INLEIDING: WAT IS FAMILIALE VERMOGENSPLANNING?
- Vermogensrecht (goederenrecht + verbintenissenrecht)
• Vermogensrechten + overgang
- Familiaal vermogensrecht bevat
• Erfrecht
• Rela<evermogensrecht
• Gi>en
- Autonomie vs. solidariteit
- Familiale vermogensplanning, estate planning, successieplanning:
• De organisa<e en overdracht van vermogen in zijn geheel
• Zowel <jdens het leven als bij overlijden
- Civiel + fiscaal recht
- Overzicht
• Erfrecht
• Testamenten
• Schenkingen en contractuele erfstellingen
• Fiscale aspecten: erOelas<ng en schenkbelas<ng
• Huwelijksvermogensrecht
• Inbreng en inkor<ng, verdeling van de nalatenschap
• Erfovereenkomsten
- Voorbeelden
• Man en vrouw gaan een huis kopen. Een goede notaris behandelt al<jd wat er met het
huis gebeurd indien 1 van de 2 kopers zal overlijden.
• 2 ouders komen naar u omdat ze hun nalatenschap willen plannen en ze hebben een
gehandicapt kind.
• Er komt een man die er blauw uitziet. Hij zegt dat hij net uit het ziekenhuis is ontslagen,
maar werd in elkaar geslagen door zijn vrouw. Hij wil zijn vrouw onterven.
• Man en vrouw willen trouwen, vrouw krijgt een stuk grond (eigen) maar ze willen er
samen een huis op bouwen, hoe doen we dit?
1
, DEEL 1: ERFRECHT
Hoofdstuk 1: Inleiding
- Overledene
• = erflater = de cuius hereditate agitur (over wiens NAL het gaat)
• = decuius = decujus = DC
- Set ‘toebedelingsregels’ voor de nalatenschap = erfenis
• ac<va: patrimoniale rechten en vorderingen
• passiva: schulden
- We]elijk erfrecht geldt in de mate dat er niet (geldig) van is afgeweken
• geen (geldige) wilsbeschikking (testament)
• niet over volledige vermogen beschikt
- We]elijk erfrecht = erfrecht ab intestato = intestaat erfrecht = versterferfrecht = we]elijke devolu<e
• ‘zonder (geldig) testament’
• overgang van rechten en plichten (‘devolu<e’) door het sterven
- ó ‘Conven<onele devolu<e’: wél geldig beschikt over (deel van) vermogen
• testamentaire devolu<e + contractuele devolu<e (zien we later)
- Wetgever beslist wie en welk aandeel van nalatenschap
• zegt: vermoede wil van de gemiddelde erflater
- Wat zou de gemiddelde persoon in testament willen schrijven?
• eigenlijk: door de wetgever norma<ef gecorrigeerde vermoede wil van de gemiddelde erflater
o wat vinden wij als maatschappij aanvaardbaar dat een gemiddeld persoon in
testament zou willen schrijven?
o bv. ‘buitenhuwelijks’ kind
§ wordt door wetgever gelijkgeschakeld met in het huwelijk geboren kind
- Om te kunnen erven van iemand anders art. 4.4 e.v. BW
• Reeds bestaan & nog bestaan
o NP of RP
§ quid: kind dat nog niet geboren, maar wel verwekt is?
¨ ook beschouwd als bestaande persoon
¨ voorwaarde: levend + levensvatbaar geboren
¨ kan kind in uw testament ze]en, zal pas erven als ze
levensvatbaar geboren wordt
§ quid: dochter overlijdt <jdens bevalling maar haar kind wordt wel
levend en levensvatbaar geboren?
¨ NAL dochter komt toe aan verwekte kind
o Arrest HvC 1989: reeks testamenten van een vrouw (veranderde steeds van gedacht)
§ 1e : in voordeel van stad Oostende om zorg de dragen voor niet
welgestelde bejaarden van de stad
2
, § 2e: Kiwanis aangeduid met zelfde opdracht
§ 3e: Rotary aangeduid
§ 4e: Lines aangeduid MAAR die bestaan niet, is geen persoon maar een
feitelijke vereniging dus kon het legaat niet in ontvangst nemen
• Niet erfonwaardig zijn art. 4.6 e.v. BW
o bv. erflater vermoorden, poging tot doden
o ziet notaris niet meteen
Hoofdstuk 2: We4elijke erfgenamen
- 3 we]elijke erfgenamen (art. 4.10, § 1 BW)
• “De nalatenschappen komen toe aan de kinderen en afstammelingen van de erflater,
aan zijn noch uit de echt noch van tafel en bed gescheiden echtgenoot, aan zijn
verwanten in de opgaande lijn, aan zijn verwanten in de zijlijn, en aan zijn weSelijk
samenwonende binnen de grenzen van de rechten die hem zijn toegekend,
overeenkomsTg de regels die hierna worden bepaald.”
o (bloed)verwanten van de erflater
§ juridische band is bepalend
§ hoeven niet gene<sch verwant te zijn
¨ bv. kind geboren uit moeder => kind geacht van vader te zijn
¨ quid: 10 jaar na overlijden van erflater wordt een afstammingsband
vastgesteld => NAL moet opnieuw verdeeld worden
¨ OPM: (bloed) tussen haakjes want er staat in de wet ‘verwanten’,
maar er wordt bloedverwanten mee bedoeld
o langstlevende echtgenoot (‘LLE’)
o we]elijk samenwonende
§ = we]elijke samenwoner = we]elijk samenwonende partner
(‘LLWS/LLWSP’)
§ niet per se een partner
§ bv. tante en nicht leggen verklaring af van WS, testament in voordeel
van nicht om te erven aan de laagste tarieven
1 We%elijk erfrecht van de (bloed)verwanten
- Lijnen en graden (art. 4.11 BW)
zoon en kleinzoon van DC = erfgenamen in de rechte neerdalende lijn
vader en grootvader = bloedverwanten in rechte opgaande lijn
zijlijn = indien bloedverwanten afstammen van een
gemeenschappelijke stamouder
- bv. broer van decujus staat in zijlijn, stamt af van dezelfde
vader/moeder
Degene dichter in de graad komt tot de NAL
- graden = aantal genera<es
- zoon = 1e graad, kleinzoon = 2e graad
- broer = 2e graad in de zijlijn
- tante = 3e graad
- neef = 4e graad
- => er wordt ip geërfd tem de 4e graad, maar er zijn
uitzonderingen (zie later)
3
, 1.1 Basisprincipes
- ‘Eenheid van nalatenschap’
• principe: één set toebedelingsregels voor de gehele nalatenschap
• uitzondering: we]elijke terugkeer = ‘anomaal’ erfrecht
o dan hee> we]elijk erfrecht geen betrekking op gehele nalatenschap
o maar wel bv. op een bepaald goed dat werd geschonken door een ascendent
en terugkeert onder voorwaarden bij het overlijden van de begi>igde
- Er zijn 4 ‘erfrechtelijke situa<es’ (vroeger: ‘orden’): art. 4.10, § 2 j° 4.11 BW
ð Kijken welke orde tot de nalatenschap komt
1. Afstammelingen = verwanten in de rechte neerdalende lijn = ‘descendenten’
2. Nauwe zijverwanten = verwanten in de zijlijn = ‘collateralen’
+ juridische ouders: nauwe verwanten in de rechte opgaande lijn
= indien er geen afstammelingen zijn of niet tot de NAL komen
= nauwe zijverwanten: (half)broers, (half)zussen, afstammelingen van hen
=> komt to aan deze nauwe zijverwanten EN ouders (nauwe verwanten in opgaande lijn)
3. Verwanten in de rechte opgaande lijn = ‘ascendenten’
= vader, moeder, grootvader, grootmoeder
4. Gewone zijverwanten = verwanten in de zijlijn = ‘collateralen’
= nonkel, tante, neef, nicht
- Volgorde tussen de erfrechtelijke situa<es
• principe: de 1e komt voor de 2e, de 2e voor de 3e, de 3e voor de 4e
• uitzondering: kloving
o splitsing: vaderlijke en moederlijke lijn
- Volgorde binnen elke erfrechtelijke situa<e
• principe: de dichtste in graad er>
o er is een vader, een zoon en een kleinzoon => vader overlijdt
§ 1e orde want er zijn afstammelingen
§ binnen 1e orde er> de dichtste in de graad
§ zoon = 1e graad = zal alles erven
§ kleinzoon = 2e graad
• uitzondering: plaatsvervulling
o stel dat er nog een 2e zoon is en zoon 1 vooroverleden is
o KZ van zoon 1 neemt de plaats in van zoon 1 en zal zo in de 1e graad komen
- Meerdere erfgenamen komen tot de nalatenschap
• principe: iedere erfgenaam een gelijk aandeel
• uitzondering: kloving en plaatsvervulling
- Tot in het oneindige ‘dichte familie’?
• principe: (bloed)verwanten tot en met de vierde graad erven
• uitzondering: plaatsvervulling
4
- Vermogensrecht (goederenrecht + verbintenissenrecht)
• Vermogensrechten + overgang
- Familiaal vermogensrecht bevat
• Erfrecht
• Rela<evermogensrecht
• Gi>en
- Autonomie vs. solidariteit
- Familiale vermogensplanning, estate planning, successieplanning:
• De organisa<e en overdracht van vermogen in zijn geheel
• Zowel <jdens het leven als bij overlijden
- Civiel + fiscaal recht
- Overzicht
• Erfrecht
• Testamenten
• Schenkingen en contractuele erfstellingen
• Fiscale aspecten: erOelas<ng en schenkbelas<ng
• Huwelijksvermogensrecht
• Inbreng en inkor<ng, verdeling van de nalatenschap
• Erfovereenkomsten
- Voorbeelden
• Man en vrouw gaan een huis kopen. Een goede notaris behandelt al<jd wat er met het
huis gebeurd indien 1 van de 2 kopers zal overlijden.
• 2 ouders komen naar u omdat ze hun nalatenschap willen plannen en ze hebben een
gehandicapt kind.
• Er komt een man die er blauw uitziet. Hij zegt dat hij net uit het ziekenhuis is ontslagen,
maar werd in elkaar geslagen door zijn vrouw. Hij wil zijn vrouw onterven.
• Man en vrouw willen trouwen, vrouw krijgt een stuk grond (eigen) maar ze willen er
samen een huis op bouwen, hoe doen we dit?
1
, DEEL 1: ERFRECHT
Hoofdstuk 1: Inleiding
- Overledene
• = erflater = de cuius hereditate agitur (over wiens NAL het gaat)
• = decuius = decujus = DC
- Set ‘toebedelingsregels’ voor de nalatenschap = erfenis
• ac<va: patrimoniale rechten en vorderingen
• passiva: schulden
- We]elijk erfrecht geldt in de mate dat er niet (geldig) van is afgeweken
• geen (geldige) wilsbeschikking (testament)
• niet over volledige vermogen beschikt
- We]elijk erfrecht = erfrecht ab intestato = intestaat erfrecht = versterferfrecht = we]elijke devolu<e
• ‘zonder (geldig) testament’
• overgang van rechten en plichten (‘devolu<e’) door het sterven
- ó ‘Conven<onele devolu<e’: wél geldig beschikt over (deel van) vermogen
• testamentaire devolu<e + contractuele devolu<e (zien we later)
- Wetgever beslist wie en welk aandeel van nalatenschap
• zegt: vermoede wil van de gemiddelde erflater
- Wat zou de gemiddelde persoon in testament willen schrijven?
• eigenlijk: door de wetgever norma<ef gecorrigeerde vermoede wil van de gemiddelde erflater
o wat vinden wij als maatschappij aanvaardbaar dat een gemiddeld persoon in
testament zou willen schrijven?
o bv. ‘buitenhuwelijks’ kind
§ wordt door wetgever gelijkgeschakeld met in het huwelijk geboren kind
- Om te kunnen erven van iemand anders art. 4.4 e.v. BW
• Reeds bestaan & nog bestaan
o NP of RP
§ quid: kind dat nog niet geboren, maar wel verwekt is?
¨ ook beschouwd als bestaande persoon
¨ voorwaarde: levend + levensvatbaar geboren
¨ kan kind in uw testament ze]en, zal pas erven als ze
levensvatbaar geboren wordt
§ quid: dochter overlijdt <jdens bevalling maar haar kind wordt wel
levend en levensvatbaar geboren?
¨ NAL dochter komt toe aan verwekte kind
o Arrest HvC 1989: reeks testamenten van een vrouw (veranderde steeds van gedacht)
§ 1e : in voordeel van stad Oostende om zorg de dragen voor niet
welgestelde bejaarden van de stad
2
, § 2e: Kiwanis aangeduid met zelfde opdracht
§ 3e: Rotary aangeduid
§ 4e: Lines aangeduid MAAR die bestaan niet, is geen persoon maar een
feitelijke vereniging dus kon het legaat niet in ontvangst nemen
• Niet erfonwaardig zijn art. 4.6 e.v. BW
o bv. erflater vermoorden, poging tot doden
o ziet notaris niet meteen
Hoofdstuk 2: We4elijke erfgenamen
- 3 we]elijke erfgenamen (art. 4.10, § 1 BW)
• “De nalatenschappen komen toe aan de kinderen en afstammelingen van de erflater,
aan zijn noch uit de echt noch van tafel en bed gescheiden echtgenoot, aan zijn
verwanten in de opgaande lijn, aan zijn verwanten in de zijlijn, en aan zijn weSelijk
samenwonende binnen de grenzen van de rechten die hem zijn toegekend,
overeenkomsTg de regels die hierna worden bepaald.”
