Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Studiemateriaal Basis van Onderzoek | Dataverzameling | HoWest | 2025/26

Note
-
Vendu
-
Pages
25
Publié le
17-07-2026
Écrit en
2025/2026

Studiemateriaal voor het vak Basis van Onderzoek aan Hogeschool West-Vlaanderen, gericht op Sociale Readaptatiewetenschappen. Het document behandelt centrale thema's zoals operationaliseren van concepten, variabelen en meetniveaus (nominaal, ordinaal, interval, ratio), alsmede alle vijf dataverzamelingsmethoden (vragenlijst, observatie, interview, focusgroep, desk research). Daarnaast worden significantietoetsen, hypothesetoetsen en Type 1 en Type 2 fouten uitgelegd. Dit materiaal is ideaal voor het begrijpen van onderzoeksmethodologie en voorbereiding op toetsen - alles is logisch opgebouwd met praktische voorbeelden.

Montrer plus Lire moins

Aperçu du contenu

1. DATAVERZAMELINGSMETHODEN

1.1. VERZAMELT DE ONDERZOEKER DE GEGEVENS OP DE JUISTE MANIER?


1.1.1. MEETBAAR MAKEN VAN KENMERKEN
- Eerst goed nadenken hoe we een bepaald kenmerken kunnen meten
- veel kenmerken in de menswetenschappen zijn niet rechtstreeks (empirisch)
waarneembaar, maar worden afgeleid uit het gedrag (bv: lengte)
o = empirische kenmerken
- Kenmerken die je moet afleiden uit gedrag bv: agressie of motivatie
o = operationaliseren = proces aan de hand waarvan we niet-empirische
eigenschappen meetbaar maken

1.1.1.1. OPERATIONALISEREN
= observeerbaar en meetbaar maken van abstracte, complexe begrippen (=
constructen) in concrete meetbare karakteristieken (= variabelen)
- Variabelen
o = observeerbare kenmerken die tussen mensen en tijdstippen kunnen
variëren
- Waarde die een variabele kan aannemen kan
o Kwantitatief zijn  cijfers
o Kwalitatief zijn  woorden, symbolen of tekeningen
- Hoe?
o Stap 1: Bepaal het begrip (concept) dat je wil onderzoeken, vb agressie
 Tip: Zoek een goeie omschrijving of definitie in een
(wetenschappelijk) woordenboek
o Stap 2: Zoek een manier om het meetbaar te maken
 Tip: Ga eerst na of het begrip subdimensies bevat aan de hand
waarvan het begrip kan verfijnd worden
o Stap 3: Bepaal concrete gedragsindicatoren waarmee de variabele zal
uitgedrukt worden
o Stap 4: Denk na over het soort gegevens dat de meting zal opleveren:
bepaalt de analyse
 Kwantitatieve data: denk na over het meetniveau van de cijfers die
het zal opleveren
 Kwalitatief onderzoek: denk na over de parameters waarop je je zult
baseren
 Vb. De grootte van de tekening, de manier waarop iemand
iets zegt…
- Zelf meetinstrument
opmaken  tabel




1

,- Bestaand meetinstrument gebruiken  bv: vragenlijsten
o Een vraag bij vragenlijst = item
o Gelijksoortige items vormen samen een = subschaal

1.1.1.2. MEETNIVEAUS
- Kwantitatieve variabelen monden uit in cijfers
- De mate waarin een cijfer ook een getalsmatige betekenis heeft (en je er
bewerkingen mee mag doen), verschilt volgens het meetniveau
- 4 verschillende meetniveaus
o Nominaal: cijfers duiden een categorie
aan
o Ordinaal: info over de rangorde
waarover dingen zich presenteren +
afstanden niet gelijkaardig
o Interval: gekozen nulpunt  tellen na
maar ook voor nulpunt bv: jaar, graden,
IQ
o Ratio: systeem waar cijfers worden
geplaatst + afstanden wel gelijk (2 is helft van 4)




1.2. DATAVERZAMELINGSMETHODEN

- Data = gegevens
o Kwantitatieve data = cijfers
o Kwalitatieve data = woorden, verhalen, tekeningen, betekenissen…
- 5 verschillende dataverzamelingsmethoden:
o Vragenlijst
o Observatie
o Interview
o Focusgroep




2

, o Desk research


1.2.1. VRAGENLIJST
- Ideaal om op een snelle manier kwantitatieve data te verzamelen
o Open vragen vermijden
 Reden: vraagt teveel inspanning van mensen, en levert daarom
doorgaans weinig kwaliteitsvolle antwoorden op
- Keuze tussen bestaande vragenlijsten versus een zelf opgestelde enquête
o Zelf enquête opstellen  niet makkelijk !



- Verschillen van elkaar inzake
o Soort vragen (3)
 Meerkeuzevragen
 Slechts 1 antwoord mogelijk
 Meerdere antwoorden mogelijk
 Schaalvragen
 4 tot 7 antwoordmogelijkheden
o Vermijden van neutrale middencategorie ( satisficing
= mensen zijn rap blij met hun antwoorden en gaan
niet in detail)  verplicht laten kiezen
 Niet rechtstreeks observeerbaar + moeilijk kwantificeerbaar
gedrag  Likertschalen gebruiken
 Reversed items = aandacht tijdens het invullen scherp
houden + betrouwnaarheid verhogen
 Demografische vragen
 Bv: geslacht, leeftijd, opleidingsniveau
 Is de start
 Doel = achtergrondkenmerken van je steekproef 
representatief?
 Handig zijn om in analyse de verschillen tussen groepen
mensen te onderzoeken
o Formulering van vragen en antwoorden
 Vragen en antwoorden moeten neutraal, concreet en specifiek zijn
 Neutraal: vermijd suggestieve vragen Vb: Vindt u ook niet
dat de directeur teveel macht heeft?
 Concreet: wees concreet inzake tijd, plaats, frequentie
o Vb: ‘onlangs’  ‘in de afgelopen week’ / ‘ergens’ 
‘overdag op uw werk’ / ‘vaak’  ‘3 keer per dag’
 Specifiek: vermijd vage woorden Vb: Hebt u wel eens contact
met uw buren?  Geef eventueel een voorbeeld of extra
toelichting
o Vb: ‘Met ‘contact’ bedoelen we op bezoek gaan bij
buren, buren thuis ontvangen, samen iets doen, een
praatje maken, dus meer dan alleen groeten
 5 valkuilen
 Vermijd overlappende antwoorden
o Antwoordopties elkaar uitsluiten
 Vermijd verwarrende formulering van antwoordopties
o Formulering van antwoord aansluit bij vraag




3

, o Vermijd dubbele vragen
o Vermijd dubbele ontkenningen
 Vermijd onlogische rangschikking van antwoordopties
o Maak de vraag logisch en niet nodeloos moeilijk
 Vermijd onvolledige antwoordopties
o Zorg dat de antwoordopties alle mogelijkheden
afdekken
 Vermijd overbodige vragen
o Maak gebruik van routing = volgorde van vragen
worden aangepast aan antwoorden
 Bv: ben je getrouwd : ja: hoelang / nee: ga
naar vraag 3



- Stappenplan onderzoek met vragenlijst
o Fase 1: Voorbereiding
 Definieer populatie, steekproefkader en steekproefgrootte! WANT:
kwantitatief onderzoek = je hebt veel respondenten nodig
 Kies je voor een bestaande vragenlijst of maak je zelf een enquête?
 Voordeel van bestaande vragenlijst: betrouwbaar + valide
o Betrouwbaar = herhaalbaarheid
o Valide = geldigheid
 Nadeel van een bestaande vragenlijst: zijn niet altijd
(helemaal) op maat
 Zelf maken
 Goed nadenken welke soort vragen
o Inhoudelijk  moeten motiveren
o Formulering
o Meetniveau van je antwoordschalen
 Vragenlijst op voorhand in een ministeekproef proefdraaien
 = piloteren
 Doel : check duur, begrip en eventuele feedback
o Fase 2: uitvoering
 Schriftelijk of mondeling
 Schriftelijk: kan makkelijk online (vb Google Forms, Microsoft
Forms)
 Mondeling: vooral interessant indien ook open vragen erbij
(mixed methods)
o Fase 3: verwerking
 Alle data komen in een Excel-bestand terecht = datamatrix
 Op basis daarvan kun je kwantitatieve data-analyse doen
 Vaak voorkomend probleem: non-respons
 = niet invullen van de vragenlijst en/of bepaalde vragen
openlaten*
o * = kun je vermijden door vragen te verplichten:
mensen kunnen dan niet verder gaan als een vraag
niet is ingevuld
 Hoe zoveel mogelijk mensen je (online) vragenlijst laten invullen?
 Timing: best op een werkdag tussen 6u-9u + geef duidelijke
deadline aan (en eventuele reminder)
 Beloning, vb via verloten




