AGOGISCHE METHODEN
1e bachelor – sociaal werk – Layla De Moor
1
, Hoofdstuk 1: Welke woorden gebruiken sociaal werkers?
Thesaurus (begrippenlijst)
De woordenlijst bevat zowel klassieke als moderne termen uit social casework, aangevuld met
begrippen uit het systemisch, contextueel, sociologisch, psychologisch en ethisch kader. De
selectie is niet absoluut maar tijdsgebonden en deels arbitrair.
Omdat veel begrippen vanuit verschillende perspectieven te definiëren zijn, blijft elke definitie
een vereenvoudiging van een complex concept.
Begrip Uitleg
Aanklampende Een actieve hulpverleningsmethode waarbij de maatschappelijk
hulpverlening werker zelf contact zoekt en blijft zoeken met een cliënt die niet uit
eigen beweging hulp vraagt, maar die die hulp wel nodig heeft.
Aanmelding Het eerste contact tussen hulpvrager en organisatie, waarbij
basisinformatie wordt uitgewisseld om te bepalen of de hulpvrager op
de juiste plek is.
Aanmeldingsformulier Een formulier waarin de eerste gegevens over de hulpvraag, het
probleem en de wijze van aanmelding worden geregistreerd.
Aanvaarding Een basishouding van respect en onvoorwaardelijke positieve
waardering tegenover de cliënt, ongeacht achtergrond of gedrag. De
persoon wordt aanvaard, maar dat betekent niet dat elk gedrag wordt
goedgekeurd. Aanvaarding kent ook grenzen.
Actief luisteren Het horen van verbale, non-verbale en paralinguïstische signalen en
hier actief op reageren als totale communicatie.
Advies Een weloverwogen en onderbouwd voorstel van de maatschappelijk
werker om de cliënt tot actie aan te zetten.
Advocating Als een advocaat een voorstel krachtig bepleiten en de cliënt wijzen
op de gevolgen bij afwijzing.
Agogiek Wetenschap die doelgerichte veranderingsprocessen bij mensen
bestudeert op individueel en maatschappelijk vlak.
Agoog Een deskundige in veranderingsprocessen.
Analyse Systematische verdieping van de hulpvraag en eerste
(probleemanalyse) probleemformulering uit de intake.
Anamnese Gedetailleerde verkenning van de ontstaansgeschiedenis van de
klacht volgens een vaste werkwijze.
Arbitrage Conflict oplossen via een derde partij die een bindende uitspraak doet
na een impasse.
Assessment Brede inschatting van vragen, behoeften en netwerk vóór het
opstellen van een hulpplan.
Assuming the worst Reflectietechniek waarbij men uitgaat van een doemscenario om
weerstand te verminderen en motivatie te vergroten.
Attributie Manier waarop iemand een situatie verklaart (intern = bij zichzelf,
extern = bij externe factoren).
Bavardage (korte babbel) Informele small talk om de gesprekssfeer te bevorderen.
Beantwooder Onlinehulpverlener
Begeleiding Interactief proces tussen hulpverlener en cliënt met een
ondersteunend of veranderingsgericht doel.
Belangenbehartiging Activiteiten om instituties te beïnvloeden en cliënten te verdedigen.
Bemiddelen Als neutrale derde partijen helpen een overeenkomst te bereiken of
toegang tot diensten vergemakkelijken.
Bemoeizorg Actieve, vasthoudende hulpverlening, ook wanneer de cliënt geen
hulp wenst.
Case / casus Beschrijving van een concrete hulpverleningssituatie met reflectie.
Case-based reasoning Leren door een actuele casus te vergelijken met andere casussen.
Casecoördinatie Het organiseren, opvolgen en evalueren van een samenhangend
hulpaanbod.
Caseload Het aantal en de complexiteit van cliënten per hulpverlener.
2
,Casemanagement Het organiseren en coördineren van een geïntegreerd hulppakket rond
een cliënt.
Casemanager De hulpverlener die verantwoordelijk is voor het volledige
casemanagement.
Casuïstiek Studie van concrete, vaak complexe gevallen.
Casusauteur De schrijver of verteller van een casus.
Casusforum Groep collega’s die een casus bespreken om ervan te leren.
Circulair bevragen Techniek waarbij gezinsleden reflecteren op elkaars gedrag en
reacties.
Cliënt Persoon die gebruikmaakt van hulpverlening.
Cliëntsysteem De cliënt en zijn directe omgeving en hun onderlinge beïnvloeding.
Cognitief herschikken Ervaringen vanuit een ander perspectief bekijken om nieuw inzicht te
krijgen.
Collateralen Personen of instanties uit de omgeving van de cliënt.
Competentie Geheel van kennis, vaardigheden en attitudes om een functie of rol te
vervullen.
Concreetheid Een vaardigheid waarbij de maatschappelijk werker de zelfexploratie
van de cliënt stimuleert door in duidelijke, concrete en operationele
termen te spreken.
Concrete dienstverlening Materiële en administratieve hulp om de bestaansvoorwaarden van de
cliënt te verbeteren.
Confronteren Het respectvol benoemen van tegenstrijdigheden, verdraaiingen of
inconsequenties om de cliënt aan te zetten tot reflectie en/of actie.
Coping/copingstijlen Vaste gedragspatronen die mensen of systemen ontwikkelen om met
moeilijke situaties om te gaan en evenwicht te bewaren.
Counselen Een ingrijpende probleemsituatie, vaak door verlies of verandering,
waarbij de gebruikelijke coping en reflectie niet meer werken, wat
leidt tot sterke emoties, spanning, verwarring en controleverlies.
Crisis Een acute, onverwachte ontregeling waarbij iemand tijdelijk zijn
gebruikelijke copingvaardigheden verliest, met sterke emotionele
spanning, controleverlies en nood aan snelle steun.
Crisisbegeleiding Kortdurende en intensieve hulp die onmiddellijk wordt ingezet om
veiligheid te herstellen, emoties te reguleren en de situatie te
stabiliseren.
Crisisopvang Tijdelijke, onmiddellijke opvang op een veilige plaats wanneer de
thuissituatie onveilig of onmogelijk is.
Crisistherapie Kortdurende, gerichte therapie die naast stabilisatie ook
betekenisgeving, inzicht in patronen en nieuwe copingstrategieën
bevordert om herhaling te voorkomen
Diagnose Het ordenen en inschatten van onderzoeksgegevens om de
samenhang tussen probleemaspecten te begrijpen en een
handelingsplan op te stellen (beschrijvend of verklarend).
Dialogische diagnose Een wederzijds communicatieproces met het cliëntsysteem en andere
betrokkenen om samen betekenis te geven aan de problematiek.
Debriefing Een korte interventie na een crisis om emoties te ventileren, het
incident te bespreken en verwerking te starten.
Discretionaire ruimte De vrije professionele handelingsruimte van de sociaal werker, niet
volledig bepaald door regels of protocollen.
Disciplinering Ingrijpen in het leven van burgers vanuit een controlerende opdracht.
Dossier Het geheel van verslagen, rapporten en documenten over een cliënt.
Draagkracht De lichamelijke, psychische en sociale mogelijkheden van een cliënt
om met belasting om te gaan.
Draaglast De eisen, verwachtingen en druk vanuit de omgeving die op de cliënt
wegen
Draagkracht – Diagnostisch schema dat de verhouding tussen belasting en
draaglastbalans mogelijkheden in kaart brengt.
Echtheid Authentieke, oprechte houding van de maatschappelijk werker in het
contact met de cliënt.
3
, Eclectisch handelen Het combineren van elementen uit verschillende referentiekaders in
de hulpverlening.
Ecogram Grafische weergave van het netwerk en de omgevingsrelaties van een
cliënt.
EDDA-model Spiraalvormig en iteratief procesmodel voor systematisch werken.
EDDA-checklist Overzicht van bevragingsinhouden als hulpmiddel voor systematische
aanpak.
Emancipatorisch Gericht op gelijke rechten en het wegwerken van maatschappelijke
achterstelling.
Emanciperen Het versterken van de zelfwerkzaamheid en autonomie van de cliënt.
Empathie Zich inleven in de situatie en beleving van de cliënt.
Empowerment Een paradigma dat gericht is op het versterken van kracht, controle
en participatie van cliënten.
Ervaringsdeskundige Iemand die vanuit eigen ervaring met een problematiek anderen
ondersteunt.
Ethiek Filosofische reflectie op normen en waarden die richting geven aan
handelen.
Ethische dilemma Een moeilijke keuze tussen twee handelingsmogelijkheden die allebei
negatieve gevolgen hebben door een conflict van waarden of plichten.
Ethische stappenplan Een systematische methode om ethische vraagstukken te analyseren
en doordachte beslissingen te nemen.
EVA-model Procesmodel met explorerende, verdiepende en actiegerichte
interventies.
Evidence baseed practice Hulpverleningspraktijken waarvan empirisch is aangetoond dat ze
effectief zijn.
Exploreren Het systematisch verkennen en verzamelen van informatie door
kijken, luisteren en bevragen.
Feedback Het terugkoppelen van indrukken, ervaringen of evaluaties aan
cliënten of binnen organisaties.
Forensisch Hulpverlening binnen justitieel kader, vaak normatief en soms
maatschappelijk werk dwingend.
Gedwongen hulpverlening Hulp opgelegd via een juridische maatregel, met mogelijke sancties
bij weigering.
Geïdentificeerde cliënt Het gezins- of systeemlid dat als “probleemdrager” wordt aangeduid
en zo het systeem mee stabiliseert.
Generalistisch Breed en vanuit verschillende invalshoeken naar sociale situaties
kijken.
Genogram Grafische weergave van het generationele netwerk van een cliënt.
Gift of love of ‘een Kleine ondersteunende attentie om vertrouwen te versterken.
hartelijk gebaar’
Good practice Praktijkvoorbeeld van een interventie met aantoonbaar positief effect.
Handelingsplan Overeenkomst waarin doelen en werkwijze van de hulpverlening
worden vastgelegd.
Harm reduction Schadebeperking zonder het probleem volledig weg te nemen.
Helpen Algemene menselijke activiteit om basisbehoeften te ondersteunen.
Hercontextualiseren Problemen in een andere context plaatsen om nieuw inzicht te
creëren.
Huisbezoek De cliënt opzoeken in de eigen leefomgeving als hulpmiddel in de
hulpverlening.
Huiswerkopdrachten Taken voor de cliënt tussen gesprekken in.
Hulpmiddelen Technische en personele middelen die het hulpverleningsproces
ondersteunen.
Hulpverlenend proces Logisch geordende stappen van aanmelding tot afronding van de hulp.
Hulpvrager Persoon die een hulpvraag heeft en zich aanmeldt.
Hulpvormen Verschillende manieren van hulp bieden, zoals informeren, adviseren
of bemiddelen.
Hypothesen Nog te toetsen verklaringen voor een probleem of verbanden.
Incidentbeschrijving Zakelijke en duidelijke beschrijving van een concrete gebeurtenis.
Indicatiestelling Onderbouwde beslissing over welke hulp het meest aangewezen is.
4