Hoofdstuk 8: Transcriptieregeling bij
prokaryoten
1. Wat beïnvloedt de transcriptie intensiteit?
Promotorsterkte:
De promotor is de startplaats waar het RNA-polymerase naartoe
gebracht moet worden door een s-factor. Die s-factor herkent de
promotor en zal het RNA-polymerase recruteren naar deze plek
zodat het hier gaat starten met transcriptie. De algemene s-factor
70 is degene die voor de meeste genen van prokaryoten in staat
voor herkenning van die promotoren. Maar als de promotorsequentie
ietsje anders is gaat die s die niet goed herkennen en er dus niet
goed aan binden. Als de sequentie helemaal zoals normaal is, is dat
een sterke promotor en bindt de s-factor er heel goed mee.
Sigmafactoren:
Deze gaan andere promotoren herkennen.
o Je hebt de s32 die een 17 tal genen controleert die belangrijk
zijn bij een hitte schock. Bij die warmte gaan eiwitten
denatureren, na de hitte moeten die eiwitten terug in de juiste
vorm komen en dat doen de heat shock proteins. Het s32
herkent dus de promotoren van die heat shock proteins en
brengt de eiwitten dan tot expressie.
o Je hebt de s54 die belangrijk is bij problemen met de stikstof.
Als er een tekort is aan NH3 kunnen sommige bacteriën N uit
de lucht halen (in plaats van uit dat NH3). Dan gaat het s54
genen tot expressie brengen voor enzymen die dat kunnen.
o Je hebt de sfl die zorgt voor de beweeglijkheid van bacteriën.
Als er een tekort is aan voeding en er is een chemische
gradiënt naar voedingsrijkere plaatsen dan kunnen de
bacteriën flagella eiwitten tot expressie brengen en bewegen
naar de voeding toe.
o Je hebt ook nog de s-factoren van bacteriofagen. Als een faag
een bacterie infecteert, doorloopt hij een cyclus die uit
verschillende fasen bestaat. In elke fase worden specifieke
genen tot expressie gebracht die coderen voor eiwitten nodig
voor die stap in de cyclus.
Aan het begin van de infectie worden de early genes
getranscribeerd. Deze staan onder controle van een early
46
prokaryoten
1. Wat beïnvloedt de transcriptie intensiteit?
Promotorsterkte:
De promotor is de startplaats waar het RNA-polymerase naartoe
gebracht moet worden door een s-factor. Die s-factor herkent de
promotor en zal het RNA-polymerase recruteren naar deze plek
zodat het hier gaat starten met transcriptie. De algemene s-factor
70 is degene die voor de meeste genen van prokaryoten in staat
voor herkenning van die promotoren. Maar als de promotorsequentie
ietsje anders is gaat die s die niet goed herkennen en er dus niet
goed aan binden. Als de sequentie helemaal zoals normaal is, is dat
een sterke promotor en bindt de s-factor er heel goed mee.
Sigmafactoren:
Deze gaan andere promotoren herkennen.
o Je hebt de s32 die een 17 tal genen controleert die belangrijk
zijn bij een hitte schock. Bij die warmte gaan eiwitten
denatureren, na de hitte moeten die eiwitten terug in de juiste
vorm komen en dat doen de heat shock proteins. Het s32
herkent dus de promotoren van die heat shock proteins en
brengt de eiwitten dan tot expressie.
o Je hebt de s54 die belangrijk is bij problemen met de stikstof.
Als er een tekort is aan NH3 kunnen sommige bacteriën N uit
de lucht halen (in plaats van uit dat NH3). Dan gaat het s54
genen tot expressie brengen voor enzymen die dat kunnen.
o Je hebt de sfl die zorgt voor de beweeglijkheid van bacteriën.
Als er een tekort is aan voeding en er is een chemische
gradiënt naar voedingsrijkere plaatsen dan kunnen de
bacteriën flagella eiwitten tot expressie brengen en bewegen
naar de voeding toe.
o Je hebt ook nog de s-factoren van bacteriofagen. Als een faag
een bacterie infecteert, doorloopt hij een cyclus die uit
verschillende fasen bestaat. In elke fase worden specifieke
genen tot expressie gebracht die coderen voor eiwitten nodig
voor die stap in de cyclus.
Aan het begin van de infectie worden de early genes
getranscribeerd. Deze staan onder controle van een early
46