0. Inleiding
0.1. Safety vs. security
- Safety & security hebben verschillende doelstellingen:
o MAAR:
Overlappen vaak in de praktijk
Zijn beide onderdeel vh integrale veiligheidsdomein
- Technologische evoluties zorgen ervoor dat:
o Safety en security steeds meer verstrengeld raken
o Ze niet los van elkaar bekeken kunnen worden
- Safety (veiligheid):
o BESCHERMEN
o Bescherming tegen onbedoelde schade
o Focus op:
Menselijke fouten
Technische storingen
Natuurlijke of interne risico’s (brand, oververhitting,
machinestoringen)
o Toepassing vooral binnen:
Arbeidsveiligheid
Milieuveiligheid
o Typische maatregelen:
Risicoanalyses
Veiligheidsprocedures
Nooduitgangen
Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s)
o Sterk gereguleerd via normen en standaarden
Bv. ISO 45001
o Doel: risico’s systematisch voorkomen en beheersen
1
,- Security (beveiliging):
o BEVEILIGEN
o Bescherming tegen opzettelijke, kwaadwillige handelingen
o Focus op bewuste dreigingen
o Voorbeelden:
Inbraak
Diefstal
Sabotage
Terrorisme
Cyberaanvallen
Datalekken
o Zowel fysieke als digitale dreigingen
o Typische maatregelen:
Toegangscontrole
Camerabewaking
Firewalls en cybersecuritybeleid
Beleidsmaatregelen en compliance
o Kernprocessen: detectie – preventie – respons
0.2. Digitalisering en dataficatie
- Digitalisering en dataficatie hebben grote impact op safety en
security
- Technologie beïnvloedt:
o Ontstaan van risico’s en criminaliteit
o De aanpak en beheersing ervan
0.2.1. Digitalisering
- Digitalisering:
o = overgang van mechanische en analoge technologieën naar
digitale en computertechnologie
o Ontstaan als gevolg vd 3e Industriële Revolutie
- Centrale technologieën in die
transitie:
o Computer
o Internet
- Vormt de basis vd hedendaagse
informatiem’pij
2
,- Historische evolutie:
o Jaren ’50:
Eerste computers
Collectief gebruik (grote centrale systemen)
o 1971: microprocessor (Intel)
Reproduceert rekenkracht van grote computers op een
kleine chip
Basis voor de personal computer (pc)
o Jaren ’80: pc
Computer wordt een persoonlijk hulpmiddel
Fundamentele verandering in relatie mens – technologie
Mensen kunnen zelfstandig:
Communiceren
Werken
Informatie verwerken
o Jaren ’90: internet
Wereldwijde koppeling van computers
Universeel netwerk waarin data vrij kan stromen
o Na 2000: Web 2.0
Evolutie van passief (Web 1.0) à interactief platform
Gebruikers creëren, delen en beoordelen content
Opkomst van:
Sociale netwerken (Bv. Myspace, Hyves, Facebook)
Mediaplatforms (Bv. Youtube)
o Evolutie:
Web 1.0: passieve informatie
Web 2.0: interactie, sociale media, contentcreatie
o Smartphone:
Continue verbondenheid met de digitale wereld
Mobiele technologie als verlengstuk vd mens
Ontstaan van een hybride realiteit: online en offline
leven vervlechten
3
, - Sociale en maatschappelijke gevolgen:
o Ontstaan van nieuwe sociale fenomenen
Bv. digitalisering vd straatcultuur
Straatcultuur verschuift deels naar online ruimtes
Ontstaan van hybride identiteiten
o Groeiende macht van Big Tech:
Google, Apple, Meta, Amazon, Microsoft
Grote technologiebedrijven krijgen:
Economische macht
Maatschappelijke invloed
Dominantie over digitale platformen en infrastructuren
o Ontwikkeling vd metaverse:
= 3-dimensionale digitale wereld waarin gebruikers zich
via avatars bewegen
Mogelijkheden:
Communiceren
Werken
Consumeren
Onderliggende technologieën:
Augmented Reality (AR): echte wereld +
virtuele elementen
Virtual Reality (VR): volledig gesimuleerde
omgeving
Spraaktechnologieën
Betekenis:
Digitale en fysieke wereld lopen verder in elkaar
over
Menselijke activiteiten worden steeds meer
datagedreven
Grens tss online en offline vervaagt verder
0.2.2. Dataficatie
- Dataficatie:
o = gevolg van digitalisering
o = proces waarbij menselijke handelingen en sociale
activiteiten:
Worden omgezet in digitale data
Opnieuw gebruikt worden voor:
Analyse
Besluitvorming
Dienstverlening
Betreft:
Bestaande activiteiten (bv. hardlopen)
4