Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Notes de cours

College Aantekeningen | Algemene literatuurwetenschap 1 | UA | 2025/26

Note
-
Vendu
-
Pages
39
Publié le
09-07-2026
Écrit en
2025/2026

Collegeaantekeningen voor Algemene literatuurwetenschap 1 aan de Universiteit Antwerpen. Gegeven door professor Absillis in de tweede bachelor taal- en letterkunde. Geslaagd in eerste zit.

Aperçu du contenu

College 1: inleiding
The two cultures:
C.P. Snow stelde dat er twee gescheiden werelden bestaan: de geesteswetenschappen en de exacte
wetenschappen. Beide groepen begrijpen elkaar vaak niet, omdat ze weinig kennis hebben van elkaars
vakgebied. Volgens Snow is dit een probleem voor de samenleving, omdat wetenschap en technologie
daardoor niet goed begrepen worden door de bredere culturele en politieke elite. Hij pleitte daarom
voor meer samenwerking en begrip tussen beide domeinen.
De “wetenschappelijke revolutie”
De wetenschappelijke revolutie in de 16de en 17de eeuw zorgde ervoor dat de natuurwetenschappen
zich losmaakten van filosofie en theologie. Wetenschappers gingen zich vooral richten op wat ze zelf
konden onderzoeken en lieten abstracte filosofische en religieuze verklaringen steeds meer buiten
beschouwing. De kwaliteit van wetenschap werd voortaan bepaald door interne criteria zoals methode,
systematiek, observatie en controleerbaarheid. Hierdoor werd natuurwetenschap steeds meer een
gespecialiseerd vakgebied, waarvoor uitgebreide kennis en langdurige studie nodig waren.
De wetenschappelijke revolutie: sleuteljaar 1543
In 1543 begon de wetenschappelijke revolutie met twee belangrijke doorbraken. Nicolas Copernicus
verwierp het geocentrische wereldbeeld van Ptolemaeus en stelde het heliocentrisme voor: de aarde
draait rond de zon. In hetzelfde jaar publiceerde Andreas Vesalius zijn werk over de menselijke
anatomie, gebaseerd op eigen dissecties van lijken. Daarmee weerlegde hij de oude leer van de
humoren uit de oudheid. Deze ontwikkelingen zorgden samen voor een volledig nieuw, modern
wereld- en mensbeeld waarin observatie en wetenschap centraal kwamen te staan.
Francis Bacon
Francis Bacon was niet alleen wetenschapper maar ook een belangrijk politicus. In 1620 publiceerde
hij Novum Organum Scientiarum, waarin hij brak met Aristoteles en de oude manier van logisch
redeneren (zoals syllogismen) in de wetenschap. Hij pleitte voor een nieuwe wetenschappelijke
methode gebaseerd op observatie en ervaring. Bacon zag wetenschap als iets dat voortdurend
vooruitgaat: “Velen zullen passeren en wetenschap zal vermeerderen.” Hij gebruikte de symboliek van
de zuilen van Gibraltar en Jebel Musa als de poort van de oude naar de nieuwe wereld, waarmee hij
wilde aantonen dat de oude antieke kennis moest worden achtergelaten om via zijn methode nieuwe
kennis te ontdekken.
Opvattingen Francis Bacon
Francis Bacon zag kennis van de natuur als een religieuze opdracht: door de zondeval verloor de mens
zijn macht over de natuur, en via wetenschap kon die opnieuw worden herwonnen. Zijn idee “kennis is
macht” betekent dat wie de natuur begrijpt, ook meer controle krijgt over de wereld. Die kennis moet
volgens hem gebaseerd zijn op empirisme: zorgvuldige zintuiglijke waarneming in plaats van a priori-
ideeën of filosofische aannames, die hij als hoogmoedig en misleidend beschouwde. Daarom pleitte
Bacon voor een nieuwe wetenschappelijke methode (Novum Organum) die breekt met Aristoteles en
vertrekt vanuit observatie en experiment. Instrumenten zoals microscopen en telescopen, en goed
uitgeruste laboratoria, zijn daarbij essentieel. In zulke gecontroleerde omgevingen kan de natuur als
het ware “onderzocht en gedwongen worden om haar geheimen prijs te geven”. Bacon had ook veel
vertrouwen in techniek en uitvinders als de helden van de moderne wetenschap, en stond kritisch
tegenover taal, die hij als vervuild en onbetrouwbaar zag.
The New Atlantis – Francis Bacon
In The New Atlantis schetst Francis Bacon het utopische eiland Bensalem, waar een ideale
samenleving bestaat die volledig is gebouwd op wetenschap en techniek. Het eiland is geïsoleerd en
superieur aan andere beschavingen omdat het een uitzonderlijk hoogwetenschappelijk niveau heeft
bereikt. Dit komt door geheime en goed georganiseerde onderzoeksinstellingen waar experimenten en
technologische vernieuwing centraal staan.
Verlichting 18de eeuw
De Verlichting in de 18de eeuw legde de nadruk op het geloof in de menselijke rede in plaats van op
goddelijke autoriteit of traditie. De mens werd gezien als een autonoom denkend en handelend wezen
dat de wereld kan begrijpen, onderzoeken en verbeteren via wetenschap en kennis.
De industriële revolutie (19de eeuw)
In de 19de eeuw zorgde de industriële revolutie voor een snelle opeenvolging van technologische
uitvindingen, zoals de trein, de telefoon en de gloeilamp. Deze innovaties veranderden het dagelijks

1

,leven ingrijpend en werden vaak gepresenteerd op wereldtentoonstellingen als symbolen van
vooruitgang. Ook in de wetenschap ontstonden grote verschuivingen.
Romantiek
De Romantiek ontstond eind 18de eeuw als een tegenreactie op de Verlichting. Waar de Verlichting
vooral rede, wetenschap en vooruitgang benadrukte, legde de Romantiek de nadruk op gevoel,
verbeelding en het sublieme in kunst en natuur. Ze was niet alleen een artistieke stroming, maar ook
een bredere verzameling van maatschappelijke, filosofische en politieke ideeën die tot vandaag
invloed hebben. In veel hedendaagse debatten zie je nog steeds een spanningsveld tussen het rationele,
vooruitgangsgeloof van de Verlichting en de emotionele, intuïtieve benadering van de Romantiek.
Enkele typische romantische motieven
De Romantiek vormt een duidelijke tegenreactie op de Verlichting. Romantici verwerpen het sterke
geloof in de rede, omdat ze denken dat dit kan leiden tot verlies van creativiteit, spiritualiteit en
gemeenschapsgevoel. In plaats van rationaliteit plaatsen ze de verbeelding centraal, met nadruk op
emotie, intuïtie en het individuele gevoel. Daarnaast waarschuwt de Romantiek voor de negatieve
gevolgen van technologische vooruitgang, zoals ontmenselijking, vervreemding van de natuur en het
verlies van verbondenheid met de gemeenschap. Ze bekritiseert ook het universalistische idee van de
Verlichting, waarbij culturele verschillen zouden verdwijnen in één uniforme, rationele wereld.
Frankenstein, or the modern Prometheus (1818) Mary Shelley
Dit werk bekritiseert de moderne wetenschap door te tonen hoe wetenschappelijke hoogmoed kan
ontsporen. Victor Frankenstein probeert leven te creëren en treedt zo in de plaats van God. Hij
overschrijdt taboes, maar neemt geen verantwoordelijkheid voor zijn creatie en laat die in de steek.
Het verhaal benadrukt dat wetenschap zonder moreel besef gevaarlijk is: de mens wil als het ware zelf
schepper zijn, maar wordt geconfronteerd met de gevolgen van zijn eigen gebrek aan
verantwoordelijkheid.
DR. Jekyll and Mr. Hyde (1886) R.L. Stevenson
Hoewel geen romantisch werk in strikte artistieke zin, sluit het thematisch wel aan. Dr. Jekyll probeert
wetenschappelijk het goede en kwade in de mens te scheiden, uit hoogmoed en met het idee zo een
betere samenleving te creëren. Hij stelt zich daarmee op als iemand die goddelijke kennis wil
evenaren. Het experiment loopt echter uit de hand: hij verliest controle en wordt opgesplitst in een
goed en een kwaadaardig alter ego. Het verhaal toont zo de gevaren van wetenschap zonder morele
grenzen.
R.U.R. (1921) Rossums Universele Robotten
In dit stuk creëren wetenschappers kunstmatige mensen (robots) om arbeid te vervangen en zo de
gevolgen van de “zondeval” ongedaan te maken. De bedoeling is een soort technisch paradijs te
scheppen waarin menselijk werk overbodig wordt. Maar de robots komen in opstand en vernietigen
uiteindelijk de mensheid. Het verhaal eindigt dystopisch en waarschuwt dat technologische
vooruitgang zonder ethisch bewustzijn kan leiden tot de ondergang van de mens
Distopie
Dystopische romans spelen vaak in op angsten rond de toekomst van de mensheid in een sterk
geavanceerde samenleving. Ze tonen vooral de gevaren van techniek en doorgeslagen wetenschap,
waarbij technologie niet bevrijdt maar juist onderdrukt. Een belangrijk thema is de angst voor het
verlies van individuele vrijheid door uniformiteit, mechanisering en automatisering. Daarnaast wordt
gevreesd dat natuur en cultuur verdwijnen in een volledig technisch georganiseerde wereld. In veel
verhalen wordt zelfs literatuur verboden, wat de ontmenselijking van de mens symboliseert, het lezen
van boeken verschijnt dan als een manier om menselijkheid en kritisch denken te behouden.
Wetenschappers worden in dit genre vaak voorgesteld als “gekke professoren” die moreel ontspoord
zijn, waardoor dystopieën een waarschuwing vormen voor wetenschap zonder ethische grenzen.
Samengevat
Vanaf de vroegmoderne tijd groeien de exacte wetenschappen en de humane wetenschappen (zoals
literatuur) steeds verder uit elkaar. De wetenschap bouwt een sterk zelfvertrouwen op door haar
successen in geneeskunde, techniek en technologie, die het leven duidelijk verbeteren en
vergemakkelijken. Tegelijk ontstaat er, vooral vanuit de Romantiek, kritiek op deze vooruitgang.
Daarin wordt gewezen op de keerzijde van wetenschap en technologie, zoals ontmenselijking,
milieuschade en de hoogmoed van de mens. Deze kritische houding komt niet uit het niets, maar groeit
mee met de negatieve gevolgen van technologische ontwikkeling.

2

,In de culturele verbeelding (literatuur, later ook film, strips en televisie) groeit daardoor ook een
groeiend wantrouwen tegenover het optimistische succesverhaal van de moderne wetenschap.
Exacte wetenschappen
De exacte wetenschappen zijn gebaseerd op het toetsen van hypotheses via verifieerbaarheid en
falsificatie: een idee moet getest kunnen worden door observatie en experimenten, en herhaald
bevestigd worden. Ze streven naar het ontdekken van universele natuurwetten die gelden
onafhankelijk van tijd en plaats, zoals bijvoorbeeld de zwaartekracht. Een belangrijk kenmerk is de
strikte scheiding tussen de onderzoeker en het object van studie. In laboratoria wordt geprobeerd om
elke invloed van de waarnemer uit te sluiten door gecontroleerde en steriele omstandigheden.
Daarnaast is er sprake van kennisaccumulatie: wetenschap bouwt voortdurend voort op de meest
recente inzichten, waarbij oudere theorieën vaak worden vervangen en achterhaald.
Geesteswetenschappen
Geesteswetenschappen, een term van Wilhelm Dilthey, zijn sterk beïnvloed door de Romantiek en
willen een eigen basis geven aan disciplines die niet volgens de criteria van de exacte wetenschappen
kunnen worden beoordeeld. Centraal staat dat onderzoeker en object niet strikt te scheiden zijn:
persoonlijke ervaring speelt altijd mee, bijvoorbeeld bij het lezen en analyseren van literatuur.
Daarnaast benadrukt Dilthey het belang van historische en culturele context. Menselijke ervaringen
zijn niet universeel, maar worden gevormd door tijd, plaats en achtergrond. Daarom is het zoeken naar
tijdloze wetten, zoals in de natuurwetenschappen, in de geesteswetenschappen niet zinvol. Waar de
exacte wetenschappen gericht zijn op verklaren, zijn de geesteswetenschappen gericht op begrijpen.
Een kunstwerk of literair werk heeft geen verklaring nodig, maar een interpretatie van betekenis. Dit
maakt de geesteswetenschappen hermeneutisch van aard: ze draaien om het interpreteren en begrijpen
van betekenis in context.
Literatuurwetenschap
In de literatuurwetenschap is falsifieerbaarheid veel minder belangrijk dan in de exacte
wetenschappen, omdat interpretaties van teksten moeilijk te weerleggen zijn. Verschillende lezingen
van hetzelfde werk kunnen naast elkaar blijven bestaan zonder dat één “juist” of “fout” hoeft te zijn.
Ook kennisaccumulatie verloopt minder lineair: oudere methodes, zoals die van 19de-eeuwse
filologen, blijven naast moderne benaderingen bestaan. Tegelijk worden dezelfde teksten voortdurend
opnieuw geïnterpreteerd vanuit verschillende invalshoeken.
Een belangrijk probleem is de afbakening van het object “literatuur” zelf. Wat als literatuur geldt, is
niet vast, maar hangt af van het gehanteerde wetenschappelijke paradigma. Volgens Thomas Kuhn is
een paradigma het geheel van gedeelde theorieën, methodes en aannames binnen een
wetenschappelijke gemeenschap. In de literatuurwetenschap betekent dit dat verschillende
paradigma’s ook verschillende definities en interpretaties van literatuur mogelijk maken.
College 2: Het filosofische denken over literatuur
Zelfstudiepakket aflevering 1
Batavus Droogstoppel, de ik-verteller in het eerste hoofdstuk van Max Havelaar, geeft een zeer
beperkte, burgerlijk-zakelijke visie op literatuur. Volgens hem verkopen gedichten en romans vooral
onwaarheden en zijn ze alleen aanvaardbaar als ze strikt letterlijk waar zijn. Zijn voorbeeld is dat “de
lucht is guur, en ’t is vier uur” enkel klopt als het echt vier uur is én het werkelijk guur weer is; anders
is het volgens hem onzin. Ook toneel wijst hij af, omdat het volgens hem de jeugd en zakenmensen
bederft door een vals beeld van de werkelijkheid te geven, bijvoorbeeld over armoede en “werken
voor de kost”. Alles wat niet direct nuttig, zakelijk of feitelijk is, beschouwt hij als onzin. Zijn
maatstaven zijn waarheid, fatsoen, gezond verstand en vooral nut: literatuur moet een getrouwe en
zakelijke afspiegeling van de werkelijkheid zijn, binnen burgerlijke normen. Zo vindt hij bijvoorbeeld
dat uitzonderingen zoals een huwelijk met iemand uit een gefailleerd huis de publieke zedelijkheid
ondermijnen. Droogstoppel heeft een sterk wantrouwen tegenover verbeelding en neemt taal letterlijk:
metaforen en poëtische uitdrukkingen noemt hij onzin. Tegelijk blijkt hij zelf niet betrouwbaar: hij is
verwaand, herhaalt clichés en liegt wanneer het hem uitkomt, zoals wanneer hij beweert naar de beurs
te moeten op zondag. Daardoor wordt hij door Multatuli ironisch neergezet als een komisch en
bekrompen typetje, zodat de lezer zijn literatuuropvattingen niet serieus neemt. Hij staat bovendien
symbool voor een 19de-eeuws burgerlijk wereldbeeld, met op de achtergrond ook de koloniale context
van Nederlands-Indië.


3

, Hoe verhoudt Droogstoppels visie op literatuur zich tot de opvattingen die Plato uiteenzet in de
Politeia?
Droogstoppels ideeën over literatuur sluiten deels aan bij Plato in De Politeia, hoewel ze bij
Droogstoppel karikaturaal en overdreven worden voorgesteld. Beiden stellen de waarheid centraal en
waarschuwen voor het gevaar dat literatuur de zin voor waarheid kan aantasten. In De Politeia
bespreekt Plato, in het kader van de ideale staat, ook de rol van literatuur en komt hij tot de conclusie
dat poëzie en toneel in een ideale samenleving sterk beperkt of zelfs verbannen moeten worden. Zowel
Plato als Droogstoppel delen een fundamenteel wantrouwen tegenover literaire verbeelding. Literatuur
wordt gezien als misleidend omdat ze emoties aanspreekt en niet de waarheid zelf toont. De
leugenachtigheid van verbeelding kan de lezer bovendien verleiden en zo het gezond verstand
aantasten. Daartegenover plaatsen beiden een ideaal van zakelijkheid, orde en rationele controle over
emoties, met nadruk op regels, exactheid en waarheid.
Het filosofische denken over Plato
Plato ziet literatuur, net als Aristoteles, als een vorm van mimese (nabootsing), maar hij staat er zelf
erg kritisch tegenover. Vanuit zijn ideeënleer maakt hij een scherpe scheiding tussen de zintuiglijke,
veranderlijke wereld en de ware, perfecte ideeënwereld. Wat wij waarnemen zijn volgens hem slechts
onvolmaakte kopieën van eeuwige ideeën. In de beroemde allegorie van de grot illustreert Plato dit:
mensen zien enkel schaduwen op een muur en nemen die voor de werkelijkheid, terwijl ze eigenlijk
slechts een schijnwereld waarnemen. Pas door filosofisch inzicht kan men “naar buiten” gaan en de
echte werkelijkheid leren kennen. Daarom ziet Plato literatuur als dubbel gevaarlijk: ze is zelf al een
kopie van de zintuiglijke wereld en staat dus nog verder van de waarheid af. Literatuur is voor hem
mimese van mimese en kan mensen nog verder van de waarheid verwijderen. Doel is achter de schijn
van de wereld kijken en via de rede toegang krijgen tot de ideeënwereld. Dit proces noemt hij
anamnese, het herinneren van de ware kennis die de ziel al bezit. Filosofie steunt dus op a priori
kennis en rationeel denken, niet op zintuiglijke waarneming.
Wat met literatuur
Volgens Plato is literatuur een vorm van mimese of nabootsing en daarom problematisch. In de
allegorie van de bedden legt Socrates uit dat er drie niveaus bestaan: eerst is er het bed als idee of
eeuwige vorm, vervaardigd door God in de ideeënwereld. Daarna is er het echte bed dat door een
timmerman wordt gemaakt, een afspiegeling van dat idee. Ten slotte is er het bed zoals een schilder
het afbeeldt. De schilder is dus enkel een “nabootser van datgene wat die andere twee vervaardigen”.
Ook de dichter is volgens Socrates een nabootser: “de treurspeldichter is een nabootser” en staat
daardoor “op de derde plaats vanaf de waarheid”. Dat nabootsen ziet Plato als iets negatiefs, omdat
een kunstenaar geen echt ambacht beheerst maar alleen de illusie van objecten creëert. Een schilderij
van een bed is minder waardevol dan een echt bed, omdat je met een schilderij niets praktisch kunt
doen. De kunstenaar produceert dus slechts een derdegraadsnabootsing van de waarheid. Volgens
Plato is de kunstenaar daarom een soort charlatan die doet alsof hij kennis bezit, terwijl hij enkel
schijn voortbrengt. Literatuur en kunst brengen mensen bovendien verder weg van de ideeënwereld: ze
helpen niet bij anamnese (het leren kennen van de ware ideeën), maar veroorzaken hypomnese, een
toestand van verwarring gebaseerd op schijn en kunstmatige herinneringen.
Oplossing? Verbannen!
Volgens Plato is de logische oplossing voor de gevaren van literatuur en poëzie in de ideale staat: ze
verbannen uit de polis. Omdat literatuur volgens hem een vorm van mimese is die emoties aanspreekt
en de rede kan ondermijnen, moet ze sterk beperkt of verwijderd worden.
Toch maakt Plato een belangrijke uitzondering: hymnen en lofzangen mogen wel blijven bestaan,
omdat ze een opvoedend en propagandistisch nut hebben en de burgers kunnen aanzetten tot de juiste
waarden. Opvallend is dat Plato, terwijl hij literatuur bekritiseert en wil verbannen, zelf uiterst literaire
en krachtige teksten schrijft. Dit toont dat hij zich zeer bewust is van de verleidingskracht en invloed
van literatuur. Juist door haar te willen verbannen, erkent hij impliciet hoe sterk en overtuigend
literatuur kan zijn.
Aristoteles
Aristoteles verschilt sterk van zijn leermeester Plato in zijn visie op literatuur. Waar Plato literatuur
ziet als een gevaarlijke vorm van mimese die mensen kan misleiden en zelfs moet worden verbannen,
heeft Aristoteles juist grote waardering voor literaire fictie. Volgens hem kan literatuur universele
inzichten bieden en ons helpen om de essentie van de mens en het menselijk handelen te begrijpen. In

4

Infos sur le Document

Publié le
9 juillet 2026
Nombre de pages
39
Écrit en
2025/2026
Type
Notes de cours
Professeur(s)
Absilis
Contient
Toutes les classes

Sujets

€10,16
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
muchotrabajopocodinero5

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
muchotrabajopocodinero5 Universiteit Antwerpen
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
-
Membre depuis
5 jours
Nombre de followers
0
Documents
2
Dernière vente
-

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions