Ergonomie
Inhoud
1 INLEIDING............................................................................................................. 2
2 HISTORIEK ............................................................................................................ 3
2.1 Verhouding stelsels ......................................................................................... 3
2.1.1 Klassieke oudheid ..................................................................................... 3
2.1.2 Relief van Hezira (2700v. Chr.) .................................................................... 3
2.1.3 Le Corbusier (1887-1965) ........................................................................... 4
3 SITUERING ............................................................................................................ 5
3.1 Ergonomie als wetenschap .............................................................................. 5
3.1.1 MMO – Systeem ........................................................................................ 5
3.1.2 Menselijke schaal ...................................................................................... 7
4 ANTROPOMETRIE .................................................................................................. 8
4.1 Studie van de menselijke maat ......................................................................... 8
4.2 Ergonomie in onze gebouwde omgeving ............................................................ 9
4.2.1 Waarden ................................................................................................... 9
4.2.2 Plekken .................................................................................................. 10
4.2.3 Taken en hoe wij functioneren .................................................................. 10
4.2.4 Mensen .................................................................................................. 11
5 MENS EN MAAT.................................................................................................... 12
5.1 Gebruik van onze omgeving ............................................................................ 12
5.1.1 Waarnemen ............................................................................................... 12
Waarneming – Zien .......................................................................................... 12
Waarneming - Kijken ........................................................................................ 13
5.1.2 Grenswaarden ............................................................................................ 14
Waarneming – Horen ....................................................................................... 14
Waarneming – Tasten ....................................................................................... 15
Waarneming – Welbevinden ............................................................................. 16
5.1.3 Interpreteren .............................................................................................. 17
5.1.4 Handelingen ............................................................................................... 17
Voortbewegen ................................................................................................. 17
Keren en manouvreren ..................................................................................... 17
1
,Ergonomie
Stijgen en dalen ............................................................................................... 18
5.1.5 Ruimten ..................................................................................................... 19
Zitplek – zitten ................................................................................................. 19
6 THEORIE VAN HET WONEN .................................................................................. 22
6.1 Ergonomie van de woning ............................................................................... 22
6.2 Onderzoek van de basisfuncties ..................................................................... 22
6.2.1 Onderlinge relaties van functies (Organigram) ........................................... 23
6.2.2 Onderzoek van de context ........................................................................ 23
6.2.3 Organisatie van de functies - organigram................................................... 23
6.3 Koken ........................................................................................................... 26
6.3.1 Kookplek–koken: over functionele relaties en beweging ............................. 26
6.4 Slapen – Baden - Kleden................................................................................. 29
6.4.1 Organisatie slapen – baden - dressing ....................................................... 29
6.4.2 Toilet ...................................................................................................... 29
6.4.3 Slapen .................................................................................................... 29
6.4.4 Kleden - dressing ..................................................................................... 30
6.4.5 Baden..................................................................................................... 30
7 ONTWERPEN VOOR IEDEREEN / UNIVERSAL DESIGN (UD) .................................... 32
7.1 Situering en ontwikkeling ............................................................................... 32
7.2 Concept ....................................................................................................... 32
7.3 Begrippenkader ........................................................................................ 33
7.4 Gebruikers-gericht ontwerpen ........................................................................ 33
7.5 UD principes ................................................................................................. 34
7.5.1 Zeven punten programma ........................................................................ 34
7.6 Universal Design onderwijs en onderzoek ........................................................ 34
Examen
- Gesloten boek
2
,Ergonomie
1 INLEIDING
Ergonomie = de discipline die ervoor zorgt dat systemen, taken en functies, producten,
machines, user interface en de omgeving zodanig zijn ontworpen dat ze zijn afgestemd op de
mentale en fysieke vaardigheden van de mensen (= mensgericht ontwerpen)
✓ Ergonomie of Human Factors: Ergon = arbeid + Nomos = wet, regel
✓ zit vervat in ons dagelijks leven in het bijzonder een groot deel van onze ‘werkomgeving’
Het is een vakgebied dat niet stil staat:
- veranderende werkvormen (toename van online werken)
- veranderende productie technieken
- veranderende gezinssamenstellingen (woonvormen)
- culturele diversiteit
2 HISTORIEK
2.1 Verhouding stelsels
2.1.1 Klassieke oudheid
- De ergonomie die we vandaag kennen en bestuderen was in de KO verhoudingsleer
- In de klassieke kunsten stond de mens centraal en werd hij ervaren als uitgangspunt van
de volmaakte harmonie
- De menselijke verhoudingen en afmetingen van lichaamsonderdelen dienden als
maatstaf om maatstelsels te ontwikkelen
- De menselijke proporties werden vastgelegd in een metriek stelsel*
- Proportie of maatverwantschap: behalve maatstelsels om te meten, zoekt men naar
onderlinge verhoudingen in verband met de afmetingen van het menselijk lichaam
Metriek stelsel*: hierbij wordt een zekere lengte van een lichaamsdeel gebruikt als uitgangspunt of meeteenheid
