DOELSTELLING 1
De begrippen moraal, ethiek, waarden, normen, ethiek en recht, deontologie, deontologische
verantwoordelijkheid, ethisch dilemma, privacy, beroepsgeheim, vrijheidsbeperkende
maatregelen, seksualiteit, seksuele gezondheid, seksuele rechten, intimiteit, afzondering,
fixatie, collectieve en individuele vrijheidsbeperkende maatregelen in eigen woorden kunnen
uitleggen en correct kunnen toepassen in een casus
Moraal
Moraal = het geheel van waarden, normen en overtuigingen waarmee iemand bepaalt wat goed en
fout is. Iedereen heeft een moraal.
Je moraal ontstaat door:
opvoeding
cultuur
religie
ervaringen
omgeving
Moraal = persoonlijk. Daarom kan iets voor de ene persoon goed zijn en voor de andere persoon fout.
Waarom is moraal belangrijk?
Moraal beïnvloedt voortdurend ons gedrag.
Vaak zonder dat we het beseffen.
Wanneer je bijvoorbeeld iemand ziet die gepest wordt, voel je spontaan dat dit fout is.
Dat gevoel komt vanuit je moraal.
Casus
Een begeleider ziet dat een collega een cliënt uitscheldt.
De begeleider voelt onmiddellijk dat dit fout is.
Dat gevoel komt vanuit zijn moraal.
Ethiek
Ethiek = het kritisch nadenken over morele vragen. Bij moraal reageer je vanuit je gevoel.
Bij ethiek ga je bewust nadenken:
Wat is hier juist?
Welke waarden spelen mee?
Welke keuze is het meest verantwoord?
Waarom is ethiek belangrijk?
In de hulpverlening bestaan vaak geen eenvoudige antwoorden.
Je moet keuzes maken waarbij verschillende waarden botsen.
Ethiek helpt je om deze keuzes te onderbouwen.
1
, Voorbeeld
Een cliënt wil stoppen met zijn medicatie.
Je denkt na over:
autonomie
gezondheid
veiligheid
Dat proces noemen we ethische reflectie.
Waarden
Waarden = zaken die mensen belangrijk vinden. Ze geven richting aan ons gedrag.
Waarden beantwoorden de vraag:
"Wat vind ik belangrijk?"
Voorbeelden van waarden
respect
eerlijkheid
autonomie
veiligheid
privacy
rechtvaardigheid
Waarom zijn waarden belangrijk?
Elke beslissing die je neemt, wordt beïnvloed door waarden. Ook in de hulpverlening.
Casus
Een cliënt wil alleen gaan wandelen.
Dan kunnen 2 waarden botsen:
autonomie
veiligheid
Normen
Normen = concrete gedragsregels die voortkomen uit waarden. Normen vertellen hoe je een waarde
in de praktijk brengt.
Voorbeeld
Waarde: Respect
Norm: Je klopt op de deur voor je binnengaat.
Verschil tussen waarden en normen!
Waarde Wat belangrijk is.
Norm Hoe je dat in gedrag toont.
2