Prof. Dr. Peter Vandenberghe
Indeling vd cursus ‘klinische hematologie
Het hematopoëtische stelsel en zijn onderzoek
1 Bloed en hematopoëse
A. Perifeer bloed
a. Rode bloedcellen
b. Bloedplaatjes
c. Witte bloedcellen
B. Beenmerg
C. Lymfoïde organen/lymfeklieren
,A Perifeer bloed:
RODE BLOEDCELLEN (ERYTROCYTEN):
➢ Normoblast/erytroblast:
o Bevinden zich in het beenmerg (zo aanwezig in perifeer bloed denken aan
pathologie!)
o Deze cellen hebben een piknotische kern met een basofiel cytoplasma
➢ Reticulocyt:
o Door uitstoting van de kern ontstaat de reticulocyt (= jongste RBC) die in het perifeer
bloed terechtkomt.
o Kleine fractie in nl. perifeer bloed
o Deze bevat wel nog RNA omdat de kern er pas net is uitgestoten (blauw, fijn,
reticulair patroon)
o Groter dan een nl. RBC
➢ Erytrocyt:
o Bevinden zich in het perifere bloed, beenmerg
o Geen kern, dus eigenlijk geen cel
Opm. hemoglobine:
➔ Bouw: tetrameer (2 + 2 identieke eiwitten = globines), elk globine bevat een heemkern (dus
totaal 4 heemkernen)
o Heemkern bestaat uit protoporfyrine + Fe2+ (dat zuurstof kan binden)
➔ De 3 belangrijke bouwstenen voor Hb zijn: heem (protoporfyrine + Fe) + globulines (cf.
thalassemie)
➔ Soorten hemoglobine (afh. van de samenstellende globineketens):
,WITTE BLOEDCELLEN (LEUKOCYTEN):
Er zijn 3 types WBC in perifeer bloed: granulocyten, lymfocyten en monocyten
Granulocyten:
Korrelig cytoplasma (neutrofiele, eosinofiele, basofiele korrels), groter dan RBC
Functie in het aangeboren immuunsysteem
➢ Neutrofiel:
o Kwantitatief de grootste groep in perifere bloed
o Korte verblijfsduur (dus het stabiele aantal impliceert dus dat voortdurent grote #
worden aangemaakt in BM door granulopoëse)
o Multi-gesegmenteerde kern
➢ Eosinofiel
o Minder vertegenwoordigd, langere verblijfsduur
o Belangrijk tegen wormen, parasieten & bij allergie
➢ Basofiel:
o Nog minder vertegenwoordigd, langere verblijfsduur
o Basofiele korrels die de kern maskeren
o Mestcel voorloper
Lymfocyten:
Spelen belangrijke rol in de verworven immuniteit (verworven immunologisch geheugen, ze blijven
jarenlang en levenslang leven, anders is er geen antigeenspecifiek immunologisch verworven
geheugen)
Dense, ronde kern en duns randje cytoplasma.
Opbouw van immunologische antwoorden van T- of B-lymfocyten vindt plaats in perifere lymfoïde
organen (LK & milt).
2de grootste groep WBC
➢ T-lymfocyten
, o Celgemedieerde immuniteit
➢ B-lymfocyten
o Productie antistoffen
➢ Natural-killer cellen
o Bescherming tegen kanker & virussen
Monocyten:
➢ Relatief groot en kort in het perifere bloed
➢ Kleine fractie
➢ Eerstelijnsimmuniteit tegen bacteriën en fungi
➢ Verlaten snel het perifere bloed naar de perifere weefsels waar ze lang kunnen overleven. Hier
spelen ze de rol van professionele fagocyten (macrofagen). Ze kunnen zich ook ontwikkelen
tot cellen met gespecialiseerde functies: mesangiale cellen (nier), microglia (hersens),
alveolaire macrofagen (long), Küpffercellen (lever), dendritische cellen (antigenpresentatie)
BLOEDPLAATJES (TROMBOCYTEN):
➢ Belangrijk voor de primaire hemostase (bloedplaatjesplugvorming)
➢ Kleinste elementen
➢ Basofiel, granulair cytoplasma, geen kern