11/06/2026
Thema 1
Leertheoretisch model: alle gedrag is aangeleerd,
Geen inhoud:
- Geen uitspreek over wat gewenst is en wat niet
- Wel: hoe gedrag ontstaat, kan veranderd worden
Gewenst of niet gepast:
- Persoonlijk, cultureel bepaald
- Leren zwijgen, leren verbaal agressief zijn
IEDEREEN leert/IEDERS gedrag is beïnvloedbaar
- Complimentjes, feedback
- We leren niet altijd het gedrag aan dat we wensen
We zijn voortdurend bezig met elkaar te beïnvloeden op dezelfde manier
als toegepast in gedragstherapie: Wanneer één persoon bepaald gedrag
stelt, roept dat automatisch een reactie op bij de ander, die op zijn beurt
weer nieuw gedrag uitlokt. Zo ontstaat een voortdurende wisselwerking.
Denk bijvoorbeeld aan een student die de klas binnenkomt met een
zichtbare zucht en een sombere blik. Een klasgenoot reageert daarop
bezorgd en vraagt wat er scheelt. Door die aandacht voelt de eerste
student zich gesteund en begint hij te vertellen, waardoor de sfeer in de
groep verandert en andere studenten rustiger of juist alerter worden. Dit
laat zien dat gedrag nooit op zichzelf staat: we beïnvloeden elkaar continu,
vaak zonder dat we het doorhebben, precies zoals de gedragstheorie
beschrijft.
Verschil tussen gedrag en interpretatie: Gedrag is letterlijk wat je ziet
gebeuren, het zijn observeerbare feiten zonder oordeel (hij staat op en
loopt weg, hij roept nee, …) interpretatie is wat jij denkt dat het gedrag
betekend, het is jou betekenisgeving, dus altijd gekleurd door ervaring,
kennis en verwachting (hij loopt weg omdat hij boos is, hij zegt nee omdat
hij geen zin heeft, …)
We moeten gedragsproblemen correct omschrijven: Het gaat om wat je
letterlijk ziet en hoort, niet wat je denkt dat het betekent.
Wel: “De leerling staat op, loopt door de klas en roept ‘nee’ tegen de
leerkracht.”
Niet: “De leerling is opstandig.”
, Ongewenst gedrag & incompatibel gewenst gedrag concreet formuleren:
Je beschrijft alleen wat je ziet of hoort, zonder interpretatie.
- Geen oordeel: niet “hij is lastig”, maar “hij roept door de klas
terwijl iemand anders spreekt”
- Geen vage termen: niet “onrustig”, maar “ze staat drie keer op
tijdens de instructie zonder toestemming”
Formule: wie doet wat, wanneer, hoe vaak, en in welke situatie.
Primaire bekrachtigers: van nature belonend (eten, drinken, warmte, …)
Secundaire bekrachtigers: zijn aangeleerd belonen (stickers,
complimenten, geld, …)
Doen toenemen van gewenst gedrag:
- aanbieden + , van iets prettigs is C+, positief betekend
aanbieden, geven en erbij doen dus +. Bekrachtigen betekend
gedrag doen toenemen, wat geef je na bepaald gedrag als je
gedrag wil toenemen. Iets leuk, een leuk gevolg, een leuke
consequentie: +C+
- negatieve bekrachtiging: wegdoen van iets niet leuk = C-.
negatief betekend weg/afnemen. Bekrachtiging betekend gedrag
doen toenemen, wat neem je weg na een bepaald gedrag als je
gedrag wil doen toenemen? Iets niet leuk, iets wat de ander niet
graag heeft/doet, negatieve bekrachteging: -C-
Sociale bekrachtigers: complimentjes, waardering en goedkeuring, dit kan
verbaal en non-verbaal, dit kan correct op: zoek contact, begin met de