4

,  Geef duidelijk aan hoelang de vragenlijst zal duren (aantal
vragen + tijdsbalk)
- Voordelen
o Je krijgt op een snelle manier veel gegevens over een grote groep van
mensen
o Iedereen krijgt dezelfde vragen
- Nadelen
o Mensen kunnen zich op een vragenlijst anders of beter voordoen dan ze in
werkelijk zijn (indien ‘beter’, dan spreken we van ‘sociale wenselijkheid’)
Vb. Hoe vaak lieg je?  nooit – soms – altijd
o Mensen hebben soms de neiging om een vragenlijst snel en oppervlakkig in
te vullen (dit fenomeen noemen we ‘satisficing’) Vb. Op elke vraag waar
een mening wordt gevraagd de categorie ‘neutraal’ kiezen




1.2.2. OBSERVATIE
- Wat? Focus op gedrag en handelen van mensen
o Itt vragenlijsten: wat denken ze, hoe interpreteren ze
- Verbaal én non-verbaal gedrag
- Kan zowel kwalitatieve als kwantitatieve informatie opleveren
- 4 soorten observaties  verschillende manieren + combinaties mogelijk
o Participerende vs niet-participerende observatie
 Participerend: deel uit vaan fenomeen dat je observeert
 Niet-participerend: je observeert vanop afstand
o Open vs verborgen observatie
 Open: respondenten weten dat je hen observeert
 Gevaar: aanwezigheid kan natuurlijk gedrag verstoren
o Sociale wenselijkheid + Hawthorne effect
 Verborgen: respondenten weten het niet + toestemming vragen
 Natuurlijk gedrag wel zien
o Gestructureerde vs niet-gestructureerde observatie
 Gestructureerd: Je hebt op voorhand een observatieschema ligt
vast welk gedrag je zult observeren, andere elementen worden
genegeerd
 Zo’n schema kan uitmonden in kwantitatieve of kwalitatieve
data
o Kwantitatief: bv turven
o Kwalitatief: bv: hoe reageert begeleider op gedrag
 Niet-gestructureerd / vrije observatie : noteert alles in vorm van
uitgeschreven verslag
o Directe vs indirecte observatie
 Direct: voert observatie uit op moment dat het zich voordoet
 Indirect: observeert de resultaten van gedrag en niet gedrag zelf
- Registratie van observatie  4 manieren
o Beschrijvende methode (ongestructureerd/vrije observatie)
 Focus is breed
 Verkennend
o Turven (gestructureerd)




5

,  Tellen hoe vaak bepaald gedrag binnen bepaald tijd wordt gesteld
 Levert kwantitatieve data op
o Codeersysteem
 Snel en onopvallend
 Vooraf codes aan bepaalde elementen die vanuit je
onderzoeksvraag interessant zijn bv: gebeurtenissen, gedragingen
o Beoordelingsschalen
 Cijfer geven in hoeverre gedrag of kenmerk aanwezig is
 LET OP: kan subjectief zijn als betekenis van cijfer niet op voorhand
bepaald is
 Is ordinaal
 Verhoogt de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
- Voordelen
o Je krijgt inzicht in het werkelijke gedrag
o Je krijgt inzicht op de bredere context en de setting
o Relatief goedkoop
- Nadelen
o Tijdrovend en intensief
o Objectiviteit: opletten voor selectiviteit + interpretatie
o Ethische kwesties: kan niet bij gevoelige en taboe geladen onderwerpen
o !! Mensen gedragen zich soms anders als ze weten dat ze geobserveerd
worden
 Hawthorne-effect
- Niet gemakkelijk
o Menselijke waarneming is niet onfeilbaar  selectief
o Interpreteren wat we waarnemen  subjectief
 Halo-effect: 1 positief kenmerk straalt af op hele persoon
 Horns-effect: 1 negatief kenmerk straat af op hele persoon


1.2.3. INTERVIEW
- Wat:
o je stelt mensen vragen met als doel inzicht te krijgen in hun gedrag,
waarnemingen, gevoelens, overtuigingen
- Hoe:
o Face-to-face of telefonisch, video-call
- Wanneer?
o Kan zowel bij de start (oriëntering)
o Om verdiepende informatie te verkrijgen
o Als op het einde, vb. om een beter inzicht te krijgen op de
betekenis/implicatie van de resultaten
- 3 soorten interviews
o Face-to-face vs telefonisch/online
o Individueel vs in groep
 Individueel: diepgaand = ‘diepte-interview’
 Kan tot > 1u duren
 In groep: zie verder focusgroep  laat ook interactie tussen mensen
toe
o Gestructureerd vs ongestructureerd
 Mate waarin de vragen en antwoordmogelijkheden vast liggen




6

,  Gestructureerd: vragen + antwoordmogelijkheden liggen op
voorhand vast
 Ongestructureerd: open vragen
 Semi-gestructureerd : thema’s of vragen zijn
neergeschreven, volgorde ligt niet vast maar ruimte voor
uitbreiding
o Topiclijst: lijst van onderwerpen
o Vragenprotocol: uitgeschreven interviewvragen
- Hoe afnemen
o Soorten vragen  kwaliteiten van de antwoorden wordt bepaald door
kwaliteit van de vragen
 Open of gesloten vragen
 Concretiseren / verdiepen / verbreden
o Best interview opnemen mits toestemming
 Nadien transcript uitschrijven
 Verbatim = alles letterlijk uitschrijven, incl. verkeerde
zinsconstructies, tussenwoordjes, non-verbaal gedrag (stilte,
kuchen, lachen)
o Volgorde van vragen




- Voordelen
o Je kunt doorvragen als iets niet
duidelijk is
o Je kunt (voorzichtig) dieper
graven bij thema’s die moeilijk
zijn of gevoelig liggen
o Je kunt tijdens het interview gebruik maken van minder-talige
methodieken, zoals spelvorm bij kinderen
- Nadelen
o Erg arbeidsintensief, zowel voor de interviewer als voor de geïnterviewde
o De steekproef blijft doorgaans klein, dus opletten met veralgemeningen
o Je moet rekening houden met factoren die het interviewresultaat kunnen
beïnvloeden, vb ook jouw aanwezigheid (!)
o Niet anoniem


1.2.4. FOCUSGROEP
- = gestructureerde groepsdiscussie  combi met interview en discussie
- Hoe
o Homogeen samengestelde groep(en)
 Best meerdere groepen (om te kunnen vergelijken + tot saturatie)
 Van 6 tot 12-deelnemers
 Duurt 1 tot 2 uur
o Gespreksleider (= ‘moderator’)
o Belang van interactie tussen de deelnemers!
- Wanneer
o Start van onderzoek: verkennen van onderwerp, verzamelen van
verschillende opvattingen over een thema




7

, o Einde: bespreking van uitkomst van een onderzoek
- Stappenplan focusgroep
o Fase 1: Voorbereiding
 Baken het onderwerp goed af
 Zoek goede locatie en tijdstip
 Plan de focusgroep (je nodigt best méér mensen uit dan je nodig
hebt ifv uitval!)
 Communiceer duidelijk over waar, hoe en wanneer (stuur
herinneringsmail)
 Zoek ondersteuning voor de praktische zaken (camera,
tijdsbewaking, verslag…)
 Voorbereiding op het gesprek zelf
 Draaiboek
 Topiclijst/Vragenprotocol
o Fase 2: uitvoering
 Verwelkoming, praktische afspraken (duur, pauze, respect voor
elkaars mening)
 Eigenlijke gesprek
 Openingsvraag
 Introductievragen
 Overgangsvragen
 Sleutelvragen
 Afrondingsvragen (= besluitende vragen)
o Stap 3: verwerking
 Verwerk de gegevens vóór een eventuele volgende focusgroep
 Breng alles samen in één samenvattend manuscript (welke vragen
je hebt gesteld, wat door wie werd verteld, observaties)
- Technieken om groepsgesprek op gang te trekken
o Eerst brainstormen via post-its en die dan bespreken
o Eerst individueel/per duo/in team een denkoefening doen
 Vb. zinnen vervolledigen, foto’s sorteren, obv dromen en fantasieën
o Eerst individueel/per duo/in team iets creëren
 Vb. collage maken, tekeningen of kunstwerk maken…
- Voordelen
o Levert snel veel informatie van meerdere mensen tegelijk
o Ruimte voor verschillende meningen en standpunten
o Laat toe om groepsdynamiek te bestuderen
o Informeel en flexibel
o Relatief eenvoudig en goedkoop
- Nadelen
o Niet representatief en generaliseerbaar
o Geen eenvoudige analyse
o Als onderzoeker moet je meerdere rollen opnemen: mensen ontvangen,
modereren, observeren, tijd bewaken(tip: doe het met 2!)
o Groepsdynamiek: dominante versus schuchtere mensen, slechthorenden


1.2.5. DESK RESEARCH
= onderzoek doen met reeds bestande data

- Kwantitatief: door gebruik te maken van ‘statistische databanken’




8

,- Kwalitatief bv. Welke kinderboeken zijn er in de afgelopen 5 jaar verschenen over
‘dood gaan’?

1.3. KWALITEIT VAN DATAVERZAMELIONGSMETHODEN

- Betrouwbaarheid
o = herhaalbaarheid en standvastigheid van de meting
o Resultaat van meting mag niet afhangen van toeval
o 2 manieren om te onderzoeken of een meting betrouwbaar is
 Test- hertest betrouwbaarheid
 Interbeoordelaarsbetrouwbaarheid
- Validiteit
o = geldigheid van meting
o Op een goede manier geoperationaliseerd?
o 3 manieren om validiteit te onderzoeken
 Ecologische validiteit
 Inhoudsvaliditeit
 Criteriumvaliditeit
- Schietschijfmetafoor




2. DATA-ANALYSE




2.1. KWALITATIEVE DATA-ANALYSE

- Hoe gegevens verwerken
o Triangulatie = meerder data verzamelingsmethoden om een fenomeen op
verschillende manieren in kaart te brengen
- Datapreparatie
o Interview uittypen en ordenen
- Algemeen principe
o Data uit elkaar halen en weer opbouwen tot betekenisvolle gehelen
o Hoe
 Tekst in fragmenten verdelen
 Codes toekennen
 Inhouden samenbrengen tot kernthema’s, van concreet naar steeds
abstracter
 Soms: komen tot theorievorming
- Stappenplan




9

, o 1. Datapreparatie irrelevante info schrappen
o 2. Afbreken
 opsplitsen in fragmenten
 1 fragment is 1 betekenisvol geheel
 Labels toekennen
 1ste fase van analyse
 Open codering
o omschrijft elk fragment met een krachtig en
betekenisvol woord
o 3. Opbouw
 codes samenbrengen op hoger abstractniveau
 2de fase van analyse
 Axiale codering
o Je ordent de codes en clustert gelijkaardige codes.
o Je benoemt ze op een meer overkoepelende en
abstractere manier
o Je doet dit in verschillende stappen en abstraheert
steeds verder en komt zo tot een beperkt aantal
kernthema’s
 Eindpunt van analyse
 Selectief coderen = antwoord geven op de onderzoeksvraag
 Verbanden zoeken tussen de kernthema’s
 De aard van die verbanden is afhankelijk van de
onderzoeksvraag:
o A. Oplijsting van thema’s
 Thema’s die op voorhand vastliggen (vb de
vragen van je vragenlijst): template analyse
 Thema’s die uit de data zelf voort komen:
thematische analyse
 Die oplijsting kan eventueel als een
boomstructuur worden voorgesteld (bredere
thema’s > subthema’s)
o B. Theorievorming (zoeken naar mogelijke oorzaak-
gevolg-verbanden)
 Grounded Theory-analyse
 Belang van een cyclisch (iteratief) proces:
 je wisselt theorievorming af met
blijvende bijkomende data-verzameling.
 Je vergelijkt nieuwe data met wat je al
hebt (constante vergelijking)




10

Infos sur le Document

Publié le
17 juillet 2026
Nombre de pages
25
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME
€5,96
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
SOCIALEREADAPTATIEWETENSCHAPPENstudente

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
SOCIALEREADAPTATIEWETENSCHAPPENstudente Hogeschool West-Vlaanderen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
-
Membre depuis
1 semaine
Nombre de followers
0
Documents
3
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions