Deel 1: personenrecht
Hoofdstuk 1: persoon
§1. Definitie: “persoon”
“Persoon”= elke entiteit die drager kan zijn van rechten en plichten
o Persoon= rechtssubject
o Drager= titularis
“Juridische/(rechts) persoonlijkheid”= het geheel van rechten en plichten
welke die heeft hangt af van 2 elementen:
o De staat van de persoon
Naam
Vb. recht op levensonderhoud
Vb. erven
Woonplaats
Vb. bij bepaalde gemeenten heb je andere regels (bedragen
gas-boetes)
Geslacht
Vb. zwangerschapsverlof/vaderschapsverlof
Vb. waarde van vruchtgebruik
Nationaliteit
Vb. recht op asiel
Vb. stemrecht
o De bekwaamheid van de persoon
Rechtsbekwaamheid
In principe is iedereen rechtsbekwaam: dit wil zeggen dat
iedereen rechten en plichten heeft maar niet iedereen heeft
het recht om deze zelf uit te voeren: handelingsbekwaam
Handelingsbekwaamheid
Handelingsonbekwaam= degene die hun rechten niet zelf of
niet alleen mogen uitoefenen
2 categorieën:
o Volledig handelingsonbekwaam
Degene die niet zelf hun rechten mogen
uitoefenen
Zij moeten worden vertegenwoordigd door een
handelingsbekwaam persoon
Enkele uitzonderingen vb. aankoop van
roerende goederen van beperkte waarde
Vb. volledig handelingsonbekwaam persoon
volgens de wet: minderjarigen
Vb. volledig handelingsonbekwaam persoon
verklaart door de vrederechter: sommige
geesteszieken, iemand die in coma ligt
o Gedeeltelijk handelingsonbekwaam
Mogen hun rechten en plichten wel zelf uitvoeren
maar niet alleen
1
, Ze moeten worden bijgestaan door een bekwaam
persoon
Vb. verkwister (iemand die niet met geld om kan
gaan) kan door de vrederechter gedeeltelijk
handelingsonbekwaam worden verklaard
o Vaak ouder of voogd als bewindvoerder
o Meerderjarige beschermde personen (geesteszieken en
aanverwanten) art.488/1 oud BW
§2. Soorten personen
A. Natuurlijke personen (NP)
Mensen van vlees en bloed
Alle levende mensen
o Alle mensen aangezien burgerlijke dood en slavernij zijn afgeschaft
(art.18 GW) kan geen mens in ons land rechteloos worden of zijn
rechtsbekwaamheid volledig verliezen
o Alleen mensen geen dieren (dieren hebben geen rechten en plichten,
maar er is wel wetgeving over bescherming van dieren dus ze krijgen
onrechtstreeks wel rechten art.3.39 BW)
o Alleen levende mensen geen embryo of lijk (zij worden gezien als “res
sacra” of “heilige zaak” en genieten van een bijzondere bescherming)
Regeling rond het lijk/stoffelijk overschot: recht om ter aarde
bestelling te worden (om begraven/gecremeerd ter worden), om
vervoerd te worden naar de plaats waar je begraven wordt
Regeling rond het embryo
B. Rechtspersonen (RP)
“Groep” van mensen en/of goederen
Afgescheiden vermogen
Rechtspersoon bestaat enkel op papier, is niet van vlees en bloed, maar worden
door het recht wel als een persoon beschouwt
o vb. rechtspersoon: vennootschappen, verenigingen
o Heeft eigen rechten en plichten, heeft een eigen naam (vb. nv De zwaan),
een eigen woonplaats (vb. elfdelinistraat), een eigen nationaliteit, een
eigen vermogen (door geldelijke inbreng van vennoten of
aandeelhouders)
Een rechtspersoon heeft in theorie dezelfde rechten en plichten als een
natuurlijk persoon
“Orgaantheorie”
o Rechten en plichten worden uitgeoefend door organen
o Organen =NP of RP die optreden voor de RP (gaat verder tot uiteindelijk
een NP!)
