Module 1 — Inleiding tot de statistiek
Wetenschap draait om het verzamelen van gegevens én om het zoeken naar verklaringen voor
wat die gegevens ons leren.
Kwalitatieve en kwantitatieve onderzoeksmethoden
Kwalitatieve onderzoeksmethoden gebruik je wanneer je gegevens uit woorden of tekst
bestaan.
- Je hebt deze methoden nodig om de woorden zelf en hun betekenis te kunnen
analyseren.
- Voorbeelden: interviews en focusgroepen.
Kwantitatieve onderzoeksmethoden gebruik je wanneer je gegevens uit cijfers bestaan.
- In dat geval zijn kwantitatieve methoden vereist.
- Dit is het onderwerp van deze cursus.
Kwantitatieve onderzoeksmethoden = een verzameling tools en technieken om
informatie of gegevens te beschrijven, te ordenen en te interpreteren.
Voorbeelden:
- "Minder dan 5% van de volwassenen beweegt elke dag 30 minuten."
- "Kinderen zitten meer dan 7,5 uur per dag voor een scherm."
- "Bij kinderen van 2 tot 18 jaar komt 40% van de totale dagelijkse calorieën uit
toegevoegde suikers en vetten."
- → Al deze cijfers komen voort uit data en uit de statistische analyse van die data.
- → Statistiek helpt om op een verantwoorde manier conclusies te trekken.
De gemiddelde leeftijd waarop een kind begint te kruipen ligt tussen een bepaald aantal
maanden (x tot y). Sommige baby's kruipen vroeger, andere later, zonder dat dit meteen op een
ontwikkelingsprobleem wijst.
,- → Rond het gemiddelde bestaat er variatie. Die variatie wordt pas een probleem in
extreme gevallen.
Voorbeeld — misleidende reclame van Colgate: Consumenten werd doen geloven dat 80%
van de tandartsen Colgate aanbeveelt, en de overige 20% andere merken. Achteraf bleek
echter dat tandartsen uit meerdere merken tegelijk konden kiezen (en niet slechts één),
waardoor andere merken evengoed even populair konden zijn als Colgate.
Het onderzoeksproces
Het onderzoeksproces beschrijft wat je doet, hoe je het doet en waarop je het doet:
Wat je doet Hoe je het doet Waarop je het doet
Genereer een
onderzoeksvraag
Observeer de wereld of lees
Raadpleeg een theorie
Genereer een hypothese Populatie
Verzamel data om de
hypothese te testen
Meet variabelen
Analyseer de data Beschrijvende en inferentiële
statistiek
Steekproef
Veralgemeen de resultaten Populatie
Genereer een onderzoeksvraag
Elk onderzoek vertrekt vanuit een helder geformuleerde vraag of probleem waarop het
onderzoek een antwoord wil bieden.
Onderzoeksvraag: moet ondubbelzinnig geformuleerd zijn, zodat duidelijk is waarin we precies
geïnteresseerd zijn en welke doelgroep we willen onderzoeken.
Voorbeeld: Ben bezit een lokale ijsketen met vijf vestigingen. Op enkele locaties daalt de
verkoop en hij wil weten waarom. Hij vermoedt dat sommige winkelmanagers te weinig
aandacht hebben voor klanttevredenheid. Om hen te overtuigen hun werkwijze aan te passen,
heeft hij meer nodig dan een buikgevoel. Daarom start hij een onderzoeksproces met de
onderzoeksvraag: "Verschilt de klanttevredenheid tussen de vijf locaties?"
,Raadpleeg een theorie
Theorie: een verklaring of set van principes die een breed fenomeen verklaart en die stevig
onderbouwd is doordat ze herhaaldelijk getest werd.
- → Theorieën gelden heel algemeen, voor alle entiteiten of situaties. Zo'n volledige
verzameling entiteiten heet een populatie.
Populatie: een theoretische groep waarover je conclusies wil trekken.
- Bv. alle potentiële klanten.
- → Een populatie kan zeer divers zijn.
Verschillende soorten wetenschappers richten zich op verschillende populaties:
- Een econoom kan geïnteresseerd zijn in de populatie van klanten, kleine
ondernemingen, werknemers of managers.
- Een bioloog kan geïnteresseerd zijn in de populatie van kleine cellen.
Voorbeeld ijsketen: Ben wil conclusies trekken over klanten in het algemeen; klanten vormen
dus de populatie waarin hij geïnteresseerd is. Om zijn onderzoeksvraag te beantwoorden,
kunnen we vertrekken vanuit theorieën over klanttevredenheid. Eén theorie stelt dat
tevredenheid door veel factoren wordt beïnvloed, waaronder een vriendelijke en behulpzame
winkelmanager.
Genereer een hypothese
Hypothese: een vooropgestelde verklaring voor een vrij beperkt fenomeen of een beperkte
reeks waarnemingen.
- → Geen wilde gok, maar een geïnformeerde poging om te verklaren wat er werd
waargenomen.
Verschil tussen theorie en hypothese:
- Theorie: verklaart een breed fenomeen en werd al veelvuldig getest.
- Hypothese: probeert doorgaans een enger fenomeen te verklaren en is nog niet getest.
Voorbeeld ijsketen: Op basis van theorieën die stellen dat klanttevredenheid wel degelijk
afhangt van de winkelmanager, kan deze hypothese worden opgesteld: "Klanttevredenheid
verschilt per winkellocatie."
, Verzamel data om de hypothese te testen
Dataset: een verzameling gegevens die op een of andere manier met elkaar samenhangen. Je
kan het zien als een spreadsheet met variabelen in de kolommen en cases/observaties in de
rijen.
- → Een dataset wordt beschreven met twee begrippen: variabele en case.
Variabele: alles wat gemeten kan worden en kan verschillen (of veranderen of variëren) tussen
entiteiten of doorheen de tijd.
- → Wordt in een dataset weergegeven als een kolom.
- → Elke variabele staat voor een verzameling van één enkel type gegeven.
- Variabele ↔ Constante: verandert nooit. Bv. π.
Case: de gegevens van één bron voor één of meer variabelen.
- → Wordt in een dataset weergegeven als een rij.
- → Een case bevat alle gegevens over alle variabelen in de dataset, afkomstig uit één
enkele bron.
Voorbeeld ijsketen: Om de hypothese te testen, moeten we gegevens verzamelen die we
nadien analyseren. Ben verzamelt informatie over de klanttevredenheid in elke winkel. Die
verzameling gegevens noemen we een dataset. Hierin zijn winkel, Q1, Q2 en Q3 de variabelen.
Case 1 bevat data voor de vier variabelen: een A voor de variabele winkel, 2 voor Q1, 5 voor
Q2 en "ja" voor Q3.
⚠ Belangrijk: verschillende soorten variabelen vragen om verschillende analyses!
Soorten variabelen
Variabele
┌────────┴────────┐
Kwalitatief Kwantitatief
(Categorisch) (Scale)