1 Inleiding
1.1 Wiskunde in de kleuterklas: wat?
Leerkansen voor Wiskundige Initiatie:
5 deeldomeinen:
1. Meten (bv. weegschaal)
2. Classificeren (= sorteren) & Seriëren (= van naar)
3. Ruimte (bv. blokjes in eierdoos)
4. Getallen (meer – minder, tellen)
5. Tijd (bv. zandloper, dagverloop)
1.2 Wiskunde in de kleuterklas: waarom?
Hoe goed kinderen wiskundig denken in kleuterklas blijkt belangrijke voorspeller
van hoe ze het later doen op school, hun latere beroep en sociaaleconomische
status.
Wiskunde heeft een grote praktische waarde en algemeen vormende waarde.
Belangrijk dat kinderen positieve gevoelens en opvattingen over wiskunde
ontwikkelen.
Handboek (p.8-9):
Goede wiskundige ontwikkeling is cruciaal voor algemene ontwikkeling
van jonge kinderen.
Wiskunde heeft grote praktische waarde: dagelijkse situaties
Vormende waarde: ontwikkeling van algemene kennis, vaardigheden en
houdingen die buiten de wiskunde relevant kunnen zijn.
Goed wiskundeonderwijs ontwikkeling van positieve gevoelens en
opvattingen tegenover wiskunde.
1.3 Wiskunde in de kleuterklas: hoe?
Bij wiskundige activiteiten moet ervoor gezorgd worden dat kinderen zo weinig
mogelijk fouten maken.
! Kinderen zelf laten nadenken !
Procesgerichte feedback bij het tellen: benoemen!
Bij wiskunde in de kleuterklas werken we bij voorkeur met een betekenisvolle
context:
Situatie waarin wiskunde op een levensechte of realistische manier aan
bod komt.
Wanneer wiskunde aan bod kan komen:
, Tijdens vrij spelen
Tijdens wiskundige activiteit begeleid door leerkracht
Tijdens routines (bv. eetmoment, opruimmoment)
Tijdens activiteit met andere focus (bv. tikspel, kookactiviteit, prentkijken)
Je laat kleuters kennismaken met nieuwe wiskundige begrippen (groot – klein, op-
onder, langste-kortste, breder-smaller dan…) via echte materialen (verkennen
met zintuigen, via manipuleren).
Handboek (p.9-11 & 14)
Een sterke basis:
Veilig klimaat
Kleuters uitdagen (“Kan het ook op een andere manier?”) stimuleert
probleemoplossend denken
Procesgerichte feedback: leg niet nadruk op wat juist of fout is, maar benoem
processen die kind laat zien en die van belang zijn.
Hoge betrokkenheid activiteiten die aansluiten bij leefwereld en interesses.
Situaties waarin wiskunde op betekenisvolle manier aan bod komt.
Wiskundige kansen de hele dag door:
Vrij spelen
Activiteiten die door leerkracht voorbereid zijn.
Tijdens routinemomenten
Tijdens activiteiten met andere focus
Voldoende aandacht voor concrete ervaringen:
Vertrek steeds vanuit een concrete zintuiglijke ervaring en beleving: kleuters
moeten materiaal kunnen verkennen met handen, ogen, oren en neus.
Om overstap van concreet naar abstract te realiseren, kan gebruik gemaakt
worden vh handelingsmodel of het CSA-model.
- Concreet
- Schematisch
- Abstract
1.4 Wiskunde en taal
Wiskunde heeft een eigen vaktaal = wiskundetaal:
Meer
Patroon
Zwaarder
, Groot / klein
In / achter
Je stimuleert wiskundetaal bij jonge kinderen door:
- Zoveel mogelijk te benoemen met de correcte wiskundige
begrippen!
Bv.: Kijk, een cirkel
- De begrippen veel te herhalen in verschillende betekenisvolle
contexten
Bv.: Kijk, dit schijfje is een cirkel
Kleuters kunnen al kennismaken met symbolen en visuele representaties (=
visuele voorstellingen). Zinvolle:
Zinvol om pen & papier in huishoek/winkelhoek te leggen om bv. voorraad
bij te houden met tekeningen/turven/…
Zinvol om oudste kleuters een plan te laten ‘tekenen’ van hoe ze iets
willen bouwen
Handboek (p.14-16)
Taal nodig om wiskundig te redeneren.
Eigen vaktaal: wiskundetaal (meer, een paar, patroon, is groter dan…)
Als leerkracht een soort verslaggever vd situatie worden:
- Verwoorden wat kind aan het doen is
- Verwoorden wat jij aan het doen bent
‘tools’ om met elkaar over wiskunde te communiceren:
- Symbolen (cijfers, rekensymbolen (+, -, =) en zelfbedachte symbolen)
- Visuele representaties (vingers, schema’s, tabellen en grafieken)
2 Introductie classificeren en seriëren
Classificeren en seriëren zijn denkvaardigheden.
Classificeren = opdelen in klassen (= groep bv. kleur) en evt. ook
deelklassen (= groepje binnen een groep bv. klein en groot) o.b.v.
eenzelfde eigenschap (vorm, kleur, grootte…) of aantal. Ordenen o.b.v.
gelijkenissen.
Seriëren = rangschikken volgens toenemende/afnemende mate v/e
eigenschap of aantal. Rangschikken van … naar … . Ordenen o.b.v.
verschillen.
2.1 Hoe komt classificeren en seriëren aan bod in kleuterklas?
Boomdiagram geeft overzicht vd verschillende mogelijkheden om aan
classificeren en seriëren te werken in kleuterschool: