HC Respiratoire aandoeningen bij pasgeborene
18/05/2026
Inhoud
Meest voorkomende pulmonale problemen a term (*)
Onschuldig:
o Wet lung (transiente tachypneu van de neonaat) => laat prematuren
o Minimal respiratory disease
Ernstig:
o (Spannings)pneumothorax
o Persisterende pulmonale hypertensie van de neonaat (PPHN)
o Meconiumaspiratie
Pulmonale problemen specifiek voor de prematuur
Acute longziekte
o Respiratory disstress syndrome (RDS)
Chronisch (lange termijn na acute longziekte)
o Bronchopulmonale dysplasie (BPD)
Apnees van de prematuur
Transiënte tachypnoe van de neonaat: pathofysiologie
Natte longen
Voorkomen: frequent!
4-6/1000 a terme pasgeborenen (37-42 w)
10/1000 in prematuren (vaker want onrijpe longen)
Etiologie:
Vertraagde resorptie van longvocht
o Meer bij keizersnede zonder arbeid (electief)
1.7 x meer indien sectio bij 37 w tov 38 w
Ook zekere surfactantdeficiëntie (daarom meer bij prematuren)
Bijkomende risicofactoren:
o Jongens> meisjes
o Moeder met astma
o Diabetes
Klinisch beeld
Klassiek: enkel tachypnoe tot 120/min
Meestal weinig intrekkingen
Soms kreunen (=> druk in de luchtwegen, PEEP)
Soms lichte zuurstofbehoefte
Hyperinflatie (tonvormige) thorax
Bij auscultatie: natte “reutelende” ademhaling
Tachycardie
Spontaan beloop: meestal beter binnen 24 u
Behandeling
Afwachten
Ondersteuning met extra O2
o Meestal < 40%
o Meestal < 3 dagen
(Overweeg antibiotica indien risicofactoren voor infectie)
Zo nodig High-Flow/nasale CPAP/NIPPV
, HC Respiratoire aandoeningen bij pasgeborene
18/05/2026
Minimal respiratory disease
= transiënt voorkomen van respiratoire symptomen, gemiddeld 4u
Condities:
Hypothermie < 35 gr
o Functie van surfactant is temperatuursafhankelijk
o Herstel binnen 1-2 u nadat temperatuur genormaliseerd
pH 7.20-7.25
o Milde acidose: tijdelijk minder efficiënte surfactantsynthese
Na milde intrapartumasfyxie
Na lichte aspiratie van meconium/vruchtwater (met vlokken en vliezen)/bloed (sectio of
abruptio)
Meestal milde vorm van wet lung (spectrum)
Pneumothorax (“klaplong”)
Gevolg van transpulmonale drukverschillen (lucht tussen 2 longvliezen)
Bij beademde patiënten (5-10 %)
o Soms na meconiumaspiratie of RDS zonder beademing
o Soms spontaan door grote drukverschillen bij eerste ademteugen
o Na reanimatie (masker en ballonbeademing)
Overdistensie en ruptuur van alveoli
Luchtlek vanuit alveoli in thoraxholte
o Pneumothorax (in de pleurae rondom de longen)
o Pneumomediastinum (ruimte tussen longen, borstbeen en wervelkolom)
o Pneumopericard (in hartzakje)
Spanningspneumothorax:
o Long wordt platgedrukt, doordat bij inademen lucht in thoraxholte komt maar er niet
meer uitgaat
o Verplaatsing van hart en mediastinum naar andere zijde
o Ernstige respiratoire insufficientie, hypoxie en shock: levensbedreigend!
Klinisch beeld
Plotse ernstige achteruitgang van (beademd) kind:
o Bleek, slechte circulatie, hoge O2 behoefte
Minder ademgeruis aan aangedane zijde
Bij doorlichting met koude lamp verhoogde doorschijnbaarheid (translucentie)
Preventie
Surfactantgebruik bij prematuren en RDS
Beademen met minimale drukken, volume garantie
Voorkomen dat kind actief uitademt tegen hoge beademingsdrukken
o Gesynchroniseerd beademen: eigen adembeweging van kind ondersteunen met
apparaat
o Sedatie/ verslapping
o HFO geen invloed
Behandeling
Aanprikken
Drain met vacuümzuiger
Indien spontaan en asymptomatisch bij a termen: geen behandeling nodig
18/05/2026
Inhoud
Meest voorkomende pulmonale problemen a term (*)
Onschuldig:
o Wet lung (transiente tachypneu van de neonaat) => laat prematuren
o Minimal respiratory disease
Ernstig:
o (Spannings)pneumothorax
o Persisterende pulmonale hypertensie van de neonaat (PPHN)
o Meconiumaspiratie
Pulmonale problemen specifiek voor de prematuur
Acute longziekte
o Respiratory disstress syndrome (RDS)
Chronisch (lange termijn na acute longziekte)
o Bronchopulmonale dysplasie (BPD)
Apnees van de prematuur
Transiënte tachypnoe van de neonaat: pathofysiologie
Natte longen
Voorkomen: frequent!
4-6/1000 a terme pasgeborenen (37-42 w)
10/1000 in prematuren (vaker want onrijpe longen)
Etiologie:
Vertraagde resorptie van longvocht
o Meer bij keizersnede zonder arbeid (electief)
1.7 x meer indien sectio bij 37 w tov 38 w
Ook zekere surfactantdeficiëntie (daarom meer bij prematuren)
Bijkomende risicofactoren:
o Jongens> meisjes
o Moeder met astma
o Diabetes
Klinisch beeld
Klassiek: enkel tachypnoe tot 120/min
Meestal weinig intrekkingen
Soms kreunen (=> druk in de luchtwegen, PEEP)
Soms lichte zuurstofbehoefte
Hyperinflatie (tonvormige) thorax
Bij auscultatie: natte “reutelende” ademhaling
Tachycardie
Spontaan beloop: meestal beter binnen 24 u
Behandeling
Afwachten
Ondersteuning met extra O2
o Meestal < 40%
o Meestal < 3 dagen
(Overweeg antibiotica indien risicofactoren voor infectie)
Zo nodig High-Flow/nasale CPAP/NIPPV
, HC Respiratoire aandoeningen bij pasgeborene
18/05/2026
Minimal respiratory disease
= transiënt voorkomen van respiratoire symptomen, gemiddeld 4u
Condities:
Hypothermie < 35 gr
o Functie van surfactant is temperatuursafhankelijk
o Herstel binnen 1-2 u nadat temperatuur genormaliseerd
pH 7.20-7.25
o Milde acidose: tijdelijk minder efficiënte surfactantsynthese
Na milde intrapartumasfyxie
Na lichte aspiratie van meconium/vruchtwater (met vlokken en vliezen)/bloed (sectio of
abruptio)
Meestal milde vorm van wet lung (spectrum)
Pneumothorax (“klaplong”)
Gevolg van transpulmonale drukverschillen (lucht tussen 2 longvliezen)
Bij beademde patiënten (5-10 %)
o Soms na meconiumaspiratie of RDS zonder beademing
o Soms spontaan door grote drukverschillen bij eerste ademteugen
o Na reanimatie (masker en ballonbeademing)
Overdistensie en ruptuur van alveoli
Luchtlek vanuit alveoli in thoraxholte
o Pneumothorax (in de pleurae rondom de longen)
o Pneumomediastinum (ruimte tussen longen, borstbeen en wervelkolom)
o Pneumopericard (in hartzakje)
Spanningspneumothorax:
o Long wordt platgedrukt, doordat bij inademen lucht in thoraxholte komt maar er niet
meer uitgaat
o Verplaatsing van hart en mediastinum naar andere zijde
o Ernstige respiratoire insufficientie, hypoxie en shock: levensbedreigend!
Klinisch beeld
Plotse ernstige achteruitgang van (beademd) kind:
o Bleek, slechte circulatie, hoge O2 behoefte
Minder ademgeruis aan aangedane zijde
Bij doorlichting met koude lamp verhoogde doorschijnbaarheid (translucentie)
Preventie
Surfactantgebruik bij prematuren en RDS
Beademen met minimale drukken, volume garantie
Voorkomen dat kind actief uitademt tegen hoge beademingsdrukken
o Gesynchroniseerd beademen: eigen adembeweging van kind ondersteunen met
apparaat
o Sedatie/ verslapping
o HFO geen invloed
Behandeling
Aanprikken
Drain met vacuümzuiger
Indien spontaan en asymptomatisch bij a termen: geen behandeling nodig