SAMENVATTING DIDACTIEK 2
HOOFDSTUK 3: DIFFERENTIËREN
3.2 OMSCHRIJVING BINNENKLASDIFFERENTIATIE (BKD)
1. Proactief = voorbereid, op voorhand
2. Positief = elk kind bereikt doelen
3. Planmatig = gestructureerd kinderen niet afhankelijk maken (bv. tafelkaart)
Omgaan met verschillen
Convergente differentiatie Divergente differentiatie
- Lln. werken aan dezelfde inhoud op hetzelfde - Aansluiten op individuele noden
moment. Zelfde minimumdoelen. - Homogene groepen (zelfde niveau)
- Heterogene groepen (verschillende niveaus) - Tijdelijke groepen
3.3 HOE DIFFERENTIËREN?
3.3.1 DIFFERENTIËREN IN TEMPO
- werken op eigen tempo
- opdrachten ingeperkt liever kwaliteit dan kwantiteit
3.3.2 DIFFERENTIËREN IN BEGELEIDING VAN WERKHOUDING
- variatie in de manier van stimuleren
Bv. koptelefoon bij lln. die snel afgeleid is, lln. met faalangst niet aan bord, ...
3.3.3 DIFFERENTIËREN IN INTERESSE
- keuzeopdrachten
Bv. kiezen uit lijst van boeken, kiezen uit lijst van thema’s
- werkt motiverend
3.3.4 DIFFERENTIËREN IN INSTRUCTIE
- verlengde instructie: extra instructie na de basisinstructie
- pre-teaching of voorinstructie: aparte instructie voor de basisinstructie
3.3.5 DIFFERENTIËREN IN MATERIAAL
- denkprocessen langer ondersteunen met concreet materiaal
= compenseren: leerproblemen compenseren
1
, 3.3.6 DIFFERENTIËREN IN MOEILIJKHEIDSGRAAD
- differentiëren in doelen
elke lln. behaalt basisdoelen
- basisdoelen = Alle lln. in de klas bereiken deze doel gebaseerd op de eindtermen.
- verrijkingsdoelen = Doelen die lln. kunnen bereiken na het realiseren van basisdoelen.
1. verbredingsdoelen
Basisdoelen worden uitgebreid met nieuwe begrippen en leerinhouden. Binnen hetzelfde
ontwikkelveld of andere ontwikkelvelden.
2. verdiepingsdoelen
Leerinhoud verandert niet, maar de leeractiviteit (gedrag). De complexiteit vergroot, oefeningen
op moeilijker niveau.
= beheersingsniveau
Niveaus van herwerkte model van Bloom, differentiëren in beheersingsniveau
Niveau herinneren (kennis) Herkennen, opsommen, verwoorden, ...
Niveau begrip Interpreteren, uitleggen, samenvatten, ...
Niveau toepassen Uitvoeren van procedures, berekenen, ...
Niveau analyseren Relaties bepalen, vergelijken, ...
Niveau evalueren Controleren, bekritiseren, ...
Niveau creëren Plannen ontwerpen, bedenken, ...
3.3.7 DIFFERENTIËREN IN GROEPERINGSVORMEN
- homogene of heterogene groepen
heterogene groepen: geschikt om van elkaar te leren
homogene groepen: prettig samenwerken met zelfde niveau/veilige leeromgeving
3.4 BINNENKLASDIFFERENTIAIE ORGANISEREN
3.4.1 VERSNELLEN
- gemeenschappelijke instructie voor iedereen
- oefeningen of basisniveau en uitbreidingsniveau sneller overgaan naar moeilijkere kan
3.4.2 BASIS-HERHALING-VERBREDING EN VERLENGDE INSTRUCTIE
- gebruik maken van 4-sporenaanpak
- aanduiden wie welke oefeningen moet maken
3.4.3 AFLOPENDE INSTRUCTIE
- lkr. start met instructie info genoeg? lln. start met oefeningen
3.4.4 MINI-KLAS
- mini-klas terwijl anderen individueel werken
2
HOOFDSTUK 3: DIFFERENTIËREN
3.2 OMSCHRIJVING BINNENKLASDIFFERENTIATIE (BKD)
1. Proactief = voorbereid, op voorhand
2. Positief = elk kind bereikt doelen
3. Planmatig = gestructureerd kinderen niet afhankelijk maken (bv. tafelkaart)
Omgaan met verschillen
Convergente differentiatie Divergente differentiatie
- Lln. werken aan dezelfde inhoud op hetzelfde - Aansluiten op individuele noden
moment. Zelfde minimumdoelen. - Homogene groepen (zelfde niveau)
- Heterogene groepen (verschillende niveaus) - Tijdelijke groepen
3.3 HOE DIFFERENTIËREN?
3.3.1 DIFFERENTIËREN IN TEMPO
- werken op eigen tempo
- opdrachten ingeperkt liever kwaliteit dan kwantiteit
3.3.2 DIFFERENTIËREN IN BEGELEIDING VAN WERKHOUDING
- variatie in de manier van stimuleren
Bv. koptelefoon bij lln. die snel afgeleid is, lln. met faalangst niet aan bord, ...
3.3.3 DIFFERENTIËREN IN INTERESSE
- keuzeopdrachten
Bv. kiezen uit lijst van boeken, kiezen uit lijst van thema’s
- werkt motiverend
3.3.4 DIFFERENTIËREN IN INSTRUCTIE
- verlengde instructie: extra instructie na de basisinstructie
- pre-teaching of voorinstructie: aparte instructie voor de basisinstructie
3.3.5 DIFFERENTIËREN IN MATERIAAL
- denkprocessen langer ondersteunen met concreet materiaal
= compenseren: leerproblemen compenseren
1
, 3.3.6 DIFFERENTIËREN IN MOEILIJKHEIDSGRAAD
- differentiëren in doelen
elke lln. behaalt basisdoelen
- basisdoelen = Alle lln. in de klas bereiken deze doel gebaseerd op de eindtermen.
- verrijkingsdoelen = Doelen die lln. kunnen bereiken na het realiseren van basisdoelen.
1. verbredingsdoelen
Basisdoelen worden uitgebreid met nieuwe begrippen en leerinhouden. Binnen hetzelfde
ontwikkelveld of andere ontwikkelvelden.
2. verdiepingsdoelen
Leerinhoud verandert niet, maar de leeractiviteit (gedrag). De complexiteit vergroot, oefeningen
op moeilijker niveau.
= beheersingsniveau
Niveaus van herwerkte model van Bloom, differentiëren in beheersingsniveau
Niveau herinneren (kennis) Herkennen, opsommen, verwoorden, ...
Niveau begrip Interpreteren, uitleggen, samenvatten, ...
Niveau toepassen Uitvoeren van procedures, berekenen, ...
Niveau analyseren Relaties bepalen, vergelijken, ...
Niveau evalueren Controleren, bekritiseren, ...
Niveau creëren Plannen ontwerpen, bedenken, ...
3.3.7 DIFFERENTIËREN IN GROEPERINGSVORMEN
- homogene of heterogene groepen
heterogene groepen: geschikt om van elkaar te leren
homogene groepen: prettig samenwerken met zelfde niveau/veilige leeromgeving
3.4 BINNENKLASDIFFERENTIAIE ORGANISEREN
3.4.1 VERSNELLEN
- gemeenschappelijke instructie voor iedereen
- oefeningen of basisniveau en uitbreidingsniveau sneller overgaan naar moeilijkere kan
3.4.2 BASIS-HERHALING-VERBREDING EN VERLENGDE INSTRUCTIE
- gebruik maken van 4-sporenaanpak
- aanduiden wie welke oefeningen moet maken
3.4.3 AFLOPENDE INSTRUCTIE
- lkr. start met instructie info genoeg? lln. start met oefeningen
3.4.4 MINI-KLAS
- mini-klas terwijl anderen individueel werken
2