PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP
Hoe weten we iets in de psychologie ?
Door te observeren en verloop in de wetenschap
hoe weten we iets :
Start met ‘kijken’
De evolutietheorie van Darwin: hij observeerde zijn eigen kinderen
Er zijn 2 uitdagingen bij observeren van iemand
1. De nodige aftand bewaren ‘mijn kind, schoon kind’ : je gaat je eigen kind
positiever bekijken dan andere kinderen
2. Hoe algemeen geldt wat je ziet hoe gaan we veralgemenen
Hoe verloopt de wetenschappelijke methode
1. hypothese op basis van observaties of doordenken van bestaande theorieën
2. dataverzameling
3. analyse van resultaat ; klopt de hypothese of niet
4. nood aan controle via peer review of replicatie vaak sprake van toeval
Replicatie = we doen precies hetzelfde onderzoek volgend jaar op het opnieuw te
checken
CORRELATIE EN CAUSAAL VERBAND
Correlatie = twee zaken gebeuren op hetzelfde moment maar er is geen noodzakelijk
verband
Causaliteit = er is een samenhangend verband tussen oorzaak en gevolg
Vb. duwers bovenaan correlatie, want toevallig
Vb. duwers onderaan causaliteit want een verband
Eerst is er altijd een oorzaak en daarna komt het gevolg
Vb.: oorzaak = het regent , gevolg = ik word nat
De oorzaak is schermkijken met als gevolg
overgewicht Dit kan ook omgekeerd zijn, of er komt
een derde factor bij kijken Er zijn dus veel
mogelijke pistes: om te weten wat de juiste piste is
moeten we wetenschappelijk onderzoek doen
Conclusie: Er is altijd een correlatie bij een causaal
verband Er is niet altijd causaliteit bij een correlatie.
1
,EXPERIMENTEREN ALS HET KAN EN ANDERE METHODEN
Hoe ga je op zoek naar oorzakelijke verbanden ?
Via experimenten: controle op (verstorende) factoren of invloeden die een invloed
kunnen hebben op wat er gemeten is
Standaard RCT: randomized controlled trial (vaak in twee groepen) werken met
placebo en echte medicijnen ( enkel de onderzoekers weten wie placebo krijgt)
Risico op fouten verkleinen door
1. Werken met controle groepen = meerdere groepen
2. Niet weten wie tot de controlegroep of experimentele groep behoort =
proefleiders en proefpersonen
3. Valide en betrouwbare instrumenten gebruiken
Placebo-effect = je voelt je beter zonder effectief het medicijn gekregen te hebben
Valide instrumenten = meet het instrument wat we willen dat het meet en is betrouwbaar
Alternatieven voor experimenten
Instrumenten
Observatie = observatieschema’s, wat zien we
Vragenlijst = surveyonderzoeken, generaliseerbaarheid, vb. teacher tapp en
waddist
Casusstudie = diepgaande info maar niet generalis eerbaar
Verschillende Methoden om ontwikkeling te meten:
1. Dwarsdoorsnedeonderzoek = het bevragen van verschillende groepen van
verschillende leeftijden op hetzelfde tijdstip
Let op! Bij een dwarsdoorsnedeonderzoek kan er sprake zijn van het cohorte-effect
Cohort = een groep die historische op sociale ervaringen deelt
Cohorte-effect = OZ-resultaat dat optreedt vanwege de kenmerken van het onderzochte
cohort (vb. de 15 jarigen zijn niet dezelfde als die van 20 jaar geleden want er zijn andere
gedeelde historische ervaringen)
2. longitudinaal onderzoek = het bevragen van dezelfde groep over verschillende
tijdstippen vb. TRAILS: ontwikkelingspaden in kaart brengen
3. Triangulatie = krijg je als je verschillende onderzoeksmethoden combineert want
er is nood aan de afweging en verantwoording van de gekozen methoden.
Triangulatie vergroot de kwaliteit van het onderzoek.
Volgens Heckman: eerste vijf levensjaren van groot
belang
geboren worden = de grootste ongelijkheid
elke euro die we investeren zal op termijn tien keer
meer waard zijn.
Je zou denken: simpel, we investeren massaal in de
eerste vijf jaar
2
, Maar: we keren terug naar de triangulatie
Argumenten van Heckman:
Voorkomen verhoogde risicofactoren kinderen uit gezinnen lage SES
Bijv.: taalachterstand ontstaat al in de eerste 2 levensjaren
Ontwikkelings- en neurowetenschappelijk onderzoek
Probleem: Heckman verwart gevoelige periode versus kritische
periodes
Technologische en economische argumenten
Op latere leeftijd duurder om te investeren
Gevoelige en kritische periode
Gevoelige periode = voor elke eigenschap bestaat er een periode waarin het individu
speciaal gevoelig is voor prikkels van het milieu om deze eigenschap tot een effectieve
eigenschap te ontwikkelen rijping
de ideale leeftijd om te leren stappen is rond de één jaar: gevoelige
periode
taalverwerving voor de leeftijd van zes jaar: gevoelige periode
leren lezen tussen vijf en negen jaar: gevoelige periode
kritiek op het onderzoek van Heckman
In welke mate is het schaalbaar naar grotere groepen: de gemaakte onderzoeken waren
steeds kleinschalig
Reviewstudies = genuanceerder: doorheen de tijd blijft de meerwaarde, maar neemt het
effect af van de vroegtijdige investering
gevolg: Heckman paste zijn theorie aan belang van sustaining
Blijven investeren na de leeftijd van vijf jaar
Aanvullingen uit andere onderzoeken en goedkope maatregelen zijn ook mogelijk
op latere leeftijd vb tutoring
Inzetten op de ouders: freedom of mind is een luxe dat lage inkomen ouders niet
kunnen vooroorloven
Dus het onderzoek van heckman toont aan dat:
3 Onderzoeken complex is
Verschillende onderzoeken op elkaar kunnen inwerken en dus het belang van
meer en beter
REPLICEREN, REPLICEREN, WIE ZIJN BEST DOET
Replicatiecrisi:
2/3 van de 100 gecontroleerde onderzoeken in de psychologie kon niet gerepliceerd
worden door:
Fraude en mislukte replicaties: er waren veel onderzoeken verzonnen
Cognitieve psychologie (= hoe leren wij): de helft was repliceerbaar sterkere
onderzoeksresultaten
3