Fiscaal recht
EXAMEN:
o Goed zaken begrijpen, niet zomaar memoriseren.
o Leerstof koppelen aan actualiteit. (voornamelijk VRT nieuws in het oog houden – EXAMENVRAGEN hierover: zie actuapagina)
o Op EXAMEN 1 of 2 actuavragen.
o Studeren adhv wetboek! (Fisconet – alle wetgeving kan je daarop terugvinden)
o HB fiscaal recht gebruiken, bevat basisinformaRe. HB + lessen&noRRes = lesmateriaal.
o SchriVelijk examen: er zijn 5/6 H (vragen over alle H) – basiskennis hebben van al de H, niet per se de helV op alle bundels halen.
Stel 3 vragen over BTW en je kan 1 vak perfect beantwoorden, de andere half en de andere niet, dan is het oke. Maar je moet
wel een kennis laten zien over alle H.
o 2 of 3 casusgerichte vragen – theoreRsche vraag maar verpakt in een casus. Dus bijvoorbeeld: bespreek de
meerwaardebelasRng op aandelen (is theoreRsch) OF – Jan peeters heeV voor 100 000 aandelen van KBC gekocht en
hij verkoopt die in 2026 voor 125000 euro. Bespreek.
o GEEN berekeningen op het examen.
o Examen is 2 uur.
o Examen is een mix van open vragen & mulRple choice vragen & half open vragen adhv stellingen (dus je krijgt een
stelling waarbij je moet zeggen of die juist of fout is en dan moRveren).
o Rekenoefeningen op examen – dat is NIET! (GEEN rekenmachine!) WEL paar redeneervragen
o VOORBEELD: Peeters en Jansen willen IT-bedrijf opstarten maar krijgen van hun fiscalist te horen dat het beter is met
Ierse structuur. Is dat verstandig?
1 Algemene principes van het BE belas5ngrecht
1.1 Het belang van belas.ngen
Fiscaal recht = de rechtstak waarin is vastgelegd welke financiële presta<es de overheid kan vragen van de
individuele deelnemers (fysieke personen, vennootschappen enz.) aan onze samenleving. Behoort tot het
publiekrecht.
BELANG van belas<ngen: belas<ngen vormen de financiële brandstof van de verzorgingsstaat waarmee de
overheid beleid kan voeren, zoals bijvoorbeeld veiligheid, onderwijs, etc.
1.1.1 De staat van de staat
BBP = de totale waarde van alles wat in België geproduceerd wordt aan goederen en diensten. Het geeL
dus weer hoe groot onze economie is.
Belas3ngdruk = de deelnemers aan onze samenleving betalen ook belas<ngen en dat wordt uitgedrukt in
de belas<ngdruk.
De globale belas<ngdruk in 2024 bedroeg 42,6% van het BBP. Dat betekent dat 42,6% van alles wat we
produceren aan goederen en diensten naar de BE staat gaat. In euro’s uitgedrukt gaat het over 264 miljard
euro. Dat is een groot bedrag. De vraag is echter niet alleen of het veel is, maar ook of het te veel is. Om
dat te beoordelen, moet men interna<onaal vergelijken. Heel wat interna<onale organisa<es, zoals de
OESO berekenen elk jaar de belas<ngdruk van hun LS, in func<e van het BBP (bruto binnenlands product).
Gemaakt door: Elien Vanderick 1
,In de ranking van de OESO staat België op de vijfde plaats. Er zijn dus nog vier landen met een hogere
belas<ngdruk. De uitspraak dat niemand meer belas<ngen betaalt dan Belgen klopt dus niet.
De belas<ngdruk van 42,6% is hoog, maar daar staat iets tegenover, namelijk de verzorgingsstaat. In België
worden veel zaken collec<ef gefinancierd via belas<ngen.
ð VOORBEELD: in Dubai is het bruto-inkomen gelijk aan het ne;o-inkomen, maar daar moet men
per persoon ongeveer 25.000 dollar betalen voor een ziekteverzekering. In België zit dat standaard
in het systeem.
ð VOORBEELD: de gezondheidszorg: stel dat een voetballer na lange Hjd opnieuw een match speelt
en een spierscheur oploopt. De ziekenhuisfactuur bedraagt dan bijvoorbeeld 6 euro remgeld. De
arts wordt betaald via de sociale zekerheid. Soms bedraagt het remgeld zelfs maar 1 euro. Dat is
ons gezondheidssysteem. Dat systeem heeO uiteraard een kostprijs, en die wordt gefinancierd via
de belasHngdruk. Men kan kiezen voor een lagere belasHngdruk, maar dan zullen mensen zelf
meer moeten betalen, bijvoorbeeld 30 à 40 euro remgeld bij een doktersbezoek.
Overheidsuitgaven, overheidsschuld & begro3ngstekort =
Er is echter een groot probleem: de inkomsten volstaan niet. In 2024 ontving de overheid 264 miljard euro
aan belas<ngen en sociale bijdragen, maar de overheidsuitgaven bedroegen 334 miljard euro. Dat is 54%
van het BBP.
Naast fiscale inkomsten heeL de overheid ook andere inkomsten, zoals dividenden als aandeelhouder van
Belfius, maar toch ontstaat er een begro<ngstekort. In 2024 bedraagt dat tekort 4,4% van het BBP, wat
overeenkomt met 27 miljard euro.
Wanneer een begro<ngstekort structureel wordt, bouwt men een overheidsschuld op.
ð Om de uitgaven te financieren, moet de overheid schulden aangaan. Daardoor is de
overheidsschuld opgelopen tot 105% van het BBP, wat neerkomt op 651 miljard euro.
Ä Dat is op zich geen probleem als het <jdelijk is, maar wel als het jaar na jaar blijL
terugkomen.
ð Sinds 2000 is er geen enkel jaar geweest waarin de begro<ng posi<ef of in
evenwicht werd afgesloten. Elk jaar was er een tekort, waardoor de staatsschuld
verder is gestegen.
Binnen de Europese Unie gelden er regels, zoals de Maastrichtnorm. Die bepaalt dat het begro<ngstekort
maximaal 3% van het BBP mag bedragen, dat is aanvaardbaar.
ð Wanneer een lidstaat boven die 3% zit, wordt die op het matje geroepen en moet er een
saneringsplan worden opgesteld.
Ä België sloot 2024 af met een tekort van 4,4% van het BBP en zit dus boven de norm. Als
er niets verandert, zou het tekort tegen 2029 kunnen oplopen tot 5,9% van het BBP.
In een ideale situa<e is wat binnenkomt gelijk aan wat buitengaat en is de begro<ng in evenwicht. Om dat
te bereiken moet de regering ongeveer 27 miljard euro vinden. Door de discussie rond defensie-uitgaven
en de 2%-norm loopt dat bedrag op tot ongeveer 30 miljard euro. Dat is nodig om binnen de toegestane
3%-marge van Europa te blijven.
ð Europa heeL België daarom op het matje geroepen en de huidige Arizonaregering moet
oplossingen zoeken.
Ä In november 2025 werd een begro<ngsakkoord bereikt waarbij men via een mix van
besparingen en nieuwe belas<ngen 12 miljard euro wil saneren. Dat veroorzaakte veel
Gemaakt door: Elien Vanderick 2
, commo<e, zoals treinstakingen, maar 12 miljard is onvoldoende tegenover de ongeveer
30 miljard die nodig is.
Uit het diagram blijkt dat 52% van de overheidsuitgaven naar sociale zekerheid en gezondheidszorg gaat.
Daar worden we sterk geconfronteerd met de vergrijzingsproblema<ek. België werkt met een
repar<<esysteem.
ð Repar33esysteem = wie vandaag werkt, spaart niet voor zijn eigen pensioen, maar via
belas<ngen en sociale bijdragen worden de pensioenen van de huidige gepensioneerden betaalt.
Hoe meer ac<eve mensen er zijn, hoe meer inkomsten er binnenkomen en hoe makkelijker het
wordt om de pensioenen te financieren.
Naast sociale zekerheid en gezondheidszorg neemt ook de algemene staatsstructuur een aanzienlijk deel
van het budget in beslag, namelijk 13%.
ð BE is georganiseerd in gemeenschappen en gewesten, waardoor bepaalde bevoegdheden en
administra<es op verschillende niveaus bestaan. Daardoor moeten veel zaken meerdere keren
georganiseerd worden, terwijl ze in een eenvoudiger staatsstructuur slechts één keer zouden
moeten gebeuren. Dat brengt extra kosten met zich mee.
Onderwijs vertegenwoordigt 12% van het budget.
Daarnaast zijn er kleinere uitgavenposten, zoals openbare orde en veiligheid, goed voor 3%, en milieu,
goed voor 2%, naast andere kleinere categorieën.
De gemiddelde belas<ngdruk bedraagt 42,6%. Dat is een gemiddelde, wat betekent dat sommige zaken
hoger en andere lager belast worden dan die 42,6%. De achilleshiel van ons systeem is de belas<ngdruk
op arbeid. Wat de belas<ngdruk op arbeid betreL, staat België op plaats 1 in de ranking van de OESO.
ð Het pijnpunt van de Belgische belas<ngdruk is dus arbeid. Het vertrekpunt is de kostprijs voor de
werkgever, namelijk wat de werkgever in totaal betaalt voor een werknemer en vervolgens het
nebo-inkomen waarmee de werknemer naar huis gaat.
Ä De OESO maakt hierover al 25 jaar rapporten en gedurende die hele periode staan BE
alleenstaanden zonder kinderen aan de top. Zij moeten 52,7% van hun loon afstaan aan
de overheid.
1.1.1.1 Gevolgen van de verdeling
Gemaakt door: Elien Vanderick 3
, Wat de gevolgen van die verdeling betreL, verwees Alexia Bertrand,
staatssecretaris, naar de situa<e op federaal niveau. Het gaat hier dus
over de federale overheid.
Een belangrijk onderdeel van de federale uitgaven zijn de rentelasten.
Die houden verband met de staatsschuld. Wanneer de overheid
leningen aangaat om tekorten te financieren, moet zij daarop rente
betalen. Die rentelasten nemen een aanzienlijk deel van het budget in.
Van de 167 miljard euro waarover de federale overheid beschikt, blijL
er uiteindelijk slechts 19 miljard euro over voor de kerntaken. Nochtans
bedroeg de kostprijs van die kerntaken in 2024 ongeveer 37 miljard euro.
De vraag is dan: waar moet men besparen?
o Bij de deelstaten is dat moeilijk.
o Ook in de sociale zekerheid ligt dat gevoelig.
o De rentelasten kan men niet zomaar verminderen, want die vloeien voort uit bestaande schulden.
o De bijdragen aan de Europese Unie zijn eveneens verplicht.
o Besparen op defensie is ook geen evidente keuze.
Het verhaal van de sanering is dus bijzonder complex. Men kan besparen op openbare uitgaven of de
fiscale inkomsten verhogen, maar wat vaak vergeten wordt, is het belang van economische groei. Als de
economie groeit, s<jgt het BBP en wordt de pot waaruit fiscale inkomsten worden gehaald groter. Volgens
de professor moet er daarom op 3 niveaus worden ingezet.
1.2 Inhoud en voorwerp belas.ngrecht
Het belas3ngrecht = regelt de wijze waarop de overheid een financiële presta<e kan vorderen van
rechtssubjecten ten behoeve van het algemeen belang.
ð Het gaat dus om de regels die bepalen hoe en onder welke voorwaarden de overheid van elk van
ons een presta<e kan eisen.
Ä In de prak<jk is die presta<e meestal het betalen van een som geld, maar in principe kan
het ook om een andere presta<e gaan, namelijk presta<es in natura.
Wanneer er belas<ngen betaald worden op het arbeidsinkomen, gebruikt de overheid die middelen om
uitgaven te doen in func<e van het algemeen belang. Het doel van belas<ngheffing is dus niet willekeurig,
maar gericht op de financiering van collec<eve noden.
Het belas<ngrecht wijkt op bepaalde punten af van het algemeen recht. De fiscus beschikt namelijk over
specifieke bevoegdheden en kan ook dwangmaatregelen treffen om belas<ngen te controleren, te innen
en eventueel af te dwingen.
Het belas<ngrecht omvat 4 grote onderdelen:
o De rechtsgrond van de belas<ngbevoegdheid: daarbij stelt men de vraag wie belas<ngen kan
heffen. Met andere woorden: welke overheid is bevoegd om een belas<ng in te voeren?
o Het toepassingsgebied van de belas<ng: hier gaat het om de vragen wie wordt belast, wat wordt
belast en hoe er wordt belast. Dit onderdeel bepaalt dus de concrete invulling van de belas<ng.
o De dwangmaatregelen van de overheid: dit betreL controle, sanc<onering en invordering. De
fiscus kan nagaan of belas<ngplich<gen hun verplich<ngen naleven, kan sanc<es opleggen bij
inbreuken en kan overgaan tot invordering wanneer belas<ngen niet vrijwillig worden betaald.
Gemaakt door: Elien Vanderick 4
EXAMEN:
o Goed zaken begrijpen, niet zomaar memoriseren.
o Leerstof koppelen aan actualiteit. (voornamelijk VRT nieuws in het oog houden – EXAMENVRAGEN hierover: zie actuapagina)
o Op EXAMEN 1 of 2 actuavragen.
o Studeren adhv wetboek! (Fisconet – alle wetgeving kan je daarop terugvinden)
o HB fiscaal recht gebruiken, bevat basisinformaRe. HB + lessen&noRRes = lesmateriaal.
o SchriVelijk examen: er zijn 5/6 H (vragen over alle H) – basiskennis hebben van al de H, niet per se de helV op alle bundels halen.
Stel 3 vragen over BTW en je kan 1 vak perfect beantwoorden, de andere half en de andere niet, dan is het oke. Maar je moet
wel een kennis laten zien over alle H.
o 2 of 3 casusgerichte vragen – theoreRsche vraag maar verpakt in een casus. Dus bijvoorbeeld: bespreek de
meerwaardebelasRng op aandelen (is theoreRsch) OF – Jan peeters heeV voor 100 000 aandelen van KBC gekocht en
hij verkoopt die in 2026 voor 125000 euro. Bespreek.
o GEEN berekeningen op het examen.
o Examen is 2 uur.
o Examen is een mix van open vragen & mulRple choice vragen & half open vragen adhv stellingen (dus je krijgt een
stelling waarbij je moet zeggen of die juist of fout is en dan moRveren).
o Rekenoefeningen op examen – dat is NIET! (GEEN rekenmachine!) WEL paar redeneervragen
o VOORBEELD: Peeters en Jansen willen IT-bedrijf opstarten maar krijgen van hun fiscalist te horen dat het beter is met
Ierse structuur. Is dat verstandig?
1 Algemene principes van het BE belas5ngrecht
1.1 Het belang van belas.ngen
Fiscaal recht = de rechtstak waarin is vastgelegd welke financiële presta<es de overheid kan vragen van de
individuele deelnemers (fysieke personen, vennootschappen enz.) aan onze samenleving. Behoort tot het
publiekrecht.
BELANG van belas<ngen: belas<ngen vormen de financiële brandstof van de verzorgingsstaat waarmee de
overheid beleid kan voeren, zoals bijvoorbeeld veiligheid, onderwijs, etc.
1.1.1 De staat van de staat
BBP = de totale waarde van alles wat in België geproduceerd wordt aan goederen en diensten. Het geeL
dus weer hoe groot onze economie is.
Belas3ngdruk = de deelnemers aan onze samenleving betalen ook belas<ngen en dat wordt uitgedrukt in
de belas<ngdruk.
De globale belas<ngdruk in 2024 bedroeg 42,6% van het BBP. Dat betekent dat 42,6% van alles wat we
produceren aan goederen en diensten naar de BE staat gaat. In euro’s uitgedrukt gaat het over 264 miljard
euro. Dat is een groot bedrag. De vraag is echter niet alleen of het veel is, maar ook of het te veel is. Om
dat te beoordelen, moet men interna<onaal vergelijken. Heel wat interna<onale organisa<es, zoals de
OESO berekenen elk jaar de belas<ngdruk van hun LS, in func<e van het BBP (bruto binnenlands product).
Gemaakt door: Elien Vanderick 1
,In de ranking van de OESO staat België op de vijfde plaats. Er zijn dus nog vier landen met een hogere
belas<ngdruk. De uitspraak dat niemand meer belas<ngen betaalt dan Belgen klopt dus niet.
De belas<ngdruk van 42,6% is hoog, maar daar staat iets tegenover, namelijk de verzorgingsstaat. In België
worden veel zaken collec<ef gefinancierd via belas<ngen.
ð VOORBEELD: in Dubai is het bruto-inkomen gelijk aan het ne;o-inkomen, maar daar moet men
per persoon ongeveer 25.000 dollar betalen voor een ziekteverzekering. In België zit dat standaard
in het systeem.
ð VOORBEELD: de gezondheidszorg: stel dat een voetballer na lange Hjd opnieuw een match speelt
en een spierscheur oploopt. De ziekenhuisfactuur bedraagt dan bijvoorbeeld 6 euro remgeld. De
arts wordt betaald via de sociale zekerheid. Soms bedraagt het remgeld zelfs maar 1 euro. Dat is
ons gezondheidssysteem. Dat systeem heeO uiteraard een kostprijs, en die wordt gefinancierd via
de belasHngdruk. Men kan kiezen voor een lagere belasHngdruk, maar dan zullen mensen zelf
meer moeten betalen, bijvoorbeeld 30 à 40 euro remgeld bij een doktersbezoek.
Overheidsuitgaven, overheidsschuld & begro3ngstekort =
Er is echter een groot probleem: de inkomsten volstaan niet. In 2024 ontving de overheid 264 miljard euro
aan belas<ngen en sociale bijdragen, maar de overheidsuitgaven bedroegen 334 miljard euro. Dat is 54%
van het BBP.
Naast fiscale inkomsten heeL de overheid ook andere inkomsten, zoals dividenden als aandeelhouder van
Belfius, maar toch ontstaat er een begro<ngstekort. In 2024 bedraagt dat tekort 4,4% van het BBP, wat
overeenkomt met 27 miljard euro.
Wanneer een begro<ngstekort structureel wordt, bouwt men een overheidsschuld op.
ð Om de uitgaven te financieren, moet de overheid schulden aangaan. Daardoor is de
overheidsschuld opgelopen tot 105% van het BBP, wat neerkomt op 651 miljard euro.
Ä Dat is op zich geen probleem als het <jdelijk is, maar wel als het jaar na jaar blijL
terugkomen.
ð Sinds 2000 is er geen enkel jaar geweest waarin de begro<ng posi<ef of in
evenwicht werd afgesloten. Elk jaar was er een tekort, waardoor de staatsschuld
verder is gestegen.
Binnen de Europese Unie gelden er regels, zoals de Maastrichtnorm. Die bepaalt dat het begro<ngstekort
maximaal 3% van het BBP mag bedragen, dat is aanvaardbaar.
ð Wanneer een lidstaat boven die 3% zit, wordt die op het matje geroepen en moet er een
saneringsplan worden opgesteld.
Ä België sloot 2024 af met een tekort van 4,4% van het BBP en zit dus boven de norm. Als
er niets verandert, zou het tekort tegen 2029 kunnen oplopen tot 5,9% van het BBP.
In een ideale situa<e is wat binnenkomt gelijk aan wat buitengaat en is de begro<ng in evenwicht. Om dat
te bereiken moet de regering ongeveer 27 miljard euro vinden. Door de discussie rond defensie-uitgaven
en de 2%-norm loopt dat bedrag op tot ongeveer 30 miljard euro. Dat is nodig om binnen de toegestane
3%-marge van Europa te blijven.
ð Europa heeL België daarom op het matje geroepen en de huidige Arizonaregering moet
oplossingen zoeken.
Ä In november 2025 werd een begro<ngsakkoord bereikt waarbij men via een mix van
besparingen en nieuwe belas<ngen 12 miljard euro wil saneren. Dat veroorzaakte veel
Gemaakt door: Elien Vanderick 2
, commo<e, zoals treinstakingen, maar 12 miljard is onvoldoende tegenover de ongeveer
30 miljard die nodig is.
Uit het diagram blijkt dat 52% van de overheidsuitgaven naar sociale zekerheid en gezondheidszorg gaat.
Daar worden we sterk geconfronteerd met de vergrijzingsproblema<ek. België werkt met een
repar<<esysteem.
ð Repar33esysteem = wie vandaag werkt, spaart niet voor zijn eigen pensioen, maar via
belas<ngen en sociale bijdragen worden de pensioenen van de huidige gepensioneerden betaalt.
Hoe meer ac<eve mensen er zijn, hoe meer inkomsten er binnenkomen en hoe makkelijker het
wordt om de pensioenen te financieren.
Naast sociale zekerheid en gezondheidszorg neemt ook de algemene staatsstructuur een aanzienlijk deel
van het budget in beslag, namelijk 13%.
ð BE is georganiseerd in gemeenschappen en gewesten, waardoor bepaalde bevoegdheden en
administra<es op verschillende niveaus bestaan. Daardoor moeten veel zaken meerdere keren
georganiseerd worden, terwijl ze in een eenvoudiger staatsstructuur slechts één keer zouden
moeten gebeuren. Dat brengt extra kosten met zich mee.
Onderwijs vertegenwoordigt 12% van het budget.
Daarnaast zijn er kleinere uitgavenposten, zoals openbare orde en veiligheid, goed voor 3%, en milieu,
goed voor 2%, naast andere kleinere categorieën.
De gemiddelde belas<ngdruk bedraagt 42,6%. Dat is een gemiddelde, wat betekent dat sommige zaken
hoger en andere lager belast worden dan die 42,6%. De achilleshiel van ons systeem is de belas<ngdruk
op arbeid. Wat de belas<ngdruk op arbeid betreL, staat België op plaats 1 in de ranking van de OESO.
ð Het pijnpunt van de Belgische belas<ngdruk is dus arbeid. Het vertrekpunt is de kostprijs voor de
werkgever, namelijk wat de werkgever in totaal betaalt voor een werknemer en vervolgens het
nebo-inkomen waarmee de werknemer naar huis gaat.
Ä De OESO maakt hierover al 25 jaar rapporten en gedurende die hele periode staan BE
alleenstaanden zonder kinderen aan de top. Zij moeten 52,7% van hun loon afstaan aan
de overheid.
1.1.1.1 Gevolgen van de verdeling
Gemaakt door: Elien Vanderick 3
, Wat de gevolgen van die verdeling betreL, verwees Alexia Bertrand,
staatssecretaris, naar de situa<e op federaal niveau. Het gaat hier dus
over de federale overheid.
Een belangrijk onderdeel van de federale uitgaven zijn de rentelasten.
Die houden verband met de staatsschuld. Wanneer de overheid
leningen aangaat om tekorten te financieren, moet zij daarop rente
betalen. Die rentelasten nemen een aanzienlijk deel van het budget in.
Van de 167 miljard euro waarover de federale overheid beschikt, blijL
er uiteindelijk slechts 19 miljard euro over voor de kerntaken. Nochtans
bedroeg de kostprijs van die kerntaken in 2024 ongeveer 37 miljard euro.
De vraag is dan: waar moet men besparen?
o Bij de deelstaten is dat moeilijk.
o Ook in de sociale zekerheid ligt dat gevoelig.
o De rentelasten kan men niet zomaar verminderen, want die vloeien voort uit bestaande schulden.
o De bijdragen aan de Europese Unie zijn eveneens verplicht.
o Besparen op defensie is ook geen evidente keuze.
Het verhaal van de sanering is dus bijzonder complex. Men kan besparen op openbare uitgaven of de
fiscale inkomsten verhogen, maar wat vaak vergeten wordt, is het belang van economische groei. Als de
economie groeit, s<jgt het BBP en wordt de pot waaruit fiscale inkomsten worden gehaald groter. Volgens
de professor moet er daarom op 3 niveaus worden ingezet.
1.2 Inhoud en voorwerp belas.ngrecht
Het belas3ngrecht = regelt de wijze waarop de overheid een financiële presta<e kan vorderen van
rechtssubjecten ten behoeve van het algemeen belang.
ð Het gaat dus om de regels die bepalen hoe en onder welke voorwaarden de overheid van elk van
ons een presta<e kan eisen.
Ä In de prak<jk is die presta<e meestal het betalen van een som geld, maar in principe kan
het ook om een andere presta<e gaan, namelijk presta<es in natura.
Wanneer er belas<ngen betaald worden op het arbeidsinkomen, gebruikt de overheid die middelen om
uitgaven te doen in func<e van het algemeen belang. Het doel van belas<ngheffing is dus niet willekeurig,
maar gericht op de financiering van collec<eve noden.
Het belas<ngrecht wijkt op bepaalde punten af van het algemeen recht. De fiscus beschikt namelijk over
specifieke bevoegdheden en kan ook dwangmaatregelen treffen om belas<ngen te controleren, te innen
en eventueel af te dwingen.
Het belas<ngrecht omvat 4 grote onderdelen:
o De rechtsgrond van de belas<ngbevoegdheid: daarbij stelt men de vraag wie belas<ngen kan
heffen. Met andere woorden: welke overheid is bevoegd om een belas<ng in te voeren?
o Het toepassingsgebied van de belas<ng: hier gaat het om de vragen wie wordt belast, wat wordt
belast en hoe er wordt belast. Dit onderdeel bepaalt dus de concrete invulling van de belas<ng.
o De dwangmaatregelen van de overheid: dit betreL controle, sanc<onering en invordering. De
fiscus kan nagaan of belas<ngplich<gen hun verplich<ngen naleven, kan sanc<es opleggen bij
inbreuken en kan overgaan tot invordering wanneer belas<ngen niet vrijwillig worden betaald.
Gemaakt door: Elien Vanderick 4