Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Examen

Proefexamen Basisbegrippen van het Recht

Note
-
Vendu
-
Pages
10
Grade
9-10
Publié le
13-07-2026
Écrit en
2025/2026

Dit document is een proefexamen van 10 pagina's is samengesteld door een ervaren bijlesgever met 5 jaar ervaring met basisbegrippen die al meer dan 100 studenten succesvol heeft begeleid richting een geslaagd examen. De vragen zijn afgestemd op de echte moeilijkheidsgraad van het examen en bevat zowel het deel van professor Verschelden als het deel van procesrecht: (i) multiple choice; (ii) stellingen; (iii) theorie; én (iv) casussen. Bij elk onderdeel zijn de modelantwoorden inbegrepen.

Montrer plus Lire moins

Aperçu du contenu

PROEFEXAMEN

DEEL 1: Multiple Choice

VRAAG 1

Welke stelling is juist?

A. Het toestaan van een hypotheek op zijn onroerend goed is een daad van beheer.

B. Het ontvangen van huurgelden is een daad van economisch beheer.

C. Het aangaan van een autoverzekering is een daad van beheer.

D. Het ontvangen van een dividend, gekoppeld aan aandelenbezit, is een daad van genot.

Juiste antwoord: D
Uitleg:
A = daad van beschikking
B = daad van gebruik/genot
C = daad van bewaring




VRAAG 2
Geert heeft een stuk weideland, dat hij in de lente en zomer gebruikt om zijn paarden op te
laten grazen. Geert leidt iedere keer zijn paarden naar en van zijn weide via de weide van zijn
buurman Bart. Het perceel van Geert grenst namelijk niet aan de straat: het is aan drie zijden
begrensd door tuinen van buren en aan de vierde zijde door de weide van Bart, die dan weer
op de straat uitgeeft. Welke stelling is juist?
A. Geert heeft een tijdelijk zakelijk recht van vruchtgebruik op het perceel van Bart.
B. Geert heeft een tijdelijk zakelijk recht van erfdienstbaarheid op het perceel van Bart.
C. Het perceel van Bart is het lijdende erf, het perceel van Geert is het heersende erf.
D. Geert is de blote eigenaar van het goed, terwijl Bart de vruchtgebruiker is.

Juiste antwoord: C
Uitleg:
A: vruchtgebruik heeft hier niks mee te maken
B: Erfdienstbaarheid is een zakelijk genotsrecht dat weegt op een erf, het is verbonden
aan een onroerend goed. Het is een recht die gekoppeld is aan een onroerend goed en niet
aan een persoon. Hier wordt het geformuleerd alsof het een recht is van Geert.
D: vruchtgebruik heeft hier niks mee te maken

, VRAAG 3

Welke stelling is juist?
A. Bijstand is altijd de regel. Enkel wanneer dit niet volstaat, zal het systeem van
vertegenwoordiging spelen.
B. Een overschrijding van een regel van louter dwingend recht, leidt tot de relatieve
nietigheid waarbij geen verzaking mogelijk is.
C. De materiële bevoegdheid raakt de openbare orde. Dit brengt mee dat partijen er nooit
van kunnen afwijken, zelfs niet bij een overeenkomst waar beide partijen volledig
achter staan.
D. Indien een geschil aanhangig wordt gemaakt voor de rechtbank van eerste aanleg terwijl
een ander rechtscollege bijzonder bevoegd is, kan de verwerende partij succesvol een
exceptie van onbevoegdheid opwerpen.


Juiste antwoord: C
Uitleg:
A: de regel is verschillend indien het gaat om minderjarigen dan wel om meerderjarigen.
Voor minderjarigen is vertegenwoordiging de regel en bijstand de uitzondering, terwijl
voor meerderjarigen vertegenwoordiging enkel kan worden bevolen indien bijstand niet
volstaat. Dit staat omschreven in artikel 492/2 oud BW.
B: regels van louter dwingend recht beschermen slechts de private belangen (art. 1.3,
vijfde lid BW). Indien een partij een regel van louter dwingend recht overtreedt, dan kan
de beschermde persoon (en enkel hij) de nietigheid opwerpen. De beschermde persoon
kan -indien de overtreding wordt vastgesteld- ook beslissen om eraan te verzaken en
bijgevolg de nietigheid niet inroepen.
D: vermits de rechtbank van eerste aanleg beschikt over een zogenaamde volheid van
bevoegdheid (art. 568, 1e lid Ger.W.), is zij altijd bevoegd behalve wanneer het hof van
beroep, het Hof van Cassatie bevoegd is dan wel een ander rechtscollege exclusief
bevoegd is. In geval van een bijzondere bevoegdheid van een ander rechtscollege is de
rechtbank van eerste aanleg niet onbevoegd (maar ook bevoegd), zodat geen exceptie van
onbevoegdheid kan worden opgeworpen.

Infos sur le Document

Publié le
13 juillet 2026
Nombre de pages
10
Écrit en
2025/2026
Type
Examen
Contient
Questions et réponses
€9,95
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
Legalfly

Document également disponible en groupe

Thumbnail
Package deal
Proefexamen Basisbegrippen & Modelvragen
-
3 2026
€ 24,95 Plus d'infos

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
Legalfly Universiteit Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
10
Membre depuis
2 mois
Nombre de followers
0
Documents
10
Dernière vente
3 semaines de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions