= de automatische nawerking v vroegere ervaringen
Soorten leerprocessen
→ intentioneel en spontaan leren
→ leren en geheugen:
Onderscheid :
- Impliciete geheugen (= een kunnen/beheersen v bep techniek)
= rechtstreeks inwerkend op gedrag
Automatische leerprocessen (k je n oproepen in je herinnering)
Bv. Bij fietsen: gebruik maken v ervaringen die je opgedaan
hebt in verleden
meest bekend: klassieke en operante conditionering
- expliciete geheugen (= een weten/kennen)
= inwerkend via herinneringen
inzichtelijke en cognitieve leerprocessen: ontstaan v nieuwe
inzichten + steunen op werking v/h geheugen
veronderstellen een hoger niveau v bewustzijn (vooral bij mensen
die goed ontw z)
→ habituatie = meest elementaire vorm v leren
--> nu over procedureel geheugen
Habituatie: meest elementaire vorm van leren
Bij een herhaalde aanbieding v dezelfde prikkel gaandeweg reactie
achterwege laten
Bv niet meer horen van een tikkende klok
,Functie: gepast reageren op nieuwe prikkels ( prikkel komt vaak terug
verwijzing nr g echt gevaar)
Klassieke conditionering
Pavlov: ontdekte klassieke conditionering
→ Pavlov was fysioloog + geïnteresseerd i/h spijsverteringsproces
→ binnen komen met eten → honden maken al speeksel aan (vr prikkel w
toegediend)
→ eerder toevallig in contact met problematiek v/d leerprocessen
Het eigenlijke condiotioneringsproces
het basisexperiment van Pavlov
→ zie filmpje (!!! heel handig)
→ geluid wanneer eten geven speekselaanmaak
→ erna zonder eten, maar bij geluid al speekselaanmaak
→ het triggert biologische reacties (niet nieuw gedrag aanleren)
Elke prikkel k hond doen kwijlen
Op voorwaarde: herhaaldelijk + net vr toedienen v voedsel
aanbieden
proces waardoor bestaande reactie verbonden raakt met nieuwe prikkel =
conditionering
onvoorwaardelijke prikkel (OP) -> eten vd hond
onvoorwaardelijke reactie (OR) -> speekselproductie
, neutrale prikkel (NP) -> bel voor de conditionering
neutrale reactie (NR) -> opmerken v/d prikkel, bel gehoord
voorwaardelijke prikkel (VP) -> na de conditionering, bel
voorwaardelijke reactie (VR) -> speekselproductie naar aanleiding vd bel
→ kunnen toepassen op vb dat je krijgt
Het eigenlijke conditioneringsproces
Pavlovs verklaringswijze
→ belang v/d contiguïteit samen optreden v/d voorwaardelijke
prikkel en de neutrale prikkel
→ i/d hersenen nieuwe verbindingen
→ volgens hem g mentalistische verklaringen (geen inzicht)
→ biologisch belang: vluchten/vechten van beer, klaarmaken bij horen van
geluid van beer voor gevaar
Bijkomende processen
aversieve conditionering
→ medewerker van Pavlov: Bechterev maakte gebruik van onaangename
prikkels
→ windstoot of electroshock
→ Watson: kleine Albert (vb aversieve conditionering: hard geluid, diertje -
> angst voor dier)
reacties bij kankerpatiënten:
→ misselijkheid bij langs ziekenhuis rijden of geur van het ziekenhuis
ruiken