2.1.2 Relief van Hezira (2700v. Chr.)
Coördinatenraster → gebruikt voor de proportionele
beschrijving van de mens om de onderlinge verhoudingen weer
te geven
De in het hout uitgesneden reliëf gold als de canon van de
Egytische proporties
- Navel centraal uitgangspunt in de opbouw van de mens
- Verhouding navel – voetzool en de totale lengte haargrens – voetzool -11:18 > ratio 0,61
- De verdeling zou (adhv vele studies) gebaseerd zijn op:
o De cubit = top van de middenvinger tot aan de elleboog
o L 52,4cm 1 cubit = 6 handbreedtes 1 voet = 1/6 totale lengte ….
- Van belang zijn de proportionele verhoudingen
- De Cubit = een verhoudingsmaat
3
,Ergonomie
2.1.3 Le Corbusier (1887-1965)
✓ Charles Edouard Jeanneret
✓ Zwitser-Frans architect, kunstenaar en stedenbouwkundige
✓ Ontwikkelde een architectonisch maatsysteem (1945)
✓ Le Modulor 1 & 2 = modul(e) = maat + section (d’)or = Gulden
Hij gebruikt de verhoudingsmethode van de gulden snede en de
verdeelbaarheid van het menselijk lichaam om een modulair
maatsysteem te verkrijgen dat gebruikt wordt bij het ontwerpen van
gebouwen en binnenruimten
Le Modulor
= een Instrument voor architecten en ontwerpers (maatsysteem dat principieel goed is) (De
bereikte getallen vormen punten die een positie innemen in de ruimte)
▪ Le Modulor 1 (rode reeks)
o gebaseerd op de lengte van de gem. man van 183cm (6x Engelse voetmaat 182,9cm)
▪ Le Modulor 2 (blauwe reeks)
o gezien de maatsprongen te groot zijn voor praktisch gebruik
o ontwikkeling van een 2de reeks vertrekkend van de mannelijke figuur met uitgestrekte arm
L 226cm (2x navelhoogte)
Le Corbusier – Le Cabanon 1951, Cap-Martin
- een archetype van de minimale cel
- gebaseerd op een ergonomische en
functionalistische benadering
Le Cabanon 1951 Cap-MarKn
- Oppervlakteverdeling: volledig opgebouwd
volgens de maten van ‘Le Modulor’
Le Corbusier – Unité d’Habitation – Marseille
- Oppervlakteverdeling: volledig opgebouwd volgens
de maten van ‘Le Modulor’
4
, Ergonomie
3 SITUERING
3.1 Ergonomie als wetenschap
Begin 20ste E studie van werkmethode en werkorganisatie
- Inrichting van werkplekken, ontwerp van producten en hulpmiddelen
- Domein van werktuigbouwkundigen en productontwerpers
Vanaf 1950 Ergonomie groeit uit tot een wetenschap
- Sterk gestimuleerd vanuit de industrie en de gezondheidszorg
➔ Doel: de mens-werk relatie optimaliseren (efficiëntie, comfort, veiligheid en zinvol werk)
3.1.1 MMO – Systeem
▪ Mens met zijn houdingen en handelingen
▪ Machine met zijn gebruiksvriendelijkheid en veiligheid
▪ Omgevingsfactoren zoals bv verlichting/verluchting/verwarming/hygiëne ea….
> Alle delen beïnvloeden elkaar
➔ Doel: optimalisatie van Comfort – efficiëntie – veiligheid
Mens Machine Omgevingsfactoren
Mogelijkheden gebruik en veiligheid
Beperkingen
Doel: Optimaliseren van Comfort – efficiëntie - veiligheid
Dezelfde regels die voor de industrie gelden moeten ook gelden voor de algemene bebouwde
omgeving
- Van specifiek naar algemene behoeften:
o Ergonomie in het dagelijks leven: woning, sport, recreatie
o Doelgroep: hele actieve bevolking in heel haar verscheidenheid
o Collectieve behoeften: die worden gekarakteriseerd door individuele verschillen
▪ (verschillende doelgroepen / verschillende individuen) in elk aspect van het
functioneren
▪ Deze verscheidenheid moet worden vertaald in voor ‘iedereen bruikbare
voorzieningen’
o Woning: Maatwerk met een programma en eisenpakket op maat van de gebruiker
5
Inhoud
1 INLEIDING............................................................................................................. 2
2 HISTORIEK ............................................................................................................ 3
2.1 Verhouding stelsels ......................................................................................... 3
2.1.1 Klassieke oudheid ..................................................................................... 3
2.1.2 Relief van Hezira (2700v. Chr.) .................................................................... 3
2.1.3 Le Corbusier (1887-1965) ........................................................................... 4
3 SITUERING ............................................................................................................ 5
3.1 Ergonomie als wetenschap .............................................................................. 5
3.1.1 MMO – Systeem ........................................................................................ 5
3.1.2 Menselijke schaal ...................................................................................... 7
4 ANTROPOMETRIE .................................................................................................. 8
4.1 Studie van de menselijke maat ......................................................................... 8
4.2 Ergonomie in onze gebouwde omgeving ............................................................ 9
4.2.1 Waarden ................................................................................................... 9
4.2.2 Plekken .................................................................................................. 10
4.2.3 Taken en hoe wij functioneren .................................................................. 10
4.2.4 Mensen .................................................................................................. 11
5 MENS EN MAAT.................................................................................................... 12
5.1 Gebruik van onze omgeving ............................................................................ 12
5.1.1 Waarnemen ............................................................................................... 12
Waarneming – Zien .......................................................................................... 12
Waarneming - Kijken ........................................................................................ 13
5.1.2 Grenswaarden ............................................................................................ 14
Waarneming – Horen ....................................................................................... 14
Waarneming – Tasten ....................................................................................... 15
Waarneming – Welbevinden ............................................................................. 16
5.1.3 Interpreteren .............................................................................................. 17
5.1.4 Handelingen ............................................................................................... 17
Voortbewegen ................................................................................................. 17
Keren en manouvreren ..................................................................................... 17
1
,Ergonomie
Stijgen en dalen ............................................................................................... 18
5.1.5 Ruimten ..................................................................................................... 19
Zitplek – zitten ................................................................................................. 19
6 THEORIE VAN HET WONEN .................................................................................. 22
6.1 Ergonomie van de woning ............................................................................... 22
6.2 Onderzoek van de basisfuncties ..................................................................... 22
6.2.1 Onderlinge relaties van functies (Organigram) ........................................... 23
6.2.2 Onderzoek van de context ........................................................................ 23
6.2.3 Organisatie van de functies - organigram................................................... 23
6.3 Koken ........................................................................................................... 26
6.3.1 Kookplek–koken: over functionele relaties en beweging ............................. 26
6.4 Slapen – Baden - Kleden................................................................................. 29
6.4.1 Organisatie slapen – baden - dressing ....................................................... 29
6.4.2 Toilet ...................................................................................................... 29
6.4.3 Slapen .................................................................................................... 29
6.4.4 Kleden - dressing ..................................................................................... 30
6.4.5 Baden..................................................................................................... 30
7 ONTWERPEN VOOR IEDEREEN / UNIVERSAL DESIGN (UD) .................................... 32
7.1 Situering en ontwikkeling ............................................................................... 32
7.2 Concept ....................................................................................................... 32
7.3 Begrippenkader ........................................................................................ 33
7.4 Gebruikers-gericht ontwerpen ........................................................................ 33
7.5 UD principes ................................................................................................. 34
7.5.1 Zeven punten programma ........................................................................ 34
7.6 Universal Design onderwijs en onderzoek ........................................................ 34
Examen
- Gesloten boek
2
,Ergonomie
1 INLEIDING
Ergonomie = de discipline die ervoor zorgt dat systemen, taken en functies, producten,
machines, user interface en de omgeving zodanig zijn ontworpen dat ze zijn afgestemd op de
mentale en fysieke vaardigheden van de mensen (= mensgericht ontwerpen)
✓ Ergonomie of Human Factors: Ergon = arbeid + Nomos = wet, regel
✓ zit vervat in ons dagelijks leven in het bijzonder een groot deel van onze ‘werkomgeving’
Het is een vakgebied dat niet stil staat:
- veranderende werkvormen (toename van online werken)
- veranderende productie technieken
- veranderende gezinssamenstellingen (woonvormen)
- culturele diversiteit
2 HISTORIEK
2.1 Verhouding stelsels
2.1.1 Klassieke oudheid
- De ergonomie die we vandaag kennen en bestuderen was in de KO verhoudingsleer
- In de klassieke kunsten stond de mens centraal en werd hij ervaren als uitgangspunt van
de volmaakte harmonie
- De menselijke verhoudingen en afmetingen van lichaamsonderdelen dienden als
maatstaf om maatstelsels te ontwikkelen
- De menselijke proporties werden vastgelegd in een metriek stelsel*
- Proportie of maatverwantschap: behalve maatstelsels om te meten, zoekt men naar
onderlinge verhoudingen in verband met de afmetingen van het menselijk lichaam
Metriek stelsel*: hierbij wordt een zekere lengte van een lichaamsdeel gebruikt als uitgangspunt of meeteenheid
2.1.2 Relief van Hezira (2700v. Chr.)
Coördinatenraster → gebruikt voor de proportionele
beschrijving van de mens om de onderlinge verhoudingen weer
te geven
De in het hout uitgesneden reliëf gold als de canon van de
Egytische proporties
- Navel centraal uitgangspunt in de opbouw van de mens
- Verhouding navel – voetzool en de totale lengte haargrens – voetzool -11:18 > ratio 0,61
- De verdeling zou (adhv vele studies) gebaseerd zijn op:
o De cubit = top van de middenvinger tot aan de elleboog
o L 52,4cm 1 cubit = 6 handbreedtes 1 voet = 1/6 totale lengte ….
- Van belang zijn de proportionele verhoudingen
- De Cubit = een verhoudingsmaat
3
,Ergonomie
2.1.3 Le Corbusier (1887-1965)
✓ Charles Edouard Jeanneret
✓ Zwitser-Frans architect, kunstenaar en stedenbouwkundige
✓ Ontwikkelde een architectonisch maatsysteem (1945)
✓ Le Modulor 1 & 2 = modul(e) = maat + section (d’)or = Gulden
Hij gebruikt de verhoudingsmethode van de gulden snede en de
verdeelbaarheid van het menselijk lichaam om een modulair
maatsysteem te verkrijgen dat gebruikt wordt bij het ontwerpen van
gebouwen en binnenruimten
Le Modulor
= een Instrument voor architecten en ontwerpers (maatsysteem dat principieel goed is) (De
bereikte getallen vormen punten die een positie innemen in de ruimte)
▪ Le Modulor 1 (rode reeks)
o gebaseerd op de lengte van de gem. man van 183cm (6x Engelse voetmaat 182,9cm)
▪ Le Modulor 2 (blauwe reeks)
o gezien de maatsprongen te groot zijn voor praktisch gebruik
o ontwikkeling van een 2de reeks vertrekkend van de mannelijke figuur met uitgestrekte arm
L 226cm (2x navelhoogte)
Le Corbusier – Le Cabanon 1951, Cap-Martin
- een archetype van de minimale cel
- gebaseerd op een ergonomische en
functionalistische benadering
Le Cabanon 1951 Cap-MarKn
- Oppervlakteverdeling: volledig opgebouwd
volgens de maten van ‘Le Modulor’
Le Corbusier – Unité d’Habitation – Marseille
- Oppervlakteverdeling: volledig opgebouwd volgens
de maten van ‘Le Modulor’
4
, Ergonomie
3 SITUERING
3.1 Ergonomie als wetenschap
Begin 20ste E studie van werkmethode en werkorganisatie
- Inrichting van werkplekken, ontwerp van producten en hulpmiddelen
- Domein van werktuigbouwkundigen en productontwerpers
Vanaf 1950 Ergonomie groeit uit tot een wetenschap
- Sterk gestimuleerd vanuit de industrie en de gezondheidszorg
➔ Doel: de mens-werk relatie optimaliseren (efficiëntie, comfort, veiligheid en zinvol werk)
3.1.1 MMO – Systeem
▪ Mens met zijn houdingen en handelingen
▪ Machine met zijn gebruiksvriendelijkheid en veiligheid
▪ Omgevingsfactoren zoals bv verlichting/verluchting/verwarming/hygiëne ea….
> Alle delen beïnvloeden elkaar
➔ Doel: optimalisatie van Comfort – efficiëntie – veiligheid
Mens Machine Omgevingsfactoren
Mogelijkheden gebruik en veiligheid
Beperkingen
Doel: Optimaliseren van Comfort – efficiëntie - veiligheid
Dezelfde regels die voor de industrie gelden moeten ook gelden voor de algemene bebouwde
omgeving
- Van specifiek naar algemene behoeften:
o Ergonomie in het dagelijks leven: woning, sport, recreatie
o Doelgroep: hele actieve bevolking in heel haar verscheidenheid
o Collectieve behoeften: die worden gekarakteriseerd door individuele verschillen
▪ (verschillende doelgroepen / verschillende individuen) in elk aspect van het
functioneren
▪ Deze verscheidenheid moet worden vertaald in voor ‘iedereen bruikbare
voorzieningen’
o Woning: Maatwerk met een programma en eisenpakket op maat van de gebruiker
5