17/06/2026
Thema 1
Pedagogiek: Pedagogiek is de wetenschap die zich bezighoudt met
opvoeding, ontwikkeling en begeleiding van kinderen, jongeren en
volwassenen. De kern draait om begrijpen hoe mensen leren, groeien en
zich gedragen, en hoe opvoeders, begeleiders, leerkrachten of
hulpverleners dat proces positief kunnen beïnvloeden.
- Paidos: kind
- Agogein: leiding geven/opvoeden
- K: staat voor kennis, wetenschap en theorie
Opvoeding:
- De begeleiding en stimulering van de ontwikkeling van het kind tot
volwassene
- Het bereiken van een redelijke mate van autonomie (zelfstandigheid)
en eigen controle (onafhankelijkheid)
Verschil tussen alledaagse opvoeding en wetenschap van de opvoeding:
- Alledaagse kennis: intuïtief handelen op basis van voorafgaande
ervaringen en eigen persoonlijkheid, ons buikgevoel. (thinking fast,
Kahneman, 2021)
- Wetenschappelijke kennis: handelen zoals voorgeschreven op basis
van wetenschappelijk onderzoek (bewust). Stilstaan en analyseren
(thinking slow, Kahneman, 2012)
Andragogiek: levenslang leren, vorming van volwassenen: socio – culturele
organisaties, buurtopbouwwerk, centra voor volwassenonderwijs (cvo) en
centra voor basiseducatie ligo
- Andros: volwassenen
- Agogein: opvoeden van volwassenen
,NATURE: nativisme, aanleg, erfelijk materiaal bepaalt de ontwikkeling (oei,
ik groei’)
NURTURE: empirisme, opvoeding (=milieu) bepaald de ontwikkeling,
ontwikkeling wordt bepaald door de leerervaringen (‘elke oprichting van
een school is de sluiting van een gevangenis’)
Personalisme: de innerlijke groeikracht van de mens, zijn eigen
persoonlijkheid bepaalt de ontwikkeling (Monnik Giel boeddhisme)
Pedagogiek in andere humane wetenschap: thinking slow: kan vanuit
verschillende ‘brillen’ of perspectieven binnen de humane wetenschap, we
kunnen nadruk leggen op:
- De persoon zelf: psychologie
- De nabije omgeving (opvoeders, ouders, …) pedagogie
- De ruimere omgeving (maatschappij) sociologie
Idealiter: multidisciplinair team
Multidisciplinariteit:
- Ongeancueerd: observeren vanuit een bril of perspectief
- Genuanceerd: observeren vanuit meerdere perspectieven
- Milieu (omgeving) en erfelijkheid (aanleg) zijn beiden (convergerend)
van invloed op elkaar en op de ontwikkeling, evenals de vrije wil, de
eigen persoonlijkheid, het ingebed zijn in een maatschappij
Eclectisisme: combineren van kenmerken van verschillende visies, stijlen
of stromingen in het analyseren, nadenken of gevalsstudies of casussen
Thema 2
Orthopedagogiek:
- Ortho (grieks): recht maken wat krom is, dit mag niet letterlijk
genomen worden
- De wetenschap betreft: de opvoeding die bemoeilijkt verloopt, de
orthopedagoog probeert deze bemoeilijkte opvoedingssituatie te
ondersteunen
, Definities van orthopedagogiek:
- Het afwijkende kind staat centraal: definitie naar medische model
- Het opvoedingsgebeuren staat centraal: handelingsverlegenheid van
de opvoeders, invloed van de ruimere context
- Verdere professionalisering (theorie en onderzoek): de
orthopedagoog beschrijft, onderkent (diagnose), behandelt (aanpak)
en voorkomt problemen (preventief handelen)
- Eigen kracht van clienten centraal (client is co expert):
emancipatorisch denken en handelen als opvoeder oplossingsgericht
denken en handelen als opvoeder, oplossingsgericht denken VS
probleemdenken
Orthopedagogisch model KOK: specifiek opvoeden:
- Een orthopedagogisch antwoord bieden op de specifieke
orthopedagogisch vraagstelling van een kind, om het
ontwikkelingsproces op affectief, cognitief en conatief gebied te
bevorderen”.
- De orthopedagogische vraag lezen we in het probleemgedrag van
het kind, dat zo een signaal geeft (tegen de achtergrond van de
context).
- Het orthopedagogisch antwoord bieden we als opvoeder door het
juiste klimaat te scheppen, door situaties op een bepaalde manier
vorm te geven en in relatie te gaan met het kind.
- Dit doen we op 3 ontwikkelingsdimensies : affectief, cognitief en
conatief.
3 ontwikkelingsdimensies :
Affectief of sociaal-emotioneel
- Is het kind verbonden met zichzelf, de ander, de omgeving
(hechting/containment)?
- Voelt het kind zich goed in zijn vel (welbevinden) ?
Cognitief
- Gestructureerde omgeving kunnen waarnemen, voorstellen, leren
kennen (kennisverwerving van tijd, ruimte, sociale structuren, taal)
- Kan het kind zijn omgeving analyseren, structureren, omgaan met
variatie ?
Conatief
- De eigenheid van het kind in relatie tot zijn omgeving :