BUITENLANDSE RECHTSSTELSELS
• Waarom een vak ‘Buitenlandse rechtsstelsels’?
o Invloed buitenlands recht op Belgisch recht
o Context internationalisering en toenemende mobiliteit
▪ Belang van Europees recht. Wisselwerking tussen nationaal en
supranationaal recht
▪ Eenmaking en harmonisatie (dwingend of als model)
▪ Toepassing buitenlands recht (bv. IPR = rechtstak die bepaalt welk recht van
toepassing is)
o Jurist zijn = kritisch het recht in vraag durven stellen
▪ Creatieve oplossingen en inspiratie zoeken: kijken hoe andere landen het
oplossen
▪ Bewust zijn van de relativiteit van het recht: op dat moment in die politieke
context, maar wanneer belangen veranderen kan het recht veranderen
o Rechtsvergelijkend onderzoek
o Inzicht in de wereld en de actualiteit
• Focus op 3 rechtsstelsels
o Frans recht
o Duits recht
o Anglo-Amerikaans recht (Verenigd Koninkrijk en Verenigde Staten)
→ Waarom focus op deze 3 rechtsstelsels? 2 redenen
1. Vergelijkbaarheid met het eigen BE recht
• Meeste raakvlakken met BE recht
• Bv. qua rechtsvergelijkend onderzoek makkelijk te
vergelijken in plaats van bv. Grieks recht
• Vergelijkbaarheid Frans, Duits en Anglo-Amerikaans recht t.o.v. BE recht
o Klassieke indeling in rechtsfamilies:
▪ Europees-continentale rechtsstelsels of de civil law-groep
• Romaanse rechtsstelsels (Frans recht)
• Germaanse rechtsstelsels (Duits recht)
• (Noordse of Scandinavische rechtsstelsels)
• (Slavische rechtsstelsels)
▪ Anglo-Amerikaanse rechtsstelsels of de common law-groep
▪ Religieuze rechtsstelsels
▪ Oosterse rechtsstelsels (bv. China, Japan)
▪ Chtonische rechtsstelsels (bovennatuurlijke, holistische rol)
▪ (Socialistische rechtsstelsels: belang verwaterd na uiteenvallen Sovjet Unie)
, o Relatief (!), onderhevig aan evolutie en meerlagig
▪ Kan veranderen van groep: het is niet omdat je historische tot groep behoort,
dat je daardoor blijft behoren
• Bv. NED geïnspireerd tot burgerlijk Franse recht en nu door Duits
▪ Sommige landen kiezen er voor om eerder een mix te hebben
2. Invloed: rechtsstelsels met grote invloed
• Invloed Frans recht
o Europa: o.a. België, Luxemburg, Nederland, Italië, Spanje, Portugal, Polen,
Roemenië, …
o Latijns-Amerika
o Afrika
o Midden-Oosten
o Noord-Amerika: Louisiana (V.S.), Quebec (Canada)
• Invloed Duits recht
o Iets minder invloed dan Franse, maar laatste tijd meer invloed dan Franse dan want
recenter op vlak van burgerlijk én grondwettelijk recht
o Grote inspiratie voor andere landen die onder dictatuur hebben geleefd zoals DUI
(“nooit meer fascisme”)
o Europa: Centraal-Europa (na val communisme), Zwitserland, Griekenland, Portugal,
Spanje
o Japan, China
o Brazilië
• Invloed Anglo-Amerikaans recht
o Engeland:
▪ Britse ‘Commonwealth’ = kolonies: V.S., Canada, Australië, Nieuw-Zeeland,
Pakistan, Kenia,
Zuid-Afrika, India, … -> recht van ENG was blauwdruk voor hun eigen
ontwikkeling
▪ Andere landen: Ierland, Israël, …
o V.S. → eigen rechtsontwikkeling:
▪ Zeer sterke GW + grote economische macht
▪ Grondwet: i.h.b. Latijns-Amerika, maar ook elders
▪ Economisch recht: wereldwijd (bv. competition law, bankruptcy law)
, Deel 1: Frans recht
Hoofdstuk 1: Historische context
Situering: Europees-continentale rechtsstelsels of civil law-groep -> Romaanse rechtsstelsels
• Frankrijk is onderdeel van het (West-)Romeinse rijk
o Initieel gebruiken en gewoonten van de verschillende Keltische volksstammen
o Nadien quasi-universele toepassing van het Romeinse recht
▪ 212 n.c.: Constitutio Antoniniana geeft voor de eerste keer Romeinse
burgerrechten aan alle vrije inwoners van het Romeinse rijk
• = oud rechtsdocument dat bijzonder is ! -> WANT van toepassing op
alle burgers die ressorteren aan dat rijk: verleent eenvormig rechten
aan iedereen op grondgebied van Romeinse rijk
• Itt. vroeger: onderscheid A en B burgers -> A: alle rechten en B: niks
▪ Let op! geldt enkel voor VRIJE burgers: geldt niet voor slaven en vrouwen?
• 476: val van het West-Romeinse rijk
o Verbrokkeling van het grondgebied en van het recht
▪ Verenigde grondgebied met alle zelfde rechten verbrokkeld -> viel uit 2 delen:
▪ 1. Noorden: Romeins recht wordt grotendeels verdrongen door het
Bourgondische, Frankische en Normandische gewoonterecht
• = pays de droit coutumier
• Personele toepassing van het recht: recht dat van toepassing was,
is afhankelijk van het volk waartoe je behoorde = geldende recht
in N van FRA
• Vnl. mondelinge overlevering, soms opgetekend in teksten (hierdoor
grotendeels verdwenen vandaag)
▪ 2. Zuiden: traditie van het Romeins recht blijft grotendeels bewaard
• = pays de droit écrit
• Migratie en gemengde huwelijken (bv. huwelijk met andere stam)
bemoeilijken de personele toepassing van het recht
• Oplossing: lokale koningen verzamelen de geldende Romeinse
regels en geven deze opnieuw uit in wetboeken -> gewoon Romeins
recht van toepassing laten
Verbrokkelen in verschillende
▪ Noorden: pays de droit coutumier
▪ Zuiden: pays de droit écrit
,• 8e-18e eeuw: tijdperk van de Franse Koningen
o 8e-9e eeuw: Karel de Grote herenigde het Frankische (d.i. het West-Romeinse) rijk
▪ Karel de Grote slaagt erin om verbrokkelde rijk terug te herenigen (niet enkel
in FRA) met zichzelf als heerser -> lukt goed zolang Karel zelf heerser is
o 843: Verdrag van Verdun !!!
▪ = verdrag dat verdeling van het Frankische rijk regelt onder de drie
kleinzonen van Lodewijk I, de zoon van Karel De Grote
• Karel had 3 zonen -> Burgeroorlog
▪ Creatie van het West-Frankische rijk, de voorloper van Frankrijk
▪ Legt de blauwprint van zeer grote gebieden van West-Europa neer
Karel de Kale = hedendaagse FRA
Lodewijk de Duitser = hedendaagse DUI
Constante spanning FRA en DUI -> de kiem wordt op dat
moment gelegd (2 sterkste zonen van Karel de Grote)
o 9e-16e eeuw: feodaliteit, met geleidelijke centralisatie (‘ancien régime’)
▪ Feodaliteit = leenman krijgt beheer (incl. rechtspraak) over gebieden, in
ruil voor loyaliteit en militaire steun aan leenheer
• Versnipperen zodat centrale vorst zeer zwak figuur was -> echte
machthebbers = leenheren met leenmannen = tussenheersers
• Belangrijke verklaring voor Franse rechtsontwikkeling
• BEGIN met zwakke vorst MAAR steeds grotere centralisering in 18de
eeuw -> culminatie: ancien régime !!! (zie verder)
▪ Recht blijft lang zeer verbrokkeld (supra: pays de droit coutumier vs. pays
de droit écrit)
• Koning had lange tijd zwakke positie, met weinig legislatieve
bevoegdheden, wat verbrokkeling versterkte
• Ondersteuning gewoonterecht door Franse Koningen. Bewuste
strategie om afstand te nemen van de Duitse keizers, die
steunden op het Romeinse recht
o FRA-DUI spanning ook in het recht
o Zwakke Franse koningen gaan sterk inzetten op het recht als
onderscheidend criterium tegen DUI: “wij doen anders met
ons gewoonterecht” (want in DUI = Romeins recht)
o Stimulatie van Franse lokale gewoonterecht = bewuste
keuze om af te zetten tegen DUI tegenhanger
, ▪ Beperkte eenmaking van rechtspraak door de koninklijke rechtbanken
(vanaf 13e E)
• Steeds sterker wordende centralisatie: macht van de rechtbanken
o Conflicten die voor elke stam op andere manier moest
worden opgelost was lastig dus bestonden er wel de
koninklijke rechtbanken
o = parlement = namens de koning recht spreken, met
toepassing van lokale regeltjes
• Grote invloed van het Parlement de Paris: belangrijkste Franse
rechtbank
o Bevoegd voor grote delen van het grondgebied
o Interpretatie van de verschillende coutumes in het licht
van de eigen Coutume de Paris (itt. recht van ene stam en
andere stam)
▪ Voorzichtige impuls/start van rechtseenmaking !
▪ Bv. conflict tss 2 burgers uit 2 volksstammen: in
praktijk keken naar eigen recht v parlement de Paris
o Rechters gerekruteerd uit advocaten
▪ Pragmatische ontwikkeling van het Franse recht
• Grote nadruk op praktische ontwikkeling
• Samenstelling rechtbank: rechtspractici
zetelen bv. advocaten die al bezig met
conflicten
▪ <-> Duitse recht: gemaakt door professoren op
universiteiten
o 17e-18e eeuw: feodaliteit, maar sterkere centralisatie (‘ancien régime’)
▪ Grotere koninklijke macht: wetgevende bevoegdheid over het hele land
d.m.v. ordonnances
• Monarchie van goddelijk recht (koning gezalfd te Reims): gezag
komt van boven
o Franse vorsten werden gezegend in de kathedraal door de
hoge figuren in de Franse kerk
o “Ik ben niet alleen uw koning, maar ook uw God” -> de
wetten zijn de wil van god”
• Wet = wil koning = goddelijke wil (maar voortdurende spanning
kerk vs. koning)
o Franse vorst is geen zwakke vorst meer -> doorheen eeuw:
eigen macht vergroten/consolideren door eigen wetten
uitvaardigen = ordonnances
, • “Absolutisme”: absolute soevereiniteit van de koning
o “L’état, c’est moi” (Lodewijk XIV)
o Culminatiepunt: Lodewijk 14de “zonnekoning”: wanen
zichzelf God op aarde en zijn geen zwakke figuren meer ->
spil van de goddelijke macht
o Alles wat ik zeg is de wet, ik ben de koning, ik ben God
• Gewoonterecht (droit coutumier) is theoretisch ondergeschikt aan
de wet -> alle regels zijn ondergeschikt aan wil van de koning
• Zo eerste codificaties (bv. handelsrecht, zeerecht)
• Franse revolutie (1789) tot 1958
o Breuk met de maatschappelijke en staatkundige organisatie van het ancien
régime -> Fransen hebben genoeg van het vorstelijke absolutisme
o Macht aan het volk: wet = wil van de natie = centraal → légicentrisme (nieuwe
paradigma) = wet staat centraal gemaakt door het volk
▪ Van: Macht van de vorst -> naar: macht is aan volk “het volk neemt de macht”
▪ Frankrijk staat op zichzelf en is de wil van de natie, dus wij het volk
o Soevereiniteit van de natie
o Grote wetgevende activiteit (volledig nieuw recht schrijven)
▪ Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen (1789; preambule
Grondwet) = mensenrechtelijk document
• Vertaling van de waarden Franse revolutie: liberté, égalité,
fraternité (vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid)
• Zeer invloedrijk: bv. voor BE GW inspiratie, UVRM, EVRM
▪ Grondwet (1791)
• Institutionele hervormingen, relatieve scheiding der machten
, bescherming burger via grondrechten
▪ Napoleontische codificaties
• Code civil (1804), Code de procédure civil (1806), Code de
commerce (1807), Code d’instruction criminelle (1808), Code pénal
(1810)
o Geen grondwettelijke controle: de facto/ in praktijk wet staat boven grondwet
▪ Verschil vandaag: was GW maar geen grondwettelijke controle (geen GwH)
o Eén centrale beroepsinstantie (Tribunal de cassation) i.p.v. regionale parlementen
▪ Na de FR systeem parlementen hervormen: voor het hele Franse grondgebied
-> Tribunal de Cassation
o Hervorming van de Franse administratie: centralisatie blijft, maar anders
georganiseerd (departementen met bestuursautonomie)
, o Periode van instabiliteit. Van grondwettelijke monarchie (1791) naar Republiek
(1793), maar veel achtereenvolgende, meestal vrij kortstondige regimes
▪ Gebeurt veel in de Franse revolutie, maar tegelijkertijd ook instabiliteit
• Veel instabiliteit want alles moet zich nog zetten -> is dit het nu? of
komt er nog een nieuwe revolutie of een nieuwe koning?
▪ Opeenvolgende Franse staatsvormen => grote instabiliteit in Franse
revolutie (niet vanbuiten kennen) : 1ère République, 1er Empire, Restauration,
Monarchie de juillet, 2ème République, 2ème Empire, 3ème République, Duitse bezetting
en Vichy regime, 4ème République
• 1er Empire (1804-1815): tijdelijke stabiliteit onder Napoleon
• 3e en 4e Republiek (1870-1940 en 1946-1958) = parlementaire,
weinig stabiele regimes, met nadruk op MACHT voor WETGEVENDE
macht, niet op uitvoerende macht
• 1958 : 5e Republiek (huidige regime)
o Spreken dus van de 5de republiek aangezien er al andere republieken zijn gepasseerd
o Context: onafhankelijkheidsoorlog Algerije (1954-1962) en zwakheid van de
4e Republiek brengen Generaal Charles de Gaulle (opnieuw) aan de macht
▪ “Het lukt niet met de parlementaire regimes, in mijn 5de republiek is het
anders en staat de UM centraal en NIET de WM” !!
▪ Nieuwe republiek impliceert nieuwe GW -> 5de republiek is een reactie door
slechte 3de en 4de republiek met grote macht voor wetgevende macht
o Nieuwe Grondwet (Constitution; 1958): NADRUK op de UITVOERENDE macht
door:
▪ Semi-presidentieel regime met:
• 1) Centrale rol van de Président de la République (rechtstreeks
verkozen) = Macron
• 2) Premier (Eerste Minister), aangesteld door president, maar kan
worden ontslagen door parlement (zweeft tss beide: moeilijke rol)
▪ Residuaire bevoegdheid bij de uitvoerende macht
▪ Grondwettelijke controle door de Conseil constitutionnel (itt : vroeger)
o Blauwdruk voor scheiding der machten
▪ Wetgevende macht (pouvoir législatif)
• Domaine de la loi = restrictief vastgelegd (Const., art. 34)
▪ Uitvoerende macht (pouvoir exécutif)
• Domaine du règlement = residuaire bevoegdheid (Const., art. 37)
▪ Rechterlijke macht (pouvoir judiciaire)
, o Conseil constitutionnel (infra)
▪ Oorspronkelijk toezichthouder beperking domaine de la loi
• Bondgenoot van de uitvoerende macht tegen de WM
• Initieel: enkel waken over bevoegdheidsoverschrijding parlement,
want WM moet zich niet te ver wagen en aan banden leggen
▪ Vanaf 1971: werkelijk/volwaardige grondwettelijke waakhond van het bloc
de constitutionnalité
• Stelselmatig zijn eigen bevoegdheid uitgebreid
• Naar een 6e Republiek?
o In de Fransen hun geest zit het idee dat je kan wisselen van staatsvorm, wisselen van
hoofdstuk in uw rechtstraditie (trial and error)
o Toekomst van staatsvorm is een thema dat jaren terugkeert in politieke debatten en
stelt men zich de vraag “is het huidige hoofdstuk niet voorbijgestreefd?”
• Waarom een vak ‘Buitenlandse rechtsstelsels’?
o Invloed buitenlands recht op Belgisch recht
o Context internationalisering en toenemende mobiliteit
▪ Belang van Europees recht. Wisselwerking tussen nationaal en
supranationaal recht
▪ Eenmaking en harmonisatie (dwingend of als model)
▪ Toepassing buitenlands recht (bv. IPR = rechtstak die bepaalt welk recht van
toepassing is)
o Jurist zijn = kritisch het recht in vraag durven stellen
▪ Creatieve oplossingen en inspiratie zoeken: kijken hoe andere landen het
oplossen
▪ Bewust zijn van de relativiteit van het recht: op dat moment in die politieke
context, maar wanneer belangen veranderen kan het recht veranderen
o Rechtsvergelijkend onderzoek
o Inzicht in de wereld en de actualiteit
• Focus op 3 rechtsstelsels
o Frans recht
o Duits recht
o Anglo-Amerikaans recht (Verenigd Koninkrijk en Verenigde Staten)
→ Waarom focus op deze 3 rechtsstelsels? 2 redenen
1. Vergelijkbaarheid met het eigen BE recht
• Meeste raakvlakken met BE recht
• Bv. qua rechtsvergelijkend onderzoek makkelijk te
vergelijken in plaats van bv. Grieks recht
• Vergelijkbaarheid Frans, Duits en Anglo-Amerikaans recht t.o.v. BE recht
o Klassieke indeling in rechtsfamilies:
▪ Europees-continentale rechtsstelsels of de civil law-groep
• Romaanse rechtsstelsels (Frans recht)
• Germaanse rechtsstelsels (Duits recht)
• (Noordse of Scandinavische rechtsstelsels)
• (Slavische rechtsstelsels)
▪ Anglo-Amerikaanse rechtsstelsels of de common law-groep
▪ Religieuze rechtsstelsels
▪ Oosterse rechtsstelsels (bv. China, Japan)
▪ Chtonische rechtsstelsels (bovennatuurlijke, holistische rol)
▪ (Socialistische rechtsstelsels: belang verwaterd na uiteenvallen Sovjet Unie)
, o Relatief (!), onderhevig aan evolutie en meerlagig
▪ Kan veranderen van groep: het is niet omdat je historische tot groep behoort,
dat je daardoor blijft behoren
• Bv. NED geïnspireerd tot burgerlijk Franse recht en nu door Duits
▪ Sommige landen kiezen er voor om eerder een mix te hebben
2. Invloed: rechtsstelsels met grote invloed
• Invloed Frans recht
o Europa: o.a. België, Luxemburg, Nederland, Italië, Spanje, Portugal, Polen,
Roemenië, …
o Latijns-Amerika
o Afrika
o Midden-Oosten
o Noord-Amerika: Louisiana (V.S.), Quebec (Canada)
• Invloed Duits recht
o Iets minder invloed dan Franse, maar laatste tijd meer invloed dan Franse dan want
recenter op vlak van burgerlijk én grondwettelijk recht
o Grote inspiratie voor andere landen die onder dictatuur hebben geleefd zoals DUI
(“nooit meer fascisme”)
o Europa: Centraal-Europa (na val communisme), Zwitserland, Griekenland, Portugal,
Spanje
o Japan, China
o Brazilië
• Invloed Anglo-Amerikaans recht
o Engeland:
▪ Britse ‘Commonwealth’ = kolonies: V.S., Canada, Australië, Nieuw-Zeeland,
Pakistan, Kenia,
Zuid-Afrika, India, … -> recht van ENG was blauwdruk voor hun eigen
ontwikkeling
▪ Andere landen: Ierland, Israël, …
o V.S. → eigen rechtsontwikkeling:
▪ Zeer sterke GW + grote economische macht
▪ Grondwet: i.h.b. Latijns-Amerika, maar ook elders
▪ Economisch recht: wereldwijd (bv. competition law, bankruptcy law)
, Deel 1: Frans recht
Hoofdstuk 1: Historische context
Situering: Europees-continentale rechtsstelsels of civil law-groep -> Romaanse rechtsstelsels
• Frankrijk is onderdeel van het (West-)Romeinse rijk
o Initieel gebruiken en gewoonten van de verschillende Keltische volksstammen
o Nadien quasi-universele toepassing van het Romeinse recht
▪ 212 n.c.: Constitutio Antoniniana geeft voor de eerste keer Romeinse
burgerrechten aan alle vrije inwoners van het Romeinse rijk
• = oud rechtsdocument dat bijzonder is ! -> WANT van toepassing op
alle burgers die ressorteren aan dat rijk: verleent eenvormig rechten
aan iedereen op grondgebied van Romeinse rijk
• Itt. vroeger: onderscheid A en B burgers -> A: alle rechten en B: niks
▪ Let op! geldt enkel voor VRIJE burgers: geldt niet voor slaven en vrouwen?
• 476: val van het West-Romeinse rijk
o Verbrokkeling van het grondgebied en van het recht
▪ Verenigde grondgebied met alle zelfde rechten verbrokkeld -> viel uit 2 delen:
▪ 1. Noorden: Romeins recht wordt grotendeels verdrongen door het
Bourgondische, Frankische en Normandische gewoonterecht
• = pays de droit coutumier
• Personele toepassing van het recht: recht dat van toepassing was,
is afhankelijk van het volk waartoe je behoorde = geldende recht
in N van FRA
• Vnl. mondelinge overlevering, soms opgetekend in teksten (hierdoor
grotendeels verdwenen vandaag)
▪ 2. Zuiden: traditie van het Romeins recht blijft grotendeels bewaard
• = pays de droit écrit
• Migratie en gemengde huwelijken (bv. huwelijk met andere stam)
bemoeilijken de personele toepassing van het recht
• Oplossing: lokale koningen verzamelen de geldende Romeinse
regels en geven deze opnieuw uit in wetboeken -> gewoon Romeins
recht van toepassing laten
Verbrokkelen in verschillende
▪ Noorden: pays de droit coutumier
▪ Zuiden: pays de droit écrit
,• 8e-18e eeuw: tijdperk van de Franse Koningen
o 8e-9e eeuw: Karel de Grote herenigde het Frankische (d.i. het West-Romeinse) rijk
▪ Karel de Grote slaagt erin om verbrokkelde rijk terug te herenigen (niet enkel
in FRA) met zichzelf als heerser -> lukt goed zolang Karel zelf heerser is
o 843: Verdrag van Verdun !!!
▪ = verdrag dat verdeling van het Frankische rijk regelt onder de drie
kleinzonen van Lodewijk I, de zoon van Karel De Grote
• Karel had 3 zonen -> Burgeroorlog
▪ Creatie van het West-Frankische rijk, de voorloper van Frankrijk
▪ Legt de blauwprint van zeer grote gebieden van West-Europa neer
Karel de Kale = hedendaagse FRA
Lodewijk de Duitser = hedendaagse DUI
Constante spanning FRA en DUI -> de kiem wordt op dat
moment gelegd (2 sterkste zonen van Karel de Grote)
o 9e-16e eeuw: feodaliteit, met geleidelijke centralisatie (‘ancien régime’)
▪ Feodaliteit = leenman krijgt beheer (incl. rechtspraak) over gebieden, in
ruil voor loyaliteit en militaire steun aan leenheer
• Versnipperen zodat centrale vorst zeer zwak figuur was -> echte
machthebbers = leenheren met leenmannen = tussenheersers
• Belangrijke verklaring voor Franse rechtsontwikkeling
• BEGIN met zwakke vorst MAAR steeds grotere centralisering in 18de
eeuw -> culminatie: ancien régime !!! (zie verder)
▪ Recht blijft lang zeer verbrokkeld (supra: pays de droit coutumier vs. pays
de droit écrit)
• Koning had lange tijd zwakke positie, met weinig legislatieve
bevoegdheden, wat verbrokkeling versterkte
• Ondersteuning gewoonterecht door Franse Koningen. Bewuste
strategie om afstand te nemen van de Duitse keizers, die
steunden op het Romeinse recht
o FRA-DUI spanning ook in het recht
o Zwakke Franse koningen gaan sterk inzetten op het recht als
onderscheidend criterium tegen DUI: “wij doen anders met
ons gewoonterecht” (want in DUI = Romeins recht)
o Stimulatie van Franse lokale gewoonterecht = bewuste
keuze om af te zetten tegen DUI tegenhanger
, ▪ Beperkte eenmaking van rechtspraak door de koninklijke rechtbanken
(vanaf 13e E)
• Steeds sterker wordende centralisatie: macht van de rechtbanken
o Conflicten die voor elke stam op andere manier moest
worden opgelost was lastig dus bestonden er wel de
koninklijke rechtbanken
o = parlement = namens de koning recht spreken, met
toepassing van lokale regeltjes
• Grote invloed van het Parlement de Paris: belangrijkste Franse
rechtbank
o Bevoegd voor grote delen van het grondgebied
o Interpretatie van de verschillende coutumes in het licht
van de eigen Coutume de Paris (itt. recht van ene stam en
andere stam)
▪ Voorzichtige impuls/start van rechtseenmaking !
▪ Bv. conflict tss 2 burgers uit 2 volksstammen: in
praktijk keken naar eigen recht v parlement de Paris
o Rechters gerekruteerd uit advocaten
▪ Pragmatische ontwikkeling van het Franse recht
• Grote nadruk op praktische ontwikkeling
• Samenstelling rechtbank: rechtspractici
zetelen bv. advocaten die al bezig met
conflicten
▪ <-> Duitse recht: gemaakt door professoren op
universiteiten
o 17e-18e eeuw: feodaliteit, maar sterkere centralisatie (‘ancien régime’)
▪ Grotere koninklijke macht: wetgevende bevoegdheid over het hele land
d.m.v. ordonnances
• Monarchie van goddelijk recht (koning gezalfd te Reims): gezag
komt van boven
o Franse vorsten werden gezegend in de kathedraal door de
hoge figuren in de Franse kerk
o “Ik ben niet alleen uw koning, maar ook uw God” -> de
wetten zijn de wil van god”
• Wet = wil koning = goddelijke wil (maar voortdurende spanning
kerk vs. koning)
o Franse vorst is geen zwakke vorst meer -> doorheen eeuw:
eigen macht vergroten/consolideren door eigen wetten
uitvaardigen = ordonnances
, • “Absolutisme”: absolute soevereiniteit van de koning
o “L’état, c’est moi” (Lodewijk XIV)
o Culminatiepunt: Lodewijk 14de “zonnekoning”: wanen
zichzelf God op aarde en zijn geen zwakke figuren meer ->
spil van de goddelijke macht
o Alles wat ik zeg is de wet, ik ben de koning, ik ben God
• Gewoonterecht (droit coutumier) is theoretisch ondergeschikt aan
de wet -> alle regels zijn ondergeschikt aan wil van de koning
• Zo eerste codificaties (bv. handelsrecht, zeerecht)
• Franse revolutie (1789) tot 1958
o Breuk met de maatschappelijke en staatkundige organisatie van het ancien
régime -> Fransen hebben genoeg van het vorstelijke absolutisme
o Macht aan het volk: wet = wil van de natie = centraal → légicentrisme (nieuwe
paradigma) = wet staat centraal gemaakt door het volk
▪ Van: Macht van de vorst -> naar: macht is aan volk “het volk neemt de macht”
▪ Frankrijk staat op zichzelf en is de wil van de natie, dus wij het volk
o Soevereiniteit van de natie
o Grote wetgevende activiteit (volledig nieuw recht schrijven)
▪ Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen (1789; preambule
Grondwet) = mensenrechtelijk document
• Vertaling van de waarden Franse revolutie: liberté, égalité,
fraternité (vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid)
• Zeer invloedrijk: bv. voor BE GW inspiratie, UVRM, EVRM
▪ Grondwet (1791)
• Institutionele hervormingen, relatieve scheiding der machten
, bescherming burger via grondrechten
▪ Napoleontische codificaties
• Code civil (1804), Code de procédure civil (1806), Code de
commerce (1807), Code d’instruction criminelle (1808), Code pénal
(1810)
o Geen grondwettelijke controle: de facto/ in praktijk wet staat boven grondwet
▪ Verschil vandaag: was GW maar geen grondwettelijke controle (geen GwH)
o Eén centrale beroepsinstantie (Tribunal de cassation) i.p.v. regionale parlementen
▪ Na de FR systeem parlementen hervormen: voor het hele Franse grondgebied
-> Tribunal de Cassation
o Hervorming van de Franse administratie: centralisatie blijft, maar anders
georganiseerd (departementen met bestuursautonomie)
, o Periode van instabiliteit. Van grondwettelijke monarchie (1791) naar Republiek
(1793), maar veel achtereenvolgende, meestal vrij kortstondige regimes
▪ Gebeurt veel in de Franse revolutie, maar tegelijkertijd ook instabiliteit
• Veel instabiliteit want alles moet zich nog zetten -> is dit het nu? of
komt er nog een nieuwe revolutie of een nieuwe koning?
▪ Opeenvolgende Franse staatsvormen => grote instabiliteit in Franse
revolutie (niet vanbuiten kennen) : 1ère République, 1er Empire, Restauration,
Monarchie de juillet, 2ème République, 2ème Empire, 3ème République, Duitse bezetting
en Vichy regime, 4ème République
• 1er Empire (1804-1815): tijdelijke stabiliteit onder Napoleon
• 3e en 4e Republiek (1870-1940 en 1946-1958) = parlementaire,
weinig stabiele regimes, met nadruk op MACHT voor WETGEVENDE
macht, niet op uitvoerende macht
• 1958 : 5e Republiek (huidige regime)
o Spreken dus van de 5de republiek aangezien er al andere republieken zijn gepasseerd
o Context: onafhankelijkheidsoorlog Algerije (1954-1962) en zwakheid van de
4e Republiek brengen Generaal Charles de Gaulle (opnieuw) aan de macht
▪ “Het lukt niet met de parlementaire regimes, in mijn 5de republiek is het
anders en staat de UM centraal en NIET de WM” !!
▪ Nieuwe republiek impliceert nieuwe GW -> 5de republiek is een reactie door
slechte 3de en 4de republiek met grote macht voor wetgevende macht
o Nieuwe Grondwet (Constitution; 1958): NADRUK op de UITVOERENDE macht
door:
▪ Semi-presidentieel regime met:
• 1) Centrale rol van de Président de la République (rechtstreeks
verkozen) = Macron
• 2) Premier (Eerste Minister), aangesteld door president, maar kan
worden ontslagen door parlement (zweeft tss beide: moeilijke rol)
▪ Residuaire bevoegdheid bij de uitvoerende macht
▪ Grondwettelijke controle door de Conseil constitutionnel (itt : vroeger)
o Blauwdruk voor scheiding der machten
▪ Wetgevende macht (pouvoir législatif)
• Domaine de la loi = restrictief vastgelegd (Const., art. 34)
▪ Uitvoerende macht (pouvoir exécutif)
• Domaine du règlement = residuaire bevoegdheid (Const., art. 37)
▪ Rechterlijke macht (pouvoir judiciaire)
, o Conseil constitutionnel (infra)
▪ Oorspronkelijk toezichthouder beperking domaine de la loi
• Bondgenoot van de uitvoerende macht tegen de WM
• Initieel: enkel waken over bevoegdheidsoverschrijding parlement,
want WM moet zich niet te ver wagen en aan banden leggen
▪ Vanaf 1971: werkelijk/volwaardige grondwettelijke waakhond van het bloc
de constitutionnalité
• Stelselmatig zijn eigen bevoegdheid uitgebreid
• Naar een 6e Republiek?
o In de Fransen hun geest zit het idee dat je kan wisselen van staatsvorm, wisselen van
hoofdstuk in uw rechtstraditie (trial and error)
o Toekomst van staatsvorm is een thema dat jaren terugkeert in politieke debatten en
stelt men zich de vraag “is het huidige hoofdstuk niet voorbijgestreefd?”