Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Examen

Modelvragen Bestuurs- en omgevingsrecht (beperkt)

Note
-
Vendu
-
Pages
17
Grade
9-10
Publié le
13-07-2026
Écrit en
2025/2026

Dit document met voorbeeld examenvragen van 17 pagina's is samengesteld door een ervaren bijlesgever met 5 jaar ervaring in bestuurs- en omgevingsrecht die al meer dan 100 studenten succesvol heeft begeleid richting een geslaagd examen. De vragen zijn afgestemd op de echte moeilijkheidsgraad van het examen en bevat 3 delen: (i) 10 stellingen; (ii) 6 theorievragen; en (iii) 5 uitgebreide casussen. Bij elk onderdeel zijn de modelantwoorden inbegrepen.

Montrer plus Lire moins

Aperçu du contenu

MODELVRAGEN


DEEL 1: Stellingen
VRAAG 1
Een huurovereenkomst is niet onderworpen aan de overheidsopdrachtenreglementering,
zo stelt artikel 28, § 1, eerste lid, 1°, Overheidsopdrachtenwet 2016.

Juist, een huurovereenkomst is principieel niet onderworpen aan de
overheidsopdrachtenreglementering, zo stelt artikel 28, § 1, eerste lid, 1°,
Overheidsopdrachtenwet 2016.
Belangrijke “nuance” daarbij: dit geldt in principe slechts voor de huur van bestaande
gebouwen of andere onroerende goederen. In het andere geval wordt de grens tussen een
huurovereenkomst en een overheidsopdracht (gevaarlijk) klein.



VRAAG 2

Aangezien statutaire en contractueel tewerkgestelde personeelsleden die dezelfde job
doen gelijk behandeld moeten worden, is de formele motiveringsplicht van toepassing bij
de opzegging van de arbeidsovereenkomst van een contractueel personeelslid.

Fout, de statutaire ambtenaar die het voorwerp uitmaakt van een ambtsbeëindiging en het
contractuele personeelslid die zijn opzegging krijgt, bevinden zich ten aanzien van de
toepassing van de wet van 29 juli 1991 in een verschillende situatie.
De eerste ziet zijn betrekking gewaarborgd door het feit dat zijn ambt slechts kan worden
beëindigd op grond van redenen die uitdrukkelijk in zijn statuut zijn opgesomd. Het vaste
karakter van de betrekking vormt aldus een substantieel kenmerk van het statutair ambt.
Daaruit volgt voor de overheid die een einde maakt aan een statutaire relatie een
verplichting om de bij het statuut bepaalde reden van ontslag afdoende te identificeren en
voor de statutaire ambtenaar een recht om bij de Raad van State een beroep tot
nietigverklaring in te stellen. Aangezien dat beroep binnen een termijn van zestig dagen
moet worden ingesteld, moet die ambtenaar snel de redenen van de beslissing van de
overheid kennen.
Het contractuele personeelslid daarentegen is onderworpen aan de regels die van
toepassing zijn op de arbeidsovereenkomst, volgens welke elke partij bij de overeenkomst
eenzijdig een einde aan de overeenkomst kan maken om vrij gekozen redenen. Een
contractuele werknemer beschikt over een termijn van een jaar na de beëindiging van de
overeenkomst om bij de arbeidsrechtbank beroep in te stellen. Die termijn biedt hem de
mogelijkheid om aan de werkgever te vragen om de redenen van zijn ontslag te kennen.




1

,VRAAG 3
Het college van burgemeester en schepenen kan een dading sluiten met betrekking tot een
geschil omtrent een schilderij.

Fout, op grond van artikel 56, §3, 8° DLB is het college van burgemeester en schepenen
bevoegd om daden van beschikking te stellen over roerende goederen, met uitzondering
van het aangaan van dadingen.



VRAAG 4

Een ambtenaar kan tuchtrechtelijk vervolgd worden voor feiten die zich afspelen in de
privésfeer.

Juist, de tuchtregeling bestraft de houding of de gedragingen (de zogenaamde inbreuken
op de “ambtelijke waardigheid”), die niet-nakoming van de professionele verplichtingen
of inbreuken op de regelgeving van een ambtenaar. Bijgevolg kunnen feiten die zich
afspelen in de privésfeer aanleiding geven tot een tuchtsanctie wanneer ze een inbreuk
uitmaken op de “ambtelijke waardigheid”. Dit vergt een beoordeling in concreto.



VRAAG 5
Naar aanleiding van een onteigening kan de onteigende persoon aanspraak maken op een
billijke onteigeningsvergoeding die overeenstemt met de venale waarde van het goed.

Fout, er is geen volledige eenduidigheid in de rechtspraak over wat een billijke
onteigeningsvergoeding precies inhoudt, of met andere woorden over welke de
componenten zijn van de onteigeningsvergoeding. In de praktijk komt de vereiste van een
billijke vergoeding erop neer dat de onteigende minsten een bedrag moet ontvangen dat
hem in staat stelt een nieuw gelijkaardig (maar daarom niet identiek) goed te verwerven.
Dit wil zeggen dat hij minstens recht heeft op de betaling van de venale waarde van het
goed (dus de verkoopwaarde van het goed op de markt), de kosten van wederbelegging
(de belastingen en andere kosten verschuldigd bij het verwerven van een ander goed) en
de wachtinteresten (de rente op het geld tussen het ogenblik van de ontvangst ervan en de
vermoedelijke datum van de wederbelegging). De wachtinteresten worden in de recente
rechtspraak soms geweigerd.
Daarnaast echter kunnen ook nog andere schadeposten in aanmerking komen om tot een
integraal herstel te komen, zoals commerciële schade, investeringsverlies, verhuiskosten,
verlies van een voordeel in de landbouw…
Bovendien aanvaardt de rechtspraak doorgaans dat bij het bepalen van de
onteigeningsvergoeding wordt rekening gehouden met de geschiktheidswaarde en de
affectiewaarde. De geschiktheidswaarde is de bijzondere waarde van het onroerend goed
wegens de aangepaste inrichting ervan door de eigenaar. De affectiewaarde betreft de
emotionele waarde.
2
Ook aanvaardt de rechtspraak dat bij het bepalen van de onteigeningsvergoeding rekening
wordt gehouden met de waardevermindering van her restant.

, VRAAG 6
Het vonnis in de Shell-zaak in Nederland is baanbrekend omdat voor het eerst in West-
Europa een overheid een rechtzaak heeft aangespannen tegen een onderneming om de
uitstoot van broeikasgassen te reduceren.

Fout, de Nederlandse overheid was geen procespartij. De zaak werd aangespannen door
gewone burgers en milieuverenigingen tegen Shell.



VRAAG 7
Indien er bij de aanwerving van een personeelslid van de gemeente een examen
georganiseerd wordt, moet de gemeente steeds de kandidaat kiezen die als beste uit het
examen komt.

Fout, dit is enkel juist bij een vergelijkend examen waar de overheid een gebonden
bevoegdheid heeft. Bij een niet-vergelijkend examen vormt het examen een element van
de beoordeling in het kader van een ruimere vergelijking van de “titels en verdiensten”
(zgn. benoeming naar keuze). In dit laatste geval beschikt de overheid over een
discretionaire bevoegdheid.




VRAAG 8
De wet- of decreetgever bij het regelen van het voorkomen en vergoeden van
gezondheidsschade door het inademen van asbestvezels, toepassing gemaakt van het
beginsel dat de vervuiler betaalt.

Fout, het asbestfonds dat de slachtoffers of hun nabestaanden vergoedt, wordt niet gespijst
door de asbestproducenten, doch wordt gespijst door werkgeversbijdrage of door de
belastingbetaler.



VRAAG 9
Wanneer de Raad van State zich bevoegd verklaart voor een annulatieberoep tegen een
stedenbouwkundige vergunning, terwijl de verwerende partij van oordeel is dat niet de
Raad van State maar wel de Raad voor Vergunningsbetwistingen daarvoor bevoegd is,
dan is er sprake van een geschil van attributie en kan de verwerende partij tegen het
arrest van de Raad van State een cassatieberoep instellen bij het Hof van Cassatie.

Fout: Er is enkel sprake van een attributieconflict, waarvoor het Hof van Cassatie bevoegd
is op grond van artikel 158 GW, als het conflict betrekking heeft op de
rechtsmachtsverdeling tussen de gewone rechter en de Raad van State. De wetgever heeft
voorzien in een wettelijke basis voor dergelijke conflicten in de artikelen 33-34 RvS-wet.

3

Infos sur le Document

Publié le
13 juillet 2026
Nombre de pages
17
Écrit en
2025/2026
Type
Examen
Contient
Questions et réponses

Sujets

€8,95
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
Legalfly

Document également disponible en groupe

Thumbnail
Package deal
Proefexamen Bestuurs- en Omgevingsrecht & Modelvragen (beperkt)
-
2 2026
€ 16,95 Plus d'infos

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Legalfly Universiteit Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
10
Membre depuis
2 mois
Nombre de followers
0
Documents
10
Dernière vente
3 semaines de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions