HFST 1: de ECTS fiche
1. Doelstellingen
2. Onderwijsleeractiviteiten
a. Inhoud
b. Studiemateriaal
c. Toelichting werkvorm
3. Evaluatie activiteiten
HFST 2: inleiding
1. Waarom “methoden en onderzoek” als OPO in mondzorg ?
Examenvraag ! 3 peilers van EBP
• Fundament van Kwaliteit: Gezondheidszorg en wetenschap zijn onlosmakelijk verbonden.
• Evidence-Based Practice (EBP):
Niet "toevallig" behandelen, maar gebaseerd op bewezen literatuur.
Verantwoord de keuze van je procedure: Waarom deze behandeling en geen andere?
• Juridische Waarborg:
Aansprakelijkheid: Kunnen aantonen dat je werkt volgens wetenschappelijke
standaarden.
2. Geschiedenis en evidence-based practice (EBP)
a. de geschiedenis van onderzoek: scheurbuik op zee
Het Probleem: Massale sterfte door scheurbuik (bloedend tandvlees) bij zeelieden.
De Doorbraak (James Lind, 18e eeuw):
° Systematisch: Doorzocht bestaande literatuur voor mogelijke oplossingen.
° Experimenteel: Verdeelde 12 matrozen over 6 groepen (het eerste gecontroleerde
experiment).
Het Bewijs: De groep met sinaasappels en limoenen herstelde het snelst.
Conclusie: Wetenschappelijk bewijs verslaat giswerk.
b. verantwoord beslissen in de zorg: evidence based practice
wat is EBP ? een methodische zoektocht naar bewijs om je handelen te verantwoorden (ook
wel EBM genoemd)
de drie onmisbare elementen
° wetenschappelijk bewijs: wat zegt de literatuur ?
(protocollen en richtlijnen)
° klinische expertise: jouw ervaring en
vakmanschap als behandelaar
° de patiënt: wat zijn de wensen, voorkeuren en
mogelijkheden van de persoon in de stoel ?
1
,Resultaat: een verantwoorde, doeltreffende behandeling op maat
3. kenmerken van wetenschappelijk onderzoek
!! op examen 4 kenmerken !! ook kunnen zeggen of vb voldoet aan kenmerken of niet en
uitleggen waarom
1.Systematiek en Planning
Elk onderzoek start met een heldere basis:
• Probleemdefinitie: Het nauwkeurig bepalen en omschrijven van de kern van het
probleem.
• Onderzoeksplan: Het opstellen van een werkwijze (methodologie) waarin staat hoe
het probleem wordt aangepakt.
2. Controle en Zuiverheid
Een onderzoeker moet de omstandigheden van het onderzoek beheersen:
• Strikte selectie: Men kan niet zomaar willekeurige proefpersonen kiezen; de selectie
moet onderbouwd zijn.
• Beheersen van storende factoren: Er zijn altijd externe invloeden die de resultaten
kunnen vertekenen. Een goede onderzoeker probeert deze verstoringen (bias) tot een
minimum te beperken.
3. Reproduceerbaarheid (Herhaalbaarheid)
Een essentieel kenmerk van wetenschap is dat het proces transparant is:
- Herhaalbaarheid: Een andere onderzoeker moet het onderzoek op exact dezelfde
manier kunnen uitvoeren.
Uitdaging: Omdat er in de praktijk veel verschillende factoren meespelen, is het waarborgen
van deze reproduceerbaarheid een complexe opgave.
4. Generaliseerbaarheid
Dit is een belangrijke graadmeter voor de kwaliteit van het onderzoek:
Toepasbaarheid: De resultaten die bij een kleine groep zijn gevonden, moeten doorgetrokken
kunnen worden naar de gehele populatie op wie het onderzoek betrekking heeft.
4. Doelen van wetenschpaelijk onderzoek.
1.Beschrijven (Descriptief onderzoek)
doel : situatie of probleem nauwkeurig in kaart brengen.
Hoe? Je verzamelt gegevens via observaties.
Resultaat:
heldere omschrijving van het fenomeen
logische indeling (classificatie).
Je beantwoordt de "Wat?"-vraag.
2. Verkennen (Exploratief onderzoek)
je zoekt naar mogelijke verbanden tussen verschillende factoren.
2
, Let op het verschil tussen correlatie en causaliteit: Dat twee zaken samenhangen
(correlatie), betekent niet dat het ene het andere veroorzaakt (causaliteit).
Voorbeeld: Er is een verband tussen lengte en gewicht. Maar als je zwaarder wordt, word je
niet automatisch ook langer. Er is een relatie, maar geen oorzaak-gevolgtrekking
3. Verklaren (Verklarend onderzoek)
Hier probeer je aan te tonen waarom zaken met elkaar in verband staan.
Focus:
• Je onderzoekt de dieperliggende mechanismen.
• Je probeert te bewijzen hoe het ene fenomeen voortvloeit uit het andere.
4. Toetsen (Toetsend onderzoek)
neem een bestaande theorie of een specifieke bewering als uitgangspunt.
• De test: Je onderzoekt of deze theorie in de praktijk klopt.
• Methode: Je stelt een hypothese op en maakt een vergelijking (bijvoorbeeld tussen
een groep die een behandeling krijgt en een groep die dat niet krijgt) om te zien of je
voorspelling uitkomt.
Voorbeelden in cursus p 11 – 15
5. Beperkingen van wetenschappelijk onderzoek
1.tijd (impact op de aanpak)
De beschikbare tijd heeft directe invloed op de aard van het onderzoek:
- Kortlopende studies: Resultaten van studies met een korte looptijd moeten kritisch
bekeken worden.
- Voorbeeld: Een nieuwe tandenborstel die na 3 weken beter lijkt te werken, kan lijden
aan het 'novelty-effect' (het enthousiasme over de nieuwigheid beïnvloedt de
resultaten).
- Langetermijneffecten: Bepaalde resultaten worden pas na jaren of decennia zichtbaar
(denk aan de relatie tussen asbest en longkanker).
2. Budget (Financiële middelen)
Meer geld betekent simpelweg meer mogelijkheden. Een beperkt budget kan de omvang van
de onderzoekspopulatie of de complexiteit van de metingen beïnvloeden.
3. Grootte van de Onderzoeksgroep (Steekproef)
De groep mensen die meedoet aan het onderzoek (steekproef) moet een goede afspiegeling
zijn van de grotere groep mensen waar het onderzoek over gaat (populatie).
- Representativiteit: De steekproef moet representatief zijn voor de gehele populatie.
- Beperkingen: Tijd en budget beperken vaak de grootte van de steekproef, maar ook
kleine steekproeven kunnen waardevolle inzichten opleveren (vooral in kwalitatief
onderzoek).
3