Examenvragen filo
Hoofdstuk 1
1. Wat is filosofie en verduidelijk dit met het begrip ‘veiligheid’.
Discipline die vraagt naar datgene wat we doorgaans als vanzelfsprekend
aannemen. In tegenstelling tot de wetenschappen, die hun verbazing over de
wereld zo snel mogelijk willen omzetten in een zekerheid of axioma, blijft de
filosofie juist steken in die verwondering. Het is een blijvende vaardigheid of
‘métier’ in het kritisch denken die tijd kost om te ontwikkelen.
Men leeft nu in een risicomaatschappij waar veiligheid centraal staat maar ook
sociale kwesties.
Smalle veiligheidsbegeerte: filosofie bekritiseert het: de drang naar snelle,
technische oplossingen (zoals camera’s) en controle. Dit roept de essentiële
filosofische vraag op wat dit betekent voor onze vrijheid. De mens dreigt immers
zijn menselijkheid en verantwoordelijkheid te verliezen als hij zich opsluit in een
‘technologische cocon’ uit angst voor het onbekende.
Filosofie leert ons een kritische afstand te nemen van de huidige obsessie met
gevaarbeheersing door te vragen naar onderliggende mensbeelden en waarden
die ons veiligheidsdenken sturen.
2. Waarom is een historisch bewustzijn belangrijk om inzicht te krijgen in het
heden?
Van cruciaal belang, omdat het een van de centrale pijlers is van filosofisch
kritisch denken. Om begrippen echt te begrijpen en te kunnen definiëren, moet
men altijd de geschiedenis van dat begrip onderzoeken. Hier redenen waarom
dit historisch perspectief onmisbaar is:
Voorkomen van herhaling van fouten: Zonder historische context en
bewustzijn zou de mens voortdurend in oude valkuilen lopen. Men zou bij
het verzinnen van oplossingen voor hedendaagse problemen telkens 'het
warm water uitvinden' omdat de lessen uit het verleden ontbreken.
Inzicht in betekenisverschuivingen: Een historisch perspectief laat zien
dat begrippen die we nu als vaststaand beschouwen, doorheen de tijd
enorm van betekenis zijn veranderd. Zo was 'veiligheid' vroeger een smal
militair begrip (afwezigheid van oorlog), terwijl het in de huidige
risicomaatschappij een breed en bijna obsessief maatschappelijk thema is
dat alles van gezondheid tot sociale omgang omvat.
Bevechten van vanzelfsprekendheden: Het helpt om zaken die we
vandaag als 'normaal' of vanzelfsprekend aannemen, kritisch te bevragen.
Zo lijkt het idee van de 'maakbaarheid van de mens' (dat we alles
technisch kunnen beheersen) nu een evidentie, maar historisch bewustzijn
leert ons dat dit een specifieke moderne aanname is die sterk verschilt van
het antieke geloof in het noodlot.
Zicht op onzichtbare waarden: Elke samenleving steunt op waarden die
historisch gegroeid zijn en die de basis (het fundament) vormen van onze
huidige besluitvorming. Historisch bewustzijn legt deze historische wortels
van ons fundament bloot, waardoor we begrijpen vanuit welke grond we
bijvoorbeeld onze huidige fixatie op gevaarbeheersing rechtvaardigen.
1
, Kritische afstand: stelt de mens in staat om een kritische afstand te
nemen van de huidige tijdgeest. Door te zien hoe denkkaders in het
verleden zijn ontstaan en weer zijn verdwenen, leert men dat de huidige
manier van denken niet de enige mogelijke is
Zonder historisch bewustzijn: Blijven we dezelfde fouten herhalen & begrijpen
we niet waar bepaalde ideeën vandaan komen.
3. Leg uit en plaats in een context: “zelfontdekking van de logos als de plaats van
de waarheid”
Uitspraak wordt beschreven als axioma van de westerse filosofie. Het
markeert het moment waarop mens ontdekte dat louter in zijn spreken en taal
(logos) een waarheidsvermogen besloten ligt.
1. De essentie: Wat betekent de uitspraak?
De essentie van deze ontdekking is dat de weg naar de waarheid niet langer
buiten de mens wordt gezocht (bvb bij goden), maar in menselijke rede en taal.
De filosofie drijft hiermee een rigoureuze wig tussen 2 manieren waarop mens
contact maakt met werkelijkheid:
Zien (zintuiglijke waarneming): Als we ons alleen op onze zintuigen baseren,
ontmoeten we een chaotische wereld waarin niets vaststaat en alles voortdurend
verandert. Dit biedt geen basis voor echte kennis.
Spreken (logos): In de taal bezitten de dingen vastheid die ze in de zichtbare
wereld niet hebben. Een begrip zoals ‘een boom’ blijft in ons spreken altijd zichzelf
gelijk, zelfs als we er op dat moment geen zien of als de fysieke boom vergaat. De
logos is dus ‘plaats’ waar de waarheid zich bevindt, omdat woorden een blijvende,
logische vastheid bieden.
2. De historische context: Van Orakel naar Logos
Vóór de filosofie: Men zocht naar het fundament van de werkelijkheid bij de
goden of de natuur, zoals bij Orakel van Delphi. De antwoorden van priesteres
Pythia waren echter cryptisch, meerduidig en afhankelijk van interpretatie.
Ontstaan van filosofie: ontstond toen men begon te luisteren naar vastheid
van taal in plaats van naar goddelijk ‘gebrabbel’. Men nam de woorden ‘au
sérieux’: een woord betekent iets specifieks en niet tegelijkertijd iets anders. Deze
overgang hangt ook samen met de opkomst van de democratie, waarbij burgers
elkaar moesten overtuigen met rationele argumenten (logos) in plaats van te
verwijzen naar religieuze autoriteit.
3. De band met Parmenides
Parmenides gaf als een van de eersten uiting aan dit axioma met zijn beroemde
uitspraak: “Het zijn is en het niet-zijn is niet”. Hij stelde dat de mens louter door
zijn logos zijn eindige standpunt kan overstijgen en uitspraken kan doen over het
‘zijn’ die overal en voor altijd gelden.
4. Waarom is dit belangrijk voor ‘veiligheid’?
In de context is dit inzicht cruciaal omdat de volledige westerse cultuur en
onze huidige ‘veiligheidsmachine’ op dit waarheidsdenken zijn gebouwd. Het
moderne verlangen naar een absoluut veilige samenleving is rechtstreeks gevolg
van dit filosofische fundament.
4. Leg uit en plaats in een contekst: “het zijn is en het niet-zijn is niet”
Parmenides = eerste expliciete formulering van het axioma van de
westerse filosofie.
1. De betekenis van de uitspraak
2
, Uitspraak is in essentie de basisformule voor het principe van de non-
contradictie: het stelt dat iets niet tegelijkertijd kan zijn én niet kan zijn. Voor
Parmenides is alleen datgene wat vast, eeuwig en onveranderlijk is, werkelijk
"waar" (Zijn). Alles wat we waarnemen als verandering, beweging of
vergankelijkheid, behoort volgens hem tot het niet-zijn en is daarom onwaar.
2. De context: De ontdekking van de Logos
De uitspraak moet geplaatst worden in de context van de "zelfontdekking van
de logos als de plaats van de waarheid".
Van Orakel naar Rede: Waar men vroeger de waarheid zocht bij goden
of het cryptische "gebrabbel" van het Orakel van Delphi, ontdekte de mens
met de filosofie dat de waarheid besloten ligt in zijn eigen spreken en taal
(de logos).
Vastheid van taal: In de taal bezitten dingen een vastheid die ze in de
zichtbare wereld niet hebben; een woord betekent iets specifiek en niet
tegelijkertijd iets anders. Parmenides beweerde dat de mens louter door
zijn logos zijn eindige standpunt kan overstijgen en uitspraken kan doen
over de werkelijkheid die overal en voor altijd gelden.
3. Het filosofische probleem: De kloof
Hoewel de uitspraak de noodzakelijke structuur van ons logisch denken vormt,
creëerde Parmenides hiermee ook een groot spanningsveld:
Denken versus Zien: Er ontstond scheiding tussen wereld die we zien
(de zintuiglijke, wereld van verandering) en de wereld die we begrijpen (de
logische wereld van het Zijn).
Onverenigbaarheid: stelling lijkt onverenigbaar met onze dagelijkse
ervaring, waarin grens tussen zijn en niet-zijn nooit duidelijk is omdat alles
voortdurend verandert en vergaat.
4. Relevantie voor de westerse cultuur
Deze uitspraak markeert begin van westerse waarheidsdenken. De
geschiedenis van westerse filosofie kan worden gezien als voortdurende poging
om kloof te dichten tussen het abstracte denken (de logos) en veranderlijke
werkelijkheid. In context van veiligheid is dit cruciaal omdat onze moderne drang
naar absoluut beheersbare en 'ware' veilige samenleving voortvloeit uit dit
verlangen naar vastheid en zekerheid die Parmenides voor het eerst in het
denken installeerde.
5. Wat is de band tussen ‘zijn’ en ‘kennis’?
De band ligt in het feit dat ware kennis (weten) wordt gedefinieerd als het
begrijpen van wat werkelijk ‘is’—het Zijn.
Logos als de plaats van de waarheid: essentie van de westerse
filosofie is de ontdekking dat ware kennis niet voortkomt uit wat we zien,
maar uit wat we kunnen begrijpen via taal en rede (logos). De logos is
‘plaats’ waar het Zijn en de kennis elkaar ontmoeten, omdat woorden een
vastheid aan dingen geven die ze in de veranderlijke werkelijkheid niet
hebben.
Het onderscheid tussen zien en begrijpen: Als mens zijn kennis louter
baseert op zintuiglijke waarneming (zien), ontmoet hij wereld van chaos =
‘niet-zijn’.
Ware kennis vereist echter stabiliteit en objectiviteit, iets wat alleen
bereikt kan worden door het onveranderlijke Zijn te denken via de logos.
Parmenides en vastheid van het Zijn: Parmenides verbond kennis aan
onveranderlijke met zijn stelling: “Het zijn is en het niet-zijn is niet”. Dit
3
Hoofdstuk 1
1. Wat is filosofie en verduidelijk dit met het begrip ‘veiligheid’.
Discipline die vraagt naar datgene wat we doorgaans als vanzelfsprekend
aannemen. In tegenstelling tot de wetenschappen, die hun verbazing over de
wereld zo snel mogelijk willen omzetten in een zekerheid of axioma, blijft de
filosofie juist steken in die verwondering. Het is een blijvende vaardigheid of
‘métier’ in het kritisch denken die tijd kost om te ontwikkelen.
Men leeft nu in een risicomaatschappij waar veiligheid centraal staat maar ook
sociale kwesties.
Smalle veiligheidsbegeerte: filosofie bekritiseert het: de drang naar snelle,
technische oplossingen (zoals camera’s) en controle. Dit roept de essentiële
filosofische vraag op wat dit betekent voor onze vrijheid. De mens dreigt immers
zijn menselijkheid en verantwoordelijkheid te verliezen als hij zich opsluit in een
‘technologische cocon’ uit angst voor het onbekende.
Filosofie leert ons een kritische afstand te nemen van de huidige obsessie met
gevaarbeheersing door te vragen naar onderliggende mensbeelden en waarden
die ons veiligheidsdenken sturen.
2. Waarom is een historisch bewustzijn belangrijk om inzicht te krijgen in het
heden?
Van cruciaal belang, omdat het een van de centrale pijlers is van filosofisch
kritisch denken. Om begrippen echt te begrijpen en te kunnen definiëren, moet
men altijd de geschiedenis van dat begrip onderzoeken. Hier redenen waarom
dit historisch perspectief onmisbaar is:
Voorkomen van herhaling van fouten: Zonder historische context en
bewustzijn zou de mens voortdurend in oude valkuilen lopen. Men zou bij
het verzinnen van oplossingen voor hedendaagse problemen telkens 'het
warm water uitvinden' omdat de lessen uit het verleden ontbreken.
Inzicht in betekenisverschuivingen: Een historisch perspectief laat zien
dat begrippen die we nu als vaststaand beschouwen, doorheen de tijd
enorm van betekenis zijn veranderd. Zo was 'veiligheid' vroeger een smal
militair begrip (afwezigheid van oorlog), terwijl het in de huidige
risicomaatschappij een breed en bijna obsessief maatschappelijk thema is
dat alles van gezondheid tot sociale omgang omvat.
Bevechten van vanzelfsprekendheden: Het helpt om zaken die we
vandaag als 'normaal' of vanzelfsprekend aannemen, kritisch te bevragen.
Zo lijkt het idee van de 'maakbaarheid van de mens' (dat we alles
technisch kunnen beheersen) nu een evidentie, maar historisch bewustzijn
leert ons dat dit een specifieke moderne aanname is die sterk verschilt van
het antieke geloof in het noodlot.
Zicht op onzichtbare waarden: Elke samenleving steunt op waarden die
historisch gegroeid zijn en die de basis (het fundament) vormen van onze
huidige besluitvorming. Historisch bewustzijn legt deze historische wortels
van ons fundament bloot, waardoor we begrijpen vanuit welke grond we
bijvoorbeeld onze huidige fixatie op gevaarbeheersing rechtvaardigen.
1
, Kritische afstand: stelt de mens in staat om een kritische afstand te
nemen van de huidige tijdgeest. Door te zien hoe denkkaders in het
verleden zijn ontstaan en weer zijn verdwenen, leert men dat de huidige
manier van denken niet de enige mogelijke is
Zonder historisch bewustzijn: Blijven we dezelfde fouten herhalen & begrijpen
we niet waar bepaalde ideeën vandaan komen.
3. Leg uit en plaats in een context: “zelfontdekking van de logos als de plaats van
de waarheid”
Uitspraak wordt beschreven als axioma van de westerse filosofie. Het
markeert het moment waarop mens ontdekte dat louter in zijn spreken en taal
(logos) een waarheidsvermogen besloten ligt.
1. De essentie: Wat betekent de uitspraak?
De essentie van deze ontdekking is dat de weg naar de waarheid niet langer
buiten de mens wordt gezocht (bvb bij goden), maar in menselijke rede en taal.
De filosofie drijft hiermee een rigoureuze wig tussen 2 manieren waarop mens
contact maakt met werkelijkheid:
Zien (zintuiglijke waarneming): Als we ons alleen op onze zintuigen baseren,
ontmoeten we een chaotische wereld waarin niets vaststaat en alles voortdurend
verandert. Dit biedt geen basis voor echte kennis.
Spreken (logos): In de taal bezitten de dingen vastheid die ze in de zichtbare
wereld niet hebben. Een begrip zoals ‘een boom’ blijft in ons spreken altijd zichzelf
gelijk, zelfs als we er op dat moment geen zien of als de fysieke boom vergaat. De
logos is dus ‘plaats’ waar de waarheid zich bevindt, omdat woorden een blijvende,
logische vastheid bieden.
2. De historische context: Van Orakel naar Logos
Vóór de filosofie: Men zocht naar het fundament van de werkelijkheid bij de
goden of de natuur, zoals bij Orakel van Delphi. De antwoorden van priesteres
Pythia waren echter cryptisch, meerduidig en afhankelijk van interpretatie.
Ontstaan van filosofie: ontstond toen men begon te luisteren naar vastheid
van taal in plaats van naar goddelijk ‘gebrabbel’. Men nam de woorden ‘au
sérieux’: een woord betekent iets specifieks en niet tegelijkertijd iets anders. Deze
overgang hangt ook samen met de opkomst van de democratie, waarbij burgers
elkaar moesten overtuigen met rationele argumenten (logos) in plaats van te
verwijzen naar religieuze autoriteit.
3. De band met Parmenides
Parmenides gaf als een van de eersten uiting aan dit axioma met zijn beroemde
uitspraak: “Het zijn is en het niet-zijn is niet”. Hij stelde dat de mens louter door
zijn logos zijn eindige standpunt kan overstijgen en uitspraken kan doen over het
‘zijn’ die overal en voor altijd gelden.
4. Waarom is dit belangrijk voor ‘veiligheid’?
In de context is dit inzicht cruciaal omdat de volledige westerse cultuur en
onze huidige ‘veiligheidsmachine’ op dit waarheidsdenken zijn gebouwd. Het
moderne verlangen naar een absoluut veilige samenleving is rechtstreeks gevolg
van dit filosofische fundament.
4. Leg uit en plaats in een contekst: “het zijn is en het niet-zijn is niet”
Parmenides = eerste expliciete formulering van het axioma van de
westerse filosofie.
1. De betekenis van de uitspraak
2
, Uitspraak is in essentie de basisformule voor het principe van de non-
contradictie: het stelt dat iets niet tegelijkertijd kan zijn én niet kan zijn. Voor
Parmenides is alleen datgene wat vast, eeuwig en onveranderlijk is, werkelijk
"waar" (Zijn). Alles wat we waarnemen als verandering, beweging of
vergankelijkheid, behoort volgens hem tot het niet-zijn en is daarom onwaar.
2. De context: De ontdekking van de Logos
De uitspraak moet geplaatst worden in de context van de "zelfontdekking van
de logos als de plaats van de waarheid".
Van Orakel naar Rede: Waar men vroeger de waarheid zocht bij goden
of het cryptische "gebrabbel" van het Orakel van Delphi, ontdekte de mens
met de filosofie dat de waarheid besloten ligt in zijn eigen spreken en taal
(de logos).
Vastheid van taal: In de taal bezitten dingen een vastheid die ze in de
zichtbare wereld niet hebben; een woord betekent iets specifiek en niet
tegelijkertijd iets anders. Parmenides beweerde dat de mens louter door
zijn logos zijn eindige standpunt kan overstijgen en uitspraken kan doen
over de werkelijkheid die overal en voor altijd gelden.
3. Het filosofische probleem: De kloof
Hoewel de uitspraak de noodzakelijke structuur van ons logisch denken vormt,
creëerde Parmenides hiermee ook een groot spanningsveld:
Denken versus Zien: Er ontstond scheiding tussen wereld die we zien
(de zintuiglijke, wereld van verandering) en de wereld die we begrijpen (de
logische wereld van het Zijn).
Onverenigbaarheid: stelling lijkt onverenigbaar met onze dagelijkse
ervaring, waarin grens tussen zijn en niet-zijn nooit duidelijk is omdat alles
voortdurend verandert en vergaat.
4. Relevantie voor de westerse cultuur
Deze uitspraak markeert begin van westerse waarheidsdenken. De
geschiedenis van westerse filosofie kan worden gezien als voortdurende poging
om kloof te dichten tussen het abstracte denken (de logos) en veranderlijke
werkelijkheid. In context van veiligheid is dit cruciaal omdat onze moderne drang
naar absoluut beheersbare en 'ware' veilige samenleving voortvloeit uit dit
verlangen naar vastheid en zekerheid die Parmenides voor het eerst in het
denken installeerde.
5. Wat is de band tussen ‘zijn’ en ‘kennis’?
De band ligt in het feit dat ware kennis (weten) wordt gedefinieerd als het
begrijpen van wat werkelijk ‘is’—het Zijn.
Logos als de plaats van de waarheid: essentie van de westerse
filosofie is de ontdekking dat ware kennis niet voortkomt uit wat we zien,
maar uit wat we kunnen begrijpen via taal en rede (logos). De logos is
‘plaats’ waar het Zijn en de kennis elkaar ontmoeten, omdat woorden een
vastheid aan dingen geven die ze in de veranderlijke werkelijkheid niet
hebben.
Het onderscheid tussen zien en begrijpen: Als mens zijn kennis louter
baseert op zintuiglijke waarneming (zien), ontmoet hij wereld van chaos =
‘niet-zijn’.
Ware kennis vereist echter stabiliteit en objectiviteit, iets wat alleen
bereikt kan worden door het onveranderlijke Zijn te denken via de logos.
Parmenides en vastheid van het Zijn: Parmenides verbond kennis aan
onveranderlijke met zijn stelling: “Het zijn is en het niet-zijn is niet”. Dit
3