Sociale Psychologie – Deel 2
College 1 - Inleiding............................................................................................................... 1
1 Wat is sociale psychologie?............................................................................................ 1
2 Methoden sociale psychologie........................................................................................ 4
College 2 - Sociale cognitie en sociaal denken...................................................................9
0 Inleiding........................................................................................................................... 9
1 Dimensies van beoordeling............................................................................................. 9
2 Schema’s en stereotypen..............................................................................................14
3 Kunnen schema’s en stereotypen veranderen?............................................................20
College 3 - Emoties.............................................................................................................. 22
1 Wat zijn emoties?.......................................................................................................... 22
2 Emoties als sociaal gedrag........................................................................................... 24
3 Emoties in relaties......................................................................................................... 25
College 4 - Zelf en identiteit................................................................................................ 33
1 Zelf-concept...................................................................................................................33
2 De rol van zelf in motivatie............................................................................................ 41
3 Zelfwaardering...............................................................................................................44
College 5 - Aantrekking en relaties.................................................................................... 45
1 Aantrekking................................................................................................................... 45
2 Need to belong.............................................................................................................. 46
3 Waarom en hoe bouwen we relaties met anderen op?................................................. 51
4 Intieme relaties.............................................................................................................. 55
College 6 - Sociale groepen................................................................................................ 56
1 Wat is een groep?......................................................................................................... 56
2 Het belang van groepen en groepsnormen...................................................................56
3 Groepsvorming..............................................................................................................59
4 Groepscohesie en loyaliteit........................................................................................... 62
5 Ongelijkheid en inclusie in groepen...............................................................................64
College 7 - Sociale dilemma's en collectieve actie........................................................... 68
1 Sociale dilemma’s......................................................................................................... 68
2 Collectieve actie............................................................................................................ 74
College 8 - Taal en communicatie.......................................................................................79
1 Wat is communicatie?................................................................................................... 79
2 Taal en communicatie....................................................................................................79
3 Taal als impliciete communicatie................................................................................... 82
4 Taal en identiteit............................................................................................................ 84
5 Taal en relaties.............................................................................................................. 85
6 Non-verbale communicatie............................................................................................86
College 9 - Leiderschap.......................................................................................................92
1 Leiderschap definiëren.................................................................................................. 92
2 Perspectieven op effectief leiderschap..........................................................................92
3 Intra/intergroepsperspectief op leiderschap................................................................ 100
4 Leiderschap en vooroordelen......................................................................................101
,College 10 - Vooroordeel & Intergroepsgedrag...............................................................106
Deel 1: Vooroordeel & discriminatie............................................................................... 106
1 Wat is vooroordeel en discriminatie?.....................................................................106
2 Vele ‘-ismes’.......................................................................................................... 107
3 De impact van vooroordelen en discriminatie........................................................114
Deel 2: Intergroepsgedrag..............................................................................................115
1 Wat is intergroepsgedrag?.....................................................................................115
2 Intergroepsconflict................................................................................................. 116
3 Intergroepsrelaties verbeteren...............................................................................116
College 11 - Interventies.................................................................................................... 119
1 Documentaire “La leçon de discrimination”................................................................. 119
2 Sociaal-psychologische interventies diversiteit en inclusie op school......................... 119
1
, College 1 - Inleiding
1 Wat is sociale psychologie?
Sociale psychologie = wetenschappelijk onderzoek naar de manier waarop gedachten,
gevoelens, en gedragingen worden beïnvloed door anderen
- Uitkomst waarin we geïnteresseerd zijn = psychologisch gedrag
- Hoe mensen zich voelen, gedragen, denken
- Verklaring waarin we geïnteresseerd zijn = invloed van anderen
- Die fysiek aanwezig zijn
- Voorbeeld: iemand die naast je zit in de les
- Die in gedachten aanwezig zijn
- Voorbeeld: mentaal bezig zijn met een discussie die je eerder had
- Die geïmpliceerd zijn
- Voorbeeld: mate waarin je ouder belang hechten aan studeren
- Is een soort sociale imprint
Verschillende verklaringsniveau’s in de sociale psychologie:
- (Illustratie: kiezen tussen een vrouwelijke en mannelijk kandidaat voor een job)
1) Intrapersoonlijk (persoon in context)
- Persoonlijke gedachten, gevoelens,..
- Voorbeeld: Stereotypen sturen je oordeel over de kwaliteiten van de
kandidaat
2) Interpersoonlijk (relaties)
- Gaat over andere personen die aanwezig zijn in de situatie
- Voorbeeld: Een opmerking van student naast je activeerde een stereotype
3) Positioneel (groepen)
- Voorbeeld: Samenstelling van bedrijf maakt vrouwen minder welkom
- Meer op meso/macro niveau (context)
4) Ideologisch (cultureel)
- Voorbeeld: De samenleving typeert vrouwen en mannen zodanig dat ze voor
sommige rollen ongeschikt lijken
- Sterk verband tussen wat er cultureel is bij stereotypen en wat individueel
aanwezig is
1
, Niveau 1: Intrapersoonlijk (persoon in context): processen binnen een persoon
- Stereotypen kleuren je oordeel over een persoon (bewust of onbewust)
- Stereotypen over gender kunnen georganiseerd worden in 2 dimensies
1) Competentie
- Vrouwen scoren hier minder goed op, mannen hoger
2) Warmte (sympathiek, vriendelijk)
- Vrouwen scoren hier hoger op, mannen lager
- Glass escalator: leiderschapsrollen zijn meer gevuld door vrouwen, maar mannen
vallen meer op, en worden daarom sneller geselecteerd en maken sneller promotie
Niveau 2: Interpersoonlijk / sociale relaties: interacties, relaties, situaties
- Als de omgeving de stereotypen relevant maakt, zullen ze meer doorwegen in je
oordeel
- Voorbeeld: de voorzitter van de sollicitatiecommissie heeft net een seksistische
opmerking gemaakt
- ⇒ Wat andere doen en zeggen heeft een invloed
Studie
Opzet: Universiteitsstudenten moesten transcript lezen (uitgeprinte versie van sollicitatie)
Conditie: Negatieve opmerking door interviewer, maar leek op eerste zicht niet negatief
Meting: Beeld van de interviewer
Resultaat: Positief beeld = kans groter dat je de geschiktheid van de kandidaat als minder
ging inschatten
Niveau 3: Positioneel (sociale groepen): status van persoon, groepslidmaatschap,
groepsrelaties
- Voorbeeld: in een jonge startup zal een oudere kandidaat mogelijk minder kans
maken of zelf afhaken
2
College 1 - Inleiding............................................................................................................... 1
1 Wat is sociale psychologie?............................................................................................ 1
2 Methoden sociale psychologie........................................................................................ 4
College 2 - Sociale cognitie en sociaal denken...................................................................9
0 Inleiding........................................................................................................................... 9
1 Dimensies van beoordeling............................................................................................. 9
2 Schema’s en stereotypen..............................................................................................14
3 Kunnen schema’s en stereotypen veranderen?............................................................20
College 3 - Emoties.............................................................................................................. 22
1 Wat zijn emoties?.......................................................................................................... 22
2 Emoties als sociaal gedrag........................................................................................... 24
3 Emoties in relaties......................................................................................................... 25
College 4 - Zelf en identiteit................................................................................................ 33
1 Zelf-concept...................................................................................................................33
2 De rol van zelf in motivatie............................................................................................ 41
3 Zelfwaardering...............................................................................................................44
College 5 - Aantrekking en relaties.................................................................................... 45
1 Aantrekking................................................................................................................... 45
2 Need to belong.............................................................................................................. 46
3 Waarom en hoe bouwen we relaties met anderen op?................................................. 51
4 Intieme relaties.............................................................................................................. 55
College 6 - Sociale groepen................................................................................................ 56
1 Wat is een groep?......................................................................................................... 56
2 Het belang van groepen en groepsnormen...................................................................56
3 Groepsvorming..............................................................................................................59
4 Groepscohesie en loyaliteit........................................................................................... 62
5 Ongelijkheid en inclusie in groepen...............................................................................64
College 7 - Sociale dilemma's en collectieve actie........................................................... 68
1 Sociale dilemma’s......................................................................................................... 68
2 Collectieve actie............................................................................................................ 74
College 8 - Taal en communicatie.......................................................................................79
1 Wat is communicatie?................................................................................................... 79
2 Taal en communicatie....................................................................................................79
3 Taal als impliciete communicatie................................................................................... 82
4 Taal en identiteit............................................................................................................ 84
5 Taal en relaties.............................................................................................................. 85
6 Non-verbale communicatie............................................................................................86
College 9 - Leiderschap.......................................................................................................92
1 Leiderschap definiëren.................................................................................................. 92
2 Perspectieven op effectief leiderschap..........................................................................92
3 Intra/intergroepsperspectief op leiderschap................................................................ 100
4 Leiderschap en vooroordelen......................................................................................101
,College 10 - Vooroordeel & Intergroepsgedrag...............................................................106
Deel 1: Vooroordeel & discriminatie............................................................................... 106
1 Wat is vooroordeel en discriminatie?.....................................................................106
2 Vele ‘-ismes’.......................................................................................................... 107
3 De impact van vooroordelen en discriminatie........................................................114
Deel 2: Intergroepsgedrag..............................................................................................115
1 Wat is intergroepsgedrag?.....................................................................................115
2 Intergroepsconflict................................................................................................. 116
3 Intergroepsrelaties verbeteren...............................................................................116
College 11 - Interventies.................................................................................................... 119
1 Documentaire “La leçon de discrimination”................................................................. 119
2 Sociaal-psychologische interventies diversiteit en inclusie op school......................... 119
1
, College 1 - Inleiding
1 Wat is sociale psychologie?
Sociale psychologie = wetenschappelijk onderzoek naar de manier waarop gedachten,
gevoelens, en gedragingen worden beïnvloed door anderen
- Uitkomst waarin we geïnteresseerd zijn = psychologisch gedrag
- Hoe mensen zich voelen, gedragen, denken
- Verklaring waarin we geïnteresseerd zijn = invloed van anderen
- Die fysiek aanwezig zijn
- Voorbeeld: iemand die naast je zit in de les
- Die in gedachten aanwezig zijn
- Voorbeeld: mentaal bezig zijn met een discussie die je eerder had
- Die geïmpliceerd zijn
- Voorbeeld: mate waarin je ouder belang hechten aan studeren
- Is een soort sociale imprint
Verschillende verklaringsniveau’s in de sociale psychologie:
- (Illustratie: kiezen tussen een vrouwelijke en mannelijk kandidaat voor een job)
1) Intrapersoonlijk (persoon in context)
- Persoonlijke gedachten, gevoelens,..
- Voorbeeld: Stereotypen sturen je oordeel over de kwaliteiten van de
kandidaat
2) Interpersoonlijk (relaties)
- Gaat over andere personen die aanwezig zijn in de situatie
- Voorbeeld: Een opmerking van student naast je activeerde een stereotype
3) Positioneel (groepen)
- Voorbeeld: Samenstelling van bedrijf maakt vrouwen minder welkom
- Meer op meso/macro niveau (context)
4) Ideologisch (cultureel)
- Voorbeeld: De samenleving typeert vrouwen en mannen zodanig dat ze voor
sommige rollen ongeschikt lijken
- Sterk verband tussen wat er cultureel is bij stereotypen en wat individueel
aanwezig is
1
, Niveau 1: Intrapersoonlijk (persoon in context): processen binnen een persoon
- Stereotypen kleuren je oordeel over een persoon (bewust of onbewust)
- Stereotypen over gender kunnen georganiseerd worden in 2 dimensies
1) Competentie
- Vrouwen scoren hier minder goed op, mannen hoger
2) Warmte (sympathiek, vriendelijk)
- Vrouwen scoren hier hoger op, mannen lager
- Glass escalator: leiderschapsrollen zijn meer gevuld door vrouwen, maar mannen
vallen meer op, en worden daarom sneller geselecteerd en maken sneller promotie
Niveau 2: Interpersoonlijk / sociale relaties: interacties, relaties, situaties
- Als de omgeving de stereotypen relevant maakt, zullen ze meer doorwegen in je
oordeel
- Voorbeeld: de voorzitter van de sollicitatiecommissie heeft net een seksistische
opmerking gemaakt
- ⇒ Wat andere doen en zeggen heeft een invloed
Studie
Opzet: Universiteitsstudenten moesten transcript lezen (uitgeprinte versie van sollicitatie)
Conditie: Negatieve opmerking door interviewer, maar leek op eerste zicht niet negatief
Meting: Beeld van de interviewer
Resultaat: Positief beeld = kans groter dat je de geschiktheid van de kandidaat als minder
ging inschatten
Niveau 3: Positioneel (sociale groepen): status van persoon, groepslidmaatschap,
groepsrelaties
- Voorbeeld: in een jonge startup zal een oudere kandidaat mogelijk minder kans
maken of zelf afhaken
2