Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Resume

Samenvatting Grammaire | Le français du marketing II | Hogeschool Gent

Note
-
Vendu
-
Pages
18
Publié le
07-06-2026
Écrit en
2025/2026

Samenvatting van de grammaticamodule voor Le français du marketing II aan Hogeschool Gent. Behandelt alle kernonderwerpen: prépositions (basis en gevorderd), pronoms relatifs, pronoms personnels, adverbes, adjectifs en pronoms possessifs, en adjectifs en pronoms démonstratifs. Inclusief examenchecklist met de grootste valkuilen en duidelijke structuur met basis/gevorderd onderscheid - ideaal voor gerichte examenvoorbereiding.

Montrer plus Lire moins

Aperçu du contenu

LE FRANÇAIS DU MARKETING II

samenvatting Grammaire

Inhoud
1. Les prépositions
2. Le pronom relatif
3. Le pronom personnel
4. L’adverbe
5. Les adjectifs et pronoms possessifs
6. Les adjectifs et pronoms démonstratifs
★ Examenchecklist

Hoe deze samenvatting lezen
● BASIS = ken dit eerst en zeker; dit is de meest courante leerstof.
◆ GEVORDERD = minder courant of uitzonderlijker; leer dit nadat de basis zit.
Gelijksoortige vormen staan in groepjes bij elkaar zodat je ze vlot kan aframmelen.
» = Franse voorbeeldzin met de Nederlandse vertaling er grijs onder; vet = het toegepaste punt.
⚠️ = uitzondering of valkuil. Blauwe kaders = hoe kies je? (stappenplan) of synthese per hoofdstuk.

1. Les prépositions
Een préposition is een klein, onveranderlijk verbindingswoord dat een aanvulling inleidt: à Paris, avec toi,
sans argent. Het grote probleem voor Nederlandstaligen is dat preposities zelden één-op-één vertalen. «
Denken aan » wordt penser à, maar « luisteren naar » wordt écouter (zónder prepositie). Je leert ze daarom
altijd in combinatie met het woord of werkwoord ervoor.
Er zijn twee soorten: eenvoudige preposities (één woord: à, de, en, avec…) en vaste woordgroepen of
locuties (meerdere woorden die samen één prepositie vormen: à cause de, par rapport à…).

● BASIS 1.1 De drie « moeilijke » basispreposities: à · de · en
Deze drie zijn het belangrijkst én het lastigst, want ze hebben elk meerdere betekenissen. Leer per prepositie
de hoofdbetekenissen:
Prepositie Belangrijkste betekenissen Voorbeeld
naar / te (plaats) · op (tijdstip) · manier of middel ·
à à Paris · à 8 h · à pied · ce livre est à moi
bezit
il vient de Gand · le livre de Marie · parler
de van / uit (herkomst) · van (bezit) · over (onderwerp)
de qqch
in / naar (landen v.) · in (materiaal) · binnen en France · une table en bois · en deux
en
(tijdsduur) jours
» Je vais à Bruxelles en train.
Ik ga met de trein naar Brussel.


Le français du Marketing II — Master-samenvatting Grammaire p. 1

, » Ce dossier est à moi ; il parle de son contenu.
Dit dossier is van mij; hij praat over de inhoud ervan.

● BASIS 1.2 De overige courante preposities (per groep)
De rest leer je het makkelijkst in logische groepjes:
Groep Preposities Kernbetekenis (NL)
in · op · onder · bij · richting · vóór ·
Plaats & richting dans · sur · sous · chez · vers · devant · derrière
achter
Tijd avant · après · pendant · depuis · dès · jusqu’à vóór · na · tijdens · sinds · vanaf · tot
met · zonder · voor · door · tegen ·
Relatie & middel avec · sans · pour · par · contre · entre
tussen
» Je travaille chez Bizzy depuis mars, avec une équipe sympa.
Ik werk sinds maart bij Bizzy, met een leuk team.
» Nous partons pour trois jours, sans notre directeur.
We vertrekken voor drie dagen, zonder onze directeur.

● BASIS 1.3 Samengetrokken lidwoorden (déterminants contractés)
Wanneer à of de gevolgd wordt door het lidwoord le of les, smelten ze verplicht samen tot één woord. Met
la en l’ gebeurt dat niet. Dit is geen keuze: het móét.
à + le = *au* à + les = *aux* de + le = *du* de + les = *des*
la glace au chocolat attention aux enfants parler du jeu la table des enfants

⚠️LET OP / VALKUIL
à la / à l’ en de la / de l’ blijven los: à la maison, de l’entreprise.
Bepaald vs. onbepaald: J’ai besoin des chaussures de Paul (de + les = bepaald) ≠ J’ai besoin de chaussures
(onbepaald meervoud, gewoon « de »).
» Je parle du projet et je fais attention aux détails.
Ik praat over het project en let op de details.

