land, wat lokale
atmosferische circulatie en stormvorming stimuleert.
Gevolgen van opwarming voor neerslag:
• Toegenomen atmosferische waterdamp: Een warmer klimaat betekent dat de atmosfeer meer
vocht kan bevatten, wat de kans op zware neerslaggebeurtenissen vergroot.
• Veranderingen in atmosferische convergentie: Hoewel er in een warmer klimaat meer
atmosferische waterdamp is, kan de gemiddelde atmosferische convergentie boven het
Victoriameer afnemen. Dit kan leiden tot veranderingen in de verdeling en intensiteit van de
neerslag.
• Extremer: Zware neerslaggebeurtenissen zullen in veel modellen toenemen, wat ook geldt voor de
regio rond het Victoriameer. Dit kan resulteren in meer intense regenval, wat kan leiden tot
overstromingen.
Indirecte effecten op het meer zelf:
De toename van de temperatuur in het Victoriameer leidt tot een sterkere thermische stratificatie, wat de
menging van de waterkolom vermindert. Dit resulteert in minder voedsel (fytoplankton) voor vissen, wat een
trofische cascade kan veroorzaken en de visproductie doet dalen. Deze veranderingen in de waterkolom,
zoals een verminderde verticale menging, kunnen ook de neerslagpatronen beïnvloeden, aangezien de
uitwisseling van water en energie tussen het meer en de atmosfeer verandert.
2 Ba Biology 2024-2025 3