Didactiek en methodiek v/d
basisvaardigheden:
1 Opbouw v/e activiteit ‘vaardigheden’:
Een bewegingsactiviteit bestaat uit:
Opwarming
Kern/midden
Slot
Opwarming:
Fantasie of thema verwerken
Fysiologische aanwakkering
Voldoende intensief
Ruimte verkennen
Kern/midden:
Subfase 1: experimenteren: (soms)
- Kleuters ontdekken materiaal en ruimte
- Vrij bewegingsspel
- Leerkracht observeert interesses, creativiteit en geoefendheid
Subfase 2: gestuurde opdrachten:
- Leerkracht geeft gerichte opdrachten
- Opdrachten sluiten aan bij niveau en leefwereld v/d kleuters
Slot:
Rustige afsluiter
Eventueel terugblik o/d activiteit
Evaluatievragen:
- Hebben ze zich geamuseerd?
- Hebben ze iets bijgeleerd?
- Hebben ze zich ingespannen?
We werken voor een activiteit rond ‘vaardigheden’ met de volgende
organisatievormen tijdens een bewegingsactiviteit:
Bewegingsomloop
Bewegingshoeken
Vaardigheden met klein materiaal
Vrije opstelling met groot materiaal
Bewegingsverhaal
=> afhankelijk v/d gekozen organisatievormen zijn er andere accenten
Leerdoel: weten hoe je een activiteit vaardigheden (bewegingsverhaal, bewegingsomloop,
bewegingshoeken, …) opbouwt
2 Begeleidingsstijl:
Leerdoel: de 3 begeleidingsstijlen kunnen beschrijven en illustreren met een voorbeeld
1
, 2.1 Kindgestuurd: vrij:
Initiatief ligt bij de kleuters
Veel vrijheid
Vrij experimenteren
Leerkracht observeert vooral
Bv: kleuters ontdekken zelf wat ze met een hoepel kunnen doen
2.2 Gedeeld:
Initiatief ligt bij leerkracht en kleuters
Leerkracht en kinderen zijn actief
Creativiteit van kleuters staat centraal
Meerdere antwoorden mogelijk
Bv: wat kan je allemaal doen met een hoepel?
Bv: op welk lichaamsdeel kan je de pittenzak dragen?
2.3 Leerkrachtgestuurd: gestuurd:
Initiatief ligt bij de leerkracht
Duidelijke opdracht
Opdracht moet precies uitgevoerd worden
Bv: je gooit de pittenzak over de bank, je klimt tot het rode lintje
3 De opdrachten:
Bij het geven v/d opdrachten moeten we oog hebben voor:
Het geobserveerde:
- Wat boeit de kleuters?
- Wat hebben ze ontdekt?
- Wat is hun niveau?
Goede formulering v/d opdracht: hou het kort en krachtig
Integratie v/d vooropgestelde doelen
Leerdoel: de aandachtspunten bij het voorbereiden en het formuleren v/d opdrachten
kennen
2
basisvaardigheden:
1 Opbouw v/e activiteit ‘vaardigheden’:
Een bewegingsactiviteit bestaat uit:
Opwarming
Kern/midden
Slot
Opwarming:
Fantasie of thema verwerken
Fysiologische aanwakkering
Voldoende intensief
Ruimte verkennen
Kern/midden:
Subfase 1: experimenteren: (soms)
- Kleuters ontdekken materiaal en ruimte
- Vrij bewegingsspel
- Leerkracht observeert interesses, creativiteit en geoefendheid
Subfase 2: gestuurde opdrachten:
- Leerkracht geeft gerichte opdrachten
- Opdrachten sluiten aan bij niveau en leefwereld v/d kleuters
Slot:
Rustige afsluiter
Eventueel terugblik o/d activiteit
Evaluatievragen:
- Hebben ze zich geamuseerd?
- Hebben ze iets bijgeleerd?
- Hebben ze zich ingespannen?
We werken voor een activiteit rond ‘vaardigheden’ met de volgende
organisatievormen tijdens een bewegingsactiviteit:
Bewegingsomloop
Bewegingshoeken
Vaardigheden met klein materiaal
Vrije opstelling met groot materiaal
Bewegingsverhaal
=> afhankelijk v/d gekozen organisatievormen zijn er andere accenten
Leerdoel: weten hoe je een activiteit vaardigheden (bewegingsverhaal, bewegingsomloop,
bewegingshoeken, …) opbouwt
2 Begeleidingsstijl:
Leerdoel: de 3 begeleidingsstijlen kunnen beschrijven en illustreren met een voorbeeld
1
, 2.1 Kindgestuurd: vrij:
Initiatief ligt bij de kleuters
Veel vrijheid
Vrij experimenteren
Leerkracht observeert vooral
Bv: kleuters ontdekken zelf wat ze met een hoepel kunnen doen
2.2 Gedeeld:
Initiatief ligt bij leerkracht en kleuters
Leerkracht en kinderen zijn actief
Creativiteit van kleuters staat centraal
Meerdere antwoorden mogelijk
Bv: wat kan je allemaal doen met een hoepel?
Bv: op welk lichaamsdeel kan je de pittenzak dragen?
2.3 Leerkrachtgestuurd: gestuurd:
Initiatief ligt bij de leerkracht
Duidelijke opdracht
Opdracht moet precies uitgevoerd worden
Bv: je gooit de pittenzak over de bank, je klimt tot het rode lintje
3 De opdrachten:
Bij het geven v/d opdrachten moeten we oog hebben voor:
Het geobserveerde:
- Wat boeit de kleuters?
- Wat hebben ze ontdekt?
- Wat is hun niveau?
Goede formulering v/d opdracht: hou het kort en krachtig
Integratie v/d vooropgestelde doelen
Leerdoel: de aandachtspunten bij het voorbereiden en het formuleren v/d opdrachten
kennen
2