Samenvatting - menselijke biologie en
ziekteleer
Dit is een Nederlandstalige samenvatting van het vak menselijke biologie en ziekteleer
gegeven door Prof. D’Hooge en Prof. Vegh. Het document bevat zowel de hoorcolleges als
het boek: “Human biology”. Deze samenvatting bevat enkel de allerbelangrijkste foto’s maar
ik raad sterk aan om samen met het boek te leren voor een duidelijk overzicht.
Ik behaalde met deze samenvatting een 16/20.
Inhoudstafel
1. Hoofdstuk 1: The chemistry of living things 2
2. Hoofdstuk 2: Structure and function of cells 10
3. Hoofdstuk 3: From cells to organ systems 20
4. Hoofdstuk 4: The skeletal system 26
5. Hoofdstuk 5: The muscular system 33
6. Hoofdstuk 6: Blood 39
7. Hoofdstuk 7: Heart and blood vessels 49
8. Hoofdstuk 8: The immune system and mechanisms of defense 60
9. Hoofdstuk 9: The respiratory system: exchange of gases 74
10. Hoofdstuk 10: The endocrine system 96
11. Hoofdstuk 11: The digestive system and nutrition 84
12. Hoofdstuk 12: The urinary system 107
13. Hoofdstuk 13: Reproductive systems 123
14. Hoofdstuk 14: Cell reproduction and differentiation 116
15. Hoofdstuk 15: Cancer 143
16. NIET BEHANDELD
17. Hoofdstuk 17: Development, maturation, aging, and death 133
1
, HST 1: THE CHEMISTRY OF LIVING THINGS
Leven is afhankelijk van water
❖ life depends on water – key properties of water
➢ goed oplosmiddel
➢ vloeistof bij lichaamstemperatuur (36°-37°)
■ circulatie belangrijk
➢ kan absorberen en bijhouden → grote warmtecapaciteit en stabiliteit
■ Tstabiel want kan veel energie absorberen
➢ overtollige temperatuur reguleren
■ bv. zweten
➢ maakt deel uit van essentiële chemische reacties
■ hydrolyse en dehydratiesynthesis
■ water om te splitsen of om kleine moleculen aan elkaar te hangen
❖ water → essentieel vr leven
➢ organisch leven op aarde startte uit zeewater (water met opgeloste zouten)
➢ lichaam bestaat 70% uit water
➢ alle biologische processen vn ons lichaam gebeuren in water
❖ in natuur
➢ water rond en in cellen MAAR geen zuiver water
➢ water met elektrolyten/ionen/mineralen (=samenstelling zeewater)
➢ belangrijkste zout → NaCl
1. Water is een uitstekend oplosmiddel
❖ terminologie
➢ oplosmiddel (solvent) ⇒ vloeistof waarin stoffen oplossen
➢ oplossing (solute) ⇒ opgeloste stof
❖ water is een polair molecule
➢ 2 waterstofatomen en 1 zuurstofatoom → covalent gebonden
■ covalente binding → delen van elektronen
➢ polair → neg en pos pool
■ want zuurstof trekt harder
■ kan zich rond andere atomen zetten
■ hydrofiel → lost goed op in water
➢ polaire stoffen lossen goed op in water
■ apolaire stoffen → hydrofoob → lossen niet goed op in water
❖ hydrofiel molecule
➢ polair molecule die aangetrokken w door water en er gemakkelijk mee
interageren
➢ lossen op in water
➢ bv. NaCl
❖ hydrofoob molecule
➢ apolair molecule die niet aangetrokken w door water en er niet gemakkelijk
mee interageren
➢ lossen niet op in water
➢ bv. olie
2
, ❖ bv. oplosbaarheid vn zout NaCl in water
➢ NaCl-kristal
■ ionische binding tss Na en Cl
➢ NaCl w in water geplaatst
■ Na+ en Cl- komen los
■ ionen omringd door watermantel
■ sterke molecules → zoutionen vallen niet terug op zoutkristal
2. Water is een vloeistof bij lichaamsT
❖ waterstofbruggen in versch aggregatietoestanden
➢ minder beweging mogelijk bij ijs want waterstofbruggen ordenen zich zoals
kristalstructuur
➢ daarom Vijs > Vwater
➢ bv. frostbite
■ bevriezen vn weefsel
■ water rond cellen bevriest en zet uit
❖ tss 0-100 °C → water is vloeistof
➢ genoeg warmte-energie om sommige waterstofbruggen te breken
➢ waterstofbindingen die er wel zijn, zijn random
➢ gevolg
■ uitstekend medium vr oplossingen in lichaam (bv. bloed transporteert
zuurstof door lichaam)
❖ < 0 °C → water is ijs
➢ niet genoeg warmte-energie om waterstofbruggen te breken
➢ watermoleculen w stabiele en rigide rooster
❖ > 100 °C → water is gas
➢ wel genoeg warmte-energie om alle waterstofbruggen te breken
❖ hoe houdt water ionen in oplossing (omringen)
➢ goede oplosbaarheid vn zout (bv. NaCl)
➢ ionair gebonden atomen komen los in water
➢ watermanteltjes
➢ polaire stoffen die goed oplossen in water
3. Water helpt regulatie vn lichaamsT
❖ water kan warmte-energie goed absorberen en bijhouden
➢ water houdt warmte stabiel wnr je dreigt het te warm te hebben (bv. sauna)
➢ water houdt warmte stabiel wnr je dreigt het te koud te hebben (bv.
shorts in winter)
➢ gevolg: grote Tveranderingen in metabolisme/omgeving → veranderingen in
lichaamsT
❖ zweten
3
, ➢ we maken meer warmte aan dan nodig → warmte kwijtraken belangrijk
➢ zweten ⇒ evaporatie v water
➢ gevolg: bloedvaten w afgekoeld → lichaamstemp stabiel (37 °C)
Waterstofionen
❖ H20 kan breken in…
➢ één H+ ion
➢ één OH- ion
❖ zuren
➢ moleculen die H+ kunnen doneren (weggeven)
➢ zuren + water = zure oplossing → hogere H+ concentratie dan puur water
❖ basen
➢ moleculen die H+ kunnen accepteren (combineren met)
➢ basen + water = alkaline oplossing → lagere H+ concentratie dan puur water
1. pH-schaal
❖ pH-schaal
➢ !waterstofion bepaalt de zuurte!
➢ maat vn H+ concentratie ve oplossing
➢ belangrijk vr werking vn eiwitten, andere macromoleculen
■ bv. denaturatie eiwitten
➢ bv. hyperventileren → te veel CO2 uitademen
■ buffer vh bloed verandert
■ bloed verandert in pH
➢ let op! het negatieve logaritme
■ grotere pH → minder waterstofionen → minder zuur
➢ basisch/alkalisch
■ pH > 7
■ basische oplossing
■ bv. bleek, ontstopper
➢ neutrale pH = 7
■ 10-7 mol/l
■ bv. zuiver water, bloed, tranen
➢ zure pH < 7
■ zure oplossing
■ bv. urine, speeksel, maagzuur
2. buffers
❖ buffers minimaliseren veranderingen in pH
➢ buffers
■ minimaliseren pH veranderingen
■ helpen in lichaamsvochten pH stabiel houden
➢ bufferparen
■ één buffer → zuurvorm vd molecule → kan H+ doneren
■ één buffer → basevorm vd molecule → kan H+ accepteren
➢ koolzuur en bicarbonaat vormen samen een vd belangrijkste bufferparen van
het lichaam
4
ziekteleer
Dit is een Nederlandstalige samenvatting van het vak menselijke biologie en ziekteleer
gegeven door Prof. D’Hooge en Prof. Vegh. Het document bevat zowel de hoorcolleges als
het boek: “Human biology”. Deze samenvatting bevat enkel de allerbelangrijkste foto’s maar
ik raad sterk aan om samen met het boek te leren voor een duidelijk overzicht.
Ik behaalde met deze samenvatting een 16/20.
Inhoudstafel
1. Hoofdstuk 1: The chemistry of living things 2
2. Hoofdstuk 2: Structure and function of cells 10
3. Hoofdstuk 3: From cells to organ systems 20
4. Hoofdstuk 4: The skeletal system 26
5. Hoofdstuk 5: The muscular system 33
6. Hoofdstuk 6: Blood 39
7. Hoofdstuk 7: Heart and blood vessels 49
8. Hoofdstuk 8: The immune system and mechanisms of defense 60
9. Hoofdstuk 9: The respiratory system: exchange of gases 74
10. Hoofdstuk 10: The endocrine system 96
11. Hoofdstuk 11: The digestive system and nutrition 84
12. Hoofdstuk 12: The urinary system 107
13. Hoofdstuk 13: Reproductive systems 123
14. Hoofdstuk 14: Cell reproduction and differentiation 116
15. Hoofdstuk 15: Cancer 143
16. NIET BEHANDELD
17. Hoofdstuk 17: Development, maturation, aging, and death 133
1
, HST 1: THE CHEMISTRY OF LIVING THINGS
Leven is afhankelijk van water
❖ life depends on water – key properties of water
➢ goed oplosmiddel
➢ vloeistof bij lichaamstemperatuur (36°-37°)
■ circulatie belangrijk
➢ kan absorberen en bijhouden → grote warmtecapaciteit en stabiliteit
■ Tstabiel want kan veel energie absorberen
➢ overtollige temperatuur reguleren
■ bv. zweten
➢ maakt deel uit van essentiële chemische reacties
■ hydrolyse en dehydratiesynthesis
■ water om te splitsen of om kleine moleculen aan elkaar te hangen
❖ water → essentieel vr leven
➢ organisch leven op aarde startte uit zeewater (water met opgeloste zouten)
➢ lichaam bestaat 70% uit water
➢ alle biologische processen vn ons lichaam gebeuren in water
❖ in natuur
➢ water rond en in cellen MAAR geen zuiver water
➢ water met elektrolyten/ionen/mineralen (=samenstelling zeewater)
➢ belangrijkste zout → NaCl
1. Water is een uitstekend oplosmiddel
❖ terminologie
