DEEL 1
Superdiversiteit op de frontlijn en hoofdstuk 2
Superdiversiteit: steden en samenlevingen zijn niet alleen divers, maar de
diversiteit is heel complex en gelaagd geworden (kwantitatief en kwalitatief)
Persoon met migratieachtergrond: persoon die ih buitenland geboren is of van
wie ten minste 1 ouder ih buitenland geboren is
Migratie: wanneer iemand zijn eigen land verlaat en zich in een ander land wil
vestigen
Immigrant: persoon die migratiebeweging gemaakt heeft uit land van herkomst
naar ander land
Emigrant: persoon die migratiebeweging maakt van eigen land naar ander land
Frontlinieberoepen: beroepen waarbij je direct contact hebt met mensen die hulp,
zorg of diensten nodig hebben (vb. leerkrachten, orthopedagogen…)
Superdiversiteit
- Europese steden evolueren naar majority-minority-cities (vb. Brussel)
Majority-minority-cities: steden waar de meerderheid vd inwoners
migratieachtergrond heeft en bestaat uit verschillende minderheidsgroepen
(verschillende afkomsten/achtergronden vormen samen de meerderheid vd
bevolking)
Zichtbaar in KWANTITATIEVE toename van diversiteit (toename aantal
mensen met wortels uit migratie en minderheidsgroepen worden groter)
- Binnen kwantitatief veranderende bevolking is er ook kwalitatieve
diversiteit
Uit zich in variatie aan sociale groepen en categorieën (vb.
verschillende gezinsvormen, juridische posities, leeftijden…)
Diversiteit in de diversiteit: grote verschillen id verschillende diverse
groepen (voortdurende ontwikkeling en verandering): KWALITATIEF
Creolisering: ontstaan van allerlei mengvormen van culturen en subculturen
Divers-sensitief handelen: bewust en respectvol omgaan met diversiteit en je
manier van communiceren en handelen hierop aanpassen
, Superdiversiteit is een sociologisch analysekader dat demografische
veranderingen op macro- en mesoniveau beschrijft (om te begrijpen hoe
onze samenleving en cliëntgroepen veranderen)
,Dimensies van differentiatie
Om een goed beeld te krijgen van diversiteit
Immigratiestromen:
- Zicht hebben op grootte vd in- en uitstroom op gebied van migratie
- Veranderingen id stroming hangen vaak samen met politieke
gebeurtenissen (vb. oorlog)
Na WOII vooral stromen arbeidsmigranten en migranten
Na oliecrisis migratiestromen gericht op familieherenigingen
Land van herkomst:
- Migratie bestond vooral uit grote groepen uit beperkt aantal landen
Gevaar dat we groepen afkomstig uit bepaald land als homogeen
beschouwen
Talen:
- Toename diversiteit zorgt voor toename van aantal talen
- Mate waarin taal gesproken wordt varieert (veel mensen met eenzelfde
afkomst: meer gelegenheid tot spreken van taal vh land van herkomst)
Via sociale media is het makkelijker geworden
Religie:
- Binnen 1 religie zijn grote verschillen mogelijk in opvattingen en visies
Migratiekanalen en immigratiestatus:
- Arbeidsmigranten was een grote groep (geen visum nodig)
Kortdurende verblijven (seizoenswerkers) en permanent verblijf
- Ook studenten doen aan internationale verplaatsingen (meestal tijdelijk)
- Echtgenoten en gezinsleden die door familiehereniging migreren
Deze categorieën migreren BEWUST
- Migratiestroom van asielzoekers en vluchtelingen
- Mensen zonder verblijfsvergunning of niet-gedocumenteerde migranten
Geen aanspraak op voorzieningen
Dreiging op uitzetting
Geslacht:
- Groepen arbeidsmigranten waren voornamelijk mannen
- Migrantenstromen door familiehereniging vooral vrouwen
Leeftijd:
- Arbeidsmigratie en familiehereniging waren vooral jonge mensen
Geografische spreiding:
- Vooral id steden is de concentratie groter
- Nieuwe migranten vestigen meestal op plaatsen waar al mensen uit het
land van herkomst zijn
, Transnationalisme en transmigratie:
Transnationalisme: na migratie behouden mensen contact met land van herkomst
- Makkelijker door telefoon en verplaatsingsmiddelen
- Moeilijker of niet mogelijk voor vluchtelingen en illegale immigranten
Transmigratie: wanneer mensen zich regelmatig bewegen tussen landen (vb.
seizoensarbeid)