Antwoorden op vragen
1. Inleiding + Prenatale tijd
1. Figuur 1.1 (Erikson) uitleggen
Volgens Erikson verloopt de ontwikkeling gedurende het hele leven via een aantal
psychosociale conflicten.
In elke levensfase komt een mens voor een belangrijke uitdaging te staan. Die
uitdaging bestaat uit twee tegenovergestelde polen.
Wanneer iemand voldoende ondersteuning krijgt en het conflict positief oplost,
ontwikkelt hij een psychologische sterkte die hem helpt in
volgende levensfasen.
Voorbeeld: Een peuter wil zelf zijn jas aantrekken.
Ouders geven tijd en moedigen aan → autonomie
groeit.
Ouders nemen alles over of straffen fouten →
schaamte en twijfel groeien.
Hierdoor ontstaat het conflict: Autonomie ↔ Schaamte
en twijfel
De uitkomst beïnvloedt latere levensfasen.
Belangrijk: Erikson zegt niet dat je een fase volledig moet "halen" of "falen".
Iedereen draagt beide kanten in zich mee.
Een gezonde ontwikkeling betekent dat de positieve pool overheerst.
2. Schema – assimilatie – accommodatie – adaptatie – organisatie
Dit zijn begrippen van Piaget.
Schema: Een schema is een mentaal kader waarmee we informatie ordenen.
Voorbeeld: Een peuter heeft een schema: "Hond = dier met vier poten."
Assimilatie: Nieuwe informatie wordt in een bestaand schema geplaatst.
Voorbeeld: Een kind ziet een geit. Het noemt de geit: "Hond!"
Nieuwe informatie wordt in het bestaande schema opgenomen.
Accommodatie: Een bestaand schema wordt aangepast.
Voorbeeld: Het kind leert: hond ≠ geit
Er ontstaat een nieuw schema.
Adaptatie: Het totale proces van aanpassen aan de omgeving.
Assimilatie + accommodatie = adaptatie.
Organisatie: Schema's worden steeds beter geordend.
Voorbeeld leren lopen:
Eerst losse ervaringen: rechtstaan, evenwicht bewaren, stap zetten
Later worden deze gecombineerd tot één groter schema: "wandelen"
3. Verschillen tussen de drie prenatale fasen (figuur 2.1 – p 31)
1. Kiemperiode (0-2 weken)
bevruchting
innesteling in baarmoeder
Belangrijkste kenmerk: Alles-of-niets-principe.
1
,Beschadiging? → embryo sterft of herstelt volledig.
2. Embryonale periode (2-8 weken)
Belangrijkste fase: Alle organen worden aangelegd.
Hier is het embryo het kwetsbaarst.
Schadelijke invloeden kunnen ernstige afwijkingen veroorzaken.
3. Foetale periode (8 weken-geboorte)
Organen zijn aangelegd.
Nu volgen: groei, verfijning, rijping
Schadelijke invloeden kunnen nog steeds schade veroorzaken, maar meestal
minder ernstig dan tijdens de embryonale fase.
4. "Het ongeboren kind is redelijk goed beschermd" Hoe
beschermd?
Door: vruchtzak, vruchtwater, placenta, navelstreng
Deze vormen een beschermingssysteem.
Waarom slechts "redelijk"?
Niet alle schadelijke stoffen worden tegengehouden.
Alcohol, nicotine en drugs kunnen bijvoorbeeld door de placenta heen.
Schadelijke invloeden
Teratogenen: alcohol, roken, drugs, medicatie, infecties, straling
Gevolgen
Afhankelijk van: soort stof, dosis, timing zwangerschap
Mogelijke gevolgen: miskraam, groeiachterstand, hersenschade, aangeboren
afwijkingen
5. Betekenis van donkere en lichte balken (figuur 2.1 – p31)
Donkere balken: Periode van maximale gevoeligheid.
Schade kan ernstige afwijkingen veroorzaken.
Lichte balken: Periode van verminderde gevoeligheid.
Schade blijft mogelijk, maar meestal minder ernstig.
6. Waarom soms 38 weken en soms 40 weken zwangerschap?
38 weken: Vanaf de bevruchting.
40 weken: Vanaf eerste dag van laatste menstruatie. Artsen gebruiken meestal
deze telling. Daarom spreekt men meestal over: 40 weken zwangerschap.
7. Prematuur – à terme – post terme
Prematuur: Geboren vóór 37 weken.
À terme: Geboren tussen 37 en 42 weken. Normale zwangerschapsduur.
Post terme: Geboren na 42 weken.
8. Dysmatuur
Dysmatuur = te klein of te licht voor de zwangerschapsduur.
Het kind heeft onvoldoende gegroeid tijdens de zwangerschap.
Mogelijke oorzaken: roken, placenta-problemen, ziekte moeder
Mogelijke gevolgen: lage weerstand, temperatuurproblemen,
voedingsproblemen, verhoogd risico op ontwikkelingsproblemen
2
,9. Post-partumdepressie
Wat? Depressie na de bevalling. Meer dan gewone "babyblues".
Prevalentie:Ongeveer 10 à 15% van de moeders. (Cijfer dat ook in Craeynest
wordt vermeld.)
Duur: Kan maanden duren. Soms langer indien onbehandeld.
Herkennen: verdrietig, huilen, schuldgevoelens, geen plezier beleven,
vermoeidheid, moeilijk hechten aan baby
Oorzaken
Biologisch: hormonale veranderingen
Psychologisch: onzekerheid, perfectionisme
Sociaal: weinig steun, relatieproblemen
Waarom behandelen? Omdat de ontwikkeling van de baby beïnvloed kan
worden.
Gevolgen: minder sensitieve responsiviteit, moeilijkere hechting, verhoogde kans
op ontwikkelingsproblemen
10. Duaal-procesmodel rouw (Stroebe & Schut) – zie ook vraag
214
Rouwen verloopt niet in vaste stappen.
Mensen bewegen voortdurend tussen twee polen.
1. Verliesgerichte coping
Focus op verlies.
Voorbeelden: verdriet, huilen, foto’s bekijken, herinneringen ophalen
2. Herstelgerichte coping
Focus op verder leven.
Voorbeelden: werken, hobby's, nieuwe routines, sociale contacten
Belangrijk
Gezond rouwen betekent: heen en weer bewegen tussen beide.
Dus niet voortdurend verdrietig zijn,
maar ook niet voortdurend afleiding zoeken.
Verschil met Kübler-Ross
Kübler-Ross: Beschrijft typische reacties:
1. ontkenning
2. boosheid
3. onderhandelen
4. depressie
5. aanvaarding
Wordt vaak gebruikt bij: terminale ziekte, confrontatie met eigen dood
Stroebe & Schut: Beschrijft hoe mensen omgaan met verlies van een dierbare.
Niet lineair. Mensen wisselen voortdurend tussen:
verliesgerichte coping
herstelgerichte coping
Examenantwoord
Kübler-Ross = welke reacties kunnen optreden bij verlies of sterven.
3
, Stroebe & Schut = hoe iemand actief heen en weer beweegt tussen verdriet
verwerken en het leven opnieuw opnemen.
2. Babytijd
11. Kan je het schema hieronder in eigen woorden uitleggen?
Het schema toont hoe baby's in hun eerste levensjaar steeds selectiever worden
in hun sociale contacten en een sterkere band opbouwen met hun
vertrouwde verzorgers.
De sociale ontwikkeling van een baby
verloopt geleidelijk. Rond 6 à 8 weken
verschijnt de sociale glimlach: de baby
glimlacht bewust naar mensen. Tot ongeveer
3 maanden glimlacht hij naar bijna
iedereen. Vanaf 3 maanden wordt hij selectiever en reageert hij
sterker op vertrouwde personen.
Rond 6 maanden neemt de baby zelf initiatief tot contact door te lachen,
brabbelen en aandacht te zoeken. Vanaf 8 maanden zijn de hechtingsrelaties
voldoende ontwikkeld en ontstaan vreemdenangst en scheidingsangst.
12. Wat is het verschil tussen gastric smile (solitaire glimlach) en
sociale glimlach?
Gastric smile / solitaire glimlach: vanaf de geboorte, reflexmatig, gebeurt
vaak tijdens slapen. De baby glimlacht niet bewust naar iemand.
Voorbeeld: Een pasgeborene glimlacht terwijl hij slaapt.
Sociale glimlach: vanaf ongeveer 6 à 8 weken, reactie op mensen, bewust
sociaal gedrag
Voorbeeld: Mama praat tegen haar baby. De baby glimlacht terug.
Belangrijk verschil
Gastric smile → geen sociaal contact
Sociale glimlach → eerste echte sociale interactie
13. Vreemdenangst, scheidingsangst en nabootsingsgedrag
Vreemdenangst: Baby reageert angstig op onbekenden.
Vanaf: Ongeveer 6 tot 8 maanden.
Voorbeeld: Een vreemde wil de baby oppakken. De baby begint te huilen.
Scheidingsangst: Baby wordt onrustig wanneer de hechtingsfiguur weggaat.
Vanaf Ongeveer 8 maanden.
Voorbeeld: Mama verlaat de kamer. De baby begint te huilen.
Nabootsingsgedrag: Baby kopieert gedrag van anderen.
Voorbeeld: Papa steekt zijn tong uit. De baby doet hetzelfde.
Vreemdenangst Scheidingsangst
Angst om gescheiden te worden van
Angst voor onbekende personen
vertrouwde personen
De baby reageert angstig wanneer mama/papa
De baby reageert angstig op een vreemde
weggaat
4