➢ oplosmiddel (solvent) ⇒ vloeistof waarin stoffen oplossen
➢ oplossing (solute) ⇒ opgeloste stof
❖ water is een polair molecule
➢ 2 waterstofatomen en 1 zuurstofatoom → covalent gebonden
■ covalente binding → delen van elektronen
➢ polair → neg en pos pool
■ want zuurstof trekt harder
■ kan zich rond andere atomen zetten
■ hydrofiel → lost goed op in water
➢ polaire stoffen lossen goed op in water
■ apolaire stoffen → hydrofoob → lossen niet goed op in water
❖ hydrofiel molecule
➢ polair molecule die aangetrokken w door water en er gemakkelijk mee
interageren
➢ lossen op in water
➢ bv. NaCl
❖ hydrofoob molecule
➢ apolair molecule die niet aangetrokken w door water en er niet gemakkelijk
mee interageren
➢ lossen niet op in water
➢ bv. olie
2
, ❖ bv. oplosbaarheid vn zout NaCl in water
➢ NaCl-kristal
■ ionische binding tss Na en Cl
➢ NaCl w in water geplaatst
■ Na+ en Cl- komen los
■ ionen omringd door watermantel
■ sterke molecules → zoutionen vallen niet terug op zoutkristal
2. Water is een vloeistof bij lichaamsT
❖ waterstofbruggen in versch aggregatietoestanden
➢ minder beweging mogelijk bij ijs want waterstofbruggen ordenen zich zoals
kristalstructuur
➢ daarom Vijs > Vwater
➢ bv. frostbite
■ bevriezen vn weefsel
■ water rond cellen bevriest en zet uit
❖ tss 0-100 °C → water is vloeistof
➢ genoeg warmte-energie om sommige waterstofbruggen te breken
➢ waterstofbindingen die er wel zijn, zijn random
➢ gevolg
■ uitstekend medium vr oplossingen in lichaam (bv. bloed transporteert
zuurstof door lichaam)
❖ < 0 °C → water is ijs
➢ niet genoeg warmte-energie om waterstofbruggen te breken
➢ watermoleculen w stabiele en rigide rooster
❖ > 100 °C → water is gas
➢ wel genoeg warmte-energie om alle waterstofbruggen te breken
❖ hoe houdt water ionen in oplossing (omringen)
➢ goede oplosbaarheid vn zout (bv. NaCl)
➢ ionair gebonden atomen komen los in water
➢ watermanteltjes
➢ polaire stoffen die goed oplossen in water
3. Water helpt regulatie vn lichaamsT
❖ water kan warmte-energie goed absorberen en bijhouden
➢ water houdt warmte stabiel wnr je dreigt het te warm te hebben (bv. sauna)
➢ water houdt warmte stabiel wnr je dreigt het te koud te hebben (bv.
shorts in winter)
➢ gevolg: grote Tveranderingen in metabolisme/omgeving → veranderingen in
lichaamsT
❖ zweten
3
, ➢ we maken meer warmte aan dan nodig → warmte kwijtraken belangrijk
➢ zweten ⇒ evaporatie v water
➢ gevolg: bloedvaten w afgekoeld → lichaamstemp stabiel (37 °C)
Waterstofionen
❖ H20 kan breken in…
➢ één H+ ion
➢ één OH- ion
❖ zuren
➢ moleculen die H+ kunnen doneren (weggeven)
➢ zuren + water = zure oplossing → hogere H+ concentratie dan puur water
❖ basen
➢ moleculen die H+ kunnen accepteren (combineren met)
➢ basen + water = alkaline oplossing → lagere H+ concentratie dan puur water
1. pH-schaal
❖ pH-schaal
➢ !waterstofion bepaalt de zuurte!
➢ maat vn H+ concentratie ve oplossing
➢ belangrijk vr werking vn eiwitten, andere macromoleculen
■ bv. denaturatie eiwitten
➢ bv. hyperventileren → te veel CO2 uitademen
■ buffer vh bloed verandert
■ bloed verandert in pH
➢ let op! het negatieve logaritme
■ grotere pH → minder waterstofionen → minder zuur
➢ basisch/alkalisch
■ pH > 7
■ basische oplossing
■ bv. bleek, ontstopper
➢ neutrale pH = 7
■ 10-7 mol/l
■ bv. zuiver water, bloed, tranen
➢ zure pH < 7
■ zure oplossing
■ bv. urine, speeksel, maagzuur
2. buffers
❖ buffers minimaliseren veranderingen in pH
➢ buffers
■ minimaliseren pH veranderingen
■ helpen in lichaamsvochten pH stabiel houden
➢ bufferparen
■ één buffer → zuurvorm vd molecule → kan H+ doneren
■ één buffer → basevorm vd molecule → kan H+ accepteren
➢ koolzuur en bicarbonaat vormen samen een vd belangrijkste bufferparen van
het lichaam
4