Proefexamen toxicologie 2VV
Deel 1
1. Wat is geen zeer ernstige bijwerking die medicatie kan veroorzaken?
a. beenmergdepressie
b. hyperkaliëmie
c. ernstige hartritmestoornissen
d. rabdomyolyse
e. dit zijn allemaal zeer ernstige bijwerkingen
2. Anafylaxie…
a. moet onmiddellijk behandeld worden met oxytocine 0.5mg IM
b. geeft ademhalingsproblemen, zwelling van de keel en tong, urticaria…
c. kan enkel door antibiotica veroorzaakt worden
3. Wat is geen ernstige huidreactie?
a. TEN of toxic epidermal necrolysis
b. DRESS syndroom
c. SKIRT-syndroom
4. Torsade de pointes is
a. een hartritmestoornis die voorkomt bij intoxicaties en de circulatie bevordert
b. een levensbedreigende situatie die kan volgen op QT-verlenging
c. een hartritmestoornis die altijd volgt op QT-verlenging
5. Antipsychotica, antibiotica, Anti-aritmica, Anti-emetica enzovoort…
a. kunnen QT-verlenging geven en kan je perfect combineren
b. combineer je best niet wegens verhoogd risico op QT-verlenging
c. zorgen standaard voor een QT-verlenging als je ze combineert
6. J
e patiënt heeft medicatie ingenomen en komt binnen met geelzucht,
stollingsproblemen en stoornissen van het centraal zenuwstelsel. je vermoedt:
a. leverfalen
b. icterus
c. acute nierinsufficiëntie
7. Beenmergdepressie geeft
a. pancytopenie
b. verhoogde kans op infecties, bloedingen en anemie
c. beide antwoorden zijn juist
d. beide antwoorden zijn fout
8. Nierfalen
a. kan leiden tot permanente nierschade
b. kan veroorzaakt worden door ACE-I, NSAID’s, antibiotica
, c . z orgt er soms voor dat een patiënt dialyse nodig heeft
d. alle antwoorden zijn juist
e. antwoord a & c zijn juist
9. Wat is geen teken van hyperkaliëmie?
a. Een kaliumgehalte van >4.5 meq/L in het bloed
b. paralyse & spierzwakte
c. ritmestoornissen
d. polyurie
10.Hyperkaliëmie
a. is relatief ongevaarlijk en makkelijk behandelbaar
b. kan hartritmestoornissen, acute hartstilstand en spierverlammingen geven
c. wordt nooit veroorzaakt door antihypertensiva zoals diuretica, ACE-I en
sartanen.
11.Wat is fout?
a. Bloedingen zijn vaak een bijwerking van NSAID’s
b. kunnen levensbedreigend zijn en zowel intern als extern voorkomen
c. longschade is geen ernstige bijwerking van medicatie
12.Wat is een ernstige bijwerking van medicatie waarbij er spierafbraak is met risico op
nierfalen?
a. longschade
b. rabdomyolyse
c. serotoninesyndroom
13.Wat is het nummer van het antigifcentrum
a. 070 245 245
b. 070 250 240
c. 050 240 240
14.Bij een intoxicatie…
a. is de plasmaconcentratie van een product in het lichaam te hoog
b. is de oorzaak altijd intentioneel (auto-intoxicatie)
c. doen we vaak een maagspoeling
15.Statines geven zeker in combinatie met bepaalde antibiotica
a. rabdomyolyse
b. longschade
c. serotoninesyndroom
16.Intoxicaties kunnen…
a. enkel door orale ingestie veroorzaakt worden
b. zowel door farmaca (cfr. analgetica) als door non-farmaca (cfr. alcohol)
veroorzaakt worden
c. beide antwoordenzijn juist
d. beide antwoordenzijn fout
Deel 1
1. Wat is geen zeer ernstige bijwerking die medicatie kan veroorzaken?
a. beenmergdepressie
b. hyperkaliëmie
c. ernstige hartritmestoornissen
d. rabdomyolyse
e. dit zijn allemaal zeer ernstige bijwerkingen
2. Anafylaxie…
a. moet onmiddellijk behandeld worden met oxytocine 0.5mg IM
b. geeft ademhalingsproblemen, zwelling van de keel en tong, urticaria…
c. kan enkel door antibiotica veroorzaakt worden
3. Wat is geen ernstige huidreactie?
a. TEN of toxic epidermal necrolysis
b. DRESS syndroom
c. SKIRT-syndroom
4. Torsade de pointes is
a. een hartritmestoornis die voorkomt bij intoxicaties en de circulatie bevordert
b. een levensbedreigende situatie die kan volgen op QT-verlenging
c. een hartritmestoornis die altijd volgt op QT-verlenging
5. Antipsychotica, antibiotica, Anti-aritmica, Anti-emetica enzovoort…
a. kunnen QT-verlenging geven en kan je perfect combineren
b. combineer je best niet wegens verhoogd risico op QT-verlenging
c. zorgen standaard voor een QT-verlenging als je ze combineert
6. J
e patiënt heeft medicatie ingenomen en komt binnen met geelzucht,
stollingsproblemen en stoornissen van het centraal zenuwstelsel. je vermoedt:
a. leverfalen
b. icterus
c. acute nierinsufficiëntie
7. Beenmergdepressie geeft
a. pancytopenie
b. verhoogde kans op infecties, bloedingen en anemie
c. beide antwoorden zijn juist
d. beide antwoorden zijn fout
8. Nierfalen
a. kan leiden tot permanente nierschade
b. kan veroorzaakt worden door ACE-I, NSAID’s, antibiotica
, c . z orgt er soms voor dat een patiënt dialyse nodig heeft
d. alle antwoorden zijn juist
e. antwoord a & c zijn juist
9. Wat is geen teken van hyperkaliëmie?
a. Een kaliumgehalte van >4.5 meq/L in het bloed
b. paralyse & spierzwakte
c. ritmestoornissen
d. polyurie
10.Hyperkaliëmie
a. is relatief ongevaarlijk en makkelijk behandelbaar
b. kan hartritmestoornissen, acute hartstilstand en spierverlammingen geven
c. wordt nooit veroorzaakt door antihypertensiva zoals diuretica, ACE-I en
sartanen.
11.Wat is fout?
a. Bloedingen zijn vaak een bijwerking van NSAID’s
b. kunnen levensbedreigend zijn en zowel intern als extern voorkomen
c. longschade is geen ernstige bijwerking van medicatie
12.Wat is een ernstige bijwerking van medicatie waarbij er spierafbraak is met risico op
nierfalen?
a. longschade
b. rabdomyolyse
c. serotoninesyndroom
13.Wat is het nummer van het antigifcentrum
a. 070 245 245
b. 070 250 240
c. 050 240 240
14.Bij een intoxicatie…
a. is de plasmaconcentratie van een product in het lichaam te hoog
b. is de oorzaak altijd intentioneel (auto-intoxicatie)
c. doen we vaak een maagspoeling
15.Statines geven zeker in combinatie met bepaalde antibiotica
a. rabdomyolyse
b. longschade
c. serotoninesyndroom
16.Intoxicaties kunnen…
a. enkel door orale ingestie veroorzaakt worden
b. zowel door farmaca (cfr. analgetica) als door non-farmaca (cfr. alcohol)
veroorzaakt worden
c. beide antwoordenzijn juist
d. beide antwoordenzijn fout