Werkcollege 1 en 2
Werkcollege 1 en 2: Inhoud
• Werkcollege 1:
o Kennismaking
o Introductie:
§ Situering in de opleiding
§ Studiewijzer
§ College onderwerpen
§ Toetsing
o Afbakening A&O-Psychologie
• Werkcollege 2:
o Historiek van de organisatiepsychologie
Werkcollege 1
Kennismaking en introductie
College onderwerpen
• Geschiedenis • Functieanalyse en competenties
• Basistheorieën A&O • Wervingskanalen
• Linken algemene psychologie • Vacaturetekst
• HRM & A&O • Cv-screening en selectiemethoden
• Belonen
• Workshop geven
Leerdoelen
• een workshop binnen een traject van sollicitatietraining aan een specifieke doelgroep geven
• de geschiedenis van de arbeids- en organisatiepsychologie met zijn grondleggers in eigen
woorden uitleggen
• basisprincipes en basistheorieën uit de psychologie toepassen op het arbeids- en
organisatiepsychologisch werkveld
• op basis van het competentieprofiel en/of functiebeschrijving een vacaturetekst beoordelen
• een gemotiveerde keuze voor de verspreidingsmedia van een vacature maken
• een cv, motivatiebrief en de resultaten van een HR-test kritisch beoordelen
• interviewvragen die peilen naar de vereiste competenties bij een vacature formuleren
Toetsing
35%
Kennis- en inzichtstoets,
80% bestaande uit open- en
Schriftelijk examen gesloten vragen
(gesloten boek)
45%
Vaardigheidstoets, bestaande
MW1 uit casussen
20% 20%
opdracht workshop
1
,Afbakening A&O- psychologie
Wat bespreken we?
• Afbakening
• Situering
Arbeids- en Organisatiepsychologie
Organisatie die werknemer tewerkstelt. Bepaalde arbeid wordt geleverd
Ergonomie: werk past zich aan aan
werknemer, hoe kunnen we ervoor
zorgen dat de job die je doet beter
gaat (niet belangrijk voor dit vak)
A&O: inhoud van het vakgebied
• Gedragingen, emoties en cognities van mensen in een “werk” setting
• Zowel individueel als in groep
• Niet over ziektebeelden, pathologieën (klinische psy); wel “gewone” mens in dagdagelijkse
leven op het werk
• Gedrag in organisaties verklaren én voorspellen
Waarom werk jij?
Waarom werken we? Geld, sociale contacten, doel geven aan je leven…
Betekenis van werk vandaag
• Werken = leveren van prestatie
• Werk = zingever
o Meer dan enkel financiële motieven
§ O.a. identiteit, macht, sociaal contact
• Uniform toont macht (bv politie…)
o Werknemers willen (voor iedereen anders!):
§ Goede vakantieregeling /werktijden, interessante functie,
doorgroeimogelijkheden, loon, …
2
,Werkcollege 2
Historiek
De bakkerij
• Je hebt een team van zes mensen.
• Hoe ga je brood bakken?
• Je beschikt over bloem, water, zout, gist, een magazijn/werkplaats en machines.
• Bedenk een systeem om zo veel mogelijk brood te bakken.
Voorgeschiedenis
• Adam Smith (1723-1790):
o Filosoof
o Grondlegger van de hedendaagse economie
o boek: The wealth of nations:
§ Gehele taak in deeltaken verdelen (iedere medewerker één deeltaak)
§ Comparatieve voordelen (= voordelen door specialisatie)
o Door je te specialiseren in iets gaat het sneller à voordeel
o Iets doen als taak dat je goed kan, waardoor het ook sneller gaat
§ ‘doe alleen hetgeen waar je goed in bent, de rest niet. Op deze wijze wordt de
welvaart maximaal’
o Als iedereen doet wat die goed doet, heeft iedereen daar baat bij à maximale
welvaart
Speldenfabriek: eerst deden alle werknemers dezelfde taken, de productie was gering
Smith verdeelde de gehele taak in een aantal deeltaken; elke medewerker moest slechts nog 1 beperkte
deeltaak verrichten (principe van de taakverdeling was geboren); na deze reorganisatie steeg de productie
gigantisch
Volgens Smith kan de productie verbeterd worden indien alle medewerkers een beperkte taak moeten
uitvoeren. Door deze beperking in het takenpakket kunnen de vaardigheden voor deze deeltaak sterk
ontwikkeld worden (zal de medewerker zijn taak steeds vlotter kunnen uitvoeren)
Comparatieve voordelen ontstaan door de samenwerking van mensen met een verschillend
competentieprofiel. Door taken toe te wijzen aan de persoon die hiervoor over de beste vaardigheid
beschikt wordt de productie geoptimaliseerd.
Zijn werknemers van nature lui?
Eigen antwoord: Nee, mensen zoeken naar de snelste en gemakkelijkste oplossing/ beste optie om iets te
voltooien ≠ lui
2. Scientific management
• Frederick Taylor (1856-1915):
Bouwt verder op het idee van Adam Smith
o Ingenieur
o Wetenschappelijke bedrijfsvoering
o Hij was van oordeel dat organisaties op een wetenschappelijke wijze dienden geleid te
worden
3
, o Wilde een einde maken aan het ‘nattevingerwerk’ van het management en dit
onderbouwen met wetenschappelijke inzichten, waardoor de productie eViciënt zou
verlopen
o The principles of scientific management:
§ Productie eciciënter maken
o Het idee is om zo eViciënt mogelijk te werken (taak voor de persoon die dat het
beste kan)
§ Aandacht van technologie naar de werknemers
• Tijds- en bewegingsstudies
o Vergeleek de wijze van diverse medewerkers die dezelfde taken uitvoerden à op grond
daarvan kon hij aantonen wat de meest eViciënte bewegingen waren en welke bewegingen
overbodig waren à hij omschreef voor elke taak de meest eViciënte bewegingen en gaf
tevens aan binnen welk tijdsbestek deze bewegingen dienden te gebeuren
o Mens moet machine volgen
• Medewerkers zijn van nature lui: prestatieloon
o Kunnen enkel geprikkeld worden om harder te werken door financiële stimuli à invoering
prestatieloon
o Medewerkers moesten betaald worden in functie van wat ze produceerden (werden zo ook
aangespoord om te kiezen voor de meest eViciënte werkwijze)
o Genoeg betalen zodat mensen gemotiveerd zijn om te werken, anders zijn ze toch niet veel
aan het doen
• Horizontale en verticale arbeidsdeling
o Horizontale taakverdeling: het verdelen van complexe taken in deeltaken die elk uitgevoerd
worden door verschillende medewerkers
o Verticale taakverdeling: medewerker behoort ofwel tot het management ofwel tot de
uitvoerende groep
§ Onderscheid tussen management en mensen die uitvoeren (denken ó doen) à
splitsing tussen denken en doen
§ Mensen wel op de juiste plaats zetten (sommigen zijn beter in iets dan anderen)
• Selectie van medewerkers
o Interindividuele verschillen
o Verschillen tussen mensen
o Sommige medewerkers zijn beter geschikt voor het werk dan anderen
o Selectie van medewerkers (na gaan of ze over voldoende vaardigheden beschikken) à
meest geschikte medewerkers aan kunnen werven
o Intra-individuele verschillen
o Plaatsing van de medewerkers, mensen op de juiste plaats zetten
• Homo economicus:
o MWs willen zoveel mogelijk verdienen,
o Zo weinig mogelijk doen
o Graag geleid worden door anderen
Homo economicus: Medewerkers willen zoveel mogelijk geld verdienen. Met zo weinig mogelijk doen,
willen ze toch hun opbrengst maximaliseren. Ze worden graag geleid door anderen en reageren enkel op
financiële prikkels. (à eenzijdige mensopvatting)
4