Geschiedenis van België
H0: INLEIDING
1. EEN GESCHIEDENIS VAN BELGIË
− Handboek ≠ eerste boek over de geschiedenis van BE => voorlopers
o Henri Pirenne, Histoire de Belgique:
▪ Werk in 4 delen, internationaal bekend
▪ Start: de ‘origines’ => middeleeuwse steden in het graafschap Vlaanderen +
hertogdom Brabant (= oorsprong Belgische natie)
• Geschiedenis van volkeren die een grote waarde hechten aan hun
vrijheid => drang naar vrijheid van de Belgen (= interpretatie)
▪ Geschreven in de 19de E: romantische visie op geschiedenis => legitimatie
van de natie
o Els Witte, De politieke geschiedenis:
▪ Politieke invalshoek: nadruk op politieke conflicten (= conflictmodel)
▪ Start: onafhankelijkheid van België (1830)
− Belgische natie of ‘lieu de mémoire’?
o Eerder subnaties van Vlaanderen en Wallonië?
− Gita Deneckere, Een geschiedenis van België:
o Uitgangspunt: breuklijnen1
▪ Voorbeelden:
• Eigenaars vs. werkers
• Sociaal-economische breuklijn: kapitaal (patronaat) vs.
arbeid (proletariaat2)
• Levensbeschouwelijke breuklijn: klerikaal vs.
antiklerikaal (gericht tegen de grote wereldlijke macht
van het instituut van de kerk ≠ antikatholiek)
• Platteland vs. stad
• Centrum vs. periferie
▪ Toegepast op BE door Luc Huyse
o Nieuwe accenten:
▪ Interactie met transnationale processen
▪ Constructivisme, gender, geheugen, … (nationaal)
▪ ≠ teleologische visie: geschiedenis wordt continu bepaalt door contingentie/ toeval (=
samenloop van omstandigheden)
2. DRIE TRADITIONELE BREUKLIJNEN
1. Levensbeschouwelijke breuklijn: klerikaal vs. antiklerikaal
o Tegengestelde visies:
▪ Antiklerikale visie:
• In een liberale / lekenstaat heeft de Kerk geen macht
1
Breuklijn: Scheidslijn die de samenleving in kampen verdeelt en aanleiding geeft tot maatschappelijke dynamiek.
2
Proletariaat: Sociale klasse van loonarbeiders die geen eigen productiemiddelen (zoals machines of fabrieken) bezitten en
afhankelijk zijn van de verkoop van hun arbeidskracht om te overleven.
1
, • Grondwet 1831: gewetensvrijheid voor alle Belgen
▪ Klerikale visie:
• Groot katholiek blok in Vlaanderen door de dominantie van de Habsburgers +
Spanjaarden
o Zorgde voor spanningen in 1830
o Bepaalde bijna alle conflicten in de lange 19de E
o Katholieke net heeft sporen nagelaten: bv. 70% van alle scholen in BE = katholiek, debat over
euthanasie, …
o Diversificatie van de SL: invoeging van nieuwe godsdiensten
▪ Bv. protest tegen EVRAS (= SO op school) van moslimouders
2. Sociaal-economische breuklijn: kapitaal vs. arbeid
o Toenemend belang vanaf de late 19de E
o Invloed van sociale partners (bv. vakbonden)
3. Communautaire breuklijn: Nederlandstalige gemeenschap vs. Franstalige gemeenschap
o Gelijke omvang tussen de 2 taalgemeenschappen + zijn er van meet af aan
▪ 1830: 60 % van de bevolking spreekt een NL dialect, maar FR als bestuurstaal, onderwijstaal
• Ontstaan van 2 taalgemeenschappen: leidde steeds meer tot botsingen => taalstrijd
o Van een strijd voor taal naar een strijd voor identiteit (onafhankelijk
Vlaanderen)
o Oorspronkelijk ging de strijd over NL in een eengemaakt BE: ≠ communautaire breuklijn
▪ Radicalisering ontstaan na WOI: overgang van een unionistisch naar een separatistisch idee
o = meest dominante breuklijn vanaf de 20ste E
3. NIEUWE BREUKLIJNEN SINDS DE JAREN 1960
− Na WOII: ontstaan van nieuwe sociale bewegingen (bv. vrouwenbeweging) + one-issue-partijen3 (bv. Agalev)
o Zorgen voor nieuwe breuklijnen:
▪ Postmaterialistische breuklijn
▪ Ecologische breuklijn
▪ Etnische breuklijn
• Enten zich op de oude breuklijnen
− Conflicten leiden steeds tot pacificatie + pacten in BE:
o Bv. Koningskwestie: speelde in op verschillende breuklijnen => polarisatie
▪ Leopold III terug koning na samenwerking met Hitler?:
• Ja: (rechtse) katholieken, VL (+ Ardennen)
• Nee: (linkse) liberalen, socialisten, communisten, Wallonië
▪ Beslecht met een compromis: 18-jarige zoon Boudewijn wordt koning
• Koning = symbool van de BE eenheid: ≠ koning VAN België maar koning DER Belgen
− Werkt het pacificatie- en consensusmodel nog wel?
3
One-issue-partijen: politieke partijen die zich op één specifiek onderwerp richten, bv. ecologie.
2
,H1: BELGIË AVANT LA LETTRE
− = België voor België: oudere geschiedenis van BE
o Mogelijke startpunten van de voorgeschiedenis: Vlaamse steden,
prehistorie, voorouders, opsplitsing Frankische Rijk, …
− Standbeeld van Ambiorix in Tongeren: vervaardigd in de 19de E ter legitimatie van
de BE natie
o “Horum omnium fortissimi sunt Belgae”: citaat van De Bello Gallico =>
propagandamiddel Caesar
▪ Volledig uitgeroeid: ≠ overlevering DNA
o ’S Lands Glorie: begin Belgische beschaving / cultuur = 2 Belgische
stammen (= teleologische benadering)
▪ Moerassen: Morinen
▪ Ardennen: Trevieren
1. (GALLO-)ROMEINSE TIJD
− Romeinse Rijk: ‘onze gewesten’ liggen in Romaans-Germaans grensgebied
o Invloed op de Europese instellingen + beschaving (recht, politiek, cultuur,
godsdienst, infrastructuur, …): steunen op het Romeinse recht
o Einde van het RR: christendom wordt de staatsgodsdienst => impact op
West-Europese cultuur
2. MEROVINGEN EN KAROLINGEN
− 5de E: doop Germaanse koning Clovis
o Samenspel religie + staat: = manier van legitimatie
o Belang van het feodale systeem:
▪ Hield 1.000 jaar stand
• Leenhulde: lageren in de piramide geven een hulde
(belasting / trouw) voor de grond die zij lenen van hoger
geschikten
▪ Zorgde voor het ontstaan van de standenmaatschappij:
• Clerus
• Adel
• Derde stand / boeren, ambachtslieden, handelaren (90% van de bevolking)
3
, − Driedeling van het Karolingische Rijk: ‘onze gewesten’ (deel van het Middenrijk) worden later opgeslokt door
West-Francië en Oost-Francië
o Impact op de Bourgondiërs: streefden naar een herstel van het Middenrijk
3. ‘ONZE GEWESTEN’ VAN DE 10 DE TOT DE 14 DE EEUW
− Diverse politieke territoria leenrechtelijk verbonden met de Franse + Duitse koning
o Grens: Schelde (~ verdeling Karolingische Rijk)
− Periode van verschillende opstanden van steden om rechten te vergaren tegen hun vorsten
o Bv. guldensporenslag: conflict tussen de graaf van VL (leenman) en de FR koning (leenheer):
▪ Belangrijk gemaakt in de herinnering (19de E): later gemaakt tot een taalstrijd i.p.v. een
feodaal conflict
▪ Gemaakt tot de Vlaamse feestdag
o Vaak conflicten tussen zeer rijke steden en machtige ‘vorsten’
▪ Succesvol verzet tegen opslorping (vooral tegen Frankrijk)
o Omstandigheden bepalen ontwikkeling van politiek-territoriale entiteiten: contingentie
▪ ≠ voorbestemdheid tot een latere onafhankelijke nationale staat
4. DE BOURGONDISCHE NEDERLANDEN (15 DE E)
− Centrale instellingen (bv. in Brugge, Mechelen, …) in poging om samenhorigheid te vergroten:
o Staten-Generaal
o Gulden Vlies
− Streefdoel Bourgondiërs: van graven naar vorsten
5. DE HABSBURGSE NEDERLANDEN (16 DE -18 DE E)
− Machtsovername Karel V (1500-1555):
o = keizer Heilig Roomse Rijk, koning van SP, vorst in de NL
o Zorgde voor de verdere eenmaking Nederlanden op territoriaal vlak + instellingen
4
H0: INLEIDING
1. EEN GESCHIEDENIS VAN BELGIË
− Handboek ≠ eerste boek over de geschiedenis van BE => voorlopers
o Henri Pirenne, Histoire de Belgique:
▪ Werk in 4 delen, internationaal bekend
▪ Start: de ‘origines’ => middeleeuwse steden in het graafschap Vlaanderen +
hertogdom Brabant (= oorsprong Belgische natie)
• Geschiedenis van volkeren die een grote waarde hechten aan hun
vrijheid => drang naar vrijheid van de Belgen (= interpretatie)
▪ Geschreven in de 19de E: romantische visie op geschiedenis => legitimatie
van de natie
o Els Witte, De politieke geschiedenis:
▪ Politieke invalshoek: nadruk op politieke conflicten (= conflictmodel)
▪ Start: onafhankelijkheid van België (1830)
− Belgische natie of ‘lieu de mémoire’?
o Eerder subnaties van Vlaanderen en Wallonië?
− Gita Deneckere, Een geschiedenis van België:
o Uitgangspunt: breuklijnen1
▪ Voorbeelden:
• Eigenaars vs. werkers
• Sociaal-economische breuklijn: kapitaal (patronaat) vs.
arbeid (proletariaat2)
• Levensbeschouwelijke breuklijn: klerikaal vs.
antiklerikaal (gericht tegen de grote wereldlijke macht
van het instituut van de kerk ≠ antikatholiek)
• Platteland vs. stad
• Centrum vs. periferie
▪ Toegepast op BE door Luc Huyse
o Nieuwe accenten:
▪ Interactie met transnationale processen
▪ Constructivisme, gender, geheugen, … (nationaal)
▪ ≠ teleologische visie: geschiedenis wordt continu bepaalt door contingentie/ toeval (=
samenloop van omstandigheden)
2. DRIE TRADITIONELE BREUKLIJNEN
1. Levensbeschouwelijke breuklijn: klerikaal vs. antiklerikaal
o Tegengestelde visies:
▪ Antiklerikale visie:
• In een liberale / lekenstaat heeft de Kerk geen macht
1
Breuklijn: Scheidslijn die de samenleving in kampen verdeelt en aanleiding geeft tot maatschappelijke dynamiek.
2
Proletariaat: Sociale klasse van loonarbeiders die geen eigen productiemiddelen (zoals machines of fabrieken) bezitten en
afhankelijk zijn van de verkoop van hun arbeidskracht om te overleven.
1
, • Grondwet 1831: gewetensvrijheid voor alle Belgen
▪ Klerikale visie:
• Groot katholiek blok in Vlaanderen door de dominantie van de Habsburgers +
Spanjaarden
o Zorgde voor spanningen in 1830
o Bepaalde bijna alle conflicten in de lange 19de E
o Katholieke net heeft sporen nagelaten: bv. 70% van alle scholen in BE = katholiek, debat over
euthanasie, …
o Diversificatie van de SL: invoeging van nieuwe godsdiensten
▪ Bv. protest tegen EVRAS (= SO op school) van moslimouders
2. Sociaal-economische breuklijn: kapitaal vs. arbeid
o Toenemend belang vanaf de late 19de E
o Invloed van sociale partners (bv. vakbonden)
3. Communautaire breuklijn: Nederlandstalige gemeenschap vs. Franstalige gemeenschap
o Gelijke omvang tussen de 2 taalgemeenschappen + zijn er van meet af aan
▪ 1830: 60 % van de bevolking spreekt een NL dialect, maar FR als bestuurstaal, onderwijstaal
• Ontstaan van 2 taalgemeenschappen: leidde steeds meer tot botsingen => taalstrijd
o Van een strijd voor taal naar een strijd voor identiteit (onafhankelijk
Vlaanderen)
o Oorspronkelijk ging de strijd over NL in een eengemaakt BE: ≠ communautaire breuklijn
▪ Radicalisering ontstaan na WOI: overgang van een unionistisch naar een separatistisch idee
o = meest dominante breuklijn vanaf de 20ste E
3. NIEUWE BREUKLIJNEN SINDS DE JAREN 1960
− Na WOII: ontstaan van nieuwe sociale bewegingen (bv. vrouwenbeweging) + one-issue-partijen3 (bv. Agalev)
o Zorgen voor nieuwe breuklijnen:
▪ Postmaterialistische breuklijn
▪ Ecologische breuklijn
▪ Etnische breuklijn
• Enten zich op de oude breuklijnen
− Conflicten leiden steeds tot pacificatie + pacten in BE:
o Bv. Koningskwestie: speelde in op verschillende breuklijnen => polarisatie
▪ Leopold III terug koning na samenwerking met Hitler?:
• Ja: (rechtse) katholieken, VL (+ Ardennen)
• Nee: (linkse) liberalen, socialisten, communisten, Wallonië
▪ Beslecht met een compromis: 18-jarige zoon Boudewijn wordt koning
• Koning = symbool van de BE eenheid: ≠ koning VAN België maar koning DER Belgen
− Werkt het pacificatie- en consensusmodel nog wel?
3
One-issue-partijen: politieke partijen die zich op één specifiek onderwerp richten, bv. ecologie.
2
,H1: BELGIË AVANT LA LETTRE
− = België voor België: oudere geschiedenis van BE
o Mogelijke startpunten van de voorgeschiedenis: Vlaamse steden,
prehistorie, voorouders, opsplitsing Frankische Rijk, …
− Standbeeld van Ambiorix in Tongeren: vervaardigd in de 19de E ter legitimatie van
de BE natie
o “Horum omnium fortissimi sunt Belgae”: citaat van De Bello Gallico =>
propagandamiddel Caesar
▪ Volledig uitgeroeid: ≠ overlevering DNA
o ’S Lands Glorie: begin Belgische beschaving / cultuur = 2 Belgische
stammen (= teleologische benadering)
▪ Moerassen: Morinen
▪ Ardennen: Trevieren
1. (GALLO-)ROMEINSE TIJD
− Romeinse Rijk: ‘onze gewesten’ liggen in Romaans-Germaans grensgebied
o Invloed op de Europese instellingen + beschaving (recht, politiek, cultuur,
godsdienst, infrastructuur, …): steunen op het Romeinse recht
o Einde van het RR: christendom wordt de staatsgodsdienst => impact op
West-Europese cultuur
2. MEROVINGEN EN KAROLINGEN
− 5de E: doop Germaanse koning Clovis
o Samenspel religie + staat: = manier van legitimatie
o Belang van het feodale systeem:
▪ Hield 1.000 jaar stand
• Leenhulde: lageren in de piramide geven een hulde
(belasting / trouw) voor de grond die zij lenen van hoger
geschikten
▪ Zorgde voor het ontstaan van de standenmaatschappij:
• Clerus
• Adel
• Derde stand / boeren, ambachtslieden, handelaren (90% van de bevolking)
3
, − Driedeling van het Karolingische Rijk: ‘onze gewesten’ (deel van het Middenrijk) worden later opgeslokt door
West-Francië en Oost-Francië
o Impact op de Bourgondiërs: streefden naar een herstel van het Middenrijk
3. ‘ONZE GEWESTEN’ VAN DE 10 DE TOT DE 14 DE EEUW
− Diverse politieke territoria leenrechtelijk verbonden met de Franse + Duitse koning
o Grens: Schelde (~ verdeling Karolingische Rijk)
− Periode van verschillende opstanden van steden om rechten te vergaren tegen hun vorsten
o Bv. guldensporenslag: conflict tussen de graaf van VL (leenman) en de FR koning (leenheer):
▪ Belangrijk gemaakt in de herinnering (19de E): later gemaakt tot een taalstrijd i.p.v. een
feodaal conflict
▪ Gemaakt tot de Vlaamse feestdag
o Vaak conflicten tussen zeer rijke steden en machtige ‘vorsten’
▪ Succesvol verzet tegen opslorping (vooral tegen Frankrijk)
o Omstandigheden bepalen ontwikkeling van politiek-territoriale entiteiten: contingentie
▪ ≠ voorbestemdheid tot een latere onafhankelijke nationale staat
4. DE BOURGONDISCHE NEDERLANDEN (15 DE E)
− Centrale instellingen (bv. in Brugge, Mechelen, …) in poging om samenhorigheid te vergroten:
o Staten-Generaal
o Gulden Vlies
− Streefdoel Bourgondiërs: van graven naar vorsten
5. DE HABSBURGSE NEDERLANDEN (16 DE -18 DE E)
− Machtsovername Karel V (1500-1555):
o = keizer Heilig Roomse Rijk, koning van SP, vorst in de NL
o Zorgde voor de verdere eenmaking Nederlanden op territoriaal vlak + instellingen
4