1. Basisbegrippen van Evolutie en Populaties
Begrip / concept Uitleg Opmerking / voorbeeld
Species (soort) Een groep organismen die onderling natuurlijke Volgens het biologische
voortplanting kunnen uitvoeren en vruchtbare soortconcept.
nakomelingen krijgen.
Populatie Een groep individuen van dezelfde soort die in Individuen kunnen
hetzelfde gebied leeft. onderling paren.
Gene pool / Alle genen en allelen samen binnen een Hoe groter de genenpoel,
genenpoel populatie. hoe meer genetische
variatie.
Allel Een variant van een gen. Bijvoorbeeld allel voor
blauwe of bruine ogen.
Allelfrequentie Hoe vaak een bepaald allel voorkomt in een Verandert door evolutie.
populatie.
Genotype De genetische samenstelling van een individu. Bijvoorbeeld Aa of aa.
Fenotype De uiterlijke of waarneembare kenmerken van Wordt beïnvloed door
een organisme. genotype én omgeving.
Dominant allel Een allel dat zichtbaar is wanneer het aanwezig A overheerst over a.
is.
Recessief allel Een allel dat enkel zichtbaar is als er twee aa = recessief zichtbaar.
kopieën aanwezig zijn.
Homozygotie Twee identieke allelen voor een gen. AA of aa.
Migratie / gene Uitwisseling van genen tussen populaties. Vermindert genetische
flow verschillen.
Mutatie Verandering in DNA. Belangrijke bron van
nieuwe genetische variatie.
Natuurlijke Individuen met gunstige kenmerken krijgen Zorgt voor adaptatie.
selectie meer nakomelingen.
Adaptatie Erfelijk kenmerk dat de overlevings- of Bijvoorbeeld camouflage.
voortplantingskans verhoogt.
Genetische drift Toevallige verandering van allelfrequenties. Vooral belangrijk in kleine
populaties.
Random mating Partnerkeuze gebeurt willekeurig. Voorwaarde van Hardy-
Weinberg-evenwicht.
Non-random Partnerkeuze gebeurt niet willekeurig. Bijvoorbeeld voorkeur voor
mating bepaalde kleuren.
Assortative Individuen kiezen partners die op hen lijken. Belangrijk bij speciatie.
mating
Equilibrium Toestand waarbij allelfrequenties niet Hardy-Weinberg-
veranderen. evenwicht.
Micro-evolutie Kleine evolutionaire veranderingen binnen Verandering in
populaties. allelfrequenties.
Macro-evolutie Grote evolutionaire veranderingen boven Ontstaan van nieuwe
soortniveau. soorten.
Anagenese Eén soort verandert geleidelijk in een andere Geen vertakking van
soort. soorten.*
Cladogenese Eén soort splitst in meerdere soorten. Typisch proces bij
speciatie.*
Non-evolving Populatie waarin allelfrequenties constant Geen evolutie aanwezig.*
population blijven.