ORGANISATIE- EN
BELEIDSNIVEAU
1. STEM VAN KINDEREN EN JONGEREN
1.1. INTRO
o Kinderrechtenmonitor 2.0
Monitoren = toezicht houden
VL overheid houdt via kinderrechtenmonitor toezicht op
kinderrechten
Dus ook op het kinderrecht om gehoord te worden
o Vorm geven van stem van kinderen en jongeren 4 manieren
Naar ‘ze’ luisteren
Bv. jeugdraad
Spreken voor ‘ze’
Bv. vrijwilligersorganisatie van, door en voor ouders met kinderen
met specifieke noden
Spreken over ‘ze’ meest voorkomen
Bv. vergadering zonder kind erbij
‘ze’ laten spreken
Bv. jongsocialisten, leerlingenraad
o Belangrijkste aandachtspunten als je stem wil horen
Begrijpbaar zijn
Tijd en ruimte voorzien schept duidelijkheid
Transparant zijn
In veilige omgeving
o Conclusie
Als jeugdprofessional kan je hun belangen behartigen, signalen opvangen,
kinderen en jongeren informeren en ondersteunen om hun stem kracht te
geven
Communiceren = luisteren en in dialoog gaan
Samen in gesprek gaan (actief luisteren, inleven en delen van
ervaringen zonder de ander willen overtuigen)
Belang van luisteren geen éénrichtingsverkeer
1.2. VERTREKKEN VANUIT DE KINDERRECHTEN
o 1989: internationaal verdrag v/d rechten van kind
Artikel 3: belang v/h kind
Artikel 12: mening v/h kind
Artikel 13: vrijheid van meningsuiting
o Kinderrechten zijn onlosmakelijk verbonden met mensenrechten
o 14 rechten
o Kinderen moeten hun mening kunnen uiten, volwassenen rekening mee willen
houden
1
,o Verschillende werkvormen voor verschillende contexten ontwikkeld die kinderen
en jongeren meer invloed willen geven
o VN/verenigde naties = alle 193 lidstaten moeten zich eraan houden
o Iedereen heeft het recht een kwestie in het maatschappelijk debat te gooien
(kwestie= iets wat onrechtvaardig aanvoelt en wat je aankaart)
o Kinderrechtenverdrag gaf een impuls om meer kinderen en jongeren meer bij het
beleid te betrekken = beleidsparticipatie
o kinderrechten
Als toets voor de sociale grondrechten van kinderen
Een referentiekader in omgang met kinderen en jongeren
Geven erkenning voor autonomie van kinderen en jongeren
o Rechten worden pedagogische norm: kinderen de mogelijkheid geven om voor
hun rechten op te komen
o Realisatie van kinderrechten is een primaire opdracht van overheid
kinderrechten geclusterd in 3P’s
Provisierechten
Rechten die kinderen voorzieningen garanderen
bv. onderwijs, gezondheidszorg, voeding, vrije tijd
Protectierechten
kinderen beschermen
bv. tegen mishandeling en verwaarlozing, uitbuiting, privacy
Participatierechten
Deelname aan het maatschappelijke leven waarborgen
bv. vrije mening, toegang tot info, gehoord worden
Basisvoorzieningen voor kinderen en jongeren moeten hierin voorzien
1.3. KDN EN JONGEREN ALS SOCIALE ACTOR
o kinderen als actor = betekenisverlening van kinderen erkennen waarbij de nadruk
wordt gelegd op ‘eigenheid’ van kind/jongere, vanuit hun leefwereld
o Internationaal verdrag = verbintenis voor overheden om beleid te voeren dat
bijdraagt tot grotere gelijkheid in mogelijkheden van kinderen
kinderen en jongeren worden zichtbaar als specifiek belanghebbende
groep in de samenleving in kindvriendelijke samenleving
o Rekening houden met beleving is ook rekening houden met zeer verschillende
situaties waarin jongeren opgroeien en streven naar maatschappelijke
verandering
o Niet kind vs volwassene !
o Verschillende leefwerelden van kinderen en jongeren
o kinderen en jongeren als sociale actor = als participant
Mede-zeggenschap= gehoord worden, mening geven en inspraak krijgen
Mede-eigenaarschap = mee vorm geven (zelf achter idee staan)
o Alle kinderen en jongeren een stem geven
Hen leren dat hun stem telt en tools aanreiken actieve burgers
o Jeugdprofessionals staan rechtstreeks in contact gaan in dialoog met hen en
spelen creatief in op hun leefwereld
Ze kunnen kritisch burgerschap aanwakkeren of onrecht aankaarten
samen met kinderen en jongeren
o Leefwereldoriëntatie
Sociale rechtvaardigheid als uitgangspunt
Omgaan met diversiteit en onvoorspelbaarheid
Jongere en zijn context
2
, Als jeugdprofessional erkenning geven, ontmoeting, dialoog
Kwesties waarnemen, signalen opvangen en onrecht aankaarten
Verschillende manieren betekenis geven aan wereld om hen heen
Maatschappelijke ontwikkelingen hebben grote invloed
o De kwestie
Signalen opvangen als jeugdprofessional
Basishouding van jeugdprofessional zicht op leefwereld en beleving
Signalen zijn feiten die leiden tot vaststelling van probleemstelling
2. POLITIEKE OPDRACHT VAN DE JP
2.1. JP IS EEN NORMATIEF BEROEP
o Normatief beroep = brein gebruiken +
kan grote impact hebben
o Praktijk streven naar:
Sociale rechtvaardigheid
Gelijkheid
Solidariteit
Mensenrechten & kinderrechten
o Normatieve waarden zijn per definitie
politiek
Hoe geven we samenleving
vorm?
Hoe kunnen we elk kind en
jongeren een volwaardige plek geven?
Kan ook op eigen organisatie (bv. directie)
2.2. POLITIEK HANDELEN ALS JP
o Praktijk streven naar die normatieve waarden ontstaat ruimte om van individuele
problemen, wensen en verwachtingen van kinderen en jongeren ook bredere
publieke kwesties te maken
o JP hebben een politieke opdracht maar deze wordt niet altijd erkend of geraakt
niet altijd ingevuld
Door sterke individuele benadering van problemen
Jeugdprofessional louter als technische prof zien = uitvoerders van beleid
o JP moeten die opdrachten blijven toe-eigenen voor realiseren van kinderrechten !
o Politiek is vorm van handelen
Politiek handelen = maatschappelijke kwesties openbaar maken aan
beleidsmakers
Verschillende manieren, via diverse kanalen, strategieën en betrokkenheid
van meerdere actoren
Lobbywerk
= stelselmatig en direct beïnvloeden van beleidsmakers
(politici en ambtenaren)
Besluitvorming, wetten, regels in eigen voordeel sturen
Expert-inbreng op uitnodiging
= beïnvloedt het beleid vanuit praktijkkennis en meest
actuele inzichten
Bv. studiedag
Knelpunten signaleren
= problemen zichtbaar en kenbaar maken
3
, Bv. druggebruik op domein
Advocacy = belangenbehartiging
Opkomen voor rechten en belangen van groepen
Sterker is self-advocacy = jongeren versterken in het
opkomen voor hun eigen rechten bv. protestactie opzetten
met jongeren
Binnen je discretionaire ruimte als jeugdprofessional
= Jeugdprofessional kijkt naar de wetten/regels en nog meer
wat doen als JP om de moeilijkheid weg te nemen voor het
beste uitkomst te hebben voor de jongeren
Leidt tot gedragen beleid of bredere verandering in samenleving
2.3. POLITISEREN: KWESTIES PUBLIEK MAKEN
o Politiseren = praktijken die bijdragen aan het publieke meningsverschil over hoe
we de samenleving inrichten en uiten van grieven die de maatschappij beroeren
vanuit verantwoording of onrechtvaardigheid
o Publiek tonen of laten horen wat je denkt, op verschillende manieren en op
verschillende momenten ten aanzien van verschillende (beslissers’ (politici,
ambtenaren, schooldirectie)
o Politiserende acties/processen kunnen impact hebben op wetten/regels, op beleid
maar het is geen voorwaarde
Impact op meerdere terreinen: beeldvorming, bewustwording, draagvlak,
emanciperende rol, streven naar verandering
o Alle initiatieven die mensen nemen om bepaalde kwesties ‘publiek’ te maken
o Politiserende acties brengen een vorm van onrecht waar mensen tegenaan botsen
onder de aandacht
Kwestie gooien in publieke debat verstoren de bestaande orde (=
aanwezige posities in de samenleving, heersende beeldvorming over
groepen / houdt onvermijdelijk vormen van ongelijkheid, uitsluiting en
onrecht in ook al is het de intentie om eerlijk en rechtvaardig te zijn)
Niet bewust of strategisch doordacht
o Iedereen kan aan politiek doen
Jeugdprofessional als jeugdwerker, begeleider, ondersteuner
kinderen en jongeren zelf
o Onderscheid met beleidsgericht werken
Als jeugdprofessional kan je beleidsgericht werken door dossier te lobbyen
/ toekennen van rechten zowel gericht naar Federale, VL, lokale overheid
of naar beleidsmakers in organisatie
OF
Opdracht van beleidsmakers input geven vanuit je praktijk zowel ad hoc of
gestructureerd in adviesraden, beoordelingscommissies, bevragingen
onder de radar (geen of weinig publiek)
Persoon, organisatie, groep of prof die politiseert zoekt net het publieke
debat op
2.4. DEMOCRATISCHE DYNAMIEK IN EEN RECHTVAARDIGE SAMENLEVING
o Democratie als uitgangspunt: iedereen, als gelijke zonder belemmering kan iets
zeggen over ons samenleven
o kinderen en jongeren als = medeburger 1/5 van onze burgers bestaat uit
kinderen en jongeren
4
,o Democratische overheid moet politisering mogelijk maken want een democratie
heeft nood aan mensen die dingen in vraag stellen
Bottom-up-strategieën en praktijken = samen met en vanuit de leefwereld
van kinderen en jongeren worden bepaalde kwesties geselecteerd,
gedocumenteerd en gecollectiviseerd
o Democratie als principe
In een democratie heeft iedereen evenveel recht om mee te spreken hoe
we onze samenleving vormgeven
Conflict is essentieel tegenstellingen en tegenstanders aanwezig
Systeem = met verkiezingen, vertegenwoordigers en scheiding van
machten
Andere visies en belangen zijn essentieel in de vormgeving van een
samenleving = democratie
o Noden en belangen collectiveren: individuele verhalen omzetten in signalen
gebaseerd op feiten vertrekkend vanuit de leefwereld van kinderen en jongeren
Manier waarop kwesties besproken worden bij
Beleidsmakers
Middenveld
Media
Toont kracht van vitale samenleving
2.5. ROL VAN MIDDENVELD OF THE CIVIL SOCIETY
o 3 belangrijke functies
Vlak van beleidsvorming
Beleidsuitvoering
Versterken van democratie
o = Maatschappelijke driehoek toont de
publieke sfeer aan waar we in interactie gaan
over sociale problemen
o Privaatinitiatief = niet bestuurd door overheid
maar wel (gedeeltelijk) gesubsidieerd door
overheid + onafhankelijk maar kunnen nauw
samenwerken met overheidsinstanties
o Non-profit = participatie in samenleving is het
doel en focus op de winst
o Organisaties die formeel karakter kennen met
bepaalde organisatiestructuur
Elk organisatie heeft bepaald verhouding tot burgers
Overheid en markt hebben strategische doelen
Gemeenschappen: persoonlijke doelen
o Brede definitie met brede diversiteit
Feitelijke verenigingen, burgerinitiatieven, vzw’s
o Middenveld is gedifferentieerd en dynamisch voortdurende verandering in
soorten, vormgeving en thema’s van deze organisaties:
Dienstverlening
Belangenbehartiging
Participatie
o Coalities nodig samenwerkingen tussen organisaties om een
gemeenschappelijk doel te bereiken
o Eigenschappen van middenveld
Vrijwillige associaties van burgers in organisaties, netwerken en verbanden
5
, Ze dragen bij tot het publieke debat, meningsvorming
Een aparte sfeer niet gebaseerd op affectieve banden, niet gestuurd door
de overheid en niet afhankelijk van de markt
Een sociale, dienstverlenende en politieke opdracht
2.5.1. VOORBEELDEN
o Sociaaleconomisch: werkgeversorganisaties vakbonden bv. ACV
o Sociaal cultureel
Vormingsinstelling: JO-IN (jongerenbegeleiding informant) koepelwerking
voor jeugdhulp die inzet op kennisuitwisseling (netwerkorganisatie o.b.v.
lidmaatschap)
Doelgroepenorganisaties:
jeugdverenigingen bv. KSA
verenigingen waar armen aan het woord nemen bv. A’Kzie Kortrijk
jeugdwelzijnswerk bv. Habbekrats
organisatie voor kinderen met beperking
thema-organisaties: kinderkankerfonds
o Gezondheid en welzijn
organisaties in jeugdhulp
ziekenfondsen
o Onderwijs: aanbieders en organisaties van stakeholders
o Belangenvertegenwoordiging: Vlaamse jeugdraad
2.5.2. KRACHT VAN MIDDENVELD
o Gekenmerkt door zorg en vertrouwen
o Ze organiseren zich rond een maatschappelijk doel gelinkt aan 1 of meerdere
maatschappelijke vraagstukken
o Grotendeels werken deze organisaties binnen een kader dat de overheid vorm
heeft
decreet integrale jeugdhulp
Jeugddecreet
o Organisatie zijn afhankelijk van overheidssubsidies maar hebben een grote
expertise en capaciteit die de overheid niet heeft + overheid in een vitale
democratie zet dus in op dialoog en samenwerking
o Mobiliseren, engageren, ondersteunen, verenigen, emanciperen, co-creëren met
en voor burgers
Bv. opzetten van burgerbewegingen
2.6. BELEIDSMAKERS
o Directie, teamcoördinatoren, beleidsmedewerkers, kwaliteitscoördinatoren binnen
een organisatie
o Overheidsinstanties zoals VAPH, Opgroeien, GV (= gemandateerde voorziening)
o Bunnen lokaal bestuur
Burgemeester
Schepenen
Gemeenteraadsleden
Gemeentelijke diensten
o VL overheid
Ministers
6
, VL parlement
2.6.1. BE FEDERALE NIVEAU
o Regering De Wever 2025-2029
o Bevoegdheden
Justitie
Volksgezondheid
Sociale zekerheid
Arbeidsreglementen
Opvang voor asielzoekers Fedasil
+ federaal parlement = senaat en de kamer
2.6.2. VL NIVEAU
o VL overheid bevoegd voor 8 beleidsdomeinen
Kanselarij, bestuur, buitenlandse zaken en justitie
Financiën en begroting
Werk, economie, wetenschap, innovatie, landbouw en sociale economie
Onderwijs en vorming
Welzijn, volksgezondheid en gezin
Cultuur, jeugd, sport en media
Mobiliteit en openbare werken
Omgeving
o Na elke staatshervorming zijn bevoegdheden door VL overheid uitgebreid VL
parlement veel beslissingen nemen die in aanraking komen met kinderen
/jongeren
o Beleidsdomeinen kunnen een aanleiding geven tot verkokering van beleid
o Transversale thema’s?
o Elk beleidsdomein heeft eigen organogram met onderliggende gelijkenissen
Beleidsraad
Strategische adviesraad: vertegenwoordigers van maatschappelijk
middenveld bv. VL onderwijsraad
Departement: administratie waar ambtenaren beleidsondersteunend werk
doen + uitvoering van jeugd- en kinderrechtenbeleid bv. jeugd
departement cultuur, jeugd en media
o IVA = intern verzelfstandigd agentschap
Werken rechtstreeks onder gezag van minister
Taken en verantwoordelijkheden staan in een beheersovereenkomst
Bv. agentschap Opgroeien en VAPH
o VL parlement
Wetgevende macht van de VL gemeenschap en VL gewest
Legislatuur van 5 jaar
Plenaire vergadering van alle 124 VL volksvertegenwoordigers opgedeeld
in fracties
Voorzitter vertegenwoordigt het VL parlement
3 taken
Goedkeuren decreten
Benoemen en controleren van VL regering
Goedkeuring begroting
7
, Parlementaire commissie = groep volksvertegenwoordigers die
gespecialiseerd zijn in specifiek onderwerp bv. commissie voor cultuur,
onderwijs, welzijn
Commissievergaderingen worden vragen, resoluties (=tekst met
aanbevelingen gericht naar regering), interpellaties (= vraag om
toelichting) en decreten behandeld vergaderingen zijn openbaar
o Weg van idee tot beleid
Basis van elk decreet motivatie voor beleidsverandering
Bronnen voor motivatie zijn verschillend
Ministers, maatschappelijk middenveld, wetenschappelijk onderzoek
OF maatschappelijke verandering, problemen in regelgeving, media
Via steunpunten, belangenorganisatie, formele of informele beleidmakers
idee vorm krijgen in beleid
Beeldvorming, acties, betogingen, lobbywerk, beleidsnota’s belangrijke
rol
Impact op uiteindelijke rol van beleid
Bv. de Ambrassade en Betonne Jeugd
2.6.3. LOKAAL NIVEAU
o Lokaal = stedelijk / gemeentelijk
o VL
300 gemeenten
13 centrumsteden
o Lokale besturen staan dichtbij burger meest herkenbare bestuursniveau +
dichtst bij leefwereld
o Focus van lokaal bestuur = welzijn van burger in brede zin
o Lokale verkiezingen om 6 jaar = meerjarige strategische beleidsplan
o College van burgemeester en schepenen – gemeenteraad: lokale politici
o Gemeentelijke administratie
o Er zijn gelijkenissen en grote verschillen in aanpak van lokale besturen
o Regels zijn vastgelegd in decreet lokaal bestuur (2019)
Wie: OCMW en gemeente
Beleidsdomein jeugdbeleid, sport en vrije tijd, onderwijs, sociale
zaken en welzijn
Lokaal sociaal beleid: via decreet stimuleert VL overheid lokale
besturen om regierol op te nemen erkenning om rol op te nemen
in welzijns, - gezondheids, en gezinsbeleid sociaal huis
VVSG = vereniging van VL steden en gemeenten
o Verschillende rollen van een lokale overheid
Dienstverlener
Regisseur
Facilitator
o Meerwaarde van lokaal bestuur
Garantie voor meer vrijheid
Democratie = burgernabij
Efficiëntie: coördinatie van dienstverlening en kennis van lokale noden en
behoeften
2.6.4. ORGANISATIENIVEAU
o Verschillen in
8
, Structuur organogram
Grootte
Opdrachten
Missie en visie
Ontstaansgeschiedenis
Middenveld? Overheid?