o (bloed)verwanten van de erflater
§ juridische band is bepalend
§ hoeven niet gene<sch verwant te zijn
¨ bv. kind geboren uit moeder => kind geacht van vader te zijn
¨ quid: 10 jaar na overlijden van erflater wordt een afstammingsband
vastgesteld => NAL moet opnieuw verdeeld worden
¨ OPM: (bloed) tussen haakjes want er staat in de wet ‘verwanten’,
maar er wordt bloedverwanten mee bedoeld
o langstlevende echtgenoot (‘LLE’)
o we]elijk samenwonende
§ = we]elijke samenwoner = we]elijk samenwonende partner
(‘LLWS/LLWSP’)
§ niet per se een partner
§ bv. tante en nicht leggen verklaring af van WS, testament in voordeel
van nicht om te erven aan de laagste tarieven
1 We%elijk erfrecht van de (bloed)verwanten
- Lijnen en graden (art. 4.11 BW)
zoon en kleinzoon van DC = erfgenamen in de rechte neerdalende lijn
vader en grootvader = bloedverwanten in rechte opgaande lijn
zijlijn = indien bloedverwanten afstammen van een
gemeenschappelijke stamouder
- bv. broer van decujus staat in zijlijn, stamt af van dezelfde
vader/moeder
Degene dichter in de graad komt tot de NAL
- graden = aantal genera<es
- zoon = 1e graad, kleinzoon = 2e graad
- broer = 2e graad in de zijlijn
- tante = 3e graad
- neef = 4e graad
- => er wordt ip geërfd tem de 4e graad, maar er zijn
uitzonderingen (zie later)
3
, 1.1 Basisprincipes
- ‘Eenheid van nalatenschap’
• principe: één set toebedelingsregels voor de gehele nalatenschap
• uitzondering: we]elijke terugkeer = ‘anomaal’ erfrecht
o dan hee> we]elijk erfrecht geen betrekking op gehele nalatenschap
o maar wel bv. op een bepaald goed dat werd geschonken door een ascendent
en terugkeert onder voorwaarden bij het overlijden van de begi>igde
- Er zijn 4 ‘erfrechtelijke situa<es’ (vroeger: ‘orden’): art. 4.10, § 2 j° 4.11 BW
ð Kijken welke orde tot de nalatenschap komt
1. Afstammelingen = verwanten in de rechte neerdalende lijn = ‘descendenten’
2. Nauwe zijverwanten = verwanten in de zijlijn = ‘collateralen’
+ juridische ouders: nauwe verwanten in de rechte opgaande lijn
= indien er geen afstammelingen zijn of niet tot de NAL komen
= nauwe zijverwanten: (half)broers, (half)zussen, afstammelingen van hen
=> komt to aan deze nauwe zijverwanten EN ouders (nauwe verwanten in opgaande lijn)
3. Verwanten in de rechte opgaande lijn = ‘ascendenten’
= vader, moeder, grootvader, grootmoeder
4. Gewone zijverwanten = verwanten in de zijlijn = ‘collateralen’
= nonkel, tante, neef, nicht
- Volgorde tussen de erfrechtelijke situa<es
• principe: de 1e komt voor de 2e, de 2e voor de 3e, de 3e voor de 4e
• uitzondering: kloving
o splitsing: vaderlijke en moederlijke lijn
- Volgorde binnen elke erfrechtelijke situa<e
• principe: de dichtste in graad er>
o er is een vader, een zoon en een kleinzoon => vader overlijdt
§ 1e orde want er zijn afstammelingen
§ binnen 1e orde er> de dichtste in de graad
§ zoon = 1e graad = zal alles erven
§ kleinzoon = 2e graad
• uitzondering: plaatsvervulling
o stel dat er nog een 2e zoon is en zoon 1 vooroverleden is
o KZ van zoon 1 neemt de plaats in van zoon 1 en zal zo in de 1e graad komen
- Meerdere erfgenamen komen tot de nalatenschap
• principe: iedere erfgenaam een gelijk aandeel
• uitzondering: kloving en plaatsvervulling
- Tot in het oneindige ‘dichte familie’?
• principe: (bloed)verwanten tot en met de vierde graad erven
• uitzondering: plaatsvervulling
4