◆ GEVORDERD 1.4 Vaste woordgroepen (locutions) — per opbouw gegroepeerd
Een locutie is een groep woorden die samen als één prepositie werkt. Het laatste woordje (de of à) is
belangrijk: dat bepaalt wat erna komt. Leer ze daarom per groep — zo kan je ze vlot aframmelen.
a) Locuties die eindigen op « de »
à cause de (omwille van) · en raison de (wegens) · afin de (om te) · au lieu de (in plaats van) · à moins de (tenzij) ·
près de (dichtbij) · à côté de (naast) · en face de (tegenover, ruimtelijk) · au sujet de / à propos de (over) · à l’égard
de (ten aanzien van) · auprès de (bij) · grâce à hoort bij groep b.
b) Locuties die eindigen op « à »
par rapport à (in verhouding tot / wat betreft) · quant à (wat betreft) · face à (tegenover, geconfronteerd met) ·
grâce à (dankzij) · jusqu’à (tot).
c) Losse, minder courante woorden
parmi (te midden van) · envers (jegens, tegenover personen) · selon (volgens) · sauf (behalve) · malgré (ondanks) ·
contre (tegen).
» À cause de la grève, la livraison est reportée.
Wegens de staking wordt de levering uitgesteld.
» Par rapport à l’an dernier, les ventes ont doublé, malgré la crise.
In verhouding tot vorig jaar zijn de verkopen verdubbeld, ondanks de crisis.

● BASIS 1.5 Het werkwoord en zijn prepositie — de hoofdregel

Le français du Marketing II — Master-samenvatting Grammaire p. 2

, Wanneer twee werkwoorden op elkaar volgen (een vervoegd werkwoord + een infinitief), is er soms wel en
soms geen prepositie nodig. Er bestaat geen logische vertaaltruc: je moet de constructie per werkwoord uit
het hoofd leren. Toch is er één grote regel:

HOOFDREGEL
Werkwoorden van beweging (aller, venir…) en werkwoorden die een mening, voorkeur, noodzaak,
gevoel, plan of wil uitdrukken, krijgen géén prepositie vóór de infinitief.
» J’adore voyager. / J’espère partir. / Je veux réussir. / Il faut travailler.
Alle andere werkwoorden vragen een vaste prepositie à of de vóór de infinitief. Welke, dat leer je per
werkwoord (volledige lijst op Chamilo).
Waarom is dit zo belangrijk? Omdat deze constructie later bepaalt welk persoonlijk of betrekkelijk
voornaamwoord je gebruikt. Wie « penser à » niet kent, kiest straks het verkeerde voornaamwoord. De
preposities zijn dus de basis van bijna alle andere hoofdstukken.
Veelgebruikte werkwoorden + à (groepje)
aider à · s’habituer à · hésiter à · inviter qqn à · encourager qqn à · commencer à · apprendre à · réussir à · se
décider à · tenir à · songer à · renoncer à · s’attendre à · contribuer à · obliger qqn à · s’intéresser à · participer à.
Veelgebruikte werkwoorden + de (groepje)
accepter de · arrêter de · cesser de · choisir de · décider de · essayer de · éviter de · finir de · oublier de · refuser de
· promettre de · conseiller (à qqn) de · demander (à qqn) de · empêcher qqn de · permettre (à qqn) de · risquer de
· venir de · s’occuper de · se méfier de · avoir besoin / envie / peur de · il s’agit de.
» J’espère partir demain (mening/wil → geen prepositie).
Ik hoop morgen te vertrekken.
» Nous avons réussi à convaincre le client, mais il a décidé de changer de stratégie.
We zijn erin geslaagd de klant te overtuigen, maar hij besliste van strategie te veranderen.

◆ GEVORDERD 1.6 ⚠️
Werkwoorden die van prepositie veranderen (= van betekenis)
Sommige werkwoorden bestaan met à én met de, maar met een verschillende betekenis. Verwar ze niet:
+à betekenis + de betekenis
denken aan (iets in gedachten
penser à penser de een mening hebben over
houden)
jouer à een sport / spel spelen jouer de een instrument bespelen
rêver à dromen (tijdens het slapen) rêver de ergens van dromen / wensen
servir à dienen om (een nut hebben) se servir de iets gebruiken
manquer à gemist worden (gevoel) manquer de een tekort hebben aan
continuer à doorgaan met (beide correct) continuer de doorgaan met (beide correct)

⚠️
LET OP / VALKUIL
demander qqch à qqn (iets aan iemand vragen) — MAAR: je demande à faire qqch (vragen om zélf iets
te doen).
payer qqch (de zaak) · payer qqn (de persoon) · maar payer qqch à qqn (iets aan iemand betalen).
Verwijs je naar een persoon na à of de? Gebruik dan géén y/en, maar een tonisch voornaamwoord (zie
hoofdstuk 3): penser à elle, parler d’eux.
» Elle pense à son avenir, mais que penses-tu de son plan ?
Ze denkt aan haar toekomst, maar wat denk jij van haar plan?
» Il joue au tennis le matin et du piano le soir.
Hij speelt ’s ochtends tennis en ’s avonds piano.



Le français du Marketing II — Master-samenvatting Grammaire p. 3

Infos sur le Document

Publié le
7 juin 2026
Nombre de pages
18
Écrit en
2025/2026
Type
RESUME

Sujets

€5,98
Accéder à l'intégralité du document:

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Faites connaissance avec le vendeur
Seller avatar
AMM21

Faites connaissance avec le vendeur

Seller avatar
AMM21 Hogeschool Gent
Voir profil
S'abonner Vous devez être connecté afin de suivre les étudiants ou les cours
Vendu
1
Membre depuis
3 année
Nombre de followers
0
Documents
1
Dernière vente
1 année de cela

0,0

0 revues

5
0
4
0
3
0
2
0
1
0

Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions