Samenvatting voor studie
1. Wat is bodemerosie?
Bodemerosie is het losmaken en verplaatsen van bodemdeeltjes door externe krachten zoals
water, wind, bodembewerking, of het rooien van gewassen (suikerbiet/aardappelen).
Erosie door water: los sediment komt terecht in bebouwd gebied of waterlopen.
2. Vormen van erosie
2.1 Intergeulerosie
= fijnlagige / diffuse erosie
• Inslaande regendruppels maken bodemdeeltjes los
• Laagsgewijze run-off (water loopt over heel het oppervlak)
• Onopvallend → moeilijk te zien
2.2 Geulerosie
= geconcentreerd run-off water schuurt kleine kanaaltjes (geulen) uit
• Kanalen of geulen zijn wegwerkbaar door bv. ploegen
2.3 Ravijnerosie
= doorgedreven geulerosie → vorming van ravijnen (tot enkele meters diep)
• Ravijn op akkers: concentratie van afstromend water via droge vallei, ploegvoor of
tractorspoor
• Bermravijnen: afstromend water kruist een berm of talud → pijperosie door gravers
Terminologie:
• Sediment: losgemaakt bodemmateriaal
• Colluvium: sediment afgezet onderaan een helling
• Alluvium: sediment afgezet in of langs een waterloop
1
, 2.4 Schematisch overzicht
Schematisch overzicht van erosievormen:
A = oppervlakkige afvoer
B = intergeulerosie
C = geulerosie
D = colluvium,
E = ravijn op akker
F = berm
G = pijpingang
H = pijpuitgang
I = bermravijn
3. Beïnvloedende factoren
Erosie treedt op wanneer: regeninslag + run-off > bodemweerstand
Neerslagerosiviteit
• Neerslaghoeveelheid (liter)
• Neerslagintensiteit (l/min)
📌 Hoogst in de zomer, maar bodembedekking is dan ook het hoogst → beschermt de bodem!
Reliëf
• Hellingsgraad (steilheid)
• Hellingslengte
• Plaatsen waar water zich concentreert
BODEMerodibiliteit
• Leem of zandleem zijn het meest gevoelig
• Slechtere bodemstructuur ↔ verslemping
• Infiltratiecapaciteit en kwaliteit van de kruimelstructuur
2