Oude theorieën over erfelijkheid
Theorie Uitleg
Menghypothese (blending hypothesis) Erfelijk materiaal van ouders mengt zoals verf (bv. blauw + geel = groen)
Erfelijke eigenschappen worden doorgegeven als aparte eenheden
Particuliere hypothese/deeltjeshypothese (genen) -> verklaren waarom bepaalde kenmerken enkele generaties
overslaan en dan weer opduiken
De menghypothese is fout, omdat kenmerken soms opnieuw verschijnen na een generatie.
De particuliere werd bewezen door Mendel.
Gregor Mendel en zijn experimenten
Wie was Mendel?
o Gregor Mendel (1822–1884)
o Augustijner monnik uit Brno (Tsjechië)
o Ontdekte de basisprincipes van erfelijkheid
Tuinerwtenplanten voordelen:
Voordeel Uitleg
Korte generatietijd snel meerdere generaties
Term Betekenis Voorbeeld
Veel nakomelingen duidelijke statistiek
Eigenschap (character) erfelijke variabele bloemkleur
Controleerbare bestuiving zelfbestuiving of kruising
Kenmerk (trait) variant van eigenschap paars of wit
Duidelijke eigenschappen bv. paars of wit
Info over bestuiving:
Een bloem bevat mannelijke meeldraden (stuifmeel met zaadcellen) en vrouwelijk
ovules (eicellen).
Daardoor is zelfbestuiving mogelijk → nakomelingen blijven genetisch zuiver
(homozygoot).
Door de meeldraden weg te knippen kan men kruisbestuiving uitvoeren → stuifmeel
van een andere plant wordt bewust aangebracht.
Dit laat toe om zuivere ouderlijnen te maken en gecontroleerde kruisingen uit te
voeren
, Mendels experimentele methode
Mendel werkte met zaadvaste planten => planten die bij zelfbestuiving
nakomelingen met dezelfde kenmerken produceren. (geen hybriden in
normale omstandigheden)
Enkel opvolgen eigenschappen die voorkomen in 2 duidelijke alternatieve
vormen
Hybridisatie: kruising 2 verschillende zaadvaste rassen
Generaties in kruisingen
Generatie Betekenis
P-generatie oudergeneratie
F1-generatie eerste nakomelingen
F2-generatie nakomelingen van F1
Uniformiteitswet
Wanneer twee zuivere lijnen worden gekruist:
Voorbeeld: paars × wit
Resultaat: Alle F1-nakomelingen zijn identiek
Paars is dominant over wit.
Splitsingswet (Segregatiewet)
Wanneer F1 individuen worden gekruist:
Resultaat in F2: 3 paarse: 1 witten
=> Dit betekent dat allelen zich scheiden bij gametenvorming.
Dominant en recessief als type allel
Dominant: bepaald fenotypen (hoofdletter)
Recessief: komt enkel tot uiting zonder dominant allel maar wordt niet verdund of vernietigd
Wat men toen erfelijke factor noemt => gen
Mendels model van erfelijkheid