Overzicht: genetische infostroom
Locatie: Centraal genetisch dogma
Informatiestroom: DNA → RNA → proteïne
Dit gebeurt in 2 stappen:
1. Transcriptie (DNA → RNA)
2. Translatie (RNA → eiwit)
Proteïne: uitvoering (fenotype)
o Bv: albino ezel door mutatie pigment-gen
Historische basis van genen
Garrod dacht voor het eerst dat genen fenotype bepaalde via katalyse enzymen
o Erfelijke aandoening alkaptonurie te wijten was aan defect enzym->metabole
pathway => bewijs metabole defecten
Onderzoek (Beadle & Tatum)
o Werkten met Neurospora (broodschimmel) + X-stralen voor creatie mutanten
o Mutanten konden bepaalde stoffen niet maken → auxotrofen
o Conclusie: genen sturen enzymproductie
Evolutie van het genconcept
Hypothese Betekenis
One gene – one enzyme 1 gen → 1 enzym
One gene – one protein 1 gen → 1 eiwit als herziening hypothese
One gene – one polypeptide 1 gen → 1 keten
Moderne visie 1 gen → functioneel product (eiwit of RNA)
Basisproncipes van transcriptie en translatie
, Algemeen
o RNA = tussenstap tussen DNA (gen) en eiwit.
o Transcriptie = DNA → mRNA
o Translatie = mRNA → polypeptide (eiwit)
o Ribosomen = plaats van translatie
Kenmerk Prokaryoten Eukaryoten
Locatie van DNA Cytoplasma (nucleoid) Kern
Transcriptie & translatie Gebeuren tegelijkertijd Zijn gescheiden (kern vs. cytoplasma)
Geen processing; mRNA is meteen Wel processing: 5’-cap, poly-A-staart,
RNA-processing
bruikbaar splicing
mRNA Direct klaar voor translatie Eerst omzetten naar matuur mRNA
Complexiteit Eenvoudige cel, geen kernmembraan Complexe cel met kern en organellen
Verschil tussen prokaryoten en eukaryoten
Stappen van transcriptie
Stap Wat gebeurt er
Initiatie RNA-polymerase bindt aan promotor
Elongatie RNA wordt opgebouwd
Terminatie RNA komt vrij
Belangrijke begrippen
o Promotor = startplaats
o Terminator = stopplaats
, RNA-processing (enkel eukaryoot)
o Pre-mRNA moet eerst aangepast worden → matuur mRNA
Centraal genetisch dogma: concept van cellulaire commandoketen
De genetische code
Code is opgebouwd uit codons (triplets)
3 nucleotiden = 1 aminozuur
Serie van niet-overlappende
Kleinste eenheid van unifome lengte die coderen voor alle AZ
64 codons totaal.
o 61 coderen voor AZ
o 3 zijn stopcodons.
Code is redundant (meerdere codons voor hetzelfde aminozuur).
Code is niet-ambigu (elk codon = één specifiek aminozuur).
Correct reading frame is essentieel: verschuiving = fout eiwit.
1. Tijdens transcriptie (DNA → mRNA)
Slechts één DNA-streng wordt gebruikt: de matrijsstreng (template strand).
Deze streng is altijd dezelfde voor een bepaald gen
Welke streng template is, hangt af van de oriëntatie van RNA-polymerase,
bepaald door DNA-sequenties rond het gen.
Het RNA dat ontstaat is complementair aan de template streng.
2. Tijdens translatie (mRNA → eiwit)
mRNA wordt gelezen van 5′ naar 3′ in codons (tripletten).
De non-template streng heet de coderende streng:
o Heeft dezelfde sequentie als mRNA, behalve T → U.
Elk codon bepaalt exact één aminozuur op die positie in de polypeptideketen.
Bijna universeel -> genetic engineering
Speciale codons
Startcodon: AUG
Stopcodons: UAA, UAG, UGA
Moleculaire componenten van transcriptie
RNA-synthese katalyse door RNA-polymerase -> scheidt de 2 DNA strengen en de RNA-
nucleotide aan elkaar hangt