Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 137 pages
Resume

Samenvatting Juridische en gedragswetenschappelijke aspecten van politie | KU Leuven | 2025/26

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 137 pages

Samenvatting voor het vak 'Juridische en gedragswetenschappelijke aspecten van politie' aan de KU Leuven, gericht op criminologiestudenten.

Aperçu du contenu

Juridische en gedragswetenschappelijke aspecten van politie

RODE DRAAD DOORHEEN HEEL DE CURSUS, VRAGEN OP HET EINDE KUNNEN
BEANTWOORDEN

De verhouding tussen het nationaal niveau in een staat en het lokale niveau
(gemeenteniveau) => heeft het nationaal niveau iets te zeggen over het lokaal niveau?

Verhouding bestuurlijk en gerechtelijk (hoort bij samen de verhouding binnenlandse zaken
justitie,…)

Inleiding: de politiefunctie, het politiebestel en het politierecht

- de politiefunctie  waarom hebben we de politie?

 juridische benadering = het gaat over een institutionele functie (het gaat over instellingen,
politie instellingen(korpsen) maar ook politieoverheden die controle hebben over de politie),
tot bescherming en voor de regeling van de maatschappelijke orde (orde wordt gemaakt
door vertegenwoordigers, politie is het orgaan dat de orde bewaard en dat optreedt indien
deze verstoord wordt), u heeft dat om de uitoefening van fundamentele rechten mogelijk te
maken (democratie voegt dit laatste element toe, indien het niet om een democratie ging
was dit laatste element er niet), dus geen orde om de orde, maar orde om een ordentelijke
uitvoering van de fundamentele rechten mogelijk te maken
o zie art. 1 WPA 1992 = wet op het politieambt  over opdrachten en bevoegdheden
o zie art. 123 WGP 1998 = wet tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst,
gestructureerd op twee niveaus  betekent dat je als politie altijd je medeburgers
moet beschermen en bijstand moet verlenen aan hun

 operationele benadering = RORON
o R  raadgevende functie => richting bevolking, ministers, overheden,
burgemeesters,.. (bv. wat moet je doen als je rare phishing mails ontvangt, via
campagnes info geven om slachtofferschap te verminderen)
o O  ontradende functie => ordeverstoring of criminaliteit proberen te voorkomen,
is het luik preventie
o R  regulerende functie => hier is er al een probleem, het ontraden heeft hier niet
gewerkt, er is een veiligheidsprobleem, in een wijk, bij bepaalde cafés,… en dan ga je
hier gericht werken en ingrijpen (bv. camera’s hangen, patrouilleren, mogelijkheden
verminderen,…)
o O  onderzoekende functie => dit is de gerechtelijke opdracht van de politie, als er
een strafbaar feit gepleegd is of mogelijk gepleegd is moet je dit onderzoeken, kijken
of er een strafbaar feit is, wie, waarom, bewijzen verzamelen, gebeurt door de
recherche
o N  nazorg => de juiste zorg bieden aan slachtoffers, maar ook getuigen (die bv. een
traumatische ervaring hebben meegemaakt) of ook gewoon andere mensen (die
bijvoorbeeld slachtoffer waren van een inbraak, samen bekijken of je sloten goed
zijn,…)

- wat maakt de politie zo bijzonder?  de politie als functie heeft het geweldsmonopolie, ze zijn de
enige die dit mogen gebruiken op rechtmatige wijze in vredestijd (in oorlog mag het leger dit), dit

1

,gaat zelfs tot dodelijk geweld soms, door de monopolie hebben ze een machtspositie, in die zin is de
politie een gevaarlijke organisatie, zeker als deze niet genoeg democratisch geregeld is.

-Er zijn drie soorten opdrachten van de politie

 Bestuurlijke politie  alles wat nodig is om de openbare orde te vrijwaren en eventueel op te
treden bij een verstoring van de openbare orde, wel steeds met respect voor de
fundamentele rechten
 Gerechtelijke politie  alles wat het onderzoek van strafbare feiten, misdrijven betreft
 Sterke arm verlenen verwijst naar het geweldsmonopolie, betekent dat andere diensten
geen geweld mogen gebruiken, maar het zou kunnen dat andere beroepen in situaties
terecht komen waar ze nood hebben aan bescherming tot geweld dus daar komt de politie
dan helpen, bijstand verlenen (bv. gerechtsdeurwaarder die een negatief vonnis moet gaan
leveren aan een gewelddadige man, dan komt de politie mee)

- je hebt een hele set van bevoegdheden nodig om de opdrachten van gerechtelijke en bestuurlijke
politie uit te voeren.

