Hoofdstuk 1 Inleiding tot de fysiotherapie 3
Inleiding 3
Pijnstilling 3
Mobiliteit verbeteren 9
Versterken van de spier 10
Conditietraining + Overigen 12
Intermezzo: Overkoepelend klinisch kader van het bovenste lidmaat 15
Hoofdstuk 2: De schouder 16
Rotatorcuffpathologie 16
Biceps brachii pathologie 25
GIRD 29
Glenohumerale instabiliteit & laxiteit 29
Bursitis 31
Frozen shoulder 32
AC- en sternoclaviculair lijden 33
Scapulothoracale dysfunctie – BELANGRIJK! 34
Gerefereerde schouderpijn 35
Hoofdstuk 3: De elleboog 36
Tendinopathie Ext carpi radialis — tenniselleboog 37
Tendinopathie flexor carpi ulnaris + radialis — golferselleboog 39
Distale bicepspeespathologie 40
Tricepspeespathologie 41
Bursitis olecranii 41
Hoofdstuk 4: Pols – hand – vingers 42
De Quervain 43
Intersectiesyndroom 43
Tendinopathie van de extensorzijde 44
Flexorpeespathologie 45
Hoofdstuk 5: de heup 47
Inleiding 47
Femoro-acetabulair impingement (FAI) 47
Hoofdstuk 6: De knie 53
Biomechanica van de knie 54
Anterieure kniepijn 57
Tendinopathie / Tendinitis ter hoogte van de knie 61
Ruptuur van het Extensieapparaat 63
Hoofdstuk 7: Voet en Hiel 64
Achillespees 64
Achillespeesruptuur 72
Overige aandoeningen 73
Hoofdstuk 8: Lumbale wervelzuil 74
Inleiding 74
Algemene aanpak bij wervelkolompathologie 76
Acute lumbago 81
1
, Musculaire letsels 82
Discuslijden 83
Facettaire problematiek 86
Arthrosis deformans (AD) 86
Spondylolyse 88
Spondylolisthesis 89
Sacro-Iliacaal Gewricht (SIG) en Sacro-Iliïtis 89
Overgangswervel en Andere Oorzaken 92
Hoofdstuk 9: De cervicale wervelzuil 93
Aanmeldingsklacht: nekpijn 93
Cervicale spierpijn (strain) 93
Facetdysfunctie 96
Cervicale spondylose (artrose) 97
Cervicale discopathie 98
Hoofdstuk 10: Weke Delen Pathologie ter hoogte van de Heup en Dij 100
Overzicht 100
Adductorenstrain 100
Clicking Hip / Snapping Hip 101
Bursitis in de Heupregio 102
Osteïtis Pubis 104
Gerefereerde Pijnen in de Heupregio 105
Calcificaties t.h.v. de Trochanter Major Regio 105
Hoofdstuk 11: Zenuwletsels bovenste ledematen 106
Inleiding 106
zenuwletsels: Algemeen 106
Cervicale radiculopathie 110
Plexusletsel 112
Thoracic Outlet Syndroom (TOS) 115
perifere zenuwletsels 121
Behandeling zenuwletsels 125
Hoofdstuk 12: Zenuwletsels onderste ledematen 126
Plexus lumbosacralis 126
Zenuwletsels 127
Hoofdstuk 13: Complex Regionaal Pijnsyndroom (CRPS) 133
Introductie en Terminologie 133
Klinisch Verloop: De Drie Stadia 133
Evolutie van Diagnosecriteria 134
Hoofdstuk 14: Compartment Syndrome of the Lower Leg 137
Definitie 137
Anatomie: 4 Compartimenten van het Onderbeen 137
Acuut compartimentsyndroom 138
Chronisch Compartimentsyndroom (CECS) 141
2
,HOOFDSTUK 1 INLEIDING TOT DE FYSIOTHERAPIE
INLEIDING
Fysiotherapeutische behandelingen:
= beroep doen op therapeutische handelingen die berusten op fysieke prikkels
Hieronder valt:
- Elektrotherapie
- Massage
- Oefentherapie
- Revalidatietechnieken
De algemen doelstellingen zijn:
In deze volgorde:
1. Pijnbehandeling:
a. Medicatie
b. Infiltratie
c. Thermotherapie: warmte en koude
d. Elektrotherapie
2. Verbeteren van de mobiliteit:
a. Passief
b. Actief
3. Verbeteren van de spierkracht
4. Verbeteren van de algemene conditie
PIJNSTILLING
Naast medicatie, infiltratie, …
THERMOTHERAPIE: OPPERVLAKKIGE WARMTE
Wordt vnl gebruikt bij een chronisch trauma
Werking
- De warmte blijft oppervlakkig, de spier zelf warmt NIET op
- De warmte helpt reflexmatig tegen de pijn = gate-control principe (Melzack & Wall):
o Warmte prikkelt mechanoreceptoren in de huid (receptoren voor druk en aanraking).
o Deze activeren A-beta zenuwvezels (snelle, niet-pijnlijke prikkels).
o In het ruggenmerg “sluiten” deze vezels als het ware de poort (“gate”) voor pijnsignalen.
o Daardoor worden pijnsignalen van tragere pijnvezels minder goed doorgelaten.
o Gevolg: minder opstijgende pijnsignalen naar de thalamus → je ervaart minder pijn.
Decimetergolven kunnen wel de spier zelf opwarmen
Gevolgen
1. Toename van de huiddoorbloeding: roodheid van de huid
2. Bloedtoevoer naar de spier: slechts minimaal of niet verhoogd
3. Reflectoire spierrelaxatie → pijnvermindering
3
, Indicatie
- Chronische degeneratieve aandoeningen: artrose
- Chronische spierpijnen
o Lokaal: trapeziussyndroom, cervicale, dorsale, lumbale myalgie
o Veralgemeend: fibromyalgie
Contra-indicaties
1. Acuut trauma
2. Acute aandoening: tendinopathie of artritis
3. Infecties
CAVE
- Geen warmtetherapie bij zwelling, de zwelling zal toenemen
- Wees voorzichtig bij:
o Gestoorde sensibiliteit (bv. Diabetes, polyneuropathie)
o Ischemische zones (bv. arteriosclerose): de warmte kan niet afgevoerd
o Bloedstllingsstoornissen
o Kinderen: kleine lichaamsoppervlak zorgt voor snelle hyperthermie
o Ouderen: slechte thermoregulatie zorgt dat ze snel oververhitten
Toedieningsvormen:
Hydrotherapie
Peloïden = Fango = modder
- Gebruik: lokaal of totaal behandeling
- Parafango (modder + paraffine):
▪ Combinatie zorgt ervoor dat de vorm behouden wordt
▪ Hoge warmtecapaciteit
• Hoge warmtetolerantie = trage afgifte van de warmte
- Indicaties:
▪ Chronische spierpijn
▪ Chronische articulaire klachten
▪ Chronische tendinopathie
▪ Vnl als voorbereiding tot mobilisatie
▪ Collageen wordt soepeler als het warm is
▪ Zeer handig bij hypertrofisch littekenweefsel
Paraffine en paraffinemengsels
- Gebruik: vnl bij handen of tenen (bv. artrose, na amputatie), voor het starten van een therapie
- Voordelen:
▪ Hoge warmtecapaciteit
▪ Perfecte modellering
Andere oppervlakkige toediningsvormen:
- Hotpacks (1cm diep)
- Kersenpitkussentje / warmwaterkussen / verwarmingskussen
- Infrarood lamp: vnl wanneer de patiënt last heeft van het weer
- Reflexspray:
▪ Vasodilatatie van de plexus in de huid
▪ Thermoreceptoren worden overbeladen, wat zorgt voor een brandend gevoel
▪ Heeft invloed op de pijn, MAAR zorgt er niet voor dat spieren opgewarmd zijn
▪ CAVE: doordat er veel bloed naar de huid gaat, zal er sneller een anaeroob gevoel (kramp) ontstaan in de spier
4