SOCIALE EN POLITIEKE LEERSTELSELS H1: ONTRAFELING V MIDDELEEUWSE ORDE
1450-1650
Inleiding- ontstaan kapitalisme in Engeland
De politieke moderniteit ontstaat ongeveer rond de tweede helft van de 18e
eeuw. In de 3 eeuwen ervoor is er heel wat gebeurt. In de middeleeuwen hadden
ze het feodalisme (=politiek economische structuur). Dankzij de
wetenschappelijke revolutie tussen 1500-1700 zijn er heel wat nieuwe visies op
het leven gekomen. De Renaissance gaf het startschot en werd getypeerd als een
periode van op de oudheid gebaseerde bloei van de kunsten en letteren. Na een
lange periode van verval kwam Europa terecht in een fase van wedergeboorte.
De geleidelijke teloorgang van het feodale systeem en het ontstaan van een
nieuwe economische verhoudingen, ontdekken van nieuwe landen en
werelddelen door de groei van scheepvaart, nieuwe wetenschappelijke
inzichten,... Er ontstond een nieuwe zienswijze, een moderne levensopvatting.
Tijdens de Renaissance stonden dus de herontdekking van de klassieke werken
van de oudheid (platons idealisme) centraal.
(1) Wetenschap & emancipatie van de politiek
Leonardo Da Vinci
Periode van renaissance (wedergeboorte) en terugkeer naar het verleden, naar
werken v oudheid. Europa vertelt het verhaal ‘ligt na donkere tijden v
middeleeuwen dus teruggrijpen naar Romeinse en Griekse tradities’. Dit klopt
niet helemaal, opeens beweging, toevallig kwam EU in cc met Arabische wereld
en in vertaalde vorm zijn ze teruggekomen naar EU en daarmee zijn ze beginnen
her-vertalen. Er w niet alleen gekeken naar verleden, maar ook kijken naar
toekomst waar mens centraal stond en opbouw v kennis door mens redelijk en
mogelijk was.
Da Vinci keek om zich heen en w bemeesterd door complexiteit v natuur en zag
in dat als je naar details kijkt, dat je werking v natuur kan doorgronden. Kerk was
horizon v EU en keek enkel naar godsplan en niet naar details en van daar uit
keken mensen naar natuur. Hij was de eerste die zei dat we naar detail moesten
kijken, omdraaien eigenlijk v inzicht v kerk. Dit duwde hem naar experimentele,
om te zien hoe een iets invloed heeft op iets anders bv ‘wat gebeurt er als ik dit
met zaadje doe, helpt dat of niet?’. Daarmee wou hij v kleine naar grote inzicht
overgaan, dat logische en experimentele is vandaag nog steeds grondslag v
wetenschappelijk onderzoek.
Hij besefte als eerste dat naast ideeën de maatschappij ook aan het veranderen
was, economie en handel was drijvende factor waarbij er meer verhandeld w
waardoor mensen meer dingen gingen kopen en zo stelden ze vast dat het nodig
was om Italië als één gemaakt te worden. Dat noemt het mercantilisme,
aanwakkeren v handelen, taak v staat om handel te ondersteunen zodat er
rijkdom w gecreëerd, kon alleen als zaken aanwezig was zoals:
- Veiligheid v de handel: er moet een organisatie zijn die rovers
tegenhouden
- Geld: stel je woonde in Firenze en je was goed ih maken v tafels, kost veel,
maar je kan niet alle prijzen vragen omdat er anders maar 2 rijke families
dat gingen kopen en niets of niemand anders. Hij moest genoeg tafels
verkopen en goed leven te hebben. Daardoor tafels verkopen in
verschillende steden bv ook in Rome maar daar is er een grens waar ze
zeggen dat je dat niet mag doen zonder te betalen dus tegen hij in Rome
is, kost zijn tafel 3keer zoveel. Dus alle mensen die bezig waren met
, handel, wilden zo snel mogelijk dat al die muren tussen steden w
opgegeven, dus drive naar eenmaking w onder druk gezet !
- Dat heeft ook te maken met geleidelijke ontvoogding v politiek, want
vragen v handelaars waren (hadden macht) ‘uitbreiding naar groot
grondgebied’. Dit heeft niets meer te maken met religie, maar met politiek-
SES binnen gebied. We zien geleidelijk aan dat politiek zich gaat
emanciperen v het religieuze (instituut dus kerk).
Die ontvoogding en secularisering zie je duidelijker bij Machiavelli
Machiavelli
Machiavelli schreef Il Principe. Hij was niet geïnteresseerd in het beschrijven van
moreel of eerbaar gedrag of hoe de maatschappij moest geleidt worden, maar
wel in de feitelijkheid van hoe een maatschappij concreet werd geregeerd en hoe
mensen zich gedroegen. Het schrijven van de vorstenspiegel was een manier om
de macht te beïnvloeden. Hij beschreef de werkelijkheid en niet het ideale
gezicht van de vorst. Door het verwerpen van de moraal als basis van een
reflectie over de politiek introduceerde hij een wetenschappelijke blik op het
menselijk maatschappelijk gedrag.
Empirisme : kennis komt voort uit ervaring (feitelijkheid). Hij formuleerde enkele
conclusies (postulaten) die zijn logisch en rationeel pragmatisme kracht
bijzetten :
- De menselijke natuur is altijd en overal hetzelfde
- De menselijke natuur is tegelijkertijd goed en slecht, politiek moest ervan
uitgaan dat de mens van nature slecht was
- De wetenschappelijke methode die probeerde te focussen op de essentie
van de politiek en niet op de contextuele verschijningsvorm was cruciaal.
Zijn empirisme en rationalisme lag de basis voor een latere wetenschappelijke
aanpak van de politiek. De emancipatie van de politiek van het religieuze luidde
de geleidelijke secularisering van het leven en het denken in. Hij gaf twee
kritieken op de kerk :
Door de slechte gedragingen heeft de kerk de religieuze overtuigingen
ondermijnd
De wereldlijke macht van de pausen en politiek houden de eenwording van
Italië tegen Machiavelli is antiklerikaal (clerus van de kerk) maar niet
antireligieus.
Hij erkende het belang van religie als sociaal cement. Hij maakte een
geseculariseerde analyse van religie mogelijk door religie niet als spirituele
kracht te zien maar als een geobjectiveerde kracht. Il Principe is dus een analyse
van de politiek als kunst die ontdaan is van moraal en religie. De staatsrede (la
raison d’état) werd een doel op zich waardoor alle middelen heilig waren. Hij
pleitte voor het oprichten van een volksleger dat bereid was om te vechten
omdat het iets te verliezen had. Hij merkte op als mensen spraken over vrijheid
dat ze eigenlijk zekerheid bedoelden. Dit betekende orde maar ook vooral
onaantastbaarheid van het privébezit (hetgene dat de burgers verworven hebben
mogen ze behouden). Een bevolking tolereert elk regime als er niet geraakt
wordt aan eigendom (inclusief vrouwen). De reden hiervoor is “Of men van U zal
houden hangt van de mensen af, of men U zal vrezen hangt van U af”.
Machiavelli maakte een secularisering van de politiek mogelijk door politiek en
moraal van elkaar te scheiden. Tegelijkertijd vestigde hij de aandacht op het
cynisme van het politieke leven. De verantwoordelijkheid van de vorst ten
,aanzien van God werd opgegeven. De vorst is alleen zichzelf en zijn onderdanen
een verantwoording schuldig. Hij ondermijnde hiermee de religieuze legitimering
van de monarchie en maakte het moeilijker voor de Kerk om haar macht te
legitimeren.
Thomas More
Christelijk man, heeft werk geschreven ‘Utopia’ waarin hij fictieve reisverhaal
verteld v een man op een paradijselijk eiland maar heeft duidelijk twee delen:
- 1e deel: Engeland waarin hij woont en beschrijft hoe hij in z maatschappij
veranderingen op SES vlak ziet bv omheiningen wegdoen, had impact op
hoe landbouw w gedaan. Landbouw w verdreven en boeren moesten naar
stad gaan maar er was weinig job waardoor armoede steeg. Hij is getuige v
moderne vorm v armoede, armoede als gevolg v nieuwe SES
veranderingen- kapitalisme. Hij wist dat met middelen dat hij had, hij er
weinig aan kon doen.
- 2e deel: beschrijving v Utopia, paradijs dat nooit heeft bestaand, eigenlijk
spiegelbeeld v eerste deel, gericht op gemeenschappelijk bezit ipv privaat
bezit, er is handel maar zonder ruzie en ruilen, beslisten samen hoe
maatschappij zou functioneren, wie macht heeft enzovoort. Ze leefden
goede leven dmv sterke christelijke inspiratie, alles wat slecht was bv
polygamie w verboden. Geld heeft hier geen plaats.
“Outopos” betekent in het Grieks nergens, niet-plaats. Dit toont aan dat hij het
beste voorhad met het volk maar dat hij dit niet in de hervormingen of
veranderingen in de werkelijkheid kon omzetten. Hij zag de verarming van het
volk en wist dat dit niet het gevolg was geheimzinnige krachten of Gods wil, maar
hij kende de logica en wetmatigheden van de markt niet. Hierdoor kon hij zijn
ideaal alleen maar projecteren in een andere denkbeeldige wereld. (feodalisme
verdwijnt, kapitalisme komt op)
(2) Einde v katholieke hegemonie, reformatie en contrareformatie
Luther kwam op de universiteit in contact met het intellectuele en theologische
conflict tussen scholastici en humanisten. Hij had sympathie voor de humanisten
die stonden voor een intellectuele stroming die uitdrukking gaf aan een nieuw
zelfbewustzijn van de menselijke geest waarin de liefde voor de mens en natuur
centraal stonden. Ze verzetten zich tegen scholastische, dogmatische
argumenten en redeneringen maar waren niet antireligieus. Het protest van de
antihumanisten was gericht op de misstanden en misbruiken van de kerk. Ze
bekritiseerden de geestelijkheid maar niet het christendom (ze dachten het
christendom te zuiveren van de vele fouten die de middeleeuwse kerk gemaakt
had). Maar Luther hield zich afzijdig van het geschil omdat hij meer interesse had
in de zoektocht naar god en de directe ervaring van vroomheid. Tijdens zijn reis
naar Rome (1510) veranderde zijn blik, hij was geschokt door de decadente
levensstijl van priesters, bisschoppen en de paus. In 1517 hing hij aan de
vooravond van Allerheiligen (31 oktober) de 95 stellingen van toegeeflijkheid aan
de poort van de kerk in Wittenberg waarmee hij in opstand kwam tegen de
decadentie van de kerk. Hij protesteerde tegen de vergaande
vercommercialisering van de aflaten (= de kwijtschelding door God van straffen
voor begane zonden) omdat die het geloof ondermijnden. Ze konden dit doen
door:
- Het opbiechten van zonden
, - Het tonen van berouw
- Betalen Hierdoor ondermijnde hij de hele theologie van de kerk.
Hij legde de nadruk op bekering en persoonlijke vroomheid om het zielenheil te
bereiken zodat hij kon laten zien dat er geen behoefte was aan sacramenten en
administratie om dit te regelen (geen behoefte aan kerk). Hij streefde in eerste
plaatsnaar de religieuze bevrijding van de mens, het scheppen van een directe
band tussen individu en God, zonder tussenkomst van een kerkelijke instelling =
religieus radicalisme. Maar het religieus radicalisme was verbonden met politiek
conservatisme en een economische visie die middeleeuws bleef. Zelf had hij geen
concreet staatssysteem of organisatie in gedachten maar hij benadrukte dat alle
gelovigen zich moesten onderwerpen aan een sterk gezag. Hij kreeg steun van :
- Humanisten: maar toen ze beseften dat hij de kerk niet van binnenuit wilde
hervormen maar de instelling zelf aanviel, keerden veel humanisten hem
de rug toe
- Duitse nationalisten : politieke en economische redenen
Hekelden de hebzucht van Italiaanse pausen dus zagen Luther als ideale
bondgenoot De religieuze bevrijding van de mens ging niet samen met de
gelijkheid op deze wereld. Toen in 1525 de boeren onder leiding van Thomas
Müntzer in opstand kwamen tegen de hebzucht van de edelen, keerde Luther
zich snel tegen deze opstand. Dit omdat de opstand geleid werd door de dopers
die de leer van Luther radicaliseerden.
De boeren eisten een maatschappij waarin werk en privaat bezit
gemeenschappelijk waren en waarin een algehele gelijkheid bestond. Ze wezen
dus het instituut van de kerk af. Luther weest dit idee van sociale revolutie af en
bestempelde de opstand als ketterij. Hij zei dat de vorsten de boeren hard
moesten aanpakken en waar nodig te elimineren. “Zij die tegen het wereldse
gezag in opstand kwamen moesten streng worden onderdrukt”. Hiermee verloor
hij veel steun van boeren en stadsmensen, maar met de adel achter hem kon hij
zijn leer snel verspreiden
- De lijfeigenschap in een maatschappij met ongelijke standen was
noodzakelijk, hij eiste gehoorzaamheid. Onderdrukking en
onrechtvaardigheid mocht geen excuus zijn voor een opstand.
- De innerlijke vrijheid van het geloof kon alleen vrij worden beleefd als de
politieke macht blindelings werd gehoorzaamd. Anders zou de vrede
plaatsmaken voor anarchie en conflicten die de spiritualiteit onmogelijk
zouden maken.
Hierdoor werd hij een exponent van het protonationalisme van de Duitse adel.
Het economisch nut was ondergeschikt aan de zedelijke regel en woeker was een
van de ergste zonden. De maatschappij was een distributiesysteem waar
iedereen op zijn eigen plek werkte, waar goederen tegen een eerlijke prijs
werden verhandeld en waar productie ten behoeve van de productie en de winst
verboden was. Buitenlandse handel en import zou niet worden toegestaan. Hij
veroordeelde Copernicus als een dwaas die de astrologie op zijn kop wil zetten.
Het feit dat hij de macht van de kerk aanviel betekende helemaal niet dat hij een
hoge dunk van vrij onderzoek of persoonlijke vrijheid had. Hij was een product
van agrarisch Duitsland en kan nauwelijks gezien worden als een spreekbuis voor
mercantilistische kapitalisten.
Calvijn
1450-1650
Inleiding- ontstaan kapitalisme in Engeland
De politieke moderniteit ontstaat ongeveer rond de tweede helft van de 18e
eeuw. In de 3 eeuwen ervoor is er heel wat gebeurt. In de middeleeuwen hadden
ze het feodalisme (=politiek economische structuur). Dankzij de
wetenschappelijke revolutie tussen 1500-1700 zijn er heel wat nieuwe visies op
het leven gekomen. De Renaissance gaf het startschot en werd getypeerd als een
periode van op de oudheid gebaseerde bloei van de kunsten en letteren. Na een
lange periode van verval kwam Europa terecht in een fase van wedergeboorte.
De geleidelijke teloorgang van het feodale systeem en het ontstaan van een
nieuwe economische verhoudingen, ontdekken van nieuwe landen en
werelddelen door de groei van scheepvaart, nieuwe wetenschappelijke
inzichten,... Er ontstond een nieuwe zienswijze, een moderne levensopvatting.
Tijdens de Renaissance stonden dus de herontdekking van de klassieke werken
van de oudheid (platons idealisme) centraal.
(1) Wetenschap & emancipatie van de politiek
Leonardo Da Vinci
Periode van renaissance (wedergeboorte) en terugkeer naar het verleden, naar
werken v oudheid. Europa vertelt het verhaal ‘ligt na donkere tijden v
middeleeuwen dus teruggrijpen naar Romeinse en Griekse tradities’. Dit klopt
niet helemaal, opeens beweging, toevallig kwam EU in cc met Arabische wereld
en in vertaalde vorm zijn ze teruggekomen naar EU en daarmee zijn ze beginnen
her-vertalen. Er w niet alleen gekeken naar verleden, maar ook kijken naar
toekomst waar mens centraal stond en opbouw v kennis door mens redelijk en
mogelijk was.
Da Vinci keek om zich heen en w bemeesterd door complexiteit v natuur en zag
in dat als je naar details kijkt, dat je werking v natuur kan doorgronden. Kerk was
horizon v EU en keek enkel naar godsplan en niet naar details en van daar uit
keken mensen naar natuur. Hij was de eerste die zei dat we naar detail moesten
kijken, omdraaien eigenlijk v inzicht v kerk. Dit duwde hem naar experimentele,
om te zien hoe een iets invloed heeft op iets anders bv ‘wat gebeurt er als ik dit
met zaadje doe, helpt dat of niet?’. Daarmee wou hij v kleine naar grote inzicht
overgaan, dat logische en experimentele is vandaag nog steeds grondslag v
wetenschappelijk onderzoek.
Hij besefte als eerste dat naast ideeën de maatschappij ook aan het veranderen
was, economie en handel was drijvende factor waarbij er meer verhandeld w
waardoor mensen meer dingen gingen kopen en zo stelden ze vast dat het nodig
was om Italië als één gemaakt te worden. Dat noemt het mercantilisme,
aanwakkeren v handelen, taak v staat om handel te ondersteunen zodat er
rijkdom w gecreëerd, kon alleen als zaken aanwezig was zoals:
- Veiligheid v de handel: er moet een organisatie zijn die rovers
tegenhouden
- Geld: stel je woonde in Firenze en je was goed ih maken v tafels, kost veel,
maar je kan niet alle prijzen vragen omdat er anders maar 2 rijke families
dat gingen kopen en niets of niemand anders. Hij moest genoeg tafels
verkopen en goed leven te hebben. Daardoor tafels verkopen in
verschillende steden bv ook in Rome maar daar is er een grens waar ze
zeggen dat je dat niet mag doen zonder te betalen dus tegen hij in Rome
is, kost zijn tafel 3keer zoveel. Dus alle mensen die bezig waren met
, handel, wilden zo snel mogelijk dat al die muren tussen steden w
opgegeven, dus drive naar eenmaking w onder druk gezet !
- Dat heeft ook te maken met geleidelijke ontvoogding v politiek, want
vragen v handelaars waren (hadden macht) ‘uitbreiding naar groot
grondgebied’. Dit heeft niets meer te maken met religie, maar met politiek-
SES binnen gebied. We zien geleidelijk aan dat politiek zich gaat
emanciperen v het religieuze (instituut dus kerk).
Die ontvoogding en secularisering zie je duidelijker bij Machiavelli
Machiavelli
Machiavelli schreef Il Principe. Hij was niet geïnteresseerd in het beschrijven van
moreel of eerbaar gedrag of hoe de maatschappij moest geleidt worden, maar
wel in de feitelijkheid van hoe een maatschappij concreet werd geregeerd en hoe
mensen zich gedroegen. Het schrijven van de vorstenspiegel was een manier om
de macht te beïnvloeden. Hij beschreef de werkelijkheid en niet het ideale
gezicht van de vorst. Door het verwerpen van de moraal als basis van een
reflectie over de politiek introduceerde hij een wetenschappelijke blik op het
menselijk maatschappelijk gedrag.
Empirisme : kennis komt voort uit ervaring (feitelijkheid). Hij formuleerde enkele
conclusies (postulaten) die zijn logisch en rationeel pragmatisme kracht
bijzetten :
- De menselijke natuur is altijd en overal hetzelfde
- De menselijke natuur is tegelijkertijd goed en slecht, politiek moest ervan
uitgaan dat de mens van nature slecht was
- De wetenschappelijke methode die probeerde te focussen op de essentie
van de politiek en niet op de contextuele verschijningsvorm was cruciaal.
Zijn empirisme en rationalisme lag de basis voor een latere wetenschappelijke
aanpak van de politiek. De emancipatie van de politiek van het religieuze luidde
de geleidelijke secularisering van het leven en het denken in. Hij gaf twee
kritieken op de kerk :
Door de slechte gedragingen heeft de kerk de religieuze overtuigingen
ondermijnd
De wereldlijke macht van de pausen en politiek houden de eenwording van
Italië tegen Machiavelli is antiklerikaal (clerus van de kerk) maar niet
antireligieus.
Hij erkende het belang van religie als sociaal cement. Hij maakte een
geseculariseerde analyse van religie mogelijk door religie niet als spirituele
kracht te zien maar als een geobjectiveerde kracht. Il Principe is dus een analyse
van de politiek als kunst die ontdaan is van moraal en religie. De staatsrede (la
raison d’état) werd een doel op zich waardoor alle middelen heilig waren. Hij
pleitte voor het oprichten van een volksleger dat bereid was om te vechten
omdat het iets te verliezen had. Hij merkte op als mensen spraken over vrijheid
dat ze eigenlijk zekerheid bedoelden. Dit betekende orde maar ook vooral
onaantastbaarheid van het privébezit (hetgene dat de burgers verworven hebben
mogen ze behouden). Een bevolking tolereert elk regime als er niet geraakt
wordt aan eigendom (inclusief vrouwen). De reden hiervoor is “Of men van U zal
houden hangt van de mensen af, of men U zal vrezen hangt van U af”.
Machiavelli maakte een secularisering van de politiek mogelijk door politiek en
moraal van elkaar te scheiden. Tegelijkertijd vestigde hij de aandacht op het
cynisme van het politieke leven. De verantwoordelijkheid van de vorst ten
,aanzien van God werd opgegeven. De vorst is alleen zichzelf en zijn onderdanen
een verantwoording schuldig. Hij ondermijnde hiermee de religieuze legitimering
van de monarchie en maakte het moeilijker voor de Kerk om haar macht te
legitimeren.
Thomas More
Christelijk man, heeft werk geschreven ‘Utopia’ waarin hij fictieve reisverhaal
verteld v een man op een paradijselijk eiland maar heeft duidelijk twee delen:
- 1e deel: Engeland waarin hij woont en beschrijft hoe hij in z maatschappij
veranderingen op SES vlak ziet bv omheiningen wegdoen, had impact op
hoe landbouw w gedaan. Landbouw w verdreven en boeren moesten naar
stad gaan maar er was weinig job waardoor armoede steeg. Hij is getuige v
moderne vorm v armoede, armoede als gevolg v nieuwe SES
veranderingen- kapitalisme. Hij wist dat met middelen dat hij had, hij er
weinig aan kon doen.
- 2e deel: beschrijving v Utopia, paradijs dat nooit heeft bestaand, eigenlijk
spiegelbeeld v eerste deel, gericht op gemeenschappelijk bezit ipv privaat
bezit, er is handel maar zonder ruzie en ruilen, beslisten samen hoe
maatschappij zou functioneren, wie macht heeft enzovoort. Ze leefden
goede leven dmv sterke christelijke inspiratie, alles wat slecht was bv
polygamie w verboden. Geld heeft hier geen plaats.
“Outopos” betekent in het Grieks nergens, niet-plaats. Dit toont aan dat hij het
beste voorhad met het volk maar dat hij dit niet in de hervormingen of
veranderingen in de werkelijkheid kon omzetten. Hij zag de verarming van het
volk en wist dat dit niet het gevolg was geheimzinnige krachten of Gods wil, maar
hij kende de logica en wetmatigheden van de markt niet. Hierdoor kon hij zijn
ideaal alleen maar projecteren in een andere denkbeeldige wereld. (feodalisme
verdwijnt, kapitalisme komt op)
(2) Einde v katholieke hegemonie, reformatie en contrareformatie
Luther kwam op de universiteit in contact met het intellectuele en theologische
conflict tussen scholastici en humanisten. Hij had sympathie voor de humanisten
die stonden voor een intellectuele stroming die uitdrukking gaf aan een nieuw
zelfbewustzijn van de menselijke geest waarin de liefde voor de mens en natuur
centraal stonden. Ze verzetten zich tegen scholastische, dogmatische
argumenten en redeneringen maar waren niet antireligieus. Het protest van de
antihumanisten was gericht op de misstanden en misbruiken van de kerk. Ze
bekritiseerden de geestelijkheid maar niet het christendom (ze dachten het
christendom te zuiveren van de vele fouten die de middeleeuwse kerk gemaakt
had). Maar Luther hield zich afzijdig van het geschil omdat hij meer interesse had
in de zoektocht naar god en de directe ervaring van vroomheid. Tijdens zijn reis
naar Rome (1510) veranderde zijn blik, hij was geschokt door de decadente
levensstijl van priesters, bisschoppen en de paus. In 1517 hing hij aan de
vooravond van Allerheiligen (31 oktober) de 95 stellingen van toegeeflijkheid aan
de poort van de kerk in Wittenberg waarmee hij in opstand kwam tegen de
decadentie van de kerk. Hij protesteerde tegen de vergaande
vercommercialisering van de aflaten (= de kwijtschelding door God van straffen
voor begane zonden) omdat die het geloof ondermijnden. Ze konden dit doen
door:
- Het opbiechten van zonden
, - Het tonen van berouw
- Betalen Hierdoor ondermijnde hij de hele theologie van de kerk.
Hij legde de nadruk op bekering en persoonlijke vroomheid om het zielenheil te
bereiken zodat hij kon laten zien dat er geen behoefte was aan sacramenten en
administratie om dit te regelen (geen behoefte aan kerk). Hij streefde in eerste
plaatsnaar de religieuze bevrijding van de mens, het scheppen van een directe
band tussen individu en God, zonder tussenkomst van een kerkelijke instelling =
religieus radicalisme. Maar het religieus radicalisme was verbonden met politiek
conservatisme en een economische visie die middeleeuws bleef. Zelf had hij geen
concreet staatssysteem of organisatie in gedachten maar hij benadrukte dat alle
gelovigen zich moesten onderwerpen aan een sterk gezag. Hij kreeg steun van :
- Humanisten: maar toen ze beseften dat hij de kerk niet van binnenuit wilde
hervormen maar de instelling zelf aanviel, keerden veel humanisten hem
de rug toe
- Duitse nationalisten : politieke en economische redenen
Hekelden de hebzucht van Italiaanse pausen dus zagen Luther als ideale
bondgenoot De religieuze bevrijding van de mens ging niet samen met de
gelijkheid op deze wereld. Toen in 1525 de boeren onder leiding van Thomas
Müntzer in opstand kwamen tegen de hebzucht van de edelen, keerde Luther
zich snel tegen deze opstand. Dit omdat de opstand geleid werd door de dopers
die de leer van Luther radicaliseerden.
De boeren eisten een maatschappij waarin werk en privaat bezit
gemeenschappelijk waren en waarin een algehele gelijkheid bestond. Ze wezen
dus het instituut van de kerk af. Luther weest dit idee van sociale revolutie af en
bestempelde de opstand als ketterij. Hij zei dat de vorsten de boeren hard
moesten aanpakken en waar nodig te elimineren. “Zij die tegen het wereldse
gezag in opstand kwamen moesten streng worden onderdrukt”. Hiermee verloor
hij veel steun van boeren en stadsmensen, maar met de adel achter hem kon hij
zijn leer snel verspreiden
- De lijfeigenschap in een maatschappij met ongelijke standen was
noodzakelijk, hij eiste gehoorzaamheid. Onderdrukking en
onrechtvaardigheid mocht geen excuus zijn voor een opstand.
- De innerlijke vrijheid van het geloof kon alleen vrij worden beleefd als de
politieke macht blindelings werd gehoorzaamd. Anders zou de vrede
plaatsmaken voor anarchie en conflicten die de spiritualiteit onmogelijk
zouden maken.
Hierdoor werd hij een exponent van het protonationalisme van de Duitse adel.
Het economisch nut was ondergeschikt aan de zedelijke regel en woeker was een
van de ergste zonden. De maatschappij was een distributiesysteem waar
iedereen op zijn eigen plek werkte, waar goederen tegen een eerlijke prijs
werden verhandeld en waar productie ten behoeve van de productie en de winst
verboden was. Buitenlandse handel en import zou niet worden toegestaan. Hij
veroordeelde Copernicus als een dwaas die de astrologie op zijn kop wil zetten.
Het feit dat hij de macht van de kerk aanviel betekende helemaal niet dat hij een
hoge dunk van vrij onderzoek of persoonlijke vrijheid had. Hij was een product
van agrarisch Duitsland en kan nauwelijks gezien worden als een spreekbuis voor
mercantilistische kapitalisten.
Calvijn