Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Lineaire Algebra | Stellingen & Bewijzen | KU Leuven | 2025/26

Note
-
Vendu
-
Pages
13
Publié le
18-06-2026
Écrit en
2025/2026

Dit document bevat de bewijzen die kunnen gevraagd worden op het examen Lineaire Algebra. Met dit bestand leer je geen overbodige bewijzen en heb je een mooi document met alle nuttige bewijzen met correcte wiskundige tekens.

Aperçu du contenu

Stelling 1.39
(p39)
Stelling 0.1. Zij A een (n × n)-matrix. Dan zijn de volgende beweringen equivalent:
1. De matrix A heeft een links inverse B;

2. Het stelsel A · X = 0 heeft enkel de (evidente) oplossing X = 0;
3. De matrix A is rij-equivalent met de eenheidsmatrix In ;
4. De matrix A is een product van elementaire matrices;
5. De matrix A is inverteerbaar met inverse B;

6. De matrix A heeft een rechts inverse B.
We delen onze argumentatie op in opeenvolgende stappen, en wel als volgt:
(1) ⇒ (2): Veronderstel dat B een links inverse is voor A. Dan volgt eenvoudig dat:

A·X =0 ⇒ X = In · X = (B · A) · X = B · (A · X) = B · 0 = 0.

De enige oplossing van het stelsel is dus de nuloplossing.
{(2) ⇒ (3): Als het stelsel A · X = 0 enkel de nuloplossing heeft, wil dit zeggen dat het stelsel
geen vrije variabelen heeft. Alle variabelen in dit stelsel zijn met andere woorden gebonden variabelen;
dit wil zeggen dat de matrix A door opeenvolgende elementaire rijoperaties (van de Gauss-eliminatie)
rij-equivalent is met de eenheidsmatrix In .
{(3) ⇒ (4): Als A rij-equivalent is met de eenheidsmatrix, dan wil dit zeggen dat A na een opeen-
volging van elementaire rijoperaties herleid wordt tot In . In termen van matrices wil dit zeggen dat er
elementaire matrices E1 , E2 , . . . , Ek bestaan waarvoor Ek · Ek−1 · . . . · E2 · E1 · A = In . Elke elementaire
matrix is inverteerbaar, en de inverse van een elementaire matrix is telkens weer een elementaire matrix.
We verkrijgen dus dat
A = (E1 )−1 · (E2 )−1 · · · (Ek )−1 ,
en bijgevolg is A een product van elementaire matrices.
(4) ⇒ (5): Dit volgt meteen uit de eigenschappen van inverteerbaarheid, matrixproduct en elementaire
matrices.
{(5) ⇒ (6): Als A inverteerbaar is, heeft A natuurlijk een rechts inverse matrix B. Uit de boven-
staande redeneringen, toepast op B, volgt dan dat B inverteerbaar is, en dat B dus ook een links inverse
is van A.
{(6) ⇒ (1): Als A de matrix B als rechts inverse heeft, dan is A zelf een links inverse van B. Uit de
bovenstaande redeneringen, toepast op B, volgt dan dat B inverteerbaar is, en dat B dus ook een links
inverse is van A.


Stelling 2.4
(p59)

Stelling 0.2. Als f : Rn×n → R een determinantafbeelding is, dan geldt:
1. Als A een driehoeksmatrixQis, dan is f (A) gelijk aan het product van de diagonalelementen in A
n
(in formulevorm: f (A) = i=1 (A)ii ).
2. A is inverteerbaar als en slechts als f (A) ̸= 0.

3. f (A · B) = f (A) · f (B) voor elke twee matrices A en B in Rn×n .
4. f (AT ) = f (A).




1

, We bewijzen elk punt afzonderlijk.
1. Als A een driehoeksmatrix is, volgt het resultaat uit de eigenschappen D-4 en D-1. -
Als A een bovendiagonaal matrix is, en er op de diagonaal van A geen nullen staan, dan is A rij-equivalent
(uitsluitend met behulp van rij-operaties van het type Ri → Ri +λRj ) met een diagonalmatrix met precies
dezelfde diagonalelementen als A, waaruit het beweerde meteen volgt. - Als A een bovendiagonaal matrix
is, en er wel een nul op de diagonaal staat, dan is A rij-equivalent met een matrix waarin een nulrij staat
(waarom?). Bijgevolg is in dit geval f (A) = 0.
2. We veronderstellen eerst dat A inverteerbaar is. Dan is A te schrijven als een product van
elementaire matrices. Zij A = E1 · E2 · . . . · Ek , waarbij elke Ei elementair is. Dan geldt:

f (A) = f (E1 ) · f (E2 · . . . · Ek ) = . . . = f (E1 ) · f (E2 ) · . . . · f (Ek ) ̸= 0.

De andere implicatie tonen we aan contrapositie. In elk geval is een vierkante matrix A rij-equivalent
met een bovendiagonaal matrix (trapvorm) U . Dit wil zeggen dat, voor zekere elementaire matrices
E1′ , E2′ , . . . , Ek′ :
Ek′ · . . . · E1′ · A = U.
Als A niet inverteerbaar is, is U ook niet. Bijgevolg staat er een nul op de diagonaal van U en is f (U ) = 0.
Hieruit volgt dan ook dat f (A) = 0.
3. Merk op dat, als A niet inverteerbaar is, dan is A · B niet inverteerbaar. Bijgevolg geldt
in dit geval inderdaad dat f (A · B) = f (A) · f (B). Als daarentegen A wel inverteerbaar is, dan is A te
schrijven als een product van elementaiere matrices A= E1*....*Ek, dus geldt

f (A · B) = f (E1 · · · Ek · B) = f (E1 ) · · · f (Ek ) · f (B) = f (A) · f (B).

4. Als A inverteerbaar is, is ook AT dat ook, en omgekeerd. (Dit is Opdracht 1.35(2).) In het geval
dat A niet inverteerbaar is, is AT dus evenmin inverteerbaar. In het geval dat A inverteerbaar is, is
A = E1 · · · Ek een product van elementaire matrices. Nu is het eenvoudig om in te zien dat, voor elke
elementaire matrix E, f (E) = f (E T ). Verifieer hiermee dat f (A) = f (AT ).


Stelling 3.11 (Deelruimtecriterium)
(p96)
Zij gegeven de vectorruimte (R, V, +). Een deelverzameling U van V is een deelruimte als en slechts
als:
[label=•]U ̸= ∅, voor alle x, y ∈ U en voor alle r ∈ R geldt: x + y ∈ U , voor alle x ∈ U en voor alle
r ∈ R geldt: rx ∈ U .
of, equivalent hiermee,
[label=•]U ̸= ∅, voor alle x, y ∈ U en voor alle r, s ∈ R geldt: rx + sy ∈ U .
Bewijs. We tonen de equivalentie aan met het eerste kenmerk. Argumenteer zelf waarom het tweede
kenmerk equivalent is met het eerste kenmerk.
Als U een deelruimte is van V , en dus zelf een vectorruimte, dan is U niet leeg. Als x en y elementen
van U zijn, dan geldt dit ook voor x + y en voor rx (waarbij r ∈ R). Omgekeerd, veronderstel dat U
voldoet aan de drie voorwaarden hierboven. Omdat U niet leeg is, bevat U een element, zeg u. Uit
de tweede voorwaarde volgt dan dat ook (−1)u = −u tot U behoort en verder dus ook u + (−u) = 0.
Bovendien behoort voor elk element x van U ook het element (−1)x = −x tot U . Alle andere axioma’s
in Definities 3.2 en 3.3 zijn automatisch voldaan voor alle elementen van V .
D is vrij: (p105)
Xr
λi vi = 0
i=1

als en slechts als lambda1, lambda2,...., lambda i=0
Bewijs. We tonen beide implicaties in de ’als en slechts als’ aan via contrapositie.
Veronderstel dat er een lineaire combinatie van vectoren uit D bestaat die de nulvector oplevert,
maar waarin niet alle coëfficiënten gelijk zijn aan 0. Dit wil zeggen, er bestaat een lineaire combinatie
k
X
λi vi = 0
i=1


2

Infos sur le Document

Publié le
18 juin 2026
Nombre de pages
13
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME
€10,96
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
KulHIRstudent

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
KulHIRstudent Katholieke Universiteit Leuven
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
8
Membre depuis
1 mois
Nombre de followers
0
Documents
5
Dernière vente
1 mois de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions