HOOFDSTUK 1: INLEIDING, BEGRIPPEN BURGERLIJK RECHT & DRM
AFKORTINGEN
BW: Burgerlijk Wetboek
DRM: decreet betreffende de rechtspositie van de minderjarige in de integrale jeugdhulp
GDPR: General data protection regulation
GV: gemandateerde voorziening
IJH: integrale jeugdhulp
IVRK: internationaal verdrag inzake de rechten van het kind
1. INLEIDING
Scheiding der machten
De wetgevende macht = parlement(en)
De uitvoerende macht = regering(en) en de koning
De rechterlijke macht = de hoven en rechtbanken
Staatsstructuur van België:
2. BEGRIPPEN VAN HET
BURGERLIJK RECHT
AANSPRAKELIJKHEID
“Wie kunnen we aanspreken voor schade die we geleden hebben?”
In juridische termen: “het gebonden zijn aan de rechtsgevolgen van om het even welke daad,
nalatigheid of onvoorzichtigheid”
o ‘Verantwoordelijk zijn voor je daden’
o ‘Gevolgen van je handelingen dragen’
Aansprakelijkheid ≠ verantwoordelijkheid:
Verantwoordelijkheid: moreel begrip
Aansprakelijkheid: juridisch begrip
o = iemand maakt een fout waardoor er schade ontstaat
1
,Strafrechtelijke aansprakelijkheid
= Iemand handelt in strijd met het strafrecht
o Fout op zich volstaat ook als er geen schade is
o De samenleving als geheel heeft schade geleden door het feit dat min. 1 iemand de
regels niet respecteert
Kan samenlopen met burgerrechtelijke aansprakelijkheid
Voor dit hoofdstuk: enkel de burgerrechtelijke, buitencontractuele aansprakelijkheid
Voorbeeld: strafrechtelijke aansprakelijkheid van een ziekenhuis in het kader van overlijden van een
patiënt:
Openbaar Ministerie voerde vervolging uit voor het onopzettelijk, door gebrek aan
voorzichtigheid of voorzorg, zonder het oogmerk om de persoon van een ander aan te randen,
de dood van de patiënt te hebben veroorzaakt.
Strafrechtbank zal dan onderzoeken of het beleid en de toepasselijke regels rond de
behandeling van patiënten (bv. fixatie) ontoereikend of ongepast waren
Bovendien wordt bekeken of deze regels wel behoorlijk konden worden uitgevoerd
Er wordt gekeken naar de keuze en correcte toepassing van de materialen
De 4 beklaagden hadden nalatigheden en fouten begaan die tot het overlijden van een leerling
hadden geleid. “Zo werd er geen stedenbouwkundige vergunning aangevraagd, werd het
vooropgezette stappenplan voor dergelijke werkzaamheden niet gevolgd en werd de muur niet
gebouwd door een erkende aannemer, maar door een leraar die klusjesman was in bijberoep. De
muur was nog niet gekeurd en er had dus signalisatie moeten staan dat hij nog niet gebruikt mocht
worden. Toch speelden de kinderen al 'muurtje klop' en beklommen ze de muur of leunden ze
ertegen.”
Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek
Art. 6.5: beginsel
o Eenieder is aansprakelijk voor de schade die hij door zijn fout aan een ander
veroorzaakt
Art. 6.9: minderjarigen < 12j
o De minderjarige van minder dan twaalf jaar is niet aansprakelijk voor schade
veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit
Art. 6.10: minderjarigen ≥ 12j
o De minderjarige van twaalf jaar of meer is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door
zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit
o De rechter kan echter oordelen dat de minderjarige geen schadeloosstelling
verschuldigd is of de door hem verschuldigde schadeloosstelling beperken. Hij doet
uitspraak naar billijkheid, rekening houdend met de omstandigheden en met de
economische en financiële toestand van de partijen.
o Wanneer de aansprakelijkheid van de minderjarige gedekt is door een
verzekeringsovereenkomst, kan de rechter niet oordelen dat geen schadeloosstelling
verschuldigd is, noch deze beperken tot een bedrag dat lager is dan dat waarvoor
deze verzekeringsovereenkomst dekking verleent
Art. 6.11: personen met een geestesstoornis
o De persoon die lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle
over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast, is aansprakelijk voor schade veroorzaakt
door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit
o De rechter kan echter oordelen dat die persoon geen schadeloosstelling verschuldigd
is of deze beperken
2
, Art. 6.12: aansprakelijkheid van titularissen van het gezag over de persoon van minderjarigen
o Ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover zij het gezag hebben over
de persoon van een minderjarige van < 16 jaar, zijn foutloos aansprakelijk voor de
schade die deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend
feit veroorzaakt aan derden
Geen tegenbewijs meer mogelijk van goede opvoeding en voldoende toezicht
familiale verzekering belangrijk!
o Ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover zij het gezag hebben over
de persoon van een minderjarige van ≥ 16 jaar, zijn aansprakelijk voor de schade die
deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit
veroorzaakt aan derden. Zij zijn niet aansprakelijk indien zij aantonen dat de schade
niet te wijten is aan een fout van hun kant.
Art. 6.13: aansprakelijkheid van personen belast met het toezicht op anderen
o De persoon die op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling, een
gerechtelijke of administratieve beslissing of een contract ermee belast is op globale
en duurzame wijze de levenswijze van andere personen te organiseren en te
controleren, is aansprakelijk voor de schade die deze laatsten door hun fout of een
ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder zijn
toezicht staan. Hij is niet aansprakelijk indien hij aantoont dat de schade niet te wijten
is aan een fout in het toezicht van zijn kant.
o Een onderwijsinstelling is aansprakelijk voor de schade die haar leerlingen door hun
fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij
onder haar toezicht staan. Zij is niet aansprakelijk indien zij aantoont dat de schade
niet te wijten is aan een fout in het toezicht van haar kant
Art. 6.14: Aansprakelijkheid van de aansteller
o De aansteller is foutloos aansprakelijk voor de schade door zijn aangestelde aan
derden veroorzaakt tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie, als
gevolg van zijn fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
o De aansteller is de persoon die voor eigen rekening in feite gezag over en toezicht op
het gedrag van een ander kan uitoefenen.
Het slachtoffer moet bewijs leveren van
1. Aanwezigheid van toerekenbare fout (onrechtmatige daad)
2. Naar aanleiding van deze fout moet de schade ontstaan
o Lichamelijke schade
o Vermogensschade
o Morele schade
o Esthetische schade
3. Er moet een oorzakelijk verband tussen de fout en de schade bestaan
Aansprakelijkheidsgrond
Algemene zorgvuldigheidsplicht (art. 6.5 BW)
Kwalitatieve of objectieve aansprakelijkheid (art. 6.12 – 6.14 BW)
Minderjarigen
Vroeger: pas schuldbekwaam & dus persoonlijk aansprakelijk indien gekomen tot de “jaren
des onderscheids”
o Factoren die meespeelden: opvoeding, aard van het gedrag, opvoedingsmilieu, …
o Vaak 6-7 jaar
3