1. Inleiding: Wat is economisch recht en wie is een
onderneming?
De presentatie start met het afbakenen van het economisch recht. Dit omvat alle rechtsregels die in
het economisch leven nageleefd moeten worden, zowel tussen ondernemingen onderling (B2B) als
tussen ondernemingen en consumenten (B2C).
Het valt uiteen in twee grote luiken: het ondernemingsrecht (regels rond de oprichting, werking en
stopzetting van een onderneming) en het marktrecht (regels rond eerlijke concurrentie en
marktpraktijken).
Vervolgens beantwoordt de presentatie de cruciale vraag: Wie is een onderneming? Volgens het
Wetboek van Economisch Recht (WER) zijn er drie categorieën:
• Natuurlijke personen die zelfstandig (dus niet in loondienst) en op duurzame wijze een
beroepsactiviteit uitoefenen (de klassieke 'eenmanszaak').
• Alle rechtspersonen (zoals vennootschappen, VZW's en stichtingen).
◦ Een rechtspersoon is een juridische entiteit met een afgescheiden vermogen, eigen
rechten/plichten, een doel en eigen aansprakelijkheid.
• Organisaties zonder rechtspersoonlijkheid (zoals de maatschap), mits zij een
uitkeringsoogmerk hebben of feitelijke uitkeringen doen aan hun leden.
Wie is geen onderneming? Feitelijke verenigingen en publiekrechtelijke rechtspersonen (zoals de
federale staat of gemeenschappen) vallen hierbuiten.
Een specifieke vorm van een onderneming is de vennootschap. Dit is een samenwerkingsvorm (door 1
of meerdere personen (vennoten)) waarbij men een inbreng doet in een afgescheiden vermogen, met
als doel de vennoten een vermogensvoordeel (winst) te bezorgen (rechtstreeks of onrechtstreeks).
Redenen om hiervoor te kiezen zijn onder meer het organiseren van samenwerking, het scheiden van
privé- en zakelijk vermogen (beperkte aansprakelijkheid), en fiscale- of successiemotieven.
1. De drie pijlers van het vennootschapsrecht
Vennootschappen worden ingedeeld op basis van hun juridisch statuut. Om dit te begrijpen, moet je
het concept rechtspersoonlijkheid snappen. Een rechtspersoon is een juridische fictie: het is een
groepering die zélf drager is van rechten en plichten, net als een mens van vlees en bloed. Omdat een
rechtspersoon zelf geen handelingen kan stellen, wordt deze vertegenwoordigd door organen
(natuurlijke personen), zoals de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) of het
bestuursorgaan.
De wetgeving deelt vennootschappen op in drie pijlers:
• Vennootschappen zonder rechtspersoonlijkheid: Dit is louter een contract (een
overeenkomst) tussen vennoten. Er is geen afgescheiden vermogen. Schuldeisers kunnen dus
rechtstreeks bij het privévermogen van de vennoten aankloppen.
• Vennootschappen met onvolkomen rechtspersoonlijkheid: Deze hebben wél een
afgescheiden vermogen en kunnen optreden in rechte. Echter, ze bieden geen beperkte
aansprakelijkheid. Als de vennootschap haar schulden niet kan betalen, is het privévermogen
van de vennoten alsnog onbeschermd. (Bv. de VOF en Comm.V.)
1
, • Vennootschappen met volkomen rechtspersoonlijkheid: Deze hebben een afgescheiden
vermogen én bieden beperkte aansprakelijkheid. Een schuldeiser kan enkel beslag leggen op
het vermogen van de vennootschap; het privévermogen van de aandeelhouder is beschermd
(de aandeelhouder kan maximaal zijn inbreng verliezen). (Bv. de BV en NV).
2. Personenvennootschappen versus kapitaalvennootschappen
Een tweede manier om vennootschappen in te delen, is de verhouding tussen de vennoten.
• Persoonsvennootschappen (intuitu personae): Hier staat de persoonlijke samenwerking
centraal (bv. Maatschap, VOF).
• Kapitaalvennootschappen (intuitu pecuniae): Hier is vooral het bijeengebrachte kapitaal van
belang, ongeacht wie het inbrengt (bv. NV).
• Daartussen zit de gemengde vennootschap (de BV).
De belangrijkste verschilpunten:
• Overdraagbaarheid van aandelen: Bij persoonsvennootschappen zitten de aandelen 'vast'
(enkel overdraagbaar met unanieme toestemming). Bij kapitaalvennootschappen zijn ze vrij
verhandelbaar op de markt.
• Overlijden/Faillissement: Bij persoonsvennootschappen leidt dit vaak tot de ontbinding
(beëindigen) van de vennootschap. Bij kapitaalvennootschappen lopen de aandelen gewoon
over naar de erfgenamen.
• Aansprakelijkheid: Vennoten in een persoonsvennootschap zijn onbeperkt aansprakelijk; in
een kapitaalvennootschap is de aansprakelijkheid beperkt.
• Concurrentie: Bij persoonsvennootschappen is concurrentie met de eigen vennootschap niet
geoorloofd. Bij kapitaalvennootschappen is dit toegelaten.
• Stemgewicht: Persoonsvennootschappen hanteren vaak 'één persoon = één stem'.
Kapitaalvennootschappen stemmen proportioneel naar de grootte van de inbreng.
3. De maatschap
De maatschap is de basisvorm van een vennootschap. Het is een loutere overeenkomst die zelfs
mondeling (consensueel) kan ontstaan. Er is geen rechtspersoonlijkheid en dus is er onbeperkte
aansprakelijkheid voor de vennoten. De maatschap kan zélf geen contracten afsluiten; de vennoten
doen dit in eigen naam. Fiscaal is ze 'transparant', wat betekent dat de winsten direct in de
personenbelasting van de vennoten worden belast.
De aansprakelijkheid is afhankelijk van het doel: hoofdelijk (bij commercieel doel) of deelbaar (bij
burgerlijk doel).
Er zijn 3 varianten van de maatschap:
• De gewone maatschap.
• De stille maatschap: Er is een 'stille vennoot' (een geldschieter (iemand die kapitaal ter
beschikking stelt) die op de achtergrond blijft en het beheer niet voert) en een
'werkende/beherende vennoot' (die naar de buitenwereld optreedt). De stille vennoot geniet
hierdoor in de praktijk een beperkte aansprakelijkheid en blijft geheim voor derden.
• De tijdelijke maatschap: Opgericht voor een specifiek, aflopend project (bv. aannemers die
samen een brug bouwen).
2
, 4. De VOF en Comm. V.
Als de vennoten van een maatschap beslissen dat ze wél (onvolkomen) rechtspersoonlijkheid willen,
kunnen ze kiezen voor een VOF of Comm. V..
• Vennootschap Onder Firma (VOF): Dit is een persoonsvennootschap waarin alle vennoten
onbeperkt en hoofdelijk aansprakelijk zijn. Het voordeel is dat oprichting heel eenvoudig en
goedkoop is (via onderhandse akte, geen minimumkapitaal verplicht, inbreng in
arbeid/nijverheid toegelaten).
• Commanditaire Vennootschap (Comm. V.): Dit is de variant met rechtspersoonlijkheid van de
stille maatschap. Ze bestaat uit minstens één beherende/werkende vennoot (die het beleid
voert en onbeperkt/hoofdelijk aansprakelijk is) en één stille vennoot (die enkel kapitaal
inbrengt en beperkt aansprakelijk is tot zijn inbreng). Belangrijk verschil met de stille
maatschap: de stille vennoot is hier niet geheim.
5. De BV (Besloten Vennootschap)
De BV is tegenwoordig de standaardvennootschapsvorm (de opvolger van de vroegere BVBA).
Kenmerkend is dat het een vennootschap is zonder kapitaal, waarbij de aandeelhouders (die instaan
voor de inbreng) genieten van beperkte aansprakelijkheid. Een groot deel van de regels rond de BV is
van 'aanvullend recht', wat betekent dat de oprichters een enorme vrijheid hebben om de statuten
naar eigen wens in te vullen.
De Oprichting
Omdat de aandeelhouders beschermd zijn door hun beperkte aansprakelijkheid, beschermt de
wetgever de schuldeisers via strenge oprichtingsregels:
• Er is geen verplicht minimumkapitaal meer, maar er moet wel een toereikend
aanvangsvermogen (het vermogen dat aanwezig moet zijn bij de oprichting van een
vennootschap om de geplande activiteiten minstens 2 jaar te kunnen financieren) zijn.
• Dit moet vooraf verantwoord worden via een gedetailleerd financieel plan dat aantoont dat
het bedrijf de komende twee jaar financieel leefbaar is.
• De inbreng kan in geld (op een geblokkeerde rekening), in natura (bv. een machine) of in
nijverheid (belofte van arbeid/prestaties).
• De oprichting verloopt verplicht via een authentieke akte (bij de notaris).
Publicatie: De oprichtingsakte wordt neergelegd bij de griffie van de ondernemingsrechtbank, en een
uittreksel ervan wordt gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad. Pas dan heeft de vennootschap
rechtspersoonlijkheid tegenover derden. Wijziging van de statuten gebeurt eveneens via authentieke
akte met dezelfde publicatieformaliteit.
• Oprichtersaansprakelijkheid: als de vennootschap binnen de 3 jaar na oprichting failliet gaat
én blijkt dat het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend was, kunnen de oprichters alsnog
persoonlijk en hoofdelijk aansprakelijk gesteld worden.
Effecten en Overdracht
Een BV kan aandelen, certificaten, obligaties of inschrijvingsrechten uitgeven. Aandelen in een BV zijn
steeds op naam en ingeschreven in een aandeelhoudersregister.
Omdat de BV in de basis een 'besloten' karakter heeft, is de overdracht van aandelen wettelijk beperkt.
Als je je aandelen aan een derde (buitenstaander) wil verkopen, eist de wet dat minimaal de helft
(1/2) van de andere aandeelhouders hiermee instemt, én dat zij bovendien drie kwart (3/4) van de
aandelen bezitten. De statuten kunnen dit strenger of soepeler maken.
3