1. Structuur en functie van de plasmamembraan
De plasmamembraan bestaat uit:
● een fosfolipidendubbellaag
● membraanproteïnen
● membraankoolhydraten
● (bij dierlijke cellen) cholesterol
=> De fosfolipidendubbellaag vormt het
structurele raamwerk, terwijl de membraanproteïnen instaan voor vrijwel alle specifieke functies.
Functies Geen random verdeling van proteïnen => ‘lipid rafts’
1. fysische afbakening van de cel
2. gecontroleerde uitwisseling van stoffen
3. communicatie met de extracellulaire omgeving
4. verankering van het cytoskelet en de extracellulaire matrix
=> Belangrijk principe: structuur bepaalt functie
1. Fosfolipiden en amfipathische moleculen
● een hydrofiele (polaire) kop
● één of meerdere hydrofobe (apolaire) staarten
Gevolg voor membraanstructuur
● In water vormen fosfolipiden spontaan een dubbellaag
De membraan is zelforganiserend en
● De hydrofobe staarten worden afgeschermd van water zelfsluitend
, ● Dit proces wordt aangedreven door hydrofobe interacties
2. Het vloeistof-mozaïekmodel
Het vloeistof-mozaïekmodel beschrijft biologische membranen als:
● een vloeibare fosfolipidendubbellaag
● met een mozaïek van ingebedde proteïnen
Vloeistof
● fosfolipiden bewegen lateraal
● sommige proteïnen zijn mobiel
● flip-flop tussen lagen gebeurt zelden
Mozaïek
● proteïnen zijn ongelijk verdeeld
● vormen functionele domeinen (o.a. lipid rafts)
=>verklaart flexibiliteit, transport en signaaloverdracht
3. Vloeistofeigenschappen van membranen
Factoren die fluïditeit beïnvloeden
1. Temperatuur
● lage T° → membraan stijver (=stollen) De temperatuur waarbij dit gebeurt hangt af
van het type lipiden in de membraan
● hoge T° → membraan vloeibaarder
2. Vetzuursamenstelling
● verzadigde vetzuren → stijver membraan
● onverzadigde vetzuren → vloeibaarder membraan
3. Cholesterol (enkel dierlijke cellen)