Organen zijn samengesteld uit NP die optreden in naam en voor
rekening van de RP (vermits de RP geen handen heeft om bv. een
handtekening te zetten)
2 groepen rechtspersonen
o Publiekrechtelijke rechtspersonen
Instellingen van en door de overheid
2
, Vb. de stad Hasselt, OCMW, de federale overheid
o Privaatrechtelijke rechtspersonen
Privaat initiatief
Vb. vennootschappen (nv, bv, cv,…)
Met of zonder rechtspersoonlijkheid
Door de rechtspersoonlijkheid ontstaat er immers een
afgescheiden vermogen
Met of zonder financiële verantwoordelijkheid
§3. Begin van persoon
A. Natuurlijke personen
Regel: de persoonlijkheid van een natuurlijk persoon begint bij de geboorte, ten
minste indien deze:
o Levend geboren
o Levensvatbaar geboren
= In staat om zelfstandig te kunnen blijven leven (zonder machines)
Maar: de “ongeboren vrucht” (embryo)
o Kan al titularis zijn van bepaalde rechten, en wordt dan ook reeds als een
persoon beschouwd voor het erfrecht, voor schenkingen of voor
testamenten (art.4.4 en 4.137 NBW) indien het kind:
o Voorwaarden:
Levend EN levensvatbaar wordt geboren!
Er een belang is voor het kind
o “Verwekking” moet vóór rechtsfeit plaatsvinden!
De verwekking wordt vermoed gebeurd te zijn tussen de 300ste en
de 180ste dag vóór de geboorte
Vermoeden juris tantum (art.326 oud BW): het wordt geacht waar te
zijn, tenzij de tegenpartij het tegendeel kan bewijzen
o Voorbeelden:
Zal kunnen erven, stel man verongelukt tijdens 7de maand
zwangerschap en kind wordt levensvatbaar geboren dus die kan
erven
Krijgt erfenis op 18 want ervoor handelingsonbekwaam
Kind kan ook schadevergoeding krijgen
Oma kan schenking doen als kind in de verwekkingsperiode zit
o Het kind heeft vóór de geboorte ook recht op “de bescherming van de
persoon” (zie later: abortus)
B. Rechtspersonen
Regel: rechtspersonen beginnen bij de oprichting:
o Hetzij bij onderhandse overeenkomst
o Hetzij bij een authentieke akte (bij de notaris)
o + ev. publicatie nodig (tegenstelbaarheid!)
Oprichten vennootschap:
Afschrift worden afgelegd op griffie van de
ondernemingsrechtbank
Inschrijving KBO
Uittreksel van notariële akte in BS
3
,§4. Einde van persoon
A. Natuurlijke personen
Regel: de natuurlijke persoonlijkheid eindigt bij de dood
o Wanneer wordt iemand geacht overleden te zijn?
Het overlijden van een persoon moet worden vastgesteld door een
geneesheer
Het moet ook woorden aangegeven bij de dienst burgerlijke stand
Maar: ook na overlijden kan je nog als een “persoon” worden beschouwd
o = mgl. In het belang van derden
o Voorbeelden
Een overleden kind erkennen (art.328 oud BW)
Erkenning is enkel mogelijk voor buiten huwelijkse kinderen
Moeder van een kind is altijd degene die het kind op de wereld
zet, de vader van het kind is volgens wet de echtgenoot van
de moeder (buitenhuwelijkse kinderen kunnen erkent worden
door een vader)
Als x een zoon y heeft en y een zoon z (en x heeft y nooit
erkent, y sterft, dan kan x y toch nog erkennen waardoor z
toch kan erven van x)
Enkel in belang van afstammelingen of wegens moreel belang
Een ondernemer kan tot 6 maanden na zijn dood failliet verklaard
worden (art.XX.99 W.E.R.)
De herziening van een proces
Vb. strafproces in belang van nabestaanden onterechte
veroordeling rechtzetten om naam te zuiveren
…
o Welk is het tijdstip van de dood?
Regel: elk overlijden moet door een geneesheer vastgesteld worden
Het moet ook worden aangegeven bij de dienst burgerlijke
stand
De wet geeft geen definitie van (het ogenblik van) overlijden
Maar: soms is de vaststelling van het overlijden acuut en vereist dit
bijzondere omstandigheden
Bij overlijden thuis: ophouden van ademhaling en
bloedsomloop
Bij overlijden in het ziekenhuis: een rechtlijnig EEG (elektro-
encefalogram)
Bij transplantatie: het overlijden van de donor moet in dat
geval worden vastgesteld door een college van 3 artsen,
zonder de arts van de gevende of ontvangende partij
Bij klinisch dood (“hersendood”): zie pagina 17 HB
B. Rechtspersonen
Regel: rechtspersonen sterven niet
Maar: rechtspersonen kunnen wel eindigen (dit door eerst vereffend en verdeeld
en vervolgens ontbonden te worden, met weglating uit het K.B.O. -register)
o Wijzen:
Hetzij bij verstrijken van de termijn
4
, Hetzij bij realiseren van maatschappelijk doel
Hetzij bij faillissement
Hetzij door vrijwillige of gerechtelijke ontbinding
o Zie verder vennootschapsrecht
§5. Afwezigheid (art.112-135 oud BW)
A. probleem
Het overlijden van een persoon kan vele en belangrijke rechtsgevolgen voor
derden hebben, ondermeer:
o De nalatenschap valt open en de erfenis moet verdeeld worden
o Het huwelijk wordt ontbonden
o De voogdij van minderjarige kinderen valt open
o Het kapitaal van een levensverzekering of een overlevingspensioen komt
vrij en er is eventueel een recht op uitbetaling, …
Maar: het overlijden is soms “onzeker”
o Voorbeeld:
Iemand is weg, maar er is geen lijk
o Juridische probleem bij afwezigheid
Nalatenschap kan niet worden vrijgegeven
Huwelijk kan niet ontbonden worden
o Een afwezige= een vermisten
B. oplossing
Dit probleem heeft men proberen op te vangen door de invoering van de
rechtsfiguur van “de afwezigen”
1. definitie
“Afwezigen”: dit zijn mensen over wiens bestaan men onzeker is
“Vermisten”: dit zijn mensen die zeker dood zijn, maar hun lijk is (nog) niet
gevonden
2. achtergrond – wetgeving
= wet van 9 mei 2007: bescherming afwezigen
= wet tot bescherming bij mogelijke onverwachte terugkeer
3. procedure
De procedure om een persoon afwezig te verklaren verloopt in 3 fasen:
Fase 1: vermoeden van afwezigheid
o = art. 112-117 B.W.
o Regel: als persoon meer dan 3 maanden weg is en geen teken van leven
meer geeft kan het vermoeden van afwezigheid worden vastgesteld.
o Kenmerken:
Bevoegdheid: Vrederechter
Aanstelling gerechtelijk bewindvoerder
Beheer van goederen van afwezige
Bewindvoerder moet jaarlijks verantwoording afleggen aan
Vrederechter
5
, o Indien de vermoedelijk afwezige terugkeert (of men nieuws van hem
verneemt), maakt de vrederechter een einde aan de opdracht van de
gerechtelijke bewindvoerder
Fase 2: verklaring van afwezigheid
o = art. 118-124 B.W.
o Regel: 5 jaar na vermoeden van afwezigheid of 7 jaar na laatste
nieuws kan de persoon afwezig worden verklaard.
Dan wordt de ‘akte van afwezigheid’ opgesteld en die heeft dezelfde
gevolgen als een overlijden
o Kenmerken:
Bevoegdheid: Familierechtbank (REA)
Bij terugkeer:
Persoon krijgt goederen/waarde terug
Huwelijk/samenwoonst blijven ontbonden
Fase 3 : gerechtelijke verklaring van overlijden
o = art. 126-135 B.W.
o Regel: rechtbank kan iedere persoon – die zeker overleden is –
overleden verklaren.
o Kenmerken:
Bevoegdheid: Familierechtbank (REA)
Op verzoek van elke belanghebbende:
Familie/ Procureur des Konings/ Minister van Justitie…
= vonnis tot verklaring van overlijden:
Bepaalt datum van overlijden
Wordt overgeschreven in Register van Burgerlijke Stand
Bij terugkeer: idem als gerechtelijke afwezigverklaring
o Het gaat om personen waarvan:
Men zeker weet dat ze overleden zijn
Het lichaam kan niet worden teruggevonden
Het lichaam kan niet geïdentificeerd worden
Hoofdstuk 2: staat van persoon
§1. Begrip en verkrijging
A. begrip: “status”
= rechtstoestand van een persoon
= het geheel van hoedanigheden en eigenschappen van een persoon:
o In de maatschappij = “politieke staat”
Heeft te maken met nationaliteit
vb.: Belg, staatloos, asielzoeker, …
o In de familie = “familiale staat”
Afstamming: kind, ouder, aanverwant, …
Huwelijk: (on)gehuwd, gescheiden, …
o Als individu = “individuele staat”
6
Hoofdstuk 1: persoon
§1. Definitie: “persoon”
“Persoon”= elke entiteit die drager kan zijn van rechten en plichten
o Persoon= rechtssubject
o Drager= titularis
“Juridische/(rechts) persoonlijkheid”= het geheel van rechten en plichten
welke die heeft hangt af van 2 elementen:
o De staat van de persoon
Naam
Vb. recht op levensonderhoud
Vb. erven
Woonplaats
Vb. bij bepaalde gemeenten heb je andere regels (bedragen
gas-boetes)
Geslacht
Vb. zwangerschapsverlof/vaderschapsverlof
Vb. waarde van vruchtgebruik
Nationaliteit
Vb. recht op asiel
Vb. stemrecht
o De bekwaamheid van de persoon
Rechtsbekwaamheid
In principe is iedereen rechtsbekwaam: dit wil zeggen dat
iedereen rechten en plichten heeft maar niet iedereen heeft
het recht om deze zelf uit te voeren: handelingsbekwaam
Handelingsbekwaamheid
Handelingsonbekwaam= degene die hun rechten niet zelf of
niet alleen mogen uitoefenen
2 categorieën:
o Volledig handelingsonbekwaam
Degene die niet zelf hun rechten mogen
uitoefenen
Zij moeten worden vertegenwoordigd door een
handelingsbekwaam persoon
Enkele uitzonderingen vb. aankoop van
roerende goederen van beperkte waarde
Vb. volledig handelingsonbekwaam persoon
volgens de wet: minderjarigen
Vb. volledig handelingsonbekwaam persoon
verklaart door de vrederechter: sommige
geesteszieken, iemand die in coma ligt
o Gedeeltelijk handelingsonbekwaam
Mogen hun rechten en plichten wel zelf uitvoeren
maar niet alleen
1
, Ze moeten worden bijgestaan door een bekwaam
persoon
Vb. verkwister (iemand die niet met geld om kan
gaan) kan door de vrederechter gedeeltelijk
handelingsonbekwaam worden verklaard
o Vaak ouder of voogd als bewindvoerder
o Meerderjarige beschermde personen (geesteszieken en
aanverwanten) art.488/1 oud BW
§2. Soorten personen
A. Natuurlijke personen (NP)
Mensen van vlees en bloed
Alle levende mensen
o Alle mensen aangezien burgerlijke dood en slavernij zijn afgeschaft
(art.18 GW) kan geen mens in ons land rechteloos worden of zijn
rechtsbekwaamheid volledig verliezen
o Alleen mensen geen dieren (dieren hebben geen rechten en plichten,
maar er is wel wetgeving over bescherming van dieren dus ze krijgen
onrechtstreeks wel rechten art.3.39 BW)
o Alleen levende mensen geen embryo of lijk (zij worden gezien als “res
sacra” of “heilige zaak” en genieten van een bijzondere bescherming)
Regeling rond het lijk/stoffelijk overschot: recht om ter aarde
bestelling te worden (om begraven/gecremeerd ter worden), om
vervoerd te worden naar de plaats waar je begraven wordt
Regeling rond het embryo
B. Rechtspersonen (RP)
“Groep” van mensen en/of goederen
Afgescheiden vermogen
Rechtspersoon bestaat enkel op papier, is niet van vlees en bloed, maar worden
door het recht wel als een persoon beschouwt
o vb. rechtspersoon: vennootschappen, verenigingen
o Heeft eigen rechten en plichten, heeft een eigen naam (vb. nv De zwaan),
een eigen woonplaats (vb. elfdelinistraat), een eigen nationaliteit, een
eigen vermogen (door geldelijke inbreng van vennoten of
aandeelhouders)
Een rechtspersoon heeft in theorie dezelfde rechten en plichten als een
natuurlijk persoon
“Orgaantheorie”
o Rechten en plichten worden uitgeoefend door organen
o Organen =NP of RP die optreden voor de RP (gaat verder tot uiteindelijk
een NP!)
Organen zijn samengesteld uit NP die optreden in naam en voor
rekening van de RP (vermits de RP geen handen heeft om bv. een
handtekening te zetten)
2 groepen rechtspersonen
o Publiekrechtelijke rechtspersonen
Instellingen van en door de overheid
2
, Vb. de stad Hasselt, OCMW, de federale overheid
o Privaatrechtelijke rechtspersonen
Privaat initiatief
Vb. vennootschappen (nv, bv, cv,…)
Met of zonder rechtspersoonlijkheid
Door de rechtspersoonlijkheid ontstaat er immers een
afgescheiden vermogen
Met of zonder financiële verantwoordelijkheid
§3. Begin van persoon
A. Natuurlijke personen
Regel: de persoonlijkheid van een natuurlijk persoon begint bij de geboorte, ten
minste indien deze:
o Levend geboren
o Levensvatbaar geboren
= In staat om zelfstandig te kunnen blijven leven (zonder machines)
Maar: de “ongeboren vrucht” (embryo)
o Kan al titularis zijn van bepaalde rechten, en wordt dan ook reeds als een
persoon beschouwd voor het erfrecht, voor schenkingen of voor
testamenten (art.4.4 en 4.137 NBW) indien het kind:
o Voorwaarden:
Levend EN levensvatbaar wordt geboren!
Er een belang is voor het kind
o “Verwekking” moet vóór rechtsfeit plaatsvinden!
De verwekking wordt vermoed gebeurd te zijn tussen de 300ste en
de 180ste dag vóór de geboorte
Vermoeden juris tantum (art.326 oud BW): het wordt geacht waar te
zijn, tenzij de tegenpartij het tegendeel kan bewijzen
o Voorbeelden:
Zal kunnen erven, stel man verongelukt tijdens 7de maand
zwangerschap en kind wordt levensvatbaar geboren dus die kan
erven
Krijgt erfenis op 18 want ervoor handelingsonbekwaam
Kind kan ook schadevergoeding krijgen
Oma kan schenking doen als kind in de verwekkingsperiode zit
o Het kind heeft vóór de geboorte ook recht op “de bescherming van de
persoon” (zie later: abortus)
B. Rechtspersonen
Regel: rechtspersonen beginnen bij de oprichting:
o Hetzij bij onderhandse overeenkomst
o Hetzij bij een authentieke akte (bij de notaris)
o + ev. publicatie nodig (tegenstelbaarheid!)
Oprichten vennootschap:
Afschrift worden afgelegd op griffie van de
ondernemingsrechtbank
Inschrijving KBO
Uittreksel van notariële akte in BS
3
,§4. Einde van persoon
A. Natuurlijke personen
Regel: de natuurlijke persoonlijkheid eindigt bij de dood
o Wanneer wordt iemand geacht overleden te zijn?
Het overlijden van een persoon moet worden vastgesteld door een
geneesheer
Het moet ook woorden aangegeven bij de dienst burgerlijke stand
Maar: ook na overlijden kan je nog als een “persoon” worden beschouwd
o = mgl. In het belang van derden
o Voorbeelden
Een overleden kind erkennen (art.328 oud BW)
Erkenning is enkel mogelijk voor buiten huwelijkse kinderen
Moeder van een kind is altijd degene die het kind op de wereld
zet, de vader van het kind is volgens wet de echtgenoot van
de moeder (buitenhuwelijkse kinderen kunnen erkent worden
door een vader)
Als x een zoon y heeft en y een zoon z (en x heeft y nooit
erkent, y sterft, dan kan x y toch nog erkennen waardoor z
toch kan erven van x)
Enkel in belang van afstammelingen of wegens moreel belang
Een ondernemer kan tot 6 maanden na zijn dood failliet verklaard
worden (art.XX.99 W.E.R.)
De herziening van een proces
Vb. strafproces in belang van nabestaanden onterechte
veroordeling rechtzetten om naam te zuiveren
…
o Welk is het tijdstip van de dood?
Regel: elk overlijden moet door een geneesheer vastgesteld worden
Het moet ook worden aangegeven bij de dienst burgerlijke
stand
De wet geeft geen definitie van (het ogenblik van) overlijden
Maar: soms is de vaststelling van het overlijden acuut en vereist dit
bijzondere omstandigheden
Bij overlijden thuis: ophouden van ademhaling en
bloedsomloop
Bij overlijden in het ziekenhuis: een rechtlijnig EEG (elektro-
encefalogram)
Bij transplantatie: het overlijden van de donor moet in dat
geval worden vastgesteld door een college van 3 artsen,
zonder de arts van de gevende of ontvangende partij
Bij klinisch dood (“hersendood”): zie pagina 17 HB
B. Rechtspersonen
Regel: rechtspersonen sterven niet
Maar: rechtspersonen kunnen wel eindigen (dit door eerst vereffend en verdeeld
en vervolgens ontbonden te worden, met weglating uit het K.B.O. -register)
o Wijzen:
Hetzij bij verstrijken van de termijn
4
, Hetzij bij realiseren van maatschappelijk doel
Hetzij bij faillissement
Hetzij door vrijwillige of gerechtelijke ontbinding
o Zie verder vennootschapsrecht
§5. Afwezigheid (art.112-135 oud BW)
A. probleem
Het overlijden van een persoon kan vele en belangrijke rechtsgevolgen voor
derden hebben, ondermeer:
o De nalatenschap valt open en de erfenis moet verdeeld worden
o Het huwelijk wordt ontbonden
o De voogdij van minderjarige kinderen valt open
o Het kapitaal van een levensverzekering of een overlevingspensioen komt
vrij en er is eventueel een recht op uitbetaling, …
Maar: het overlijden is soms “onzeker”
o Voorbeeld:
Iemand is weg, maar er is geen lijk
o Juridische probleem bij afwezigheid
Nalatenschap kan niet worden vrijgegeven
Huwelijk kan niet ontbonden worden
o Een afwezige= een vermisten
B. oplossing
Dit probleem heeft men proberen op te vangen door de invoering van de
rechtsfiguur van “de afwezigen”
1. definitie
“Afwezigen”: dit zijn mensen over wiens bestaan men onzeker is
“Vermisten”: dit zijn mensen die zeker dood zijn, maar hun lijk is (nog) niet
gevonden
2. achtergrond – wetgeving
= wet van 9 mei 2007: bescherming afwezigen
= wet tot bescherming bij mogelijke onverwachte terugkeer
3. procedure
De procedure om een persoon afwezig te verklaren verloopt in 3 fasen:
Fase 1: vermoeden van afwezigheid
o = art. 112-117 B.W.
o Regel: als persoon meer dan 3 maanden weg is en geen teken van leven
meer geeft kan het vermoeden van afwezigheid worden vastgesteld.
o Kenmerken:
Bevoegdheid: Vrederechter
Aanstelling gerechtelijk bewindvoerder
Beheer van goederen van afwezige
Bewindvoerder moet jaarlijks verantwoording afleggen aan
Vrederechter
5
, o Indien de vermoedelijk afwezige terugkeert (of men nieuws van hem
verneemt), maakt de vrederechter een einde aan de opdracht van de
gerechtelijke bewindvoerder
Fase 2: verklaring van afwezigheid
o = art. 118-124 B.W.
o Regel: 5 jaar na vermoeden van afwezigheid of 7 jaar na laatste
nieuws kan de persoon afwezig worden verklaard.
Dan wordt de ‘akte van afwezigheid’ opgesteld en die heeft dezelfde
gevolgen als een overlijden
o Kenmerken:
Bevoegdheid: Familierechtbank (REA)
Bij terugkeer:
Persoon krijgt goederen/waarde terug
Huwelijk/samenwoonst blijven ontbonden
Fase 3 : gerechtelijke verklaring van overlijden
o = art. 126-135 B.W.
o Regel: rechtbank kan iedere persoon – die zeker overleden is –
overleden verklaren.
o Kenmerken:
Bevoegdheid: Familierechtbank (REA)
Op verzoek van elke belanghebbende:
Familie/ Procureur des Konings/ Minister van Justitie…
= vonnis tot verklaring van overlijden:
Bepaalt datum van overlijden
Wordt overgeschreven in Register van Burgerlijke Stand
Bij terugkeer: idem als gerechtelijke afwezigverklaring
o Het gaat om personen waarvan:
Men zeker weet dat ze overleden zijn
Het lichaam kan niet worden teruggevonden
Het lichaam kan niet geïdentificeerd worden
Hoofdstuk 2: staat van persoon
§1. Begrip en verkrijging
A. begrip: “status”
= rechtstoestand van een persoon
= het geheel van hoedanigheden en eigenschappen van een persoon:
o In de maatschappij = “politieke staat”
Heeft te maken met nationaliteit
vb.: Belg, staatloos, asielzoeker, …
o In de familie = “familiale staat”
Afstamming: kind, ouder, aanverwant, …
Huwelijk: (on)gehuwd, gescheiden, …
o Als individu = “individuele staat”
6