- het politiebestel  verwijst naar 3 dingen:

 Het politieapparaat  de reguliere politiediensten, dit zijn de gewone politiediensten, dit
waren er tot 1998 drie: de rijkswacht, de gemeentepolitie en de politie bij de parketten, sinds
de verandering werkt men met een federale en een lokale politiedienst in de plaats. Het
begrip reguliere politiediensten gebruik je meestal als tegenstelling met bijzondere
politiediensten (met een beperkte gerichte, gespecialiseerde opdracht). Dit waren er vroeger
3: de spoorwegpolitie, de luchtwegpolitie en de zeevaartpolitie. Deze 3 bestaan nog steeds
maar niet meer als aparte diensten, maar ze zijn geïntegreerd in de federale politie. Er zijn in
België dus geen bijzondere politiediensten meer. Er zijn ook nog inspectiediensten, deze
hebben te maken met het bijzonder strafrecht, dit zijn gespecialiseerde ambtenaren die
toezicht houden op deze bijzondere wetten van het strafrecht (ook om de werklast van de
politie te verminderen)(bv. de milieu-inspectie, de sociale inspectie,…)

 De politieambtenaren  vergelijk art 3 ten 3e van de WPA en art 3 ten 2e van de WPA. Lijkt
alsof er 2 keer hetzelfde staat, maar bij politieambtenaar is de kern dat die bepaalde
politiemaatregelen kan nemen of uitvoeren

 De politieoverheden  bij politieoverheden gaat het over juridische politiemaatregelen, dit
is het grote verschil. Politie in België werkt dus altijd onder de overheden, nodig om een
democratische staat te behouden.

- zeggenschap  er is dus altijd een zeggenschap van de overheid over de politie, bestaat uit 3 delen:

 Beheer  alle aspecten die ervoor zorgen dat de politie kan doen wat ze moet doen, gaat
over personeel, spullen, opleidingen,… heeft vaak te maken met geld, de begroting

 Gezag  gaat over een concrete opdracht, wie heeft het voor het zeggen bij de opdracht, wie
bepaald wanneer, hoe, … de opdracht uitgevoerd gaat worden.

 beleid  beleidskeuzes, want je hebt altijd te weinig middelen om alles te kunnen doen wat
je wilt doen, dus je moet prioriteiten stellen



2

,- het politierecht  bijzonder uitgebreid, maar er zijn 2 basiswetten de WPA en de WPG, maar
daarnaast zijn er nog super veel wetten, het is nogal chaotisch en een zeer omvangrijk geheel.

Deel I. de historische achtergronden van het huidige Belgische politiebestel

HOOFDSTUK 1. DE PERIODE VOOR DE BELGISCHE ONAFHANKELIJKHEID

- periode voor 1830

- toen we onafhankelijk werden hebben we een systeem geërfd

1.1 De Franse oorsprong van de ‘Belgische’ politie

- in de 17e en 18e eeuw zijn er 2 bewegingen in Frankrijk:

1) op lokaal niveau (de overheden in de steden) => ze richten een eigen korps op van lokale politie,
het eerste was in Parijs in 1667.

2) in 1720 krijg je op nationaal niveau (centraal niveau, de Franse staat) de oprichting van een
nationaal korps, de nationale marechaussee genoemd. Nationaal omdat het op centraal niveau in de
Franse staat werd opgericht en omdat het verwijst naar het feit dat er voordien al provinciale
eenheden van marechaussee waren en ze deze samen hebben gevoegd en het anders verwarrend
zou kunnen zijn.

- waarom nationaal een korps oprichten?  omdat de nationale overheid bij nationale bedreigingen
van de veiligheid een apparaat nodig hebben om te kunnen optreden omdat ze niet de stedelijke
korpsen helemaal kunnen vertrouwen daarop, dit creëert spanningen tussen het nationale niveau en
het stedelijk niveau van de politiezorg.

- dan krijg je de Franse revolutie in 1789. De revolutionairen reorganiseren de politie, ze leggen de
kiemen van het latere bestel ook in België. Op lokaal niveau, in de voldoende grote steden en
gemeente, wijzen ze commissarissen van politie aan, ze professionaliseren de politie, die beweging
leidt ertoe dat je gemeentelijke politie krijgt. Veldwachters komen er in de gemeenten die niet groot
genoeg zijn, deze worden mede benoemd door de overheid. Centraal wordt de marechaussee
omgevormd tot de gendarmerie. Inhoudelijk wordt de marechaussee dus ook verandert, er is een
reorganisatie:

 het moet een nationaal korps zijn en blijven
 het moet militair zijn, het moet deel zijn van landsverdediging, het leger, omdat dat korps als
het erop aankomt het Franse grondgebied mee moet kunnen beschermen.
 het korps moet de 2 klassieke politieopdrachten vervullen: bestuurlijke en gerechtelijke
opdrachten in 1 korps dus. Belangrijk want beide kunnen elkaar goed aanvullen.

- - In 1795 worden de gebieden die wij nu België noemen deel van Frankrijk. Wat wij nu België
noemen werd dus een deel van Frankrijk, met als gevolg dat daar dus het frans model van politie
werd ingevoerd.

- De fransen richten in 1996 een apart ministerie op: het ministerie van politie (het ministère de
police général de la république). Omdat het toenmalige ministerie van binnenlandse zaken volgen
hen niet instaat was om beleid aan te sturen (er waren woelige tijden met veel oorlog). Wat toezicht
houdt op al de klassieke politietaken, moest samenwerken met de magistraten wat de gerechtelijke
opdrachten betrof. Dit was in de eerste jaren relatief onschuldig, maar in 1799 krijg je de aanstelling
van de minister van politie: Joseph Fouché. 1799 is de machtsgreep van Napoleon (het leger krijgt de
macht) dus fouché is aangesteld door Napoleon. Fouché bouwt de gendarmerie uit tot een

3

, steunpilaar van het hele systeem en het ministerie wordt een onmisbare schakel in heel de dictatuur.
Op uitvoerend niveau, bestuurlijk niveau,…. Napoleon had angst dat er revolutionairen waren die
tegen zijn regime gingen (vooral in de grote steden), en Fouché zijn antwoord hierop is: dat hij niet
moet panikeren want als er in Parijs 3 mensen bij elkaar op straat staat mag u er zeker van zijn dat er
1 voor mij werkt (hij bedoelt dat hij zoveel informanten had in de steden dat hij op voorhand zeker
zou weten of er iets ging gebeuren.

- Focuhé ziet de lokale politie en hij zegt dat die niet gestroomlijnd is, hij plaats in elk korps dus 1 of
meer commissarissen général aan die boven de normale commissarissen staan. Zo kan hij
rechtstreeks bevelen geven. Want hij kiest zelf de commissarissen général.

- Hij versterkt en bouwt de gendarmerie ook uit tot een operationeel wapen. Hij kan niks met het
ministerie van binnenlandse zaken, want die moeien zich, dus hij wordt dan minister van
binnenlandse zaken want die spanningen tussen binnenlandse zaken vallen dan vanzelf weg.
Napoleon vond dit geen goed idee, want nu heeft fouché de politie nationaal onder controle, de
stedelijke politie door de commissarissen en nu binnenlandse zaken, dus Napoleon had schrik van zijn
eigen minister, schrik voor een machtsgreep, dus hij ontslaat Fouché.

1.2 Het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden

- In 1815 is er de slag bij Waterloo, napoleon is verslagen. Dan krijg je de periode dat het verenigd
koninkrijk der Nederlanden wordt opgericht. Dient als een bufferstaat. Onder leiding van een koning:
Willem de eerste. Hij erft het Franse politiebestel.

- nationaal zit je met de gendarmerie, dat was uitgebouwd tot een orgaan van dictatuur, dus men wil
het korps uitzuiveren, alle dictatoriale types moeten eruit, want die gaan tegenwerken anders. Maar
er is wel een nationaal korps nodig, dus men zuivert het korps uit en men wijzigt de naam terug naar
de marechaussee. Is ook nog altijd militair, bestuurlijk en gerechtelijk. Dan had men de vraag hoe je
deze marechaussee centraal ging aansturen, door een ministerie van politie eraan te koppelen? Het
antwoord hierop was nee. Ook niet door de minister van binnenlandse zaken, maar wel door de
commissaris generaal van justitie: De Thiennes. Hij kreeg de zeggenschap over de marechaussee.

- op lokaal niveau blijft het Franse systeem behouden, in de landelijke gebieden heb je dus
veldwachters, in de steden en grotere gemeenten, heb je korpsen, gemeentepolitie, met
commissarissen van politie. De gemeentelijke autonomie wordt erkend, maar toen kwam men tot het
inzicht dat men zich misschien toch moest moeien vanuit centraal niveau. Want een dreiging tot de
staat was reëel. Dus men moest erover kunnen waken dat de stedelijke politie hun job deden. Dus
dan kreeg je De Thiennes die zich toch ging moeien met de steden. De macht van De Thiennes werd
dus vergroot. In 1815 wordt er een aparte commissaris generaal voor politie benoemd, dit was De
Thiennes. Kan vergeleken worden met de minister van politie dus hij verschilt niet zoveel van Fouché.

HOOFDSTUK 2. DE ONTWIKKELINGEN VANAF DE BELGISHCE ONAFHANKELIJKHEID TOT AAN DE
TWEEDE WERELDOORLOG

2.1 De uitbouw van de rijkswacht

- In 1830 wordt België onafhankelijk. België erft dan het Franse systeem van politie want het systeem
van het koninkrijk der Nederlanden scheelde bijna niets van dat van Frankrijk.

- Nationaal was er nood aan een nationaal korps van politie (want veel dreigingen als nieuw land, je
kon niet volledig vertrouwen op inspanningen van steden). De marechaussee is dus geërfd, men



4

Infos sur le Document

Publié le
2 juin 2026
Nombre de pages
137
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€7,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
jademebis
4,0
(1)
Vendu
12
Abonnés
4
Éléments
20
Dernière vente
3 mois de cela


Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions