Bedrijfskunde
Examenvragen en kernleerstof, geordend per hoofdstuk
Universiteit Gent
Handelsingenieur, Toegepaste Economische Wetenschappen en Economische Wetenschappen
Echte en gereconstrueerde examenvragen met correcte antwoorden
Examenvragen 2021 tot 2025
Gebaseerd op 42.327 uitgelezen Discord-berichten
Gepinde samenvattingen, examenbundels en post-examendiscussies verwerkt.
Examenfocus Bedrijfskunde 1
,Hoe gebruik je dit document?
Dit is geen samenvatting maar een examenvragen-document: ongeveer 20 procent korte theorie en 80 procent
echte en gereconstrueerde examenvragen, per hoofdstuk, telkens met een uitgewerkt antwoord. De vragen komen
uit de gepinde voorbeeldvragenbundels, de herexamenbundel, het grote oplossingendocument en de post-
examendiscussies van 2021 tot 2025. Elke vraag heeft een bron; bij meerkeuze een tabel met vinkje of kruisje en de
reden per optie. Onbevestigde reconstructies zijn gemarkeerd. Focus eerst op de hoofdstukken met de hoogste
examenfrequentie.
Kleurlegende
THEORIE
THEORIE (lichtblauw)
Kernbegrippen, definities, formules en opsommingen om te reproduceren.
VRAAG
VRAAG (lichtrood): een echte of gereconstrueerde examenvraag.
ANTWOORD
ANTWOORD (lichtgroen): het correcte antwoord met uitleg, ook waarom andere opties fout zijn.
TIP
TIP (lichtgeel): een examentip op basis van terugkerende patronen.
PROF QUOTE
PROF QUOTE (bleekgeel): een vraagstijl of uitspraak die herhaaldelijk terugkwam.
DISCORD
DISCORD (lichtgrijs): inzicht uit de post-examendiscussies, met de betrouwbaarheid erbij.
TIP
Het examen is voor 80 procent meerkeuze. Leer de opsommingen zo dat je ze herkent in een vaag
geformuleerde stelling; de open vragen kosten maar 4 op 20 maar maken vaak het verschil tussen slagen en
buizen.
Examenfocus Bedrijfskunde 2
,Thema-frequentietabel
De frequentie geeft aan op hoeveel van de geanalyseerde examens een thema voorkwam, niet hoe vaak het in de cursus staat.
Noemer = 7 geanalyseerde examenmomenten (juni 2021, juni 2022, juni 2023, juni 2024, tweede zit 2024, juni 2025 en tweede zit
2025), aangevuld met de officiele voorbeeldvragen. Balk = aandeel van die examens waarop het thema opdook.
Thema (hoofdstuk) Aantal examens Prioriteit Waar het over gaat
waarop dit
voorkwam
Strategie en Porter (H3) ██████████ MUST KNOW Kostenleider vs differentiator, 5 krachten,
7/7 allianties, blue ocean.
Innovatie (H8) ██████████ MUST KNOW Soorten innovatie, radicaal/incrementeel,
7/7 crowdsourcing.
Ondernemerschap (H9) █████████░ MUST KNOW Effectuation/causation, kenmerken
6/7 ondernemer, financiering.
Bedrijf en governance (H1) ███████░░░ Hoge prio Definitie bedrijf, ontstaan, stakeholders,
5/7 corporate governance.
Bedrijfscultuur (H6) █████████░ MUST KNOW Hofstede, Erin Meyer, Quinn, elementen
6/7 cultuur.
Strategie: missie en visie █████████░ Hoge prio Verschil missie/visie, UGent Durf Denken,
6/7 terrorist-case.
Operations en kwaliteit (H12) ███████░░░ Hoge prio Lean, 8 verspillingen, six sigma,
5/7 kwaliteitsbenaderingen.
Financiele functie (H13) ███████░░░ Hoge prio Ratios, NAW, kasplanning, balans vs
5/7 resultatenrekening.
Leiderschap (H11) ███████░░░ Hoge prio Transformationeel/transactioneel, charisma,
5/7 coach, beyonder.
HRM (H15) ███████░░░ Hoge prio Verticale/horizontale integratie, AMO, path-
5/7 goal, discretionair.
Performance en BSC (H5) ███████░░░ Hoge prio Balanced Scorecard 4 perspectieven,
5/7 performanceprisma.
Ethiek en MVO (H7) ██████░░░░ Middelgroot 4 visies, 4 niveaus MVO,
4/7 stakeholdermanagement, triple P.
Organiseren (H4) ██████░░░░ Middelgroot Structurele vs procesaanpak, coordinatie,
4/7 integratie.
Management en generaties ██████░░░░ Middelgroot POLC, zes krachten, drie generaties
(H2) 4/7 organisaties.
Marketing (H14) ██████░░░░ Middelgroot 4 P's, STP, Maslow, behoefte/wens/vraag.
4/7
Verandermanagement (H10) ████░░░░░░ Middelgroot Voorprogrammeren vs vertakken,
3/7 waarderende benadering.
Examenfocus Bedrijfskunde 3
, Examenstructuur en examenformat
Het examen Bedrijfskunde is een schriftelijk examen met gesloten boek. Het bestaat uit twee delen. Het
meerkeuzegedeelte staat op 16 van de 20 punten, het deel met open vragen op 4 van de 20 punten.
Meerkeuzegedeelte (16/20)
Ongeveer 40 meerkeuzevragen. De meeste vragen hebben vier antwoordopties (in oudere examens soms drie). Er is
giscorrectie: je begint niet op nul maar op een negatief startpunt (studenten spraken over starten op min 5 op 40).
Wie wil slagen zonder de open vragen, moet rond de 28 tot 31 van de 40 meerkeuzevragen juist hebben. De
vraagstelling is vaak een stelling die je juist of fout moet beoordelen, of een minicase waarin je een concept moet
herkennen.
Open vragen (4/20)
Meestal twee open vragen (in oudere jaren tot vier). Het zijn doorgaans reproductievragen: een opsomming geven,
een definitie aanvullen, een figuur invullen of een concept bij een voorbeeld plaatsen. De lesgever gaf zelf een lijst
van mogelijke types open vragen.
THEORIE
Officiele lijst van mogelijke open vragen
Onderdelen van een definitie vragen.
Voorbeelden vragen bij bepaalde concepten.
Een concept laten plaatsen bij gegeven voorbeelden.
Een figuur laten aanvullen (bijvoorbeeld het cultuurkwadrant van Quinn of de Balanced Scorecard).
Een definitie laten aanvullen.
Een bedrijfsbeschrijving geven waarin je ontbrekende concepten invult.
Financiele info over een bedrijf geven waarover dan vragen volgen (ratio of NAW).
Toegelaten hulpmiddelen
Het examen is gesloten boek; er is geen formularium. Reken op het zelf kennen van de formules van de financiele
functie (current ratio, acid test, netto actuele waarde). De berekeningen die voorkomen zijn eenvoudig genoeg om
met de hand te maken. Of een eenvoudige rekenmachine is toegelaten wisselde per zit en is niet officieel bevestigd;
ga er niet van uit dat je er een nodig hebt.
Profstijl en aandachtspunten
PROF QUOTE
"De prof kiest haar vragen specifiek op dingen die net niet letterlijk in het boek staan." Dit kwam in vrijwel
elke post-examendiscussie terug: het examen test of je de leerstof echt begrijpt en kan toepassen, niet of je ze
vanbuiten kent.
Terugkerende kenmerken van de vraagstijl: veel stellingvragen van het type "welke uitspraak is fout", minicases met
bekende bedrijven (Wal-Mart, Publix, McDonald's, Ryanair, Tesla, Westvleteren, schoenen Torfs, Starbucks, HEMA),
en bewust vage formuleringen waarbij twee opties dicht bij elkaar liggen. De voorbeeldvragen op Ufora zijn volgens
Examenfocus Bedrijfskunde 4