o Invloed op beleid formeel en informeel
o Participatie op 2 niveaus
Micro: eigen traject van jongere eigenaarschap
Meso: meedenken, doen en beslissen over beleid van organisatie
3. PARTICIPATIESCHIJF
o Waarom vormgeven aan een participatieproces met kinderen en jongeren?
Betrokkenheid, aansluiten in leefwereld (bv. stemmen)
3.1. DOEL VAN PARTICIPATIE
o Onderliggende geloof
Democratisch beginsel
Als volwassene? Hoeveel inspraak heeft je
Bescherming van minderheden
Sociaal contract overheid en ik hebben contract, als je niet
akkoord bent moet je in opstand komen
Overleg en discussie
Persoonlijke overtuiging welke overtuiging heb ik? Dit beïnvloedt me !
Individualisme
Solidariteit
o Juridisch
Artikel 12 van IVRK
Lokale overheden verplicht om inspraak te voorzien
Decreet rechtspositie minderjarige (GI)
Jeugdraad
o Sociaal-pedagogisch
Kindbeelden (= hoe je kind ziet bv. vroeger meedraaien als volwassene, nu
is kind die mag spelen)
Kind als lerende proces (kind leert dingen aan)
Kind als actor (volwaardig deelneemt aan samenleving)
emancipatorisch instrument
3.1.1. WIJZE VAN PARTICIPATIE
9
, o = participatiemodel dat weergeeft hoe participatie vorm kan krijgen en
bruikbaarheid voor praktijk
o 1969, participatieladder van Arnstein: debat rond burgerparticipatie, mate van
participatie hangt af van macht van burger
Non-participatie / nep-participatie / burgermacht
Modellen:
1. Participatieladder van Hart
Instrument om kritisch te analyseren of er sprake is van non-
participatie en/of hulpmiddel om kritisch
te reflecteren over eigen initiatieven in je
organisatie of dienst
1992, focus op jongerenparticipatie
non-participaties en gradaties van reële
participatie
Meest invloedrijke modellen
Kritiek: ordening en visualisatie op basis
van een ladder wekt het idee van
hiërarchie op maar er is geen!
De ladder
Nr1/manipulatie: geen vorm van participatie
gemanipuleerd worden om iets te denken of doen bv.
manosfeer
Nr2/decoratie: geen vorm van participatie
Nr3/schijnparticipatie: geen vorm van participatie
bevraging doen, maar doen er niks mee
Nr4/toegewezen maar geïnformeerd: je wordt geïnformeerd
maar geen inspraak
Nr5/geconsulteerd maar geïnformeerd: worden gehoord en
krijgen info maar gaat niet heel ver
Nr6/geïnitieerd door volwassenen, gedeeld besluitvorming
met jeugd: volwassenen hebben het gestart en jongeren
mogen meebeslissen
Nr7/actie geïnitieerd en geleid door jeugd: jongeren mogen
zelf een stukje beslissen/organiseren bv. zelf
voetbalwedstrijd organiseren
Nr8/geïnitieerd door jeugd en gedeelde besluitvorming met
volwassenen: ander beleid bv. klimaatspijbelaars
2.Participatiemodel van Shier (2001)
5 niveaus van participatie
kinderen worden beluisterd informeren bij hen maar geen
garantie dat hier iets wordt meegedaan
kinderen worden gestimuleerd om hun visie uit te drukken
raadplegen
Hun visie wordt ernstig genomen adviseren (actieve
betrokkenheid)
kinderen zijn betrokken in het besluitvormingsproces co-
creatie (medezeggenschap)
k kinderen dn delen de macht en de verantwoordelijkheid bij
beslissingen zelf beslissen
3 stadia van betrokkenheid
10