Hoofdstuk 1: Inleiding id pedagogiek
Pedagogiek: studie vd manier waarop volwassenen (ouders, onderwijzers,
opvoeders…) kinderen & jongeren grootbrengen met een bepaald doel
Andere woorden: opvoedingsleer/opvoedingswetenschappen
Vb. Een onderzoeker bestudeert hoe verschillende manieren van
belonen of straffen het gedrag van kinderen beïnvloeden
Agogiek: wetenschap die kijkt hoe mensen in hun leven veranderen en
bestudeert hoe je mensen kunt helpen of begeleiden zodat die
veranderingen beter verlopen
Vb. Een onderzoeker kijkt hoe volwassenen omgaan met stress op
het werk en hoe coaching hen kan helpen beter met die stress om te gaan
Pedagogie: praktijk vh opvoeden
Vb. Een leraar gebruikt een beloningssysteem id klas om kinderen
gemotiveerd te houden
Opvoeding
Kan worden gezien als een transactioneel proces, waarin ouders &
kinderen elkaar wederzijds beïnvloeden in relatie met de specifieke
omgeving vh gezin
Kinder-, ouder-, en omgevingsfactoren hebben invloed
Er kunnen risicofactoren zijn: problemen die ontstaan door iets
ih kind, ouder(s) of omgeving (bv. kind heeft veel driftbuien)
Beschermende/protectieve factoren: die het opvoeden
makkelijker laten verlopen (bv. veel steun van familie)
Vb. Het kind heeft een moeilijk temperament en veel driftbuien
(kinderfactor) -> De ouder kampt met chronische vermoeidheid
(ouderfactor) & het gezin woont in een kleine woning zonder veel
steun uit de buurt (omgevingsfactor)
,1.1. Kenmerken vd opvoeding
Opvoeding is impliciet & intentioneel
Impliciete of functionele opvoeding: gekenmerkt door de dagelijkse
omgang tss opvoeder & kind = opvoeding die onbewust en vanzelf
gebeurt
Ouders zijn onbewust een rolmodel: onbewuste of niet bedoelde
beïnvloeding
Vb. Kind ziet hoe ouders snel gefrustreerd worden en wordt daardoor
ook sneller gefrustreerd
Intentionele of doelbewuste opvoeding: bewust en doelgericht opvoeden
Ouders hebben een duidelijk plan of doel
Vb. Ouders leren kinderen tanden poetsen om gaatjes te voorkomen
Opvoeden is beïnvloeden
In opvoeden beïnvloeden kind en opvoeder elkaar voortdurend dus
opvoeden is een complementair en circulair proces
- Complementair: de opvoeder & het kind dragen in gelijke mate bij ah
opvoedingsproces (vb. peuter moet leren praten door opvoeder &
opvoeder leert hierdoor geduld hebben)
- Circulair: er is steeds een actie-reactie: actie vd ouder zorgt voor
reactie vh kind wat zorgt voor een reactie vd ouder (beide
beïnvloeden)
Daarnaast zijn er nog andere dingen die opvoeding beïnvloeden:
- Binnen het gezin: hoe de ouder met de partner omgaat
- Directe omgeving: school, vrienden
- Brede samenleving: wetten, regels, structuur
Opvoedingsvariabelen
Opvoeding heeft ook waarden en normen:
- Alles wat je doet of zegt als opvoeder, spelen de waarden een rol
- Als je niets zegt of niet handelt geef je normen en waarden mee
- Religieuze opvoeding: waarden en normen worden duidelijk en
doelbewust doorgegeven
- Onbewust: gezonde voeding aan kinderen geven impliceert dat
gezonde voeding belangrijk is
,
, 1.2. 3 dimensies opvoeding
De 3 dimensies (Rink):
1. Existentiële dimensie: er zijn als opvoeder (opvoeden is een
basishouding)
2. Klinische dimensie: opvoeden is handelen (vaardigheid die geleerd
kan worden)
3. Levensbeschouwelijke dimensie: opvoeden is normatief (gericht op
doorgeven van waarden en attituden)
Existentieel fenomeen
Opvoeden is een vorm van handelen, vooral gekenmerkt door een
attitude: existentieel besef en bereidheid om opvoeden tot een goed einde
te brengen
Verschillende aspecten:
1. Besef dat het kind mede van hem afhankelijk is
Ouders met besef zijn bewust dat ze samen zijn met het kind
en ervoor verantwoordelijk zijn (alert op reacties vh kind)
Besef leidt ertoe dat ouders kind kunnen ondersteunen en
sturen waar nodig
2. Bereid zijn om het kind op te voeden
Tijd en energie en een stuk vh gezinsinkomen ah kind te
spenderen
3. Volwassenen & kinderen moeten ervaren dat hun eigen bestaan en
dat vd ander een doel heeft waarvan de realisering mede van
henzelf komt
Ouders moeten een doel hebben dat de moeite is om na te
streven & waarbij hun kind een essentiële plaats inneemt
4. Graag met het kind omgaan en op een aangepaste manier omgaan
Niet kinderachtig, maar kinderlijk
Opm: Existentiële aspect wordt ook pedagogisch besef genoemd