(Grammatica en Stijl)
Dit deel behandelt veelvoorkomende taalkundige en stilistische fouten in
het Academisch Nederlands.
zie ook word-doc met oefeningen
1. Samentrekking (Ellipsis)
Samentrekking is het weglaten van een deel van een woord, woordgroep
of zin.
1.1. Basisniveaus
Samentrekking is mogelijk op woordniveau (aan- en uitzetten),
woordgroepniveau (grote en kleine problemen), en zinsniveau (Wij
vertrekken zondag naar Frankrijk en onze vrienden maandag).
1.2. Wanneer is samentrekking correct?
Samentrekking is enkel toegestaan als de weggelaten delen voldoen aan
vier criteria:
1. Dezelfde vorm.
o Ik heb vandaag het eerste deel van het boek gelezen en
morgen lees ik de rest
2. Dezelfde functie.
o Ze heeft (hoofdwerkwoord) een hoge functie in het bedrijg,
maar heeft (hulpwerkwoord) er ook hard voor gewerkt
3. Dezelfde betekenis.
o Niet toegestaan voorbeeld: De burgemeester nam de
microfoon en nam het woord (de twee keer 'nam' hebben een
andere betekenis).
4. Dezelfde plaats.
o Vorige maand werd hij vrijgelaten, maar hij zit nu opnieuw in
de gevangenis
theorie kennen, op examen enkel oefeningen
, 2. Inversie
Inversie is de omkering van de woordvolgorde waarbij de persoonsvorm
vóór het onderwerp staat.
2.1. Basisgebruik
Inversie is standaard in vraagzinnen (Beginnen we vanmiddag om 3 uur?),
na een voorwaardelijke bijzin (Als iedereen er is, beginnen we om 3 uur),
en in zinnen die beginnen met een ander zinsdeel (bv. tijdsaanduiding)
dan het onderwerp (Vanmiddag beginnen we om drie uur).
2.2. Foutief Gebruik (Uitbreiding)
Geïntegreerd zinsdeel: Inversie wordt ten onrechte weggelaten
na een verbindingswoord.
Foutief voorbeeld: Nochtans hij is niet rijk.
Tantebetjestijl: Hierbij ontbreekt de inversie na een
nevenschikking (bv. en, maar, of, want, dus, …).
Foutief voorbeeld: Door de treinstaking konden we niet op het
werk raken en hadden we een belangrijke vergadering.
3. Pleonasme en Tautologie (Overtolligheid)
3.1. Pleonasme
Een pleonasme herhaalt een besloten eigenschap van het zelfstandig
naamwoord (witte sneeuw, houten boomstam). Het kan ook neerkomen
op redundantie door een bijwoord, tijdsaanduiding, negatie, of
overtollig gebruik van hulpwerkwoorden.
Redundantie voorbeeld: Dit is een verbetering ten goede.
Negatie voorbeeld: Hij kon niet ontkennen dat hij de
documenten niet had doorgespeeld.
Hulpwerkwoord voorbeeld: We kregen toestemming drie dagen per
week thuis te mogen werken.
3.2. Tautologie
Tautologie is de herhaling van een begrip door middel van een synoniem.
, Versteende uitdrukkingen (geheel en al, enkel en alleen) zijn
mogelijk, maar worden eerder als spreektaal of literair beschouwd.
Foutieve combinaties: Vermijd combinaties als:
o "Maar... + echter..."
o "Want... + immers..."
o "Als... zijnde" (Als chauffeur zijnde ken ik de weg hier goed).
NOOIT tegelijk gebruiken in een zin!!!!
2 synoniemen die met elkaar staan met “en” of “of” ertussen
4. Anakoloet (Ongrammaticale Constructie)
Een anakoloet is een zin die ongrammaticaal is doordat deze halverwege
van grammaticale constructie verandert. (2 zinsconstructies door elkaar)
Nominalisering:
= “Het” voor de INF plaatsen
bv. het opstellen / het beheren, …
werkwoord wordt een zelfstandig naamwoord
Vormen:
1. Asymmetrische constructie
bv. de bibliotheek bood veel leuke boeken aan: informerende en voor
de ontspanning
(→ De eerste helft verwacht bijvoeglijke naamwoorden zoals “informatieve”, maar de
tweede helft gebruikt ineens een voorzetselconstructie “voor de ontspanning”.)
Goed voorbeeld:
De bibliotheek bood veel leuke boeken aan: informatieve boeken en
ontspannende boeken.
2. foutieve zinsvolgorde
bv. Ik vind sport belangrijk, omdat ze ontspant de mens na zijn drukke
dag
(→ “ontspant de mens” hoort niet direct na “omdat ze”.)
Goed voorbeeld:
Ik vind sport belangrijk, omdat ze de mens ontspant na een drukke dag.
3. foutieve gevolgtrekking.
bv. als we het jaarraport in acht nemen, daalt de winst van